Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO5161

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
26-11-2010
Zaaknummer
BK-09/00837
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Scholingsuitgaven. Gelijkheidsbeginsel. Congressen als bezocht door belanghebbende kwalificeren niet als opleiding of studie in de zin van artikel 6.27 Wet IB 2001.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingadvies 2011/2.9
V-N 2011/6.21.10
FutD 2010-2783
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-09/00837

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer d.d. 17 november 2010

op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst Rijnmond, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 oktober 2009, nummer AWB 09/723 IB/PVV,, betreffende na te vermelden aan [belanghebbende] te [Z] (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1 Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.190 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.841.

1.2 Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afgewezen.

1.3. Belanghebbende heeft van de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft bij bovenvermelde uitspraak het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 44.515 onder handhaving van de overige elementen van de aanslag.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1 De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 6 oktober 2010, gehouden te Den Haag. Aldaar is de Inspecteur wel, doch belanghebbende niet verschenen. Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 8 september 2010 aan het adres [a-straat 1] te [0000 XX] [Z], onder vermelding van plaats en tijdstip uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Blijkens door de griffier bij TNT Post ingewonnen inlichtingen (track and trace) is de vorenbedoelde brief op 16 september 2010 op het afhaalpunt afgehaald. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

In hoger beroep zijn de volgende feiten als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, komen vast te staan:

3.1 Belanghebbende is arts-jurist en geregistreerd als sociaal geneeskundige. In 2005 was hij als sociaal geneeskundige werkzaam voor de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD) van [P]. Daarnaast ontving hij van de gemeente Rotterdam een wachtgelduitkering.

3.2 In het jaar 2005 nam belanghebbende deel aan de volgende cursussen c.q. symposia:

- 3 maart Evidence based handelen bij lage rugklachten,

- 7 juni Vereniging van Indicerende Artsen (VIA): Indicatiegeschillen,

- 20 juni Nederlandse Vereniging van Algemene Gezondheidszorg (NVAG): Stelselwijziging in de WMO,

- 1 december Astmafonds,

- 2 december Nierziekten.

De totale kosten van deelname bedroegen € 674,35. Belanghebbende heeft deze kosten onder de noemer congresbezoek in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 (hierna: de aangifte) als scholingsuitgaven opgenomen voor

€ 673,85.

3.3 In de aangifte heeft belanghebbende, na aftrek van een drempel van € 500, een bedrag van € 1.353 wegens scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet) als persoonsgebonden aftrek vermeld.

3.4 De Inspecteur heeft de in de aangifte opgenomen scholingsuitgaven onder meer gecorrigeerd met de opgevoerde aftrek wegens congresbezoek van € 673,85.

Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1.1 Tussen partijen is in geschil of de door belanghebbende onder de noemer congres-bezoek gedane uitgaven aftrekbaar zijn als scholingsuitgaven, zoals belanghebbende stelt en de Inspecteur betwist.

4.1.2 Indien het gelijk op voormeld punt aan de Inspecteur is, verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag of het gelijkheidsbeginsel met zich meebrengt dat belanghebbende de door hem geclaimde aftrek krijgt.

4.2.1 Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat hij deel heeft genomen aan de congressen in het kader van zijn herregistratie als sociaal geneeskundige. Door zijn deelname verwierf hij de in dat kader benodigde accreditatiepunten.

4.2.2 Medische specialisten die niet in loondienst zijn kunnen dergelijke kosten aftrekken. Het gelijkheidsbeginsel brengt dan mee dat ook belanghebbende de kosten kan aftrekken.

4.3.1 De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat congressen als bezocht door belanghebbende niet kwalificeren als opleiding of studie in de zin van artikel 6.27 van de Wet. Dergelijke congressen kennen geen leertraject, waarbij kennis wordt verworven met enige vorm van begeleiding of toezicht van een derde. Zij kenmerken zich veeleer door wederzijdse uitwisseling van kennis en kennisoverdracht door lezingen.

4.3.2 Met betrekking tot belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel stelt de Inspecteur zich op het standpunt dat medisch specialisten die in dienstbetrekking werken en zij die als ondernemer werkzaam zijn, rechtens niet in dezelfde situatie verkeren. Er is dus geen sprake van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld.

Conclusies van partijen

5.1 Het hoger beroep van de Inspecteur strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en bevestiging van de door hem gedane uitspraak op het bezwaar.

5.2 Belanghebbende concludeert, naar het Hof begrijpt en verstaat, tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Overwegingen omtrent het geschil

6.1.1 Zoals het Hof heeft overwogen in zijn uitspraak van 1 september 2009, BK-07/00567, volgt uit de wetsgeschiedenis van (thans) artikel 6.27 van de Wet dat van scholingsuitgaven slechts dan sprake is indien zij direct verband houden met een leertraject. De procedure tot herregistratie is niet te beschouwen als een leertraject. Iedere in het kader van de herregistratie gevolgde bij- of nascholingscursus dan wel wetenschappelijke bijeenkomst dient

derhalve zelfstandig beoordeeld te worden op het karakter van studie of opleiding.

6.1.2 Een en ander betekent dat de omstandigheid dat een door belanghebbende bijgewoond congres krachtens toelating door een daarvoor in het leven geroepen instantie, kwalificeert voor het behalen van accreditatiepunten ten behoeve van zijn herregistratie als medisch specialist (hierna: een toegelaten congres), op zichzelf onvoldoende is om de door hem betaalde congreskosten als scholingsuitgaven aan te merken.

6.1.3 Zoals hiervoor is overwogen moet elk door belanghebbende bijgewoond congres afzonderlijk worden beoordeeld teneinde het te kunnen kwalificeren als opleiding of studie.

Essentieel is bij die beoordeling of op enige wijze, door begeleiding of door toetsen, wordt geborgd dat de aangereikte kennis ook wordt verworven. Die wijze van kennisoverdracht kan worden aangemerkt als leertraject. Daarvoor is in ieder geval nodig dat het verwerven van de kennis onder enige begeleiding of toezicht van een derde plaatsvindt (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 januari 2008, LJN:BC2601).

Het passief aanhoren van lezingen verzorgd door deskundigen en het uitwisselen van ervaringen door collegae onderling, voldoen naar het oordeel van het Hof niet aan die eis.

6.1.4 De rechtbank heeft voormelde eis miskend door van uitsluitend belang te achten de deskundigheid van docenten en sprekers, alsmede de omstandigheid dat het een toegelaten congres betreft.

6.1.5 Belanghebbende, op wie te dezen de bewijslast rust, heeft onvoldoende feiten gesteld en aannemelijk gemaakt om te kunnen oordelen dat de door hem bezochte congressen voldoen aan meervermelde eis.

6.2.1 Belanghebbende heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de door hem geclaimde aftrek op grond van de werking van het gelijkheidsbeginsel aan hem dient te worden verleend. Medisch specialisten die niet in loondienst zijn kunnen de kosten voor het bijwonen van congressen wel aftrekken. Medisch specialisten in loondienst en niet in loondienst zijn - naar belanghebbende stelt - wat betreft scholingsuitgaven rechtens gelijke gevallen, zodat ze ook gelijk dienen te worden behandeld.

6.2.2 Naar 's Hofs oordeel dient het door belanghebbende gestelde te worden verworpen, reeds omdat medische specialisten die niet in loondienst zijn, rechtens in een geheel andere positie verkeren dan zij die dat wel zijn. Van gelijke gevallen is derhalve geen sprake, ook niet wat betreft scholingsuitgaven. Een ongelijke behandeling, zo die zich al voordoet, is derhalve geen aanleiding voor het toepassen van het gelijkheidsbeginsel.

6.3.1 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep gegrond is, zodat de overige stellingen van de Inspecteur geen bespreking meer behoeven. Beslist moet worden als volgt.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. B. van Walderveen, Th. Groeneveld en J.J.J. Engel, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.H.R. Massmann. De beslissing is op 17 november 2010 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.