Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BP3800

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-11-2010
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
22-000569-09
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BX8454, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BX8454
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. De verdachte en het slachtoffer hebben in een drukbezochte discotheek ruzie gekregen. Daarbij is de verdachte door het slachtoffer geslagen. Vervolgens heeft de verdachte met een vuurwapen in de borst/buikstreek van het slachtoffer geschoten die daardoor ernstig letsel (een perforatie van de dunne darm) heeft opgelopen. Door aldus te handelen heeft de verdachte op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijk handelen roept bovendien gevoelens van angst op bij het publiek, zeker ook omdat ook omstanders, die niets met de ruzie te maken hadden, geraakt hadden kunnen worden. Dat weegt mee in verdachtes nadeel. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000569-09

Parketnummer(s): 10-631172-08

Datum uitspraak: 22 november 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 januari 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte[],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 7 december 2009, 15 maart 2010 en 8 november 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 juni 2008 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meerdere malen, althans eenmaal, (vanaf korte afstand) met een vuurwapen die [slachtoffer] in de borst/buikstreek heeft beschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 01 juni 2008 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet (vanaf korte afstand) met een vuurwapen die [slachtoffer] in de borst/buikstreek heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verzoek en gevoerd verweer

Bij pleidooi heeft de raadsman primair vrijspraak bepleit en subsidiair -indien het hof de camerabeelden en/of printscreens voor het bewijs zou bezigen- verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, teneinde de camerabeelden nader te laten onderzoeken door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) om zo antwoord te krijgen op de vragen of de lichtflits van een vuurwapen afkomstig is, alsmede of de arm die zichtbaar is, de arm van de verdachte is en zo ja, of deze een wapen in zijn hand heeft.

Het hof wijst het subsidiair gedane verzoek van de verdediging af, nu de noodzaak hiervan het hof niet is gebleken. Het hof heeft bij de voorbereiding van de zaak de in het dossier gevoegde beelden (DVD en printscreens) bestudeerd; de beelden zijn op de zitting van 8 november 2010 getoond en het hof heeft zelf op de beelden kunnen waarnemen dat de verdachte op [slachtoffer] heeft geschoten. Aan die eigen waarneming van het hof kan nader onderzoek door het NFI niets toe- of afdoen.

Voorts heeft de verdediging bij pleidooi het verweer gevoerd dat de verdachte bij binnenkomst van [discotheek] uitvoerig is gefouilleerd door een portier waardoor het vrijwel onmogelijk is, in ieder geval niet aannemelijk dat de verdachte de discotheek is binnengegaan met een vuurwapen.

Met de advocaat-generaal verwerpt het hof dit verweer nu op de camerabeelden is te zien dat het "fouilleren" beperkt blijft tot een voelen door de portier rond de heup van de verdachte. Dat de verdachte desondanks een vuurwapen, bijvoorbeeld een op een sigarettenaansteker gelijkend klein vuurwapen, heeft meegenomen de discotheek in is daarom geenszins onaannemelijk.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal het hof verzocht de gevangenneming van de verdachte te bevelen.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. De verdachte en het slachtoffer hebben in een drukbezochte discotheek ruzie gekregen. Daarbij is de verdachte door het slachtoffer geslagen. Vervolgens heeft de verdachte met een vuurwapen in de borst/buikstreek van het slachtoffer geschoten die daardoor ernstig letsel (een perforatie van de dunne darm) heeft opgelopen. Door aldus te handelen heeft de verdachte op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijk handelen roept bovendien gevoelens van angst op bij het publiek, zeker ook omdat ook omstanders, die niets met de ruzie te maken hadden, geraakt hadden kunnen worden. Dat weegt mee in verdachtes nadeel.

Ook in het nadeel van de verdachte weegt mee dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 oktober 2010 reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof houdt anderzijds rekening met het feit dat het slachtoffer zelf ook geweld heeft toegepast, terwijl de aanleiding van de ruzie futiel was.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Naar het oordeel van het hof zijn, gelet op het voorgaande, de ernstige bezwaren, evenals de gronden, aanwezig die de gevangenneming van de verdachte rechtvaardigen. Die gevangenneming zal daarom worden bevolen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de gevangenneming van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en mr. M. Kessler, in bijzijn van de griffier mr. M.J.J. van den Broek.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 november 2010.

mr. M. Kessler is buiten staat dit arrest te ondertekenen.