Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2578

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
200.013.079-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afstammingsonderzoek. Niet meewerken daaraan door de man. Gevolgen die het hof aan het niet meewerken verbindt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 24 november 2010

Zaaknummer : 200.013.079/01

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 07-1375

[de man],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. H. Koning te ‘s-Gravenhage,

tegen

De GEMEENTE ROTTERDAM,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde: voorheen de heer J.P.M.M. Petit, thans de heer R.R. Esser.

HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof heeft op 25 november 2009 in deze zaak een beschikking gegeven waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat een DNA-onderzoek zal worden verricht ter beantwoording van de vraag of de man de verwekker is van de minderjarigen [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2], beiden geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en zo ja, met welke mate van waarschijnlijkheid. Het hof heeft daartoe tot deskundige benoemd dr. W. van Gils, verbonden aan Verilabs Nederland B.V. te Leiden. Het hof heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot de zitting van 27 maart 2010 pro forma.

Van de zijde van Verilabs is bij het hof op 21 april 2010 een brief ingekomen, waarin Verilabs te kennen geeft het verwantschapsonderzoek niet uit te kunnen voeren, nu de man geen gehoor heeft gegeven aan de verschillende oproepen, die zijn gedaan.

Op 15 oktober 2010 is de mondelinge behandeling van de zaak voortgezet. Verschenen zijn: namens de man mr. M.C.L. Hattinga Verschure, ter vervanging van zijn kantoorgenoot mr. H. Koning en namens de gemeente de heer R.R. Esser. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

Nadien is, volgens afspraak ter zitting, van de zijde van de man bij het hof op 5 november 2010 een faxbericht ingekomen en van de zijde van de gemeente op 12 november 2010 een faxbericht ingekomen.

DE VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Ter zitting van 15 oktober 2010 heeft de advocaat van de man gesteld dat hij sinds geruime tijd geen contact meer heeft gehad met de man en de man niet reageert op oproepen van de advocaat. De advocaat is derhalve niet op de hoogte van de huidige stand van zaken en weet niet waarom de man niet heeft meegewerkt aan het DNA-onderzoek.

2. De gemeente stelt dat zij van de moeder heeft vernomen dat de man de verwekker van de minderjarigen is en dat voorts uit de geboorteakte van de minderjarigen blijkt dat de man de minderjarigen heeft aangegeven. De man heeft zijn vaderschap niet weersproken en dient derhalve te worden aangemerkt als de verwekker van de minderjarigen, aldus de gemeente.

3. Het hof overweegt als volgt. Naar het oordeel van het hof heeft de man zijn verwekkerschap niet eenduidig weersproken, nu hij zich in deze procedure tegenstrijdig over zijn mogelijke verwekkerschap heeft uitgelaten. Zo heeft de man in zijn beroepschrift gesteld slechts een collegiaal contact met de moeder te hebben gehad en haar bovendien vanaf 2001 niet meer te hebben gezien en heeft hij ter zitting - nadat hij werd geconfronteerd met de geboorteakte van de minderjarigen - zijn stelling hieromtrent gewijzigd en erkend dat hij seksueel contact met de moeder heeft gehad en de geboorte van de minderjarigen heeft aangegeven. Voorts stelt het hof vast dat de man geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zijn stelling te onderbouwen door middel van DNA-onderzoek, terwijl hij ter zitting van 28 oktober 2009 zijn medewerking hieraan heeft toegezegd. Nu de man, ondanks verschillende oproepen door Verilabs, zonder enig bericht niet is verschenen, - en bovendien vastgesteld kan worden, dat het niet meewerken in ieder geval niet is gelegen in redenen van financiële aard, nu de voorschotkosten door de gemeente dienden te worden voldaan - zal het hof daaruit de gevolgtrekking maken die het geraden acht. Het niet meewerken aan het deskundigenonderzoek tezamen met de door de man afgelegde tegenstrijdige verklaringen leiden ertoe dat het hof de man aanmerkt als verwekker van de minderjarigen.

4. De man heeft geen draagkrachtverweer gevoerd, zodat de door de rechtbank bepaalde verhaalsbijdrage in overeenstemming met de wettelijke maatstaven kan worden geacht.

5. Ten aanzien van de door Verilabs gemaakte kosten voor het DNA-onderzoek overweegt het hof als volgt. Verilabs heeft voor administratie- en bezoekkosten € 100,- in rekening gebracht. In de tussenbeschikking van 25 november 2009 is bepaald dat de kosten van dit onderzoek voorlopig voor rekening van de gemeente zouden komen. Partijen zijn door het hof in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door Verilabs gemaakte kosten en de door het hof te nemen beslissing ter zake van de kosten van het DNA-onderzoek. Door de man is gesteld dat Verilabs in deze zaak geen werkzaamheden heeft verricht en derhalve geen kosten bij de man in rekening kunnen worden gebracht. De gemeente heeft verzocht de man te veroordelen in de kosten van Verilabs, nu de man geen medewerking heeft verleend aan het DNA-onderzoek en de kosten derhalve niet ten laste van de gemeente dienen te komen.

6. Het hof overweegt als volgt. Ondanks het feit dat Verilabs geen DNA-onderzoek heeft kunnen verrichten, zijn wel degelijk kosten gemaakt nu de moeder en de minderjarigen Verilabs hebben bezocht en er tevens administratieve werkzaamheden zijn verricht. Gelet op deze werkzaamheden is het door Verilabs in rekening gebrachte bedrag van € 100,- redelijk te achten. Nu de man, ondanks eerdere toezeggingen, zijn medewerking aan het onderzoek en zonder enige kennisgeving hieromtrent heeft onthouden, waardoor de door Verilabs gemaakte kosten voor de moeder en de minderjarigen nodeloos zijn gemaakt en het verzoek van de man in hoger beroep zal worden afgewezen, acht het hof het redelijk dat de man de kosten voor dit onderzoek zal dragen.

7. Het vorenoverwogene leidt ertoe dat de bestreden beslissing zal worden bekrachtigd en dat zal worden beslist als volgt.

BESLISSING

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

bepaalt dat de man de kosten van het deskundigenonderzoek zal dragen;

stelt de kosten van het deskundigenonderzoek vast op € 100,- en gelast de griffier van dit hof dit bedrag aan de deskundige, te weten: Verilabs, te voldoen onder vermelding van het bestelnummer [nummer];

veroordeelt de man in de kosten van het door Verilabs verrichte deskundigenonderzoek ten bedrage van € 100,- en bepaalt dat de man voornoemd bedrag zal betalen door overmaking op bankrekeningnummer [nummer] ten name van Ministerie van Veiligheid en Justitie, arrondissement ’s-Gravenhage, onder vermelding van zaaknummer 200.013.079.01;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mos-Verstraten, Van de Poll en Van Wijk, bijgestaan door mr. Braat als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2010.