Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4999

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
200.051.179.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. De vader moet aantonen, dat hij geen draagkracht heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 2 juni 2010

Zaaknummer : 200.051.179/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-1172

[appellant]

wonende te [adres],

verzoekster, tevens incidenteel verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. R.N. Baldew te [adres],

tegen

[verweerder],

wonende te [adres],

verweerder, tevens incidenteel verzoeker, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S. de Kluiver te [adres].

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 7 december 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 8 september 2009 van de rechtbank [adres].

De vader heeft op 26 januari 2010 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De moeder heeft op 9 maart 2010 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Bij faxbericht van 21 april 2010 heeft de advocaat van de vader, mr. S. de Kluiver, verzocht om aanhouding van de mondelinge behandeling van de zaak. Nu de vader ter zitting uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij doorgang wenste van de mondelinge behandeling ter zitting, heeft het hof geen noodzaak gezien de mondelinge behandeling van de zaak aan te houden.

Op 23 april 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader. Partijen en de raadsvrouwe van de moeder hebben het woord gevoerd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [belanghebbende], geboren op [geboortedatum] (hierna te noemen: de minderjarige) met ingang van 1 maart 2009 bepaald op € 77,- per maand.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

1. In geschil is de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna ook te noemen: de kinderalimentatie).

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking ten aanzien van de kinderalimentatie te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de moeder om vaststelling van een kinderalimentatie van € 272,- met ingang van 9 juli 2008 alsnog toe te wijzen.

3. De vader heeft het beroep van de moeder gemotiveerd weersproken en verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar beroep, dan wel haar verzoeken af te wijzen. In incidenteel appel heeft de vader verzocht – althans zo begrijpt het hof het incidenteel appel van de vader – de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de kinderalimentatie vanaf de aanvang op nihil te stellen.

4. De moeder heeft het incidenteel appel van de vader gemotiveerd weersproken. Zij heeft verzocht het incidenteel appel van de vader af te wijzen.

5. De vader heeft de behoefte van de minderjarige aan een bijdrage in haar levensonderhoud niet weersproken. Haar behoefte staat hiermee vast.

6. In haar eerste grief heeft de moeder aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de draagkracht van de vader heeft verdeeld over twee kinderen. De moeder stelt dat de rechtbank voor het eerste kind uit een andere relatie van de vader reeds bij een eerdere beschikking een alimentatiebedrag heeft vastgesteld, zodat hiermee geen rekening dient te worden gehouden. Naar het oordeel van het hof treft deze grief geen doel. Immers, bij het bepalen van de draagkracht van een onderhoudsplichtige is het uitgangspunt dat deze draagkracht gelijkelijk dient te worden verdeeld over de minderjarige kinderen.

7. Als tweede grief heeft de moeder opgeworpen dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met de premie levensverzekering. Deze levensverzekering strekt volgens de moeder tot vermogensopbouw, en mag derhalve niet ten laste van de draagkracht van de vader komen. De vader betwist dat er sprake is van vermogensopbouw. Gelet op de overgelegde stukken acht het hof het aannemelijk dat de levensverzekering is gekoppeld aan de hypothecaire lening. Mitsdien kan de tweede grief van de moeder eveneens niet slagen.

8. De moeder heeft in haar derde grief nog aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte als ingangsdatum 1 maart 2009 heeft gehanteerd. Het hof is – evenals de rechtbank – van oordeel dat de vader eerst met ingang van datum indiening verzoekschrift in eerste aanleg, te weten 12 februari 2009, rekening heeft kunnen houden met een eventuele door hem aan de moeder te betalen kinderalimentatie. De rechtbank heeft dan ook op goede gronden de kinderalimentatie vastgesteld op de eerste van de maand volgend op de datum van indiening van het verzoekschrift, derhalve 1 maart 2009. De derde grief van de moeder faalt.

9. In zijn incidentele grieven heeft de vader aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen inzicht heeft verschaft in zijn actuele financiële situatie. Bovendien heeft de rechtbank in de visie van de vader ten onrechte hem een verdiencapaciteit toegedicht. Volgens de vader heeft de rechtbank op geen enkele wijze meegewogen dat hij een starter was en de beslissing om een eigen bedrijf op te zetten in 2005 door beide partijen was genomen.

10. Naar het oordeel van het hof heeft de vader onvoldoende inzicht in zijn draagkracht gegeven. De vader heeft geen recente financiële gegevens overgelegd. Hij heeft weliswaar de jaarrekening 2005, jaaropgaven 2005 en 2007, belastingaangifte 2006 en 2007 en voorlopige aanslagen 2007 en 2009 in het geding gebracht, doch deze gegevens acht het hof onvoldoende om de draagkracht van de vader te kunnen vaststellen. Het had op de weg van de vader gelegen om, nu hij zich beroept op gebrek aan zijn draagkracht, adequate recente bescheiden te produceren aan de hand waarvan die (actuele) draagkracht op deugdelijke wijze kan worden vastgesteld. Nu de vader heeft verzuimd deugdelijke gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie over te leggen, noch (deugdelijke) informatie heeft verschaft over zijn lasten, is het hof van oordeel dat de vader niet heeft aangetoond dat hij geen draagkracht heeft om de door de rechtbank opgelegde kinderalimentatie te voldoen. Dientengevolge moet het ervoor gehouden worden dat de vader draagkracht heeft om de door de rechtbank opgelegde kinderalimentatie te betalen. Het hof overweegt daarbij dat nu de vader geen inzicht heeft verschaft in zijn financiële gegevens, het hof niet in de mogelijkheid is te oordelen of het inkomen van de vader bij betaling van de kinderalimentatie zal dalen tot ongeveer 90% van de door hem geldende bijstandsnorm.

11. Hetgeen partijen ieder voor zich voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft naar het oordeel van het hof geen bespreking, omdat dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

12. Mitsdien moet als volgt worden beslist.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Stille en Burgers-Thomassen, bijgestaan door mr. Berkelaar als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2010.