Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ4782

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
17-05-2011
Zaaknummer
22-005889-09
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BX4448, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX4448
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met anderen tweemaal en kort na elkaar een tabakszaak overvallen en daarbij sloffen sigaretten weggenomen. Beide keren is gebruik gemaakt van grof geweld en bedreiging met geweld, door onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en daarmee te dreigen. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005889-09

Parketnummer: 10-661099-09

Datum uitspraak: 11 juni 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 oktober 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1987,

adres: [adres],

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond - Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer slof(fen) sigaret(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer perso(o)n(en) genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer slof(fen) sigaret(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- tonen van en/of richten met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) en/of een mes aan/op die [aangever 1] en/of

- (met kracht) op de grond duwen van die [aangever 1] en/of (vervolgens)

- (met kracht) plaatsen van een knie in/op de rug van die [aangever 1] en/of

(vervolgens) op die [aangever 1] gaan en/of blijven zitten en/of (het gezicht van) die [aangever 1] tegen de grond drukken en/of gedrukt houden en/of

- op dreigende toon aan die [aangever 1] toevoegen van de woorden: "Geef het geld" en/of "Geef de kluissleutel" en/of "Geef de kluissleutel, anders maak ik je dood" en/of "Geef de sleutel, anders steek ik je neer" en/of "Als we toch een sleutel van de kluis vinden, maak ik je alsnog dood" en/of "Je moet de sleutel geven", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- schoppen en/of trappen tegen een arm, althans het lichaam, van die [aangever 1] en of

- op dreigende toon aan die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "Geef me je portemonnee" en/of "Schieten, pak je pistool, schieten", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tonen van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [aangever 2] en/of maken van een slaande beweging naar/in de richting van die [aangever 2];

2.

hij op of omstreeks 7 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Walther, model 2, kaliber 6.35 mm

en/of

munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten vijf, althans een of meer kogelpatronen van het kaliber 6.35 mm, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 7 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een Smith & Wesson, model5904, kaliber 9x19 mm, voorhanden heeft gehad.

4.

hij op of omstreeks 23 maart 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer slof(fen) sigaret(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [onderneming 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer perso(o)n(en) genaamd [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer slof(fen) sigaret(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan dat [onderneming 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- tonen van en/of richten met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan/op die [aangever 3] en/of

- (met kracht) op de grond duwen, althans ten val brengen van die [aangever 3] en/of op de grond drukken en/of gedrukt houden van die [aangever 3] en/of (vervolgens)

- (met kracht) plaatsen van de loop van het (op een ) vuurwapen (gelijkend voorwerp) tegen/op de wang van die [aangever 3] en/of

- op dreigende toon aan die [aangever 3] toevoegen van de woorden: "Kluis, kluis, waar is de kluissleutel", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Bij vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk verklaard in diens vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De in het vonnis waarvan beroep gegeven beslissing op de vordering van deze benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Door het hof op basis van de wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden 1

A. Ten aanzien van feit 1 en 3

Op 7 april 2009 werd "Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1]" aan de [straat A] te Rotterdam overvallen door vier personen. Aangeefster [aangever 1] werd daarbij door één van de daders bedreigd met een vuurwapen en een mes.2 De daders hebben tevens de heer [aangever 2], een klant, met een vuurwapen bedreigd en een aantal sloffen sigaretten weggenomen.3/4

[aangever 2] is nadat de overvallers de winkel hadden verlaten in zijn auto gestapt en is de daders gevolgd. Hij zag de daders de [straat A] in rennen en is daarna direct de [straat B] ingereden. Daar is hij de daders uit het oog verloren.5 Getuige [getuige 1] ziet vier jongens de [straat A] in rennen, volgt ze en ziet ze de [straat B] in gaan.6 Getuige [getuige 2] verklaart dat zij heeft gezien dat vier jongens met een Marokkaans uiterlijk de [straat B] in renden en binnen gingen op nummer 126.7 Haar man, getuige [getuige 3], heeft de verbalisanten die inmiddels ter plaatse waren gezegd dat zijn vrouw hem had gezegd gezien te hebben dat vier jongens de woning aan de [straat B] nummer 126 binnen gingen.8

Kort na de overval werd door de meldkamer van de politie een melding uitgegeven van een gewapende overval op de [straat A] te Rotterdam, waarop twee verbalisanten kort na deze melding ter plaatse kwamen en via de [straat A] de [straat B] in reden.9 Twee andere verbalisanten ontvingen dezelfde melding en begaven zich daarop naar de [straat B]. Deze verbalisanten hoorden via de portofoon dat bij deze overval vier Marokkaans uitziende mannen waren weggelopen en dat zij een woning aan de [straat B] nummer 126 waren binnengegaan. De verbalisanten hebben vervolgens vanuit een andere woning in de [straat B] constant zicht gehad op het tuinencomplex aan de achterzijde van de woning op nummer 126.10 Later op de dag werden vier Marokkaanse jongens, waaronder de verdachte, aangehouden in de woning aan de [straat B] nummer 126.11

Bij de doorzoeking van de woning aan de [straat B] nummer 126 werd op het balkon twee vuilniszakken en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een zogenaamd balletjespistool, aangetroffen en inbeslaggenomen.12 Het balletjes pistool is gebruikt bij de overval.13 In de twee vuilniszakken werden kledingstukken aangetroffen en inbeslaggenomen.14/15 In de woning zijn ook enkele kledingstukken aangetroffen en inbeslaggenomen.16

Enkele inbeslaggenomen kledingstukken vertoonden sterke gelijkenis met de kledingstukken die tijdens de overval gedragen werden door de overvallers.17 Op het dak grenzend aan het balkon werden in een postzak plastic vuilniszakken met daarin een aantal sloffen sigaretten aangetroffen en inbeslaggenomen.18

De aangetroffen vuilniszakken en het wapen zijn bemonsterd en onderzocht.19 Er is een dactyloscopisch spoor (vingerafdruk) van de verdachte aangetroffen op één van de vuilniszakken met daarin sloffen sigaretten.20 Voorts is er een dactyloscopisch spoor (vingerafdruk) van de verdachte aangetroffen op één van de vuilniszakken waarin kledingstukken zijn aangetroffen.21

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft als getuige ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij betrokken was bij de gewapende overval op de Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1] d.d. 7 april 2009 en dat hierbij door hem een nepwapen - het op het balkon van de woning aan de [straat B] nummer 126 aangetroffen balletjespistool- is gebruikt.22 De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep voorts verklaard dat hij medeverdachte [verdachte] en medeverdachte een persoon zich noemende [medeverdachte 2] kent.23

B. Ten aanzien van feit 4 24

Op 23 maart 2009 is [onderneming 2] overvallen door drie personen.

Eigenaar [aangever 3] werd tijdens deze overval met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. De loop van dat wapen werd op zijn wang geplaatst, hij werd op de grond gedrukt en gedrukt gehouden en er werd tegen hem geroepen: "Kluis, kluis, waar is de kluissleutel".25 De daders hebben een rol duct-tape, twee vuilniszakken en een plastic tas achtergelaten.26/27

De rol duct-tape, de twee vuilniszakken en de plastic tas zijn bemonsterd en onderzocht. Op de duct-tape werd één dactyloscopisch spoor aangetroffen. Dit spoor was van de verdachte. Op de vuilniszakken werden meerdere dactyloscopische sporen aangetroffen. Op beide vuilniszakken werd een spoor van de verdachte aangetroffen.28/29 Tevens werden sporen aangetroffen van medeverdachten [medeverdachte 1] en van de persoon zich noemende [medeverdachte 2]. Ook is een dactyloscopisch spoor aangetroffen (AAAJ7122) dat na onderzoek van geen van deze drie verdachten bleek te zijn.30

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft - overeenkomstig haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde

requisitoir - geconcludeerd dat de verdachte betrokken is geweest bij de gewapende overval op "Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1]" te Rotterdam d.d. 7 april 2009 en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzettelijk voorhanden hebben van een namaakpistool. Tevens is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte betrokken was bij de overval op "[onderneming 2]" te Rotterdam d.d. 23 maart 2009.

Zij heeft hiertoe ten aanzien van feit 1 -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd:

- de overval op de Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1] is gepleegd door 4 Marokkaans uitziende personen met gebruikmaking van een vuurwapen en een mes;

- op basis van de getuigenverklaringen is vast te stellen dat de 4 daders de woning aan de [straat B] 126 zijn ingegaan;

- om 10:45 uur vindt de melding van de overval plaats en om 10:50 uur is de politie ter plaatse aan de [straat A] en zijn de verbalisanten de [straat B] ingegaan;

- enige tijd later wordt de woning op nummer 126 onder observatie genomen;

- de verdachte is een van de vier Marokkaanse jongens die in de genoemde woning op 7 april 2009 door de politie wordt aangetroffen;

- op het balkon van de genoemde woning en op het dak van een schuur grenzend aan dat balkon worden vuilniszakken met kleding gelijkend op die van de overvallers aangetroffen en vuilniszakken met sloffen sigaretten die nagenoeg overeenkomen met de door de aangeefster overgelegde lijst van gestolen sloffen sigaretten;

- op de aangetroffen vuilniszakken wordt een dactyloscopische spoor van de verdachte aangetroffen en dactyloscopische sporen van zijn medeverdachten; op de aangetroffen kleding wordt celmateriaal van de verdachte aangetroffen en celmateriaal van zijn medeverdachten;

- de verklaringen van de vier verdachten ten aanzien van de overval zijn onderling strijdig.

Ten aanzien van feit 3 heeft de advocaat-generaal, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat:

- gelet op het feit dat bij de overval een wapen is gebruikt en gelet op de plaats waar het namaakpistool is aangetroffen het niet anders kan zijn dan dat dit namaakpistool is gebruikt bij de overval;

- nu de betrokkenheid van de verdachte kan worden bewezen, daarmee ook vaststaat dat hij wetenschap heeft gehad omtrent de aanwezigheid van het wapen.

Ten aanzien van feit 4 heeft de advocaat-generaal zakelijk weergegeven, aangevoerd dat:

- op de in de winkel achtergelaten rol duct-tape een dactyloscopisch spoor van de verdachte is aangetroffen;

- op de vuilniszakken dactyloscopische sporen zijn aangetroffen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2];

- [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ook medeverdachten zijn in de zaak welke aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd;

- beide overvallen veel overeenkomsten vertonen en er gesproken kan worden van een zelfde modus operandi;

- zowel de verdachte als zijn medeverdachten geen verklaringen hebben gegeven voor het feit dat hun dactyloscopische sporen zijn aangetroffen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft - overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde

pleitaantekeningen - ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring daarvan.

Ter adstructie van zijn betoog heeft de raadsman ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat:

- de verklaring van de verdachte, dat hij heeft geslapen in de woning aan de [straat B] nummer 126 tot kort voor zijn aanhouding, onvoldoende aan de hand van de inhoud van het dossier kan worden weerlegd;

- niet uitgesloten kan worden dat een of meerdere personen de woning aan de [straat B] nummer 126 hebben verlaten, voordat de politie de straat aan twee kanten had afgezet;

- er grote voorzichtigheid moet worden betracht met het trekken van conclusies op basis van de aangetroffen dacty-en DNA-sporen. Onduidelijk is waar de monsterneming heeft plaatsgevonden, er zijn sporen van andere dan de aangehouden personen aangetroffen en er valt niet te verklaren dat het DNA van de verdachte in meer dan één handschoen en bivakmuts is aangetroffen. Er zou sprake kunnen zijn van secondary transfer.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de raadsman, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat:

- in het dossier technische bewijzen ontbreken om de verdachte in verband te kunnen brengen met het nepwapen, er zijn bij het onderzoek geen dactyloscopische sporen van de verdachte aangetroffen;

- er geen bewijs is dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het nep wapen.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat:

- de verdachte iedere betrokkenheid ontkent;

- de vriendin van de verdachte, [vriendin verdachte], heeft als getuige ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat zij op 23 maart 2009 tussen 08:00 en 09:00 uur thuiskwam in de woning aan de [straat C] en dat de verdachte toen thuis was;

- het aantreffen van dactyloscopische sporen van de verdachte op de duct-tape en de vuilniszak onvoldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van medeplegen van de overval; er is aanvullend bewijs nodig;

- er geen sprake is van een zodanig specifieke modus operandi dat resultaten van het onderzoek ter zake van het onder 1 tenlastegelegde bij kunnen dragen aan het bewijs van het onder 4 tenlastegelegde.

Oordeel van het hof

Ten aanzien van feit 1

Een aantal inbeslaggenomen kledingstukken vertoont sterke gelijkenis met de kledingstukken die gedragen is door de overvallers tijdens de overval.31/32 Onder de inbeslaggenomen kledingstukken bevonden zich voorts bivakmutsen; twee van de overvallers droegen een bivakmuts. Tenslotte bevonden zich onder de inbeslaggenomen kledingstukken ook twee paar handschoenen en drie losse handschoenen. Alle vier de overvallers droegen tijdens de overval handschoenen. Gelet hierop en gezien het feit dat de kleding is aangetroffen in een vuilniszak op dezelfde plek als waar de buit is gevonden -eveneens in vuilniszakken verpakt- én het bij de overval gebruikte nepvuurwapen, is het hof van oordeel dat een deel van de kleding die is aangetroffen in een vuilniszak op het balkon, gedragen is door de overvallers.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - als verklaring voor het aantreffen van zijn vingerafdrukken op de inbeslaggenomen vuilniszakken - aangevoerd dat hij met grote regelmaat in de woning aan de [straat B] nummer 126 verblijft en dat de aangetroffen sporen op deze vuilniszakken terecht kunnen zijn gekomen, doordat hij in een eerder stadium mogelijk een vuilniszak van dezelfde rol heeft afgescheurd.33

Het hof acht deze verklaring niet aannemelijk allereerst omdat de verdachte dit pas in hoger beroep voor het eerst heeft verklaard en bovendien omdat zijn verklaring -wat betreft zijn regelmatig verblijf in de genoemde woning- geen steun lijkt te vinden in de verklaringen van zijn broer, [broer verdachte], en zijn zus, [zus verdachte], beiden hoofdbewoners van de woning aan de [straat B] nummer 126. Op de vragen wie er allemaal op de [straat B] komen en wie er buiten hem en [zus verdachte] wel eens op de [straat B] 126 komen, heeft [broer verdachte] als antwoord gegeven: "Geen commentaar". Op de vraag wie er allemaal bij haar in de woning komen, heeft [zus verdachte] als antwoord gegeven: [verdachte] kwam er ook wel eens.34/35 Het feit dat iemand wel eens in de woning van zijn broer of zus komt, verklaart nog niet de aanwezigheid van zijn vingerafdrukken op eerdergenoemde meerdere vuilniszakken die zich buiten de woning op het balkon of op het daaraangrenzende dak bevonden, en waarin zich de buitgemaakte sloffen sigaretten en kledingstukken met sterke gelijkenis met de kledingstukken die tijdens de overval gedragen werden door de overvallers, bevonden.

Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden, alsmede op hetgeen hiervoor onder A als vastgestelde feiten en omstandigheden is vermeld, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte één van de daders is van de gewapende overval op de "Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1]" te Rotterdam d.d. 7 april 2009.

Ten aanzien van feit 3

Nu medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bekend dat het aangetroffen balletjespistool het pistool is dat is gebruikt tijdens de overval en het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, kan naar het oordeel van het hof tevens wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd.

Ten aanzien van feit 4

De verklaring van de getuige [vriendin verdachte] sluit de betrokkenheid van de verdachte bij de overval niet uit, nu deze al voor 08:00 uur heeft plaatsgevonden.

Op drie zaken, achtergelaten bij de overval, zijn sporen (vingerafdrukken) van de verdachte aangetroffen. Op de in de sigarenwinkel aangetroffen door de overvallers achtergelaten duct-tape is geen ander dactyloscopisch spoor dan het spoor van de verdachte aangetroffen; ook op de eveneens daar aangetroffen en door de overvallers achtergelaten vuilniszakken zijn zijn dactyloscopische sporen aangetroffen. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van al deze sporen geen aannemelijke verklaring gegeven. Dat al deze sporen op een eerder tijdstip dan in verband met de overval op de inbeslaggenomen duct-tape en vuilniszakken zijn terechtgekomen -als door de verdediging gesteld- acht het hof niet aannemelijk, gezien het feit dat zijn sporen op drie afzonderlijke bij de overval achtergelaten spullen zijn aangetroffen, hetgeen moeilijk anders is te verklaren dan dat dit ten tijde van de overval moet zijn gebeurd. Gelet hierop en op hetgeen hierboven onder B als vastgestelde feiten en omstandigheden is vermeld, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om de verdachte ten aanzien van het hem onder 4 tenlastegelegde te veroordelen.

Verzoeken van de verdediging

Ter zake van de voorwaardelijke verzoeken van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep tot het horen van de getuige-deskundigen, prof. dr. Knijff en drs. H.N. Bauer, omtrent de interpretatie van de onderzochte mengprofielen, de mogelijkheid van secondary transfer en de anciënniteit van de sporen, beslist het hof als volgt.

De verzoeken van de verdediging zijn voorwaardelijk gedaan, te weten voor het geval het hof de resultaten van het dna-onderzoek door het NFI mede redengevend zou achten voor het aannemen van betrokkenheid van verdachte bij de overval. Nu Het hof de resultaten daarvan niet voor het bewijs gebruikt, behoeven deze verzoeken geen bespreking.

Ter zake van het verzoek van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep tot het horen van de bestuurder van de witte Nissan, ingevolge artikel 344a van het Wetboek van Strafvordering, beslist het hof dat de verklaring van deze getuige niet voor het bewijs wordt gebezigd, zodat het hof reeds daarom geen noodzaak ziet tot het horen van deze getuige. Het hof wijst derhalve het verzoek van de raadsman af.

Ter zake van het verzoek van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep tot het horen van verbalisant [verbalisant 1], omtrent het door haar opgemaakte proces-verbaal d.d. 14 december 2009 en in het bijzonder over hoe lang een vingerafdruk op een voorwerp zichtbaar blijft en hoe de verwisseling van de dactyloscopische sporen van de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] heeft kunnen gebeuren, beslist het hof als volgt.

Het hof is van oordeel dat verbalisant [verbalisant 1] in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 december 2009 voldoende duidelijk haar bevindingen ter zake het proces-verbaal d.d. 14 april 2009 heeft gerectificeerd. De raadsman heeft onvoldoende onderbouwd op welke punten het proces-verbaal te kort zou schieten en op welke onderdelen het proces-verbaal aanvulling of verduidelijking zou behoeven.

Nu het hof het niet aannemelijk acht dat de dactyloscopische sporen van de verdachte op een eerder tijdstip dan in verband met de overval op de inbeslaggenomen vuilniszakken zijn terechtgekomen, acht het hof het niet noodzakelijk -indien dit al mogelijk is- te laten onderzoeken hoe lang een vingerafdruk zichtbaar blijft op vuilniszakken in het algemeen en de inbeslaggenomen vuilniszakken in het bijzonder. Het hof wijst het verzoek derhalve af, nu het hof geen noodzaak ziet tot het horen van deze getuige.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 7 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sloffen sigaretten, toebehorende aan Tabaksspeciaalzaak [onderneming 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en [aangever 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen,

- tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes aan die [aangever 1] en

- op de grond duwen van die [aangever 1] en vervolgens

- plaatsen van een knie op de rug van die [aangever 1] en

op die [aangever 1] blijven zitten en (het gezicht van) die [aangever 1] tegen de grond drukken en gedrukt houden en

- op dreigende toon aan die [aangever 1] toevoegen van de woorden: "Geef het geld" en "Geef de kluissleutel" en "Geef de kluissleutel, anders maak ik je dood" en "Geef de sleutel, anders steek ik je neer" en/of "Als we toch een sleutel van de kluis vinden, maak ik je alsnog dood" en "Je moet de sleutel geven",

- op dreigende toon aan die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "Geef me je portemonnee" en "Schieten, pak je pistool, schieten", en

- tonen van een op een vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [aangever 2] en maken van een slaande beweging in de richting van die [aangever 2];

3.

hij op 7 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een Smith & Wesson, model5904, kaliber 9x19 mm, voorhanden heeft gehad.

4.

hij op 23 maart 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sloffen sigaretten, toebehorende aan [onderneming 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond uit het

- tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [aangever 3] en/of

- op de grond drukken en gedrukt houden van die [aangever 3] en

- (met kracht) plaatsen van de loop van het (op een ) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op de wang van die [aangever 3] en

- op dreigende toon aan die [aangever 3] toevoegen van de woorden: "Kluis, kluis, waar is de kluissleutel".

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven -in de voetnoten 1 tot en met 26 aangeduide- bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie;

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen tweemaal en kort na elkaar een tabakszaak overvallen en daarbij sloffen sigaretten weggenomen. Beide keren is gebruik gemaakt van grof geweld en bedreiging met geweld, door onder andere een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en daarmee te dreigen. In beide gevallen hadden de overvallers hun gezicht grotendeels bedekt om herkenning te voorkomen. De slachtoffers van de overvallen zijn erg geschrokken en hebben nog steeds te kampen met angstgevoelens. Ook in de omgeving van beide tabakswinkels hebben de overvallen grote gevoelens van onrust en boosheid teweeg gebracht, temeer nu beide overvallen plaatsvonden op klaarlichte dag en velen daarvan getuigen zijn geweest.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 mei 2010 hij meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [onderneming 1]

In het onderhavige strafproces heeft [onderneming 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 7.075,-.

De rechtbank heeft de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich opnieuw gevoegd en is deze vordering aan de orde tot een bedrag van EUR 3.225,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering nu de vordering niet van zo een eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 1]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij heeft haar vordering echter niet geconcretiseerd.

De rechtbank heeft de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich opnieuw gevoegd en is deze vordering aan de orde tot een bedrag van EUR 3.228,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering nu de vordering niet van zo een eenvoudige aard -onder meer wegens het ontbreken van enige onderbouwing van het gevorderde bedrag- is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard -onder meer wegens het ontbreken van enige onderbouwing van het gevorderde bedrag- dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 3]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1.138,92.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 3] tot het gevorderde bedrag van EUR 1.138,92 (duizend honderdachtendertig euro en tweeënnegentig cent), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om ten behoeve van aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 1.138,92 (duizend honderdachtendertig euro en tweeënnegentig cent) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 (eenentwintig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft, en te vermeerderen met de wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 23 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verstaat dat indien de mededader geheel of deels aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verklaart de benadeelde partij [onderneming 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen, mr. G. Knobbout en mr. J.W. Wabeke, in bijzijn van de griffier mr. M. ter Riet.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juni 2010.

1 De weergegeven bewijsmiddelen zijn fotokopieën van originele processen-verbaal opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren of formulieren die, tenzij anders vermeld, zijn gehecht aan het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, proces-verbaalnummer 2009118539 (zaak Tabak), met doorgenummerde pagina's 1 t/m 337 en een algemeen proces-verbaal met doorgenummerde pagina's 1 t/m 54.

2 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van aangifte, zaak Tabak, pag. 1 t/m 5.

3 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [aangever 2], zaak Tabak, pag. 16 t/m 18.

4 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [eigenaar onderneming 1], zaak Tabak, pag. 25 t/m 27.

5 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [aangever 2], zaak Tabak, pag. 16 t/m 18.

6 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [getuige 1], zaak Tabak, pag. 211 t/m 213.

7 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen 0904071046.AMB, zaak Tabak, pag. 11 t/m 12.

8 Verklaring van getuige [getuige 2], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, van 28 mei 2010.

9 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, 0904071046.AMB, zaak Tabak, pag. 11 t/m 12.

10 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, 0904071015.AMB, zaak Tabak, pag. 14 t/m 15.

11 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van aanhouding (ongenummerd, zaak Tabak, d.d. 7 april 2009.

12 Ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal aan het hof overgelegde kleurenfoto's met de nummers: DSC_3522.JPG, DSC_3523.JPG, DSC_3525.JPG,DSC_3526.JPG, DSC_3527.JPG, DSC_3528.JPG DSC_3530.JPG, DSC_3531.JPG, DSC_3532.JPG, DSC_3533.JPG.

13 Verklaring van getuige [medeverdachte 1], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, van 28 mei 2010.

14 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van doorzoeking: [straat B] te Rotterdam, genummerd Xpol 2009118539, (algemeen proces-verbaal) pag. 1 t/m 5.

15 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal d.d. 8 april 2009, genummerd Xpol 2009118539, 0904080003.AMB, zaak Smith, pag.1.

16 Een geschrift, zijnde een procesverbaal (algemeen proces-verbaal), pag. 1 t/m 5.

17 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, zaak Tabak, pag. 143 t/m 144.

18 Ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal aan het hof overgelegde kleurenfoto's met de nummers DSC_3526.JPG, DSC_3527.JPG, DSC_3528.JPG, DSC_3522.JPG en DSC_3530.JPG.

19 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, zaak Tabak, pag. 160 t/m 161.

20 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, zaak Tabak, pag. 289.

Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, zaak Tabak, pag. 290 t/m 291.

21 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, zaak Tabak, pag. 166 t/m 169.

22 Verklaring van getuige [medeverdachte 1], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, van 28 mei 2010.

23 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, van 28 mei 2010.

24 De weergegeven bewijsmiddelen zijn fotokopieën van originele processen-verbaal opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren of formulieren die, tenzij anders vermeld, zijn gehecht aan het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, proces-verbaalnummer 2009098626-1 (zaak [zaak A]), met doorgenummerde pagina's 1 t/m 77.

25 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van aangifte, pag. 1 t/m 3.

26 Een geschrift, zijnde een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal d.d. 24 maart 2009, genummerd Xpol 2009 098626-6.

27 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, pag. 39 t/m 41.

28 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, pag. 41 t/m 44.

29 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, pag. 45 t/m 47, alsmede een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 december 2009, in hoger beroep toegevoegd aan het dossier.

30 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van bevindingen, pag. 39 t/m 50.

31 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van doorzoeking: [straat B] te Rotterdam d.d. 7 april 2009, genummerd Xpol 2009118539, 0904071250.AMB (algemeen dossier) pag. 1 t/m 5 , alsmede een geschrift, zijnde een proces-verbaal, genummerd Xpol 2009118539, zaak Smith, d.d. 8 april 2009.

32 De aan het proces-verbaal van bevindingen gevoegde kleurenfoto's, zaak Tabak, pag. 124 t/m 142.

33 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, d.d. 28 mei 2010.

34 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [broer verdachte], genummerd 2009118539-104, zaak Tabak, pag. 239.

35 Een geschrift, zijnde een proces-verbaal van verhoor [zus verdachte], genummerd 2009118539-111, zaak Tabak, pag. 261.