Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN6699

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-07-2010
Datum publicatie
13-09-2010
Zaaknummer
22-003769-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstallen. Dit zijn ernstige feiten, die doorgaans financiële schade veroorzaken bij het bestolen winkelbedrijf en hinder teweegbrengen bij het winkelpersoneel en het winkelend publiek. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003769-09

Parketnummer: 09-535361-09

Datum uitspraak: 12 juli 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 16 juli 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op [geboortedag] 1984,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 juni 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:

hij op of omstreeks 04 juli 2009 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een verpakking inhoudende acht, althans een (aantal), scheermesje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Etos (filiaal [filiaal]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:

hij op of omstreeks 19 juni 2009 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf, althans een (aantal), verpakking(en) inhoudende scheermesje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Etos (filiaal [filiaal]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest.

Tevens is door de rechtbank de gevangenneming van de verdachte gelast.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Gevoerd verweer

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte betoogd dat de aanhouding van de verdachte op 4 juli 2009 onrechtmatig is geweest. De verdachte is toen, aldus de raadsman, buiten heterdaad door twee beveiligingsmedewerkers aangehouden voor de onder 2 tenlastegelegde diefstal, gepleegd op 19 juni 2009.

De raadsman heeft aangevoerd dat om die reden de in het vonnis van de politierechter onder 4.1 en 4.3 opgenomen bewijsmiddelen van het bewijs van het onder 2 tenlastegelegde moeten worden uitgesloten. Dat geldt volgens de raadsman ook voor de door de verdachte in aanwezigheid van zijn raadsman tegenover de rechter-commissaris afgelegde bekennende verklaring met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde, omdat de verdachte zonder het onrechtmatige optreden van de beveiligingsambtenaren dit feit nooit zou hebben bekend.

Het hof stelt in dit verband het volgende vast.

Op 4 juli 2009 zijn twee beveiligingsmedewerkers desgevraagd door winkelpersoneel van de ETOS-vestiging [filiaal] achter twee mannen aangelopen, die kort daarvoor de winkel hadden verlaten. Een van hen, de verdachte, was door het winkelpersoneel herkend van een eerder -op 19 juni 2009- gepleegde winkeldiefstal. Eén van de beveiligingsmedewerkers pakte zijn portemonnee om zijn legitimatiepasje te pakken. Daarop sloeg de verdachte deze portemonnee uit diens hand en hij rende weg. De tweede beveiligingsmedewerker rende de verdachte achterna, pakte hem beet en bracht hem naar de grond. Samen met de eerste beveiligingsmedewerker heeft zij de verdachte op de grond onder controle gebracht.

Een omstander heeft vervolgens een pakje met scheermesjes, dat de verdachte tijdens het rennen had verloren, aan één van de beveiligingsmedewerkers gegeven.1 De verdachte is vervolgens door de politie aangehouden.2

Naar het oordeel van het hof bestond voor de beveiligingsmedewerkers -gezien verdachtes reactie nadat hij door hen werd aangesproken en de aan deze beveiligingsmedewerkers door het winkelpersoneel van ETOS kort daarvoor verstrekte informatie omtrent de verdachte- voldoende reden om te vermoeden dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Maar zelfs indien het optreden van deze beveiligingsmedewerkers onrechtmatig zou zijn geweest, kan zulks naar het oordeel van het hof niet worden toegerekend aan de politie of het openbaar ministerie.

Anders dan de raadsman heeft gesteld, is de verdachte niet door deze beveiligingsmedewerkers aangehouden, maar door een daartoe bevoegde politieambtenaar op verdenking van een concreet strafbaar feit. Eerderbedoelde omstander had immers waargenomen dat een pakje scheermesjes, dat uit de ETOS-winkel afkomstig bleek te zijn, uit verdachtes zak was gevallen toen hij door de twee beveiligingsmedewerkers werd achtervolgd.

Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:

hij op 04 juli 2009 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een verpakking inhoudende een aantal scheermesjes toebehorende aan winkelbedrijf Etos (filiaal [filiaal]);

2:

hij op 19 juni 2009 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal verpakkingen inhoudende scheermesjes toebehorende aan winkelbedrijf Etos (filiaal [filiaal]);

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, behoudens ten aanzien van de daarin vermelde kwalificaties en de daarbij opgelegde straf.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstallen. Dit zijn ernstige feiten, die doorgaans financiële schade veroorzaken bij het bestolen winkelbedrijf en hinder teweegbrengen bij het winkelpersoneel en het winkelend publiek.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 juni 2010, is de verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van vermogensmisdrijven. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

3 (drie) weken.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels, mr. S.J.A.M. van Gend en mr. J.C.F. van Gelder, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 juli 2010.

1 proces-verbaal van politie Hollands Midden, bladzijden 30 t/m 32

2 proces-verbaal van politie Hollands Midden bladzijden 9 en 36 t/m 38