Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN7307

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-08-2010
Datum publicatie
17-09-2010
Zaaknummer
22-000680-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een fles bier. Bij het bepalen van de strafmaat houdt het hof rekening met de omstandigheden waaronder de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft begaan en de gevolgen die hij naar aanleiding en ten gevolge van het onderhavige feit heeft moeten ondervinden, een en ander zoals ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Gelet hierop, bepaalt het hof dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000680-10

Parketnummers: 14-706390-08 en 14-702049-07 (TUL)

Datum uitspraak: 2 augustus 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

meervoudige kamer voor strafzaken

zitting houdende te 's-Gravenhage

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Alkmaar van 13 juli 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 juli 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

"hij op of omstreeks 12 oktober 2008 in de gemeente Schagen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (afgesloten) koelkast heeft weggenomen één of meer blikken/flessen bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming".

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij], toegewezen tot een bedrag van € 200,-- en is aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde partij], opgelegd tot een bedrag van € 200,--, subsidiair 4 dagen hechtenis.

Tevens is met betrekking tot de door de politierechter in de rechtbank Alkmaar bij vonnis van 26 november 2007 onder parketnummer 14-702049-07 opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, de tenuitvoerlegging gelast.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

"hij op 12 oktober 2008 in de gemeente Schagen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een afgesloten koelkast heeft weggenomen één fles bier, toebehorende aan [benadeelde partij]".

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsverweer

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu het oogmerk op het wegnemen en op de wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt.

Het hof verwerpt dit verweer reeds omdat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet aannemelijk is geworden dat de verdachte op enigerlei wijze toestemming heeft gekregen zich de fles bier uit de afgesloten koelkast toe te eigenen.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de strafmaat houdt het hof rekening met de omstandigheden waaronder de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft begaan en de gevolgen die hij naar aanleiding en ten gevolge van het onderhavige feit heeft moeten ondervinden, een en ander zoals ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet hierop, bepaalt het hof dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 200,--.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Alkmaar van 26 november 2007 onder parketnummer 14-702049-07 is de verdachte veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis, met bevel dat 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis van die taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep in afwijking op de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf gevorderd dat die vordering wordt afgewezen.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering is gegrond.

Naar het oordeel van het hof zijn er evenwel geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering dan ook slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Alkmaar van 26 november 2007 onder parketnummer 14-702049-07 opgelegde voorwaardelijke straf af.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.M. Horstink, mr. N. Zandbergen en mr. dr. M. Kessler, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 augustus 2010.

Mr. dr. M. Kessler is buiten staat dit arrest te ondertekenen.