Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6903

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
10-12-2010
Zaaknummer
22-0105173-09
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BQ6144, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BQ6144
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor feit 1, poging tot doodslag; feit 2, poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen (middels inklimming) en voor feit 3 en feit 5, diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005173-09

Parketnummers: 09-757227-09 en 09-920314-07 (TUL)

Datum uitspraak: 24 augustus 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 september 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres],

thans verblijvende in PI Midden Holland, Gev. De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 augustus 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 februari 2009 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [aangever 1]van het leven te beroven, althans zwaar te mishandelen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn borst en/of nek en/of wang en/of arm(en) en/of (linker)pink, althans zijn lichaam te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 26 maart 2009 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres 1] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen op het afdak boven de voordeur is/zijn geklommen en/of (vervolgens) een ladder omhoog heeft/hebben getrokken/gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 10 maart 2009 te Delft ([adres 2]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (zwarte Piaggio), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2009 tot en met 21 maart 2009 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een scooter (zwarte Piaggio) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 24 maart 2009 te Delft ([adres 3]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Sparta), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

5.

hij op of omstreeks 24 maart 2009 te Delft, ([adres 4]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Gazelle Punta), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

6.

hij op of omstreeks 07 maart 2009 te Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een 17 inch beeldscherm en/of een vlindermes en/of twee, althans een of meer, mobiele telefoons (kleur roze) en/of een slijptol, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een ladder tegen de woning te plaatsen en/of (vervolgens) via die ladder omhoog te klimmen en/of (vervolgens) (via een slaapkamer) de woning te betreden.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 primair en 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, waaronder Palier forensische en intensieve zorg, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt behandeling bij de Forensische Polikliniek van Palier. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, het beslag en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdachte en de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend de onder 1, 2, 3, 5 en 6 tenlastegelegde feiten te hebben gepleegd. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdachte aangevoerd dat hij een alibi heeft voor het tijdsbestek waarin het steekincident plaatsvond aangezien hij op 3 februari 2009 rond 15.00 uur vanuit school in Rotterdam naar zijn 'tante [naam tante]' in Delft is gegaan en daar om 15.30 uur aankwam.

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de aanduiding '[naamsaanduiding]' onvoldoende specifiek is om de verdachte als dader te kunnen aanwijzen en dat de verklaringen van aangever niet overeenstemmen met die van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Ten aanzien van feit 1, 2, 3, 5 en 6 heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] onbetrouwbaar zijn en dat ten aanzien van feit 2, 3, 5 en 6 bovendien sprake is van een "unus testis-situatie".

Het oordeel van het hof

Naar het oordeel van het hof zijn er -gelet op de discrepantie tussen de verklaring van aangever [aangever 6] en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]- onvoldoende consistente wettige bewijsmiddelen voorhanden om tot een veroordeling ter zake van het onder 6 tenlastegelegde te kunnen komen. Nu niet wettig kan worden bewezen hetgeen aan de verdachte onder 6 is ten laste gelegd, behoort de verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de betrouwbaarheid van medeverdachte [medeverdachte] alsmede de betrouwbaarheid van aangever [aangever 1]overweegt het hof dat de door hen ten overstaan van de politie en de rechter-commissaris afgelegde verklaringen gedetailleerd zijn, dat hun verklaringen ten aanzien van feit 1 op essentiële punten overeenkomen en dat die verklaringen ten aanzien van de feiten 1, 2 en 5 worden ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen. Het hof stelt bovendien vast dat [medeverdachte] zijn eigen aandeel met betrekking tot de feiten 2, 3 en 5 geenszins verhult. Het hof acht de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] en aangever [aangever 1] derhalve geloofwaardig. Dat de verklaringen niet op alle onderdelen steeds consistent zijn maakt dat niet anders.

Het hof acht de verklaring van verdachte omtrent zijn gestelde alibi ten aanzien van feit 1 ongeloofwaardig en overweegt daartoe -evenals de rechtbank- dat de verdachte pas ter terechtzitting in eerste aanleg heeft aangevoerd dat hij over een alibi beschikt en dat deze verklaring tegenstrijdig is met de tegenover de politie afgelegde verklaring van de moeder van verdachte, [moeder verdachte], uit welke verklaring blijkt dat de verdachte op 3 februari 2009 rond 15.00 uur thuis bij zijn moeder aan de [adres moeder verdachte] te Delft was en daar om circa 15.15 uur is weggegaan.1

Door het hof op basis van de wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

Ten aanzien van feit 1:

Aangever [aangever 1]heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 3 februari 2009 bij de halte [naam halte, tevens adres moeder verdachte] te Delft uit de tram is gestapt en daar de hem bekende [naamsaanduiding] zag staan met nog twee jongens. Aangever verklaart dat [naamsaanduiding] een Antilliaan is, dat hij ongeveer 20 jaar oud en 1.70 tot 1.75 meter lang is en dat hij in de laatste flat in het "rode dorp" op nummer [nummer] woont, welke woning op de derde of de vierde verdieping gelegen zou zijn. Aangever verklaart dat hij op verzoek van [naamsaanduiding] met [naamsaanduiding] en de andere twee jongens is meegelopen naar de kelderbox van [naamsaanduiding]. Aldaar voelde hij plotseling iets warms in zijn nek. Toen hij zich omdraaide zag hij [naamsaanduiding] met een vlindermes in zijn rechterhand. Hij hoorde [naamsaanduiding] zeggen: "Jij gaat hier dood." Aangever verklaart dat de andere twee jongens na de eerste steek zijn weggerend.2 [naamsaanduiding] kwam constant stekend op hem af en heeft aangever ook geraakt in onder meer zijn borst.3 Aangever heeft vervolgens een stoel gepakt om die naar [naamsaanduiding] te gooien, waarop [naamsaanduiding] is weggerend. Aangever is per ambulance naar het Reinier de Graafziekenhuis vervoerd. Aldaar zijn volgens aangever steekwonden geconstateerd, waaronder steekwonden in de nek en de borst.4

Blijkens de medische gegevens betreffende [aangever 1] d.d. 3 februari 2009 zijn onder meer een steekwond in de linker thoraxhelft en een steekwond in de linkerzijde van de hals geconstateerd.5

De verbalisant die kort na het incident ter plaatse kwam trof aangever [aangever 1] aan op de [straat, dezelfde staat als adres moeder verdachte] te Delft, alwaar hij door het personeel van een ambulance werd behandeld. Aangever verklaarde desgevraagd dat hij in de kelderbox van [naamsaanduiding] uit het niets door[naamsaanduiding] in zijn nek was gestoken en dat [naamsaanduiding] woonachtig is aan de [adres moeder verdachte] te Delft.6

[medeverdachte], medeverdachte ten aanzien van feit 2, 3 en 5, heeft tegenover de politie verklaard dat hij verdachte altijd [naamsaanduiding] noemt en dat [naamsaanduiding] de straatnaam is van verdachte. Wanneer hem een Nederlandse identiteitskaart op naam van [verdachte], geboren op [geboortedag] 1989, wordt getoond verklaart hij dat dat [naamsaanduiding] is.7

[medeverdachte] heeft voorts tegenover de politie verklaard dat verdachte hem op een avond heeft verteld dat hij iemand had neergestoken in de kelder bij de woning van zijn moeder. De jongen die verdachte had neergestoken zou bij hem in de schuur hebben ingebroken. Verdachte heeft [medeverdachte] verteld dat hij de jongen had meegelokt naar de kelder, dat hij hem aldaar met een mes in de nek had gestoken en dat hij hem vervolgens nogmaals ergens had gestoken.8 De jongens die erbij waren waren weggerend nadat verdachte aangever had gestoken.9

[medeverdachte] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij de jongen die gestoken is samen met verdachte ongeveer twee weken later heeft zien staan op de galerij van een flat. Verdachte heeft hem de jongen aangewezen en zei tegen [medeverdachte]: "Dat is die jongen die ik heb gestoken".10

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 10 augustus 2010 verklaard dat hij geboren is op

[geboortedag] 1989, 1.70 meter lang is, op de [adres moeder verdachte] te Delft woont, dat die woning is gelegen op de 3e verdieping van een flatgebouw en dat hij de hem getoonde foto van de plaats delict, te weten foto 5 op pagina 157 van het dossier, herkent als de ruimte waarin zich de bij zijn woning behorende kelderbox bevindt, en dat er voordat het steekincident plaatsvond een probleem met de deur van die kelderbox was doordat er iets was gebeurd, misschien een inbraak.

De getuige [getuige 3] plaatst de [straat, dezelfde straat als adres moeder verdachte] te Delft in het "rode dorp".11

Het hof heeft stilgestaan bij de vraag of poging doodslag dan wel poging zware mishandeling bewezen moet worden geacht. Aanleiding voor die vraag is de aard en de betrekkelijk geringe ernst van het letsel, te weten diverse ondiepe en (afgezien van de pink) niet bloedende steekwonden.

Na ampel beraad is het hof tot het volgende oordeel gekomen. Het is algemeen bekend dat de hals gezien de aanwezigheid van slagaders direct onder de huid een zeer kwetsbaar gedeelte is van het menselijk lichaam. Nu de verdachte het slachtoffer met een mes in de hals heeft gestoken, heeft de verdachte welbewust het aanmerkelijke risico genomen dat hij het slachtoffer dodelijk zou verwonden. Dat de verwondingen beperkt zijn gebleven doet hier naar oordeel van het hof niet aan af.

Ten aanzien van feit 2:

Aangever [aangever 2] heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 26 maart 2009 wakker werd in zijn woning aan de [adres 1] te Delft en een schim zag staan op het balkon die leek op een manspersoon. Aangever schreeuwde en zag dat de manspersoon van het balkon afsprong. Hierop heeft aangever de politie gebeld. Aangever verklaart dat boven de voordeur op de begane grond een overkapping hangt waarop mos en modder is te zien en dat er voetstappen in het mos en de modder stonden.12

Blijkens het proces-verbaal van aanhouding van verdachte hebben twee verbalisanten kort nadat zij op 26 maart 2009 hadden vernomen dat er aan de [adres 1] te Delft gepoogd was in te breken op een afstand van ongeveer 500 meter van die [adres 1] twee manspersonen staande gehouden, te weten verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Bij de insluitingsfouillering werd bij verdachte een sok met groene vlekken, mogelijk afkomstig van mos, aangetroffen.13

Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat hij in de nacht van 25 op 26 maart 2009 samen met verdachte in Delft liep toen hij bij een woning aan de [adres 1] een trap in de voortuin zag liggen. [medeverdachte] verklaart dat hij via de prullenbak naar het afdakje boven de voordeur is geklommen en dat hij vervolgens de ladder omhoog heeft getrokken en omhoog gezet zodat hij het dak kon bereiken. Omdat de ladder nat was en het al een beetje koud was, had [medeverdachte] sokken over zijn handen getrokken. Daardoor waren de sokken vies en zaten deze onder de modder. Toen [medeverdachte] een harde schreeuw hoorde en zag dat de bewoner van het huis hem kennelijk had gezien, is hij vanaf het afdakje naar beneden gesprongen. Vervolgens is hij samen met verdachte hard weggerend en werden zij aangehouden door de politie. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij van plan was om in te breken in de betreffende woning en dat hij en verdachte geld nodig hadden.14

Tegenover de rechter-commissaris heeft [medeverdachte] omtrent dit feit verklaard dat hij en verdachte allebei de ladder zijn opgeklommen.15

Ten aanzien van feit 3 primair:

Aangeefster [aangever 3] heeft tegenover de politie verklaard dat zij haar scooter, merk Piaggio, kleur zwart, op 9 maart 2009 in de voortuin van haar woning aan de [adres 2] heeft gezet. Op 10 maart 2009 hoorde zij van haar vader dat haar scooter was weggenomen. De door de verbalisant getoonde scooter herkent zij als haar gestolen scooter. Aangeefster verklaart aan niemand toestemming te hebben gegeven tot het plegen van het feit.16

Blijkens een proces-verbaal van de politie Haaglanden is door de politie een scooter in beslag genomen die na een confrontatie met twee politieagenten op 21 maart 2009 te Delft door de bestuurder en zijn passagier op de vlucht werd achtergelaten.17 Bij navraag bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer te Veendam bleek dat het kenteken van de scooter op naam gesteld was van [aangever 3], wonende te Delft aan de [adres 2].18

Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat hij in de nacht van 20 op 21 maart 2009 samen met verdachte op een scooter door Delft reed en aldaar een politieagent heeft aangereden. [medeverdachte] verklaart dat zij ten val kwamen en vervolgens zijn weggerend.19 [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij de betreffende scooter samen met verdachte uit een voortuin vlak bij het [wijk in Delft] heeft gestolen.20

Medeverdachte [medeverdachte] werd blijkens een proces-verbaal van de politie Haaglanden door verbalisant [verbalisant 1] met stelligheid herkend als één van de twee personen die op de scooter reed.21

Ten aanzien van feit 5:

Aangeefster [aangever 5] heeft tegenover de politie verklaard dat haar man haar fiets, een Gazelle Punta met framenummer [nummer], op 22 maart 2009 in hun schuur aan de [adres 4] te Delft heeft gezet. De fiets was niet op slot gezet. Op 25 maart 2009 constateerde haar man dat de fiets was weggenomen. Aangeefster verklaart aan niemand toestemming te hebben gegeven tot het plegen van het feit.22

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 26 maart 2009 tegenover de politie verklaard dat hij twee dagen voor het verhoor twee fietsen heeft weggenomen. Nadat hij een fiets voor zichzelf had gestolen, is hij samen met verdachte verder gegaan om een fiets voor verdachte te stelen. [medeverdachte] verklaart een fiets te hebben weggenomen uit een schuur aan de [adres 4] te Delft. Het betrof een Gazelle fiets. De fiets stond niet op slot. [medeverdachte] verklaart dat verdachte op die fiets naar zijn moeder is gegaan en de fiets voor de flat van zijn moeder aan de [adres moeder verdachte] te Delft heeft neergezet.23

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden is op 27 maart 2009 door een verbalisant op de [adres moeder verdachte] te Delft ter hoogte van perceel [nummer] een onderzoek ingesteld naar een van diefstal afkomstige fiets. De verbalisant zag naast de hoofdingang van de flat [adres moeder verdachte] te Delft een fiets, merk Gazelle, type Punta, staan, welke was voorzien van het framenummer [nummer].24

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 03 februari 2009 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangever 1] van het leven te beroven met dat opzet met een mes in zijn borst en nek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 26 maart 2009 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres 1]] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van inklimming, met zijn mededader op het afdak boven de voordeur is geklommen en vervolgens een ladder omhoog heeft getrokken en omhoog gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. primair

hij omstreeks 10 maart 2009 te Delft ([adres 2]) tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (zwarte Piaggio) toebehorende aan [aangever 3];

5.

hij op 24 maart 2009 te Delft ([adres 4]) tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Gazelle Punta) toebehorende aan [aangever 5].

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Poging tot doodslag.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Ten aanzien van het onder 3 primair en 5 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan alsook op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door met een mes in de nek en borst van een hem bekende man te steken. Aldus heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Misdrijven als het onderhavige veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers alsook bij de maatschappij in het algemeen. De ervaring leert dat slachtoffers veelal geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van een dergelijke ingrijpende gebeurtenis.

De verdachte heeft zich voorts samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak alsmede aan diefstal van een scooter en een fiets. Dergelijke feiten brengen overlast en financiële schade voor de slachtoffers met zich mee.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 juli 2010 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld tot gevangenisstraf voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogens- en geweldsdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft acht geslagen op de in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen, alsmede op het voorlichtingsrapport van GGZ reclassering Palier d.d.

8 juni 2009 betreffende de verdachte, waaruit blijkt dat begeleiding door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf voorts in aanmerking genomen dat de ernst van het door de verdachte bij het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde steekincident toegebrachte letsel betrekkelijk gering is gebleven.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof tevens rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Het hof ziet -al het voorgaande overwegende- aanleiding om tot een lagere straf te komen dan de advocaat-generaal heeft gevorderd en is met de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact een passende en geboden reactie vormt.

Het hof heeft geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu op 13 oktober 2009 hoger beroep is ingesteld en het dossier niet binnen 6 maanden maar na 6 maanden en 3 weken, te weten op 4 mei 2010, ter griffie van het hof is binnengekomen. Gelet op de zeer geringe mate van overschrijding en de voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep zal het hof hieraan evenwel geen rechtsgevolgen verbinden en volstaat het hof met de constatering van deze onrechtmatigheid.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 1]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 1]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 2900,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 100,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 100,- is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 100,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1].

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals die vermeld staan op de zich in het dossier bevindende lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof als volgt beslissen.

Ten aanzien van de sok en schoenen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Ten aanzien van de scooter zal het hof de teruggave gelasten aan de rechthebbende, te weten [aangever 3].

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 6 december 2007 onder parketnummer 09-920314-07 is de verdachte veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 181 dagen, met bevel dat een gedeelte van die jeugddetentie, te weten 90 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en de bijzondere voorwaarde zoals omschreven in voornoemd vonnis.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Gelet op het feit dat de verdachte thans de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt zal de jeugddetentie overeenkomstig het bepaalde in artikel 77dd, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht ten uitvoer worden gelegd als gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 57, 63, 77dd, 287, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep -voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen- en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6 tenlastegelegde tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een op 10 (tien) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, waaronder Palier, zolang deze instelling dit nodig oordeelt, ook als dat inhoudt behandeling bij de Forensische Polikliniek van Palier.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 1] tot het gevorderde bedrag van EUR 100,- (honderd euro), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt -welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op nihil- en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van [aangever 1]aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 100,- (honderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Gelast de teruggave van 1 sok en 1 paar schoenen kleur zwart/rood aan verdachte.

Gelast de teruggave van de scooter met kenteken [kenteken], merk Piaggio, kleur zwart, aan de rechthebbende, te weten [aangever 3].

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe, in die zin dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 6 december 2007 onder parketnummer 09-920314-07 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, de tenuitvoerlegging wordt gelast van een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, mr. G.P.A. Aler en mr. M.C.R. Derkx, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 augustus 2010.

1 Proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-12, d.d. 3 februari 2009, p. 117.

2 Proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-15, d.d. 3 februari 2009, p. 80 e.v.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-21, d.d. 5 februari 2009, p. 86.

4 Proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-15, d.d. 3 februari 2009, p. 81.

5 Medische gegevens, p. 96, zijnde een geschrift.

6 Proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-9, d.d. 3 februari 2009, p. 98.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-44, d.d. 26 maart 2009, p. 132 e.v.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-36, d.d. 26 maart 2009, p. 136.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-44, d.d. 26 maart 2009, p. 133.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris in de rechtbank 's-Gravenhage, d.d. 4 september 2009.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-33, d.d. 14 februari 2009, p. 124.

12 Proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-11, d.d. 26 maart 2009, p. 244 e.v.

13 Proces-verbaal van aanhouding van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-4, d.d. 26 maart 2009, p. 55 e.v.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-15, d.d. 26 maart 2009, p. 249 e.v.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris in de rechtbank 's-Gravenhage, d.d. 4 september 2009.

16 Proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/6129-6, d.d. 26 maart 2009, p. 303 e.v.

17 Proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7106-6, d.d. 22 maart 2009, p. 273 e.v.

18 Proces-verbaal van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7104-9, d.d. 26 maart 2009, p. 279 e.v.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-15, d.d. 26 maart 2009, p. 249 e.v.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/2742-44, d.d. 26 maart 2009, p. 134.

21 Proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7104-14, d.d. 27 maart 2009, p. 277.

22 Proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, nr. PL15K0/2009/6378-8, d.d. 31 maart 2009, met een daarbij gevoegd afschrift van een digitale aangifte, p. 351 e.v.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, nr. PL1581/2009/7564-30, d.d. 26 maart 2009, p. 317.

24 Proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nr. PL15K0/2009/6378-6, d.d. 18 mei 2009, p. 357.