Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5181

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
27-08-2010
Zaaknummer
200.069.770-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek benoeming bijzondere curator; beloning voor reeds uitgevoerde werkzaamheden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 250
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2010/125
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 21 juli 2010

Zaaknummer. : 200.069.770/01

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.R.M. van Kempen te Amsterdam.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.H. van Haga te ’s-Gravenhage,

2. de minderjarigen:

- [minderjarige1],

geboren [in] 1995 te [geboorteplaats],

- [minderjarige2],

geboren [in] 1997 te [geboorteplaats],

- [minderjarige3],

gebore[in] 1999 te [geboorteplaats], en

- [minderjarige4],

geboren [in] 1999 te [geboorteplaats];

hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

3. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,

kantoorhoudende te Leiden,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

PROCESVERLOOP

De moeder heeft bij het hof op 19 maart 2010 een verzoekschrift tot benoeming van een bijzondere curator over de kinderen ingediend.

De vader heeft op 2 april 2010 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van Jeugdzorg is op 6 april 2010 een schriftelijke reactie ingekomen.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, mr. M.J.E. de Boorder-Gilsing te benoemen tot bijzondere curator over de kinderen.

2. De moeder onderbouwt haar verzoek als volgt. De kinderen hebben de wens in rechte te worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator in de bij het hof aanhangige procedure aangaande de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen en de opschorting van de omgangsregeling (zaaknummers 105.012.380/01 en 200.020.045/01). Zij zijn van mening dat er door de ouders en diverse instanties onvoldoende rekening wordt gehouden met hun belangen en voelen zich niet gehoord. Mr. M.J.E. de Boorder-Gilsing, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage heeft zich bereid getoond de taak op zich te nemen.

3. De vader is van mening dat er geen noodzaak bestaat tot benoeming van een bijzondere curator, nu uit het verzoekschrift niet blijkt van een concreet, wezenlijk conflict tussen de kinderen en de ouders. Het feit dat de kinderen vragen hebben over lopende procedures en bijstand willen in contacten met derden, rechtvaardigt de benoeming van een bijzondere curator niet.

4. Jeugdzorg ondersteunt het verzoek van de moeder. Het is in het belang van de kinderen dat zij in de onderhavige complexe juridische procedures een duidelijke stem krijgen die hun wensen en meningen kenbaar kan maken. De bijzonder curator heeft als woordvoerder van de kinderen een toegevoegde waarde en voorkomt dat de kinderen ondergesneeuwd raken in de strijd tussen de ouders. Het is daarbij wel van belang dat een duidelijke taakopdracht geformuleerd wordt, teneinde de rol van Jeugdzorg en die van de bijzondere curator goed van elkaar te onderscheiden.

5. Het hof overweegt als volgt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ter zake de zaaknummers 105.012.380/01 en 200.020.045/01 is het hof gebleken dat mevrouw mr. M.J.E. de Boorder-Gilsing door misverstanden op voorhand haar werkzaamheden als bijzondere curator reeds had aangevangen. Tevens is het hof gebleken dat zij met in ieder geval één van de ouders in contact is geweest. Gelet op deze omstandigheden en het stadium waarin de procedure zich thans bevindt, ziet het hof geen meerwaarde in de benoeming van een bijzondere curator.

6. Het hof acht het evenwel redelijk dat de door mevrouw mr. M.J.E. de Boorder-Gilsing verrichte werkzaamheden worden beloond. Het hof merkt deze kosten aan als buitengerechtelijke kosten en stelt de kosten in redelijkheid vast op € 500,- inclusief BTW.

7. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING

Het hof:

wijst af het verzoek tot benoeming van een bijzonder curator;

kent aan mevr mr. M.J.E.de Boorder-Gilsing een vergoeding toe voor de door haar verrichte werkzaamheden tot een bedrag van € 500,-;

bepaalt dat deze vergoeding als buitengerechtelijke kosten ten laste van het Rijk komen en gelast de griffier tot uitbetaling van dat bedrag aan Mevr mr. de Boorder-Gilsing over te gaan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Dusamos en Linsen, bijgestaan door mr. Willems als griffier en uitgesproken ter terechtzitting van 21 juli 2010 .