Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4171

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
200.018.617-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bepalen van de erfgrens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 200.018.617/01

Rolnummer rechtbank : 08-0292

Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 13 juli 2010

inzake

DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE,

zetelend te 's-Gravenhage,

appellante,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaat: mr. J.C.W. de Sauvage Nolting te 's-Gravenhage,

tegen

1.a [Naam],

1.b [Naam],

2.a [Naam],

2.b [Naam,

allen wonende te [plaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: echtpaar [A] (geïntimeerden 1.a en 1.b) respectievelijk echtpaar [H] (geïntimeerden 2.a en 2.b) en tezamen: [appellanten],

advocaat: mr. P.A. Beekman te Leiden.

Het verdere verloop van het geding

Voor het verloop van het geding tot aan het tussenarrest van 16 maart 2010 verwijst het hof naar dat arrest. De bij dat arrest bevolen gerechtelijke plaatsopneming heeft op 26 mei 2010 plaatsgevonden. Het proces-verbaal van deze plaatsopneming is ter griffie van het hof neergelegd. Daarna hebben partijen wederom arrest gevraagd.

Verdere beoordeling van het hoger beroep

1. Het hof houdt zich aan hetgeen bij voornoemd tussenarrest is overwogen en beslist. Zoals uit dat arrest blijkt, is thans aan de orde het vaststellen van de grens tussen de gemeentegrond aan het [...pad] en de achtertuinen op de percelen [adres, huisnr. 6] en [adres, huisnr. 8].

2. Uit de koopakte van mei 2002 en de leveringsakte van oktober 2002 met de bijbehorende indicatieve situatietekening kan worden afgeleid dat de in geding zijnde perceelsgrens evenwijdig loopt aan de paden op het [...pad] en dat er naast het gemeentelijk voetpad aan de zijde van de onderhavige percelen een gemeentelijke groenstrook komt te liggen. Uit die akten blijkt niet hoe breed de groenstrook is. Ook ter plaatse was ten tijde van de koop en van de oplevering geen groenstrook aanwezig en evenmin was een duidelijke grensmarkering bij [adres, huisnr. 6] en [adres, huisnr. 8] aangegeven. De loop van de grens tussen de percelen was onzeker.

3.1 Het hof zal op de voet van artikel 5:47 BW aan de hand van de volgende omstandigheden de plaats bepalen van de eigendomsgrens langs het voetpad over het [...pad] achter de percelen van [appellanten] (hierna: het voetpad).

3.2 Op grond van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en ter plaatse is aangewezen stelt het hof vast dat ten tijde van de verkoop en levering aan [appellanten] een rij woningen was gebouwd aan één zijkant van het bouwblok met de percelen waarop de woningen van [appellanten] later zijn gebouwd (hierna: het bouwblok). Bij deze reeds gebouwde woningen lag de eigendomsgrens van de hoekwoning, [adres, huisnr.16], langs het [...pad] vast toen de percelen op het bouwblok werden verkocht en geleverd. Deze eigendomsgrens is niet zichtbaar gemarkeerd, omdat de bewoners van die woning de grond tot aan het pad mogen gebruiken, maar het staat niet ter discussie dat de eigendomsgrens hier direct tegen de buitenzijkant van de woning ligt. Deze bevindt zich op circa 103 cm van de band van het voetpad. Om problemen te voorkomen die zich voor kunnen doen wanneer naast een recht pad een hoekige, steeds verspringende erfgrens is - dat wil zeggen een erfgrens die maakt dat de gemeentelijke groenstrook naast het pad op verschillende plaatsen verschillende breedtes heeft - ligt het in de rede de grens in een rechte lijn evenwijdig aan het voetpad, dus op telkens circa 103 cm vanaf de rand van dit voetpad, door te trekken. Dit past bij het feit dat aan diezelfde zijde van het bouwblok in die tijd ook een betonnen fundament ten behoeve van een stadsverwarminggebouwtje is gestort dat op een afstand van ongeveer één meter vanaf de band van het voetpad blijft.

3.3 Op grond van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en ter plaatse is aangewezen stelt het hof voorts vast dat er een pad loopt aan de andere zijkant van het bouwblok naast [adres, huisnr. 8] (hierna: het pad), welk pad ten tijde van de verkoop was gepland en vóór de levering was aangelegd. Kort na de oplevering van de percelen is naast dit pad van gemeentewege een hek geplaatst (hierna: het lage hek) dat de zij-erfgrens tussen [adres, huisnr. 8] en de gemeentegrond markeert. Deze grens staat niet ter discussie in dit geding. Het hof heeft bij de plaatsopneming vastgesteld, dat dit lage hek ophoudt op een afstand van circa 110 cm vanaf het voetpad. Over deze lengte is dus geen zij-erfgrens meer gemarkeerd.

Voorts blijkt uit de overgelegde producties (in het bijzonder productie 14 bij de memorie van grieven) en hetgeen daarover is verklaard, dat het pad naast [adres, huisnr. 8] destijds, toen het voetpad nog een schelpenpad was en de percelen aan [appellanten] werden geleverd, een hoekje had op een afstand van circa één meter vanaf de oude band van het voetpad; het pad was toen naast de woning iets smaller dan de laatste meter tot aan het voetpad. Uit de brief van […] van 25 november 2003, waarnaar de Gemeente heeft verwezen, blijkt dat deze laatste meter pad is versmald toen er plannen waren om de tuinen van onder meer [adres, huisnr. 8] op basis van huur "te verlengen" tot aan het voetpad. Dit wijst op een latere uitbreiding van de achtertuinen.

Een en ander duidt op een grens tussen de percelen op circa 110 cm à één meter vanaf het voetpad.

3.4 [appellanten] hebben een hek langs het voetpad geplaatst, waardoor thans zichtbaar is dat zij de grond vanaf hun huis tot ongeveer 38 à 40 centimeter van de betonrand van het voetpad in bezit hebben genomen. Het hof zal de grens niet op grond van dit bezit bepalen, omdat [appellanten] het hek niet geplaatst hebben als markering van een eigendomsgrens die in gezamenlijk overleg tussen [appellanten] en de Gemeente was vastgesteld.

3.5 Gelet op een en ander zal het hof de in geding zijnde eigendomsgrens bepalen op één meter vanaf de band van het voetpad (naar de situatie bij de plaatsopneming), conform de subsidiaire vordering van de Gemeente. Dat betekent dat de vierde grief van de Gemeente slaagt en het bestreden vonnis zal worden vernietigd voor zover daarin is bepaald dat de erfgrens tussen de gemeentegrond aan het [...pad] en de achtertuinen van [appellanten] ligt op 37 centimeter van de betonrand van het huidige voetpad.

4. Tegen de afwijzing van de (voorwaardelijk in reconventie ingestelde) vordering tot schadevergoeding wegens gemiste grond, is geen grief gericht. Het hof ziet ook in hoger beroep geen aanleiding op de voet van artikel 5:47 BW aan [appellanten] een vergoeding toe te kennen voor de toewijzing aan de Gemeente van de strook grond van ongeveer een meter langs het voetpad. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de in de leveringsakte genoemde afmetingen van de door [appellanten] gekochte percelen daartoe geen aanleiding geven. Volgens deze akten heeft echtpaar [A] "een gedeelte ter grootte van ongeveer drie are veertig centiare van het perceel" gekocht en echtpaar [H] "een gedeelte ter grootte van ongeveer drie are twintig centiare van het perceel". Bij de onderhavige grensvaststelling is niet minder geleverd dan was gekocht.

5. Omdat partijen ieder deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd aldus dat ieder de eigen kosten draagt.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het bestreden vonnis voor zover de rechtbank daarin heeft bepaald op grond van artikel 5:47 BW dat de erfgrens tussen de gemeentegrond aan het [...pad] en de achtertuinen van de echtparen [A] en [H] aan het [adres, huisnr. 6] en 8 te […] ligt op 37 centimeter van de betonrand van het huidige voetpad aan het [...pad] en dus op 1 centimeter vanaf de buitenste zijde van het huidige hekwerk aan de achtertuinen van het [adres, huisnr. 6] en 8 te […];

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- bepaalt op grond van art. 5:47 BW dat de grens tussen de gemeentegrond aan het [...pad] en de percelen van de echtparen [A] en [H] aan het [adres, huisnr. 6] en 8 te […] ligt op één meter van de band van het voetpad aan het [...pad] naar de situatie ten tijde van de plaatsopneming op 26 mei 2010;

- bekrachtigt het vonnis voor het overige;

- compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. Kramer, G. Dulek-Schermers en S.J. Schaafsma en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2010, in aanwezigheid van de griffier.