Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5758

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
02-09-2010
Zaaknummer
200.043.449.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling van hoofdverblijfplaats alsmede de contactregeling tussen de ouders die tezamen het gezag uitoefenen.

Het betreft hier nog altijd de eerste vaststelling (en niet een geschil over een reeds vastgestelde regeling dan wel een wijzigingsverzoek).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 21 juli 2010

Zaaknummer : 200.043.449/01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 08-106

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. T.J. Kreeftenberg te Eindhoven,

tegen

[de vader],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.H. van Haga te ’s-Gravenhage.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord,

locatie Den Haag,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 7 september 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 4 augustus 2009 van de rechtbank Rotterdam.

De vader heeft op 6 november 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 2 oktober 2009 en 6 april 2010 aanvullende stukken ingekomen. Op 25 mei 2010 heeft het hof van de zijde van de moeder een aanvullend verzoekschrift ontvangen.

Van de zijde van de vader is op 2 juni 2010 een reactie op het aanvullend verzoekschrift van de moeder ontvangen.

Op 9 juni 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Voorts is namens de raad verschenen: mevrouw I.N.A.J. Simons. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad - bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [naam minderjarige], geboren [in] 2006 te [woonplaats] (hierna: de minderjarige) bij de vader zal zijn en is het verzoek van de moeder, te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar zal zijn, afgewezen. Verder is bepaald dat de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, (het hof leest: voor zover het gaat om de contacten van de minderjarige met de moeder) als volgt zal zijn:

Tot de minderjarige naar school gaat:

- op donderdag, met overnachting, waarbij de moeder de minderjarige op vrijdagmorgen naar de crèche brengt;

- en één weekend per 14 dagen vanaf vrijdagmiddag 16.30 uur, waarbij zij de minderjarige uit de crèche haalt, tot zondagmiddag om 16.00 uur.

Nadat de minderjarige naar school gaat:

- op woensdag, met overnachting, waarbij de moeder de minderjarige op donderdagmorgen naar school brengt;

- en één weekend per 14 dagen vanaf vrijdagmiddag, waarbij zij de minderjarige uit school haalt, tot zondagmiddag om 16.00 uur.

Voorts de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de moeder de minderjarige niet langer dan twee weken aaneengesloten bij zich zal hebben.

Tenslotte is, voor zover in hoger beroep van belang, nog bepaald dat de moeder aan de vader met ingang van 1 augustus 2009 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, telkens bij vooruitbetaling, zal uitkeren € 225,- per maand.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil zijn de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, hierna ook kinderalimentatie.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de bepaling van het hoofdverblijf en de zorgregeling alsmede de vaststelling van de kinderalimentatie en, in zoverre opnieuw beschikkende, te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder zal zijn en dat de minderjarige in [plaatsnaam] naar school zal gaan en de zorg voor de minderjarige tussen de ouders gelijkwaardig zal worden verdeeld, waarbij de zorg als volgt zal worden verdeeld:

- de weekenden worden tussen de ouders verdeeld waarbij het weekend zal ingaan op vrijdagmiddag 16.30 uur en zal eindigen op maandagochtend 9.00 uur;

- de vakanties en feestdagen zullen bij helfte worden verdeeld, waarbij geen van beide ouders de minderjarige langer dan twee weken achtereen bij zich zal hebben;

Tot dat de minderjarige naar school gaat:

- de moeder heeft de zorg van maandagochtend 9.00 uur tot dinsdagochtend 9.00 uur en van woensdagmiddag uit de crèche tot vrijdagochtend naar de crèche;

Nadat de minderjarige naar school gaat:

- de vader heeft de zorg op woensdagmiddag met overnachting waarbij de vader de minderjarige op donderdagmorgen naar school brengt en de moeder heeft de zorg voor de minderjarige op de overige doordeweekse dagen;

en dat de vader een kinderalimentatie aan de moeder zal voldoen van € 225,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

3. Nadien heeft de moeder haar verzoek aangevuld/gewijzigd uitsluitend voor het geval dat het hof zal bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader zal zijn. Zij verzoekt het hof in dat geval, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat - in aanvulling op de reguliere regeling van de zorg van de moeder voor de minderjarige - de moeder tijdens de vakanties en feestdagen en overige bijzondere dagen contact heeft met de minderjarige als volgt:

- schoolvakanties van twee weken: in de even jaren gedurende de eerste week van de Kerstvakantie, Paasvakantie en Meivakantie, in de oneven jaren de tweede week;

- voor het geval de feestdagen niet in een schoolvakantie vallen: in de even jaren de eerste Paas- en Pinksterdag en in de oneven jaren de tweede Paas- en Pinksterdag;

- zomervakantie: in de even jaren gedurende de weken 1, 2 en 5 en in de oneven jaren gedurende de weken 3, 4 en 6;

- gedurende de vakanties van 1 week of minder: wordt de reguliere omgangsregeling aangehouden tenzij partijen in onderling overleg een andere regeling overeenkomen;

- op moederdag van 9.00 uur tot de volgende ochtend 9.00 uur;

- op de verjaardag van de moeder en op de verjaardagen van haar ouders van 9.00 uur tot de volgende ochtend 9.00 uur;

- in de even jaren op de verjaardag van de minderjarige van 9.00 uur tot de volgende ochtend 9.00 uur.

Verder verzoekt de moeder te bepalen dat partijen in afwachting van de beschikking van het hof de minderjarige niet laten wennen op school of de minderjarige op andere wijze met school in contact brengen, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte daarvan voor het geval een van partijen zich niet integraal aan deze veroordeling zal houden.

4. In haar eerste grief stelt de moeder zich – kort weergegeven – op het standpunt dat de zorg voor de minderjarige primair bij de ouders dient te liggen en dat deze gelijkwaardig tussen de ouders dient te worden verdeeld. Dit uitgangspunt is met de beslissing van de rechtbank geschaad, aldus de moeder.

In haar tweede grief betoogt de moeder dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat ter zitting zou zijn gebleken dat de minderjarige in [plaatsnaam] naar school gaat en dat het het meest in het belang van hem is dat hij in [plaatsnaam] naar school gaat.

In haar derde (voorwaardelijke) grief kan de moeder instemmen met voldoening van een bedrag van € 225,- per maand aan kinderalimentatie, indien de vader zorg draagt voor voldoening van alle kosten voor de minderjarige. Indien echter de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder zal zijn, dan wel indien de moeder een gelijkwaardig aandeel in de zorg voor de minderjarige krijgt, dan wenst zij ook zelf een aantal kosten voor de minderjarige te gaan voldoen. Indien het hoofdverblijf en de zorgverdeling worden gewijzigd, dient derhalve tevens de kinderalimentatie te worden gewijzigd, aldus de moeder. De moeder acht het redelijk dat de vader in dat geval een bedrag van € 225,- per maand aan haar betaalt.

5. Ter onderbouwing van haar aanvullende verzoek heeft de moeder gesteld dat de vader niet wenst te overleggen over de verdeling van de vakanties tussen partijen. Ook betoogt zij dat de vader weigert te wachten met het laten wennen van de minderjarige op een school tot er een uitspraak is gedaan door het hof.

6. De vader heeft het beroepschrift van de moeder gemotiveerd bestreden. Hij verzoekt de bestreden beschikking, eventueel met aanvulling en/of wijziging van de gronden en/of motivering, te bekrachtigen, kosten rechtens. Ten aanzien van het aanvullende/gewijzigde verzoek van de moeder stelt de vader dat er geen sprake is van een geschil tussen partijen over de schoolkeuze voor de minderjarige. Volgens de vader hebben partijen overeenstemming over de plaats waar de minderjarige naar school zal gaan, namelijk de plaats waar hij het meest verblijft. De vader heeft in samenspraak met de moeder een school voor de minderjarige uitgekozen en de moeder zou voor het geval de minderjarige meer tijd bij haar zou doorbrengen, een school in [plaatsnaam] zoeken voor de minderjarige, aldus de vader. Wat de vakantieregeling betreft is de vader ook voorstander van een vastlegging van een gedetailleerde regeling. Hij stelt een enigszins andere verdeling van de vakanties en feestdagen voor dan de moeder. Daarbij heeft hij tevens verzocht om te bepalen dat een vakantie aanvangt op de eerste dag volgend op de laatste schooldag (meestal een zaterdag). Tijdens vakantie- en feestdagen geldt volgens de vader de reguliere contactregeling niet, contactweekenden worden niet opgeschoven maar doorgerekend, en er worden geen dagen gecompenseerd of meegenomen. Als laatste dag van de vakantie zou volgens de vader de dag voorafgaand aan de eerste schooldag moeten gelden. Het tijdstip om de minderjarige de laatste dag op te halen dient 16.00 uur te zijn, het moment van wisselen bij gedeelde vakanties 12.00 uur, aldus de vader. De vader betrekt in zijn voorstel ook de verjaardagen van de grootouders van de minderjarige.

7. Het hof overweegt als volgt.

Hoofdverblijfplaats

8. Ingevolge artikel 1:253a, tweede lid BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, welke regeling blijkens lid 2 sub b. kan omvatten de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Het betreft hier, in hoger beroep, nog altijd de eerste vaststelling van een regeling als bedoeld na echtscheiding (en dus niet een geschil over een bestaande regeling, 253 a lid 1, of een wijzigingsverzoek, 253a lid 4, dat artikel 377e BW van overeenkomstige toepassing verklaart).

9. Het hof is – gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting – van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn. Het hof constateert dat de minderjarige inmiddels ruim twee en een half jaar bij de vader woont. De vader vormt met de minderjarige een gezin. Niet is gebleken dat het bij de vader niet goed gaat met de minderjarige of dat de vader tekort schiet in de opvoeding en verzorging van de minderjarige, terwijl er op regelmatige basis contact is met de moeder en de minderjarige geregeld bij haar verblijft. Het hof acht het van belang dat de huidige regelmaat blijft bestaan in het leven van de minderjarige. Zeker nu de minderjarige binnenkort naar school zal gaan, hetgeen een verandering met zich mee zal brengen, acht het hof het in het belang van de minderjarige dat zijn hoofdverblijfplaats nu niet wijzigt. Het hof acht ook de moeder in staat de minderjarige te verzorgen en op te voeden. Dat zij haar rol thans in dat opzicht niet zo kan vervullen als door haar gewenst, is mede bepaald door haar besluit om van [woonplaats] naar [woonplaats] te verhuizen en daar te gaan en blijven wonen. In hetgeen de moeder heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan, gelet op het belang van de minderjarige. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover het de hoofdverblijfplaats van de minderjarige betreft. Hieruit volgt dat, voor het geval de ouders daarover nog van mening zouden verschillen, de minderjarige naar de school in [plaatsnaam] zal gaan.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

10. Met betrekking tot het verzoek van de moeder tot vaststelling van een uitgebreidere contactregeling dan door de rechtbank is vastgesteld, overweegt het hof als volgt. Wettelijk uitgangspunt is artikel 253a lid 2 sub a. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de minderjarige thans tot hij naar school gaat en buiten de vakantietijd:

- op donderdag bij de moeder verblijft, met overnachting, waarbij zij de minderjarige op vrijdagmorgen naar de crèche brengt;

- en één weekend per 14 dagen vanaf vrijdagmiddag 16.30 uur bij de moeder verblijft, waarbij zij de minderjarige uit de crèche haalt, tot zondagmiddag 16.00 uur.

Nadat de minderjarige naar school gaat verblijft de minderjarige conform de regeling als vastgelegd in de door de moeder bestreden beschikking:

- op woensdag, met overnachting bij de moeder, waarbij zij de minderjarige op donderdagmorgen naar school brengt;

- en één weekend per 14 dagen vanaf vrijdagmiddag, waarbij zij de minderjarige uit school haalt, tot zondagmiddag om 16.00 uur.

Nu vast staat dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader zal zijn, acht het hof het in overeenstemming met het belang van de minderjarige dat de vermelde regeling in stand blijft.

11. Ter beslechting resteert het geschil inzake de vakanties, feestdagen en enige bijzondere dagen, het aanvullend verzoek van de moeder en de reactie daarop van de vader.

Partijen hebben ieder een tamelijk ver uitgewerkte regeling ter vaststelling voorgelegd, waarbij in essentie beide ouders hetzelfde voor ogen staat: een gelijkwaardige verdeling van de vakanties, feestdagen en enkele bijzondere dagen. Met betrekking tot de zomervakantie acht het hof het, gelet op de leeftijd van de minderjarige, geraden drie aaneengesloten weken bij de ene, respectievelijk de andere ouder tot uitgangspunt te nemen, gelijk de vader heeft verzocht. Tot de bijzondere dagen rekent de moeder haar verjaardag en moederdag, de vader noemt de verjaardagen van beide ouders, vader en moederdag, de verjaardag van de minderjarige, alsmede de verjaardagen van de grootouders. Het hof zal rekening houden met de verjaardagen van de ouders, alsmede met vader- en moederdag (gelet op de leeftijd van de minderjarige) en de verjaardag van de minderjarige. Met de verjaardagen van de grootouders zal het hof geen rekening houden: het is aan partijen zelf om daarvoor zo mogelijk een voorziening te treffen: de grootouders zijn niet in deze procedure betrokken.

12. Het hof acht het in overeenstemming met het belang van de minderjarige en de ouders om de navolgende regeling vast te stellen:

- Zomervakantie zes weken: in de even jaren de eerste drie weken aaneengesloten bij de moeder, in de oneven jaren de eerste drie weken aaneengesloten bij de vader;

- Krokusvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

- Meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder, de oneven jaren de eerste week bij de vader;

- Herfstvakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- Kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder, in de oneven jaren de eerste week bij de vader;

- Koninginnedag, voorzover niet vallende in een regulier weekeinde of een vakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

- Hemelvaart voor zover niet vallende in een reguliere vakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- Pasen, voor zover niet vallende in een reguliere vakantie: in de even jaren de eerste dag bij de moeder, in de oneven jaren de eerste dag bij de vader;

- Pinksteren: in de oneven jaren de eerste dag bij de moeder, in de even jaren de eerste dag bij de vader;

- Verjaardag moeder en vader: op schooldagen na school en anders vanaf 09.00 uur verblijft de minderjarig bij de jarige ouder tot de ochtend van de andere dag, begin school of tot 09.00 uur, waarop weer het reguliere schema geldt;

- Moederdag: bij de moeder vanaf 09.00 uur tot 16.00 uur ingeval de dag in een weekeinde van de vader valt;

- Vaderdag: bij vader vanaf 09.00 uur ingeval die dag in een weekeinde van de moeder valt;

- Verjaardag minderjarige: in de even jaren vanaf 09.00 uur of na school bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader; de volgende dag wordt de minderjarige door de ouder waar hij verblijft naar school gebracht of om 09.00 uur naar de ouder waar de minderjarige regulier verblijft;

- Algemene regels: een vakantie begint op de eerste dag volgende op de laatste schooldag ; als laatste dag van een vakantie geldt de dag voorafgaande aan de eerste schooldag, tijdstip van ophalen 16.00 uur; wisselmoment tijdens vakanties: 12.00 uur; tijdens vakanties geldt de gewone weekregeling niet; omgangsweekeinden die in vakanties vallen worden niet gecompenseerd.

Kinderalimentatie

13. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de gewone verblijfplaats van de minderjarige, zal het hof het verzoek van de moeder ten aanzien van de kinderalimentatie afwijzen.

14. Het hof ziet aanleiding de kosten te compenseren.

15. Het hof zal als navolgend beslissen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover daarbij een regeling is vastgesteld inzake vakanties en feestdagen en, in zoverre opnieuw beschikkende: stelt vast een regeling inzake de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen als volgt:

- Zomervakantie zes weken: in de even jaren de eerste drie weken aaneengesloten bij de moeder, in de oneven jaren de eerste drie weken aaneengesloten bij de vader;

- Krokusvakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

- Meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder, de oneven jaren de eerste week bij de vader;

- Herfstvakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- Kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de moeder, in de oneven jaren de eerste week bij de vader;

- Koninginnedag, voorzover niet vallende in een regulier weekeinde of een vakantie: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;

- Hemelvaart voor zover niet vallende in een reguliere vakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;

- Pasen, voor zover niet vallende in een reguliere vakantie: in de even jaren de eerste dag bij de moeder, in de oneven jaren de eerste dag bij de vader;

- Pinksteren: in de oneven jaren de eerste dag bij de moeder, in de even jaren de eerste dag bij de vader;

- Verjaardag moeder en vader: op schooldagen na school en anders vanaf 09.00 uur verblijft de minderjarig in aanwezigheid van de jarige ouder tot de ochtend van de andere dag, begin school of tot 09.00 uur, waarop weer het reguliere schema geldt;

- Moederdag: bij de moeder vanaf 09.00 uur tot 16.00 uur ingeval de dag in een weekeinde van de vader valt;

- Vaderdag: bij vader vanaf 09.00 uur ingeval die dag in een weekeinde van de moeder valt;

- Verjaardag minderjarige: in de even jaren vanaf 09.00 uur of na school bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader; de volgende dag wordt de minderjarige door de ouder waar hij verblijft naar school gebracht of om 09.00 uur naar de ouder waar de minderjarige regulier verblijft;

- Algemene regels: een vakantie begint op de eerste dag volgende op de laatste schooldag ; als laatste dag van een vakantie geldt de dag voorafgaande aan de eerste schooldag, tijdstip van ophalen 16.00 uur; wisselmoment tijdens vakanties: 12.00 uur; tijdens vakanties geldt de gewone weekregeling niet; omgangsweekeinden die in vakanties vallen worden niet gecompenseerd.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan 's hofs oordeel onderworpen voor het overige;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Van Leuven en Fockema Andreae-Hartsuiker, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2010.