Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7045

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-11-2010
Datum publicatie
13-12-2010
Zaaknummer
22-002302-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0152, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat verdachte van het onder 1, 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende. In genoemd onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte verweten dat hij met een tweetal middelen, te weten 'geweld of andere feitelijkheden', bestaande uit het

(1) 'die [slachtoffer 1] veel aandacht geven en het gevoel geven dat zij zijn (verdachte's) vriendin was en/of';

(2) 'het controleren hoeveel klanten en/of welke verdiensten die [slachtoffer 1] heeft gehad', deze [slachtoffer 1] heeft geworven (...) met het oogmerk van uitbuiting van deze [slachtoffer 1]. De overige middelen die in de aanhef van de tenlastelegging zijn vermeld, te weten 'dwang, dreiging met geweld of met andere feitelijkheden', 'uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht', 'misbruik van een kwetsbare positie' zijn verder niet feitelijk uitgewerkt in de tenlastelegging. Bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen kan evenmin worden bewezen dat de verdachte het onder 2, 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002302-08

Parketnummer: 09-754165-07

Datum uitspraak: 8 november 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 april 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1974,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 19 april 2010 en 25 oktober 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij refereert de advocaat-generaal zich aan het oordeel van het hof.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2007 tot en met 31 oktober 2007 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 1], door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie voornoemde [slachtoffer 1] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [slachtoffer 1] bestaande uit het:

- onderdak verschaffen en/of onderdak verzorgen aan/voor voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- mededelen aan voornoemde [slachtoffer 1] dat zij in de prostitutie moest gaan werken en/of

- regelen van een kamer en/of werkplek voor die [slachtoffer 1] waar zij als prostituee moest gaan weken en/of

- brengen en/of ophalen van voornoemde [slachtoffer 1] naar de plaats en/of het huis en/of hotel waar zij als prostituee moest gaan werken en/of

- klanten aanbrengen voor die [slachtoffer 1] en/of

- controle houden op de werkzaamheden en/of werktijden en/of verdiensten van voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] laten afdragen van het door haar verdiende geld en/of in ontvangst nemen van het geld dat voornoemde [slachtoffer 1] had verdiend in de prostitutie en/of bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden o.a. uit het meermalen, althans eenmaal:

- die [slachtoffer 1] veel aandacht geven en het gevoel geven dat zij, zijn (verdachte's) vriendin was en/of

- het controleren hoeveel klanten en/of welke verdiensten die [slachtoffer 1] heeft gehad

en/of

hij in een periode van 1 mei 2007 tot en met 31 oktober 2007 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1], immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal(een) geldbedrag(en), die/dat met prostitutie was/waren verdiend en/of verkregen, van voornoemde [slachtoffer 1] ontvangen en/of gekregen en/of in ontvangst genomen;

2.

hij in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2007 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 2], door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie voornoemde [slachtoffer 2] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [slachtoffer 2], bestaande uit het:

- onderdak verschaffen en/of onderdak verzorgen aan/voor voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- mededelen aan voornoemde [slachtoffer 2] dat zij in de prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- regelen van een kamer en/of werkplek voor die [slachtoffer 2] waar zij als prostituee moest gaan werken en/of

- brengen en/of ophalen van voornoemde [slachtoffer 2] naar de plaats en/of het huis en/of hotel waar zij als prostituee moest gaan werken en/of

- klanten aanbrengen voor die [slachtoffer 2] en/of

- controle houden op de werkzaamheden en/of werktijden en/of verdiensten van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] laten afdragen van het door hen/haar verdiende geld en/of in ontvangst nemen van het geld dat voornoemde [slachtoffer 2] had(den) verdiend in de prostitutie en/of bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden o.a. uit het meermalen, althans eenmaal:

- die [slachtoffer 2] veel aandacht geven en het gevoel geven dat zij, zijn (verdachte's) vriendin was en/of

- het controleren hoeveel klanten en/of verdiensten die [slachtoffer 2] heeft gehad en/of

- het innemen van het paspoort van voornoemde [slachtoffer 2], althans het als vermist (laten) opgeven van het paspoort van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- uit bed trekken van voornoemde [slachtoffer 2] en het aan haar arm sleuren, waardoor verdachte's vingerafdrukken in/op haar arm zichtbaar waren

en/of

hij in een periode van 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2007 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2], immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal(een) geldbedrag(en), die/dat met prostitutie was/waren verdiend en/of verkregen, van voornoemde [slachtoffer 2] ontvangen en/of gekregen en/of in ontvangst genomen.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich niet met alle daarin opgenomen overwegingen, beschouwingen en beslissingen verenigt.

Partiële nietigheid van de dagvaarding

Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van het onder 1 en 2, telkens 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde niet duidelijk is. Het begrip 'uitbuiting' is immers op zichzelf onvoldoende feitelijk, terwijl de tenlastelegging geen (nadere) feitelijke invulling van het begrip uitbuiting bevat. De in de tenlastelegging opgenomen feitelijke uitwerking dat de verdachte met prostitutie verdiend geld heeft ontvangen, gekregen of in ontvangst heeft genomen, ziet immers - naar het hof begrijpt - op het bestanddeel 'opzettelijk voordeel trekken uit'. Andere feitelijke omstandigheden heeft de steller van de tenlastelegging evenwel niet opgenomen.

Nu niet duidelijk is waar het openbaar ministerie in het concrete geval ten aanzien van de tenlastegelegde uitbuitingssituatie op heeft gedoeld, is onvoldoende gepreciseerd welk verwijt aan de verdachte onder 1 en 2, telkens 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde, wordt gemaakt. Deze onderdelen van de tenlastelegging voldoen daardoor niet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering stelt en de dagvaarding wordt dan ook in zoverre nietig verklaard.

Vrijspraak feit 1

Het hof is van oordeel dat verdachte van het onder 1, 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende.

In genoemd onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte verweten dat hij met een tweetal middelen, te weten 'geweld of andere feitelijkheden', bestaande uit het

(1) 'die [slachtoffer 1] veel aandacht geven en het gevoel geven dat zij zijn (verdachte's) vriendin was en/of';

(2) 'het controleren hoeveel klanten en/of welke verdiensten die [slachtoffer 1] heeft gehad', deze [slachtoffer 1] heeft geworven (...) met het oogmerk van uitbuiting van deze [slachtoffer 1]. De overige middelen die in de aanhef van de tenlastelegging zijn vermeld, te weten 'dwang, dreiging met geweld of met andere feitelijkheden', 'uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht', 'misbruik van een kwetsbare positie' zijn verder niet feitelijk uitgewerkt in de tenlastelegging.

De twee hiervoor genoemde tenlastegelegde middelen, te weten 'geweld of andere feitelijkheden', kunnen - gelet op de nadere omschrijving in de tenlastelegging - niet bewezen worden. Voor zover al kan worden vastgesteld dat de verdachte aan [slachtoffer 1] veel aandacht heeft gegeven en haar het gevoel heeft gegeven dat zij zijn vriendin was (de eerste feitelijke uitwerking van genoemde middelen) kan niet worden vastgesteld dat dit door de verdachte is geschied met het oogmerk van uitbuiting. De verdachte ontkent dat, terwijl het evenmin kan volgen uit de getuigeverklaringen van [slachtoffer 1] zelf. Ook het gestelde in de tweede feitelijke uitwerking - het controleren van klanten en verdiensten van [slachtoffer 1] met het oogmerk van uitbuiting - kan niet bewezen worden. [slachtoffer 1] heeft daarover onvoldoende helder verklaard, en de verdachte ontkent het. Nu derhalve het aanknopen van een liefdesrelatie met het oogmerk van uitbuiting, noch het controleren van [slachtoffer 1] met datzelfde oogmerk bewezen kan worden, en het daarin om essentiële bestanddelen van de tenlastelegging gaat, dient de verdachte van het onder 1 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 2

Bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen kan evenmin worden bewezen dat de verdachte het onder 2,

1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Het hof komt tot dat oordeel op grond van het volgende.

De verdachte ontkent het hier tenlastegelegde.

Ter terechtzitting heeft de verdediging - zakelijk weergegeven - betoogd dat de verklaringen van de getuige [slachtoffer 2] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat zij onbetrouwbaar zouden zijn.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op een aantal essentiële punten zijn de opeenvolgende verklaringen van de getuige [slachtoffer 2] bij de politie, de rechter-commissaris en tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onvoldoende consistent en vinden zij onvoldoende steun in de andere zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, waaronder in het bijzonder de verklaringen van [slachtoffer 1] en van de verdachte.

Daarbij gaat het met name om het door de verdachte jegens de getuige [slachtoffer 2] beweerdelijk gebruikte geweld om het door haar verdiende geld af te pakken, de invloed die verdachte uitoefende op de invulling van haar werktijden en de door verdachte toegestane opname van vrije dagen door de getuige [slachtoffer 2], de mogelijkheid van [slachtoffer 2] om te gaan en staan waar zij wilde en zijn invloed op haar sociale contacten.

Het hof is van oordeel dat door voornoemde inconsistenties in de verklaringen van de getuige [slachtoffer 2] en het nagenoeg ontbreken van steun daarvoor in andere bewijsmiddelen niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte - die ontkent - de hem onder 2 verweten feiten heeft begaan.

Verdachte wordt derhalve van het hem onder 2 tenlastegelede vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft mr. C.M.H. van Vliet zich namens [slachtoffer 2] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 15.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag € 15.000,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij, en refereert zich voor wat betreft de hoogte van die toewijzing aan het oordeel van het hof.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 2, 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde wordt vrijgesproken en de dagvaarding ten aanzien van het onder 2, 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde nietig wordt verklaard, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart de dagvaarding partieel nietig voor wat betreft het onder 1 en 2, telkens 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2, telkens 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is gewezen door mr. S. van Dissel, mr. H.C. Wiersinga en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier mr. M. Wegter.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 november 2010.