Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0967

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-08-2010
Datum publicatie
18-10-2010
Zaaknummer
22-005471-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is voor de eendaadse samenloop van poging tot zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en voor wederspannigheid veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005471-09

Parketnummer(s): 09-535689-08

Datum uitspraak: 13 augustus 2010

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 oktober 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 juli 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair:

hij op of omstreeks 7 december 2008 te Gouda, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [aangever] van het leven te beroven, (telkens) opzettelijk met een hamer, althans een hard voorwerp, meermalen, althans eenmaal, een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van het hoofd van die [aangever], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 7 december 2008 te Gouda, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet meermalen, althans eenmaal, een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van het hoofd van die [aangever], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op of omstreeks 7 december 2008 te Gouda, in ieder geval in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, een slaande beweging gemaakt in de richting van die [aangever] en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je af. Ik laat je verdwijnen. Ik sla je tanden uit je smoel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 07 december 2008 te Gouda toen de aldaar dienstdoende verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 285 en/of 287 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een bureau van politie (te Gouda), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig zich te trachten te onttrekken aan de greep van voornoemde opsporingsambtenaren en/of heeft getracht zich te onttrekken aan het boeien door zijn handen (met kracht) voor zijn lichaam te houden.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met beslissingen omtrent het beslag als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde weliswaar ontkent, maar dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft zij betoogd dat er sprake is van voorwaardelijk opzet op het primair tenlastegelegde vanwege de manier waarop de verdachte het slachtoffer trachtte te slaan, namelijk met een hamer op het hoofd. Haars inziens is er voorts geen sprake van een voortgezette handeling van het onder 1 en 2 tenlastegelegde nu er twee afzonderlijke wilsbesluiten aan de handelingen ten grondslag hebben gelegen. Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de advocaat-generaal tot slot betoogd dat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg min of meer heeft bekend dat hij zich heeft verzet.

Standpunt van de verdediging

Ter terechtzitting in hoger beroep is de verdachte niet verschenen. De ter terechtzitting verschenen raadsman was niet gemachtigd namens de verdachte het woord te voeren. Derhalve is ter terechtzitting geen standpunt door de verdediging ingenomen. In het standaard grievenformulier, ondertekend op 4 november 2010, is namens de verdachte aangevoerd dat de verdachte van mening is dat hij ten onrechte is veroordeeld voor feit 1, 2 en 3 en dat hij onschuldig is.

Door het hof op basis van wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

* Op 7 december 2008 zag [aangever] dat de buurjongen van [adres] achter zijn woning aan het [adres] te Gouda stond. Hij hoorde dat [aangever]en tegen hem zei: "Ik maak je af. Ik sla je tanden uit je smoel." Hij zag dat [aangever]en naar zijn achtertuin rende en hierna gelijk weer terugkwam. [aangever] zag dat [aangever]en in zijn rechterhand een hamer beet had en in zijn linkerhand een schroevendraaier. [aangever]en zei tegen [aangever]: "Ik maak je af. Ik laat je verdwijnen. Ik sla je tanden eruit." Hierop hief [aangever]en zijn rechterarm op en maakte een slaande beweging met de hamer. [aangever] moest naar achteren anders had [aangever]en hem zeker op zijn hoofd geraakt. [aangever]en haalde nog een keer uit. [aangever] moest toen weer naar achteren anders had [aangever]en hem zeker op zijn hoofd geraakt.1

* De vrouw van [aangever], [vrouw aangever], was bij het incident achter hun woning aan het [adres] te Gouda aanwezig. Zij hoorde dat de buurjongen van [adres] tegen haar man schreeuwde dat hij haar man zou slaan en zou afmaken en zou laten verdwijnen. Ze zag dat [aangever] en naar zijn achtertuin liep en even later terug kwam lopen met een hamer en een schroevendraaier in zijn handen. De buurjongen bleef schreeuwen. Ze zag dat hij de hamer omhoog hief en een slagbeweging maakte richting het hoofd van haar man [aangever]. Haar man moest achteruit springen om de hamer te ontwijken. De buurjongen maakte hierna meteen nogmaals een slagbeweging. Haar man kon deze slag ook ontwijken. Ze zag dat de buurjongen de hamer en schroevendraaier in zijn achtertuin legde en daarna wegliep.2

* Twee verbalisanten zijn naderhand de achtertuin van [adres] binnengelopen. Zij zagen het gereedschap (de hamer en de schroevendraaier) niet liggen in de tuin. Een man zei dat hij het gereedschap binnen had gelegd. De man kwam naar buiten met de schroevendraaier en de hamer. Deze zijn inbeslaggenomen.3

* De hamer betreft een bankhamer van 200 gram.4

* De vader van de verdachte heeft zijn zoon [verdachte] op 7 december 2008 omstreeks 16.00 uur in de tuin van zijn woning, [adres] te Gouda, gezien. Omstreeks dat tijdstip heeft hij ook geschreeuw en geruzie gehoord.5

* Op 8 december 2008 zijn aangever [aangever] en zijn vrouw, tevens getuige, [vrouw aangever] door middel van een confrontatiespiegel met de verdachte, [verdachte], geconfronteerd. Beiden herkenden de verdachte als degene die [aangever] op 7 december 2008 heeft bedreigd en heeft getracht te slaan.6

* Toen verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] de verdachte op 7 december 2008 te Gouda op grond van artikel 302 lid 1, 45 lid 1, 285 lid 1, 269, 447e en 180 van het Wetboek van Strafrecht aanhielden, omdat hij voldeed aan het signalement dat zij van de meldkamer hadden doorgekregen, schreeuwde de verdachte dat zij hem niet mochten aanraken en dat hij niet in de handboeien wilde. De verbalisanten hebben de verdachte toen beetgepakt en voorover tegen de achterzijde van de auto gezet. De verdachte hield beide handen in elkaar gevouwen tegen de voorzijde van zijn lichaam. Uiteindelijk kon verbalisant [verbalisant 1] de verdachte boeien. Ter geleiding voor een hulpofficier van justitie werd verdachte ten spoedigste overgebracht naar bureau van politie te Gouda.7

* De verdachte heeft ten aanzien van deze aanhouding op 7 december 2008 te Gouda verklaard dat hij zich heeft verzet toen de politie hem wilde boeien omdat hij dat niet wilde. Hij heeft tegengewerkt. Het is nogal uit de hand gelopen.8 Hij heeft zijn armen stijf gehouden.9

Vrijspraak

Op grond van bovengenoemde vastgestelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd. De verdachte heeft weliswaar met een hamer in de richting van het hoofd van de aangever geslagen, maar het betrof een hamertje van 200 gram. Gelet hierop en de context van het incident is het hof, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat niet gesteld kan worden dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op doodslag. De verdachte behoort derhalve van het onder 1 primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof is, anders dan de verdediging blijkens het standaard grievenformulier, van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 7 december 2008 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet meermalen een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van het hoofd van die [aangever], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 7 december 2008 te Gouda [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een slaande beweging gemaakt in de richting van die [aangever] en deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je af. Ik laat je verdwijnen. Ik sla je tanden uit je smoel";

3.

hij op 07 december 2008 te Gouda toen de aldaar dienstdoende verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] en [verbalisant 4] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 285 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, hadden aangehouden en vastgegrepen teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een bureau van politie (te Gouda), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig heeft getracht zich te onttrekken aan het boeien door zijn handen voor zijn lichaam te houden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op grond van de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven - in de voetnoten aangeduide - bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Daarbij overweegt het hof dat het hof op grond van de onder noten 1, 2, 5 en 6 weergegeven feiten van oordeel is dat de verdachte de dader is geweest, ondanks diens hardnekkige ontkenning van de feiten. Daarnaast overweegt het hof dat het slaan met een hamertje van 200 gram naar 's hofs oordeel weliswaar onvoldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van (poging tot) doodslag, maar wel voldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling. Een welgeplaatste klap met een dergelijk hamertje kan immers zeer wel zwaar lichamelijk letsel opleveren en naar 's hofs oordeel is het opzet van de verdachte daar minstens in voorwaardelijke zin op gericht geweest nu deze meermalen getracht heeft het slachtoffer met het hamertje tegen het hoofd te slaan, een bij uitstek kwetsbare plek van het lichaam.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde:

de eendaadse samenloop van poging tot zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

wederspannigheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Door of namens de verdachte is geen strafmaatverweer gevoerd, ook niet in het standaard grievenformulier.

In verband met de keuze voor de strafsoort en de hoogte van de op te leggen straf heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting ten aanzien van zware mishandeling.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft tweemaal getracht de buurman met een hamertje op het hoofd te slaan en heeft zijn buurman bedreigd. Toen de politie hem naar aanleiding hiervan wilde aanhouden, heeft hij zich tegen deze aanhouding verzet.

Met zijn handelwijze had de verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel kunnen toebrengen indien de slag het slachtoffer geraakt had. Dat dit niet gebeurd is, is enkel aan de snelle reactie van het slachtoffer te danken geweest. Daarnaast is het bijzonder laakbaar dat hij verbalisanten heeft gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun werkzaamheden. Eén en ander rechtvaardigt in beginsel een forse straf, maar een lagere dan gevorderd is door de advocaat-generaal nu het hof ter zake van het onder 1 tenlastegelegde is gekomen tot een andere bewezenverklaring. Daarnaast heeft het hof ook acht geslagen op het feit dat de verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld.

Het hof is derhalve - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de hamer zal worden verbeurdverklaard en de schroevendraaier zal worden teruggegeven aan de verdachte.

Het hof overweegt dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven hamer vatbaar is voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurdverklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven schroevendraaier overweegt het hof dat niet vast staat dat de schroevendraaier het eigendom van de verdachte is. Het hof zal derhalve de teruggave gelasten aan de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 45, 55, 57, 180, 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 90 (negentig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd: 1 hamer (nummer 1 op de aangehechte Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen).

Gelast de teruggave van 1 schroevendraaier (nummer 2 op aangehechte de Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen) aan de rechthebbende.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. T.E. van der Spoel en mr. J.W. Wabeke, in bijzijn van de griffier mr. E.J.M. van der Laan.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 augustus 2010.

Mr. J.W. Wabeke is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Alle processen-verbaal zijn, tenzij anders vermeld, opgemaakt in wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar

1 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2008, p. 18 e.v. van het dossier.

2 Proces-verbaal van verhoor d.d. 7 december 2008, p. 26 e.v. van het dossier.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 december 2008, p. 22 e.v. van het dossier.

4 Geschrift zijnde een foto van de hamer, opgenomen op p. 45 van het dossier.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2008, p. 24 e.v. van het dossier.

6 Proces-verbaal van verhoor d.d. 8 december 2008, p. 28 e.v. van het dossier en proces-verbaal van verhoor d.d. 8 december 2008, p. 30 e.v. van het dossier.

7 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 7 december 2008, p. 10 e.v. van het dossier.

8 Proces-verbaal van verhoor d.d. 8 december 2008, p. 34 e.v. van het dossier.

9 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 7 oktober 2009, p. 2 van het proces-verbaal van die zitting.