Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7069

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-11-2010
Datum publicatie
13-12-2010
Zaaknummer
22-005086-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; wederspannigheid. Veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 20 (twintig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005086-09

Parketnummer: 09-535394-09

Datum uitspraak: 25 november 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

6 oktober 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 november 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dit inhoudt behandeling bij Palier en of de Waag.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 juli 2009 te Leiden, opzettelijk een politieambtenaar, te weten [persoon 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in de linker(onder)arm van die [persoon 1] heeft gebeten, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 23 juli 2009 te Voorhout, gemeente Teylingen, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [persoon 2] en/of [persoon 3], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, hoofdagenten van politie in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stelletje kankerjoden! Vuile kankerslet! Vuile kankerhoer! Kankerjoden, Nazi-jagers, kankerwout, kankerhoer, kankerslet.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 23 juli 2009 te Voorhout, gemeente Teylingen, toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) [persoon 2] en/of [persoon 3] verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te proberen het dienstvoertuig te raken en/of één of beide benen buiten het dienstvoertuig te houden en/of zijn rechtervoet onder het portier van de auto te plaatsen en/of tegen het portier van het dienstvoertuig te schoppen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 23 juli 2009 te Leiden, opzettelijk een politieambtenaar, te weten [persoon 1], gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in de linkeronderarm van die [persoon 1] heeft gebeten, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 23 juli 2009 te Voorhout, gemeente Teylingen, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [persoon 2] en [persoon 3], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, hoofdagenten van politie in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stelletje kankerjoden! Vuile kankerslet! Vuile kankerhoer! Kankerjoden, Nazi-jagers, kankerwout, kankerhoer, kankerslet.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op 23 juli 2009 te Voorhout, gemeente Teylingen, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren [persoon 2] en [persoon 3] verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenare, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden en te proberen het dienstvoertuig te raken en één of beide benen buiten het dienstvoertuig te houden en zijn rechtervoet onder het portier van de auto te plaatsen en tegen het portier van het dienstvoertuig te schoppen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

Mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 2:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 3:

Wederspannigheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, zoals in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [persoon 1]

Blijkens een aan het proces-verbaal aantekening mondeling vonnis d.d. 6 oktober 2009 gehechte mededeling van de griffier J.J.R. Tiemensma heeft [persoon 1] zich ter zake van het onder 1 tenlastegelegde in het onderhavige strafproces tijdig gevoegd als benadeelde partij, maar is op de vordering tot schadevergoeding door de politierechter abusievelijk geen beslissing genomen, om redenen als in voornoemd schrijven vermeld.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding, subsidiair dat de vordering tot schadevergoeding niet eenvoudig van aard is, op gronden zoals in zijn overgelegde pleitnotities vermeld.

De advocaat-generaal heeft zich over het al dan niet in behandeling nemen van de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Op 16 april 2010 is door het ressortsparket 's-Gravenhage aan de gemachtigde van [persoon 1] een voegingsformulier hoger beroep verzonden, waarop hij kon aangeven tot welk bedrag hij zich in hoger beroep als benadeelde partij wenst te voegen.

Dit formulier is door de benadeelde partij niet geretourneerd, noch is de benadeelde partij, hoewel deugdelijk opgeroepen, ter terechtzitting in hoger beroep verschenen.

Het hof verbindt daaraan de gevolgtrekking dat [persoon 1] zich kennelijk in hoger beroep niet meer als benadeelde partij wenst te voegen. De vordering tot schadevergoeding is derhalve in hoger beroep niet meer aan de orde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 180, 266, 267, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 20 (twintig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Beveelt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels, mr. C.J. van der Wilt en mr. P.J. Wurzer, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 november 2010.

Mr. P.J. Wurzer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.