Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5772

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
02-09-2010
Zaaknummer
200.044.832-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ouderschap na scheiding: hoofdverblijf en contactregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 18 augustus 2010

Zaaknummer : 200.044.832/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-2388

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. J.C.J. Smallenbroek te Leiderdorp,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. Y.M. Bérénos te Leiden.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord,

locatie ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 23 september 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 23 juni 2009 van de kinderrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage.

De moeder heeft op 13 november 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader is bij het hof op 10 november 2009 een aanvullend stuk ingekomen.

De raad heeft het hof bij brief van 3 november 2009 het raadsrapport van 15 augustus 2006 doen toekomen. Tevens heeft de raad bij deze brief laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 22 juli 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de vader aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie. De hierna te noemen minderjarige [de minderjarige 1] is in raadkamer gehoord.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is de moeder ter vervanging van de toestemming van de vader toestemming verleend om de minderjarigen [de minderjarige 1], geboren [in 1997] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige 1], en [de minderjarige 2], geboren [in 2000] te [geboorteplaats], hierna te noemen [de minderjarige 2], hierna ook gezamenlijk te noemen: de minderjarigen, in te schrijven in de gemeente [woonplaats moeder] en is de moeder ter vervanging van de toestemming van de vader toestemming verleend om de minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [woonplaats moeder]. Voorts is bepaald, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van

19 april 2007, dat de minderjarigen - na de verhuizing naar [woonplaats moeder] - bij de vader zullen zijn:

- één weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondagavond, waarbij de vader de minderjarigen op vrijdag na school in [woonplaats moeder] zal ophalen en de moeder de minderjarigen op zondagavond bij de vader zal ophalen;

- elke woensdag na school tot woensdagavond, waarbij de vader de minderjarigen op woensdag na school in [woonplaats moeder] zal ophalen en de moeder de minderjarigen op woensdagavond bij de vader zal ophalen;

- de helft van de vakanties en feestdagen, jaarlijks afwisselend Kerst bij de ene ouder en Oud en Nieuw bij de andere ouder, en om het jaar met Sinterklaas.

De beschikking is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De zelfstandige verzoeken van de vader om de zorg over de minderjarigen aan hem toe te vertrouwen, om hem toestemming te verlenen tot het inschrijven van de minderjarigen op zijn adres en om een contactregeling vast te stellen tussen de moeder en de minderjarigen, zijn afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen, alsmede de regeling van het contact tussen de vader en de minderjarigen. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de verzorging van de minderjarigen aan hem toe te wijzen, de verblijfplaats van de minderjarigen bij hem te laten zijn, vervangende toestemming aan hem te verlenen tot het plaatsen van de minderjarigen op de [naam school] te [woonplaats vader] en eenzelfde regeling als thans geldt voor het contact tussen hem en de minderjarigen vast te stellen tussen de moeder en de minderjarigen. Ter terechtzitting heeft de vader zijn verzoek aangevuld in die zin, dat hij subsidiair verzoekt de regeling van het contact tussen hem en de minderjarigen te wijzigen in verband met de wijziging van de schooltijden van [de minderjarige 1] en de wens van [de minderjarige 2] om lid te worden van een voetbalclub.

3. De moeder bestrijdt het beroep en verzoekt het beroep van de vader niet-ontvankelijk te verklaren, althans ongegrond, met veroordeling van de vader in de kosten van beide instanties, althans deze instantie.

Hoofdverblijfplaats

4. De vader stelt in zijn beroepschrift dat de kinderrechter zonder voldoende motivering heeft geoordeeld dat het in het belang van de minderjarigen is dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de moeder behouden. Hij meent dat de moeder op een aantal punten tekortschiet in de verzorging en opvoeding van de minderjarigen. De verhuizing van de moeder is volgens de vader een extra reden om de verzorging van de minderjarigen aan hem toe te vertrouwen. De vader stelt dat de moeder geen aandacht besteedt aan de schoolprestaties van de minderjarigen. Volgens hem begeleidt de moeder de minderjarigen niet ondanks het feit dat zij ernstige achterstanden op school hebben. Een schoolwisseling acht de vader onder deze omstandigheden niet in het belang van de minderjarigen. De vader stelt tot slot dat de kinderrechter ten onrechte heeft verzuimd [de minderjarige 1] te horen, terwijl de beslissing van de kinderrechter voor haar en voor [de minderjarige 2] uiterst ingrijpend zou zijn.

5. De moeder stelt zich in haar verweerschrift op het standpunt dat de kinderrechter op goede gronden heeft geoordeeld dat het in het belang van de minderjarigen is dat zij hun hoofdverblijf bij de moeder behouden. De minderjarigen wonen inmiddels in [woonplaats moeder] en hebben daar volgens de moeder reeds hun draai gevonden. De moeder acht het niet in het belang van de minderjarigen dat zij in korte tijd nogmaals moeten verhuizen en van school moeten veranderen. Naar het oordeel van de moeder stelt de vader ten onrechte dat zij geen aandacht besteedt aan de schoolprestaties van de minderjarigen. De moeder geeft te kennen dat zij thuis regelmatig oefent met de minderjarigen en hen helpt bij het maken van hun huiswerk.

6. Ten aanzien van de derde grief van de vader dat de kinderrechter ten onrechte heeft verzuimd [de minderjarige 1] te horen, overweegt het hof als volgt. Blijkens artikel 809, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, in de gelegenheid stellen om hem zijn of haar mening kenbaar te maken op een door hem te bepalen wijze. Aangezien [de minderjarige 1] ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg elf jaar oud was, bestond er voor de kinderrechter geen verplichting om haar te horen. Gelet op het hiervoor overwogene en in aanmerking nemende dat [de minderjarige 1] in hoger beroep door het hof is gehoord, behoeft voormelde grief van de vader geen nadere bespreking en kan die niet slagen.

7. Het hof overweegt voorts als volgt. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag, waaronder geschillen omtrent de bepaling van de hoofdverblijfplaats van het kind, op verzoek van de ouders of één van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

8. Het hof is - gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting - van oordeel dat de kinderrechter terecht heeft geoordeeld dat het in het belang van de minderjarigen is dat zij hun hoofdverblijfplaats bij de moeder behouden. De minderjarigen wonen sinds de echtscheiding van partijen in 2005 bij de moeder. Niet is gebleken dat het bij de moeder niet goed gaat met de minderjarigen of dat de moeder tekortschiet in de verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Het hof acht aannemelijk dat de verhuizing naar [woonplaats moeder] in augustus vorig jaar geen negatieve invloed heeft gehad op de ontwikkeling en het functioneren van de minderjarigen. Immers, als onvoldoende weersproken staat vast dat het op school goed gaat met de minderjarigen en dat de minderjarigen het naar hun zin hebben in [woonplaats moeder]. Naar het oordeel van het hof is het geenszins in het belang van de minderjarigen dat zij in korte tijd nogmaals moeten verhuizen en dat er een wisseling van de verzorgende ouder plaatsvindt. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat [de minderjarige 1] tijdens het kinderverhoor uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij bij de moeder wil blijven wonen. Gelet op het hiervoor overwogene ziet het hof geen aanleiding om de huidige situatie te veranderen. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen voor zover daarin het verzoek van de vader om de gewone verblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen is afgewezen.

9. Gelet op het voorgaande komt het hof aan de beoordeling van de overige primaire verzoeken van de vader niet meer toe. Het hof zal in het navolgende het subsidiaire verzoek van de vader beoordelen.

Contactregeling

10. De vader heeft ter terechtzitting verzocht de regeling van het contact tussen hem en de minderjarigen te wijzigen indien het hof de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder bepaalt. Omdat [de minderjarige 1] in september naar de middelbare school zal gaan, zal zij in principe niet meer vrij zijn op de woensdagmiddag. De vader wijst erop dat het praktisch niet mogelijk zal zijn om op de woensdagmiddag omgang met [de minderjarige 1] te hebben en stelt voor om alleen de regeling van het contact met [de minderjarige 2] op de woensdagmiddag voort te zetten. [de minderjarige 2] wil graag lid worden van een voetbalclub en de vader stelt voor dat [de minderjarige 2] lid wordt van een voetbalclub bij hem in [woonplaats vader]. [de minderjarige 2] zal dan op woensdagmiddag de trainingen bij kunnen wonen. Er dient een regeling getroffen te worden voor de voetbalwedstrijden die vallen op de zaterdagen dat [de minderjarige 2] bij de moeder in [woonplaats moeder] verblijft. De vader stelt voor dat [de minderjarige 2] op deze zaterdagen ook bij hem is. Op deze zaterdagen kan ook omgang met [de minderjarige 1] plaatsvinden ter vervanging van de omgang op de woensdagmiddag.

11. Ter terechtzitting heeft de moeder verklaard dat zij bezwaar heeft tegen het voorstel van de vader om [de minderjarige 2] aan te melden bij een voetbalclub in [woonplaats vader]. De moeder geeft te kennen dat [de minderjarige 2] lid wil worden van een voetbalclub in [woonplaats moeder] omdat zijn vriendjes van school daar ook voetballen. Zij wijst erop dat de vader de minderjarigen in plaats van op vrijdagmiddag ook op zaterdag na de voetbalwedstrijd kan komen ophalen indien hij niet twee keer naar [woonplaats moeder] wil rijden. De moeder is van mening dat zij te weinig tijd met de minderjarigen kan doorbrengen als de contactregeling wordt gewijzigd op de door de vader voorgestane wijze.

12. Met betrekking tot het verzoek van de vader tot wijziging van de regeling van het contact tussen hem en de minderjarigen overweegt het hof als volgt. Nog daargelaten dat de vader zijn verzoek te laat heeft gedaan, is het hof van oordeel dat het niet in het belang van [de minderjarige 2] is dat hij lid wordt van een voetbalclub buiten zijn eigen woonplaats, in welke plaats hij ook naar school gaat. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om de contactregeling voor wat betreft de weekeinden te wijzigen en merkt nog op dat de vader, in onderling overleg met de moeder, kan beslissen om de minderjarigen niet op vrijdag na school, maar pas op zaterdag na de voetbalwedstrijd van [de minderjarige 2] op te halen in [woonplaats moeder]. Nu zowel de vader als [de minderjarige 1] te kennen heeft gegeven dat omgang tussen hen beiden op de woensdagmiddag met ingang van het komende schooljaar praktisch niet meer mogelijk zal zijn, zal het hof de regeling van het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] voor wat betreft de woensdagmiddag niet langer in stand laten. Het hof zal de regeling van het contact tussen de vader en [de minderjarige 2] voor wat betreft de woensdagmiddag wel handhaven, echter onder het voorbehoud dat [de minderjarige 2] geen voetbaltraining op de woensdagmiddag heeft.

13. Eerst ter zitting heeft de vader nog wijziging van de contactregeling verzocht voor zover het de vakantieperiodes betreft. Deze verandering van zijn verzoek is te laat gedaan (tardief) en zal als zijnde in strijd met een goede procesorde worden gepasseerd.

Proceskostenveroordeling

14. Het hof ziet geen aanleiding om de vader te veroordelen in de kosten van de procedure en zal - zoals gebruikelijk in zaken van familierechtelijke aard - de kosten compenseren. Het verzoek van de moeder tot veroordeling van de vader in de proceskosten wordt derhalve afgewezen.

15. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking ten aanzien van de in het kader van de toedeling van zorg- en opvoedingstaken vastgestelde regeling van het contact tussen de vader en de minderjarigen voor wat betreft de woensdag en, in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat [de minderjarige 2] op de woensdagen dat hij ’s middags geen voetbaltraining heeft, na school tot woensdagavond bij de vader zal zijn, waarbij de vader [de minderjarige 2] op woensdag na school in [woonplaats moeder] zal ophalen en de moeder [de minderjarige 2] op woensdagavond bij de vader zal ophalen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan 's hofs oordeel onderworpen voor het overige;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Stollenwerck en Hulsebosch, bijgestaan door mr. Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2010.