Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3991

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-08-2010
Datum publicatie
16-08-2010
Zaaknummer
22-004522-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met aanvulling en verbetering van gronden. De verdachte wordt veroordeeld terzake doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-004522-09

Parketnummer: 09-758581-07

Datum uitspraak: 16 augustus 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 31 augustus 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats](Turkije) op [geboortedag] 1973,

thans verblijvende in PI Rijnmond - Hoogvliet Stadsgevangenis Rotterdam te Hoogvliet.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 augustus 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van "moord" zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van voorarrest.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair: hij op of omstreeks 08 december 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer] een of meer ma(a)l(en) met een hard en/of zwaar en/of stomp voorwerp, althans met een voorwerp en/of met de vuisten en/of handen, op en/of tegen het hoofd geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd van die [slachtoffer] getrapt en/of geschopt en/of

-(met kracht) een of meer ma(a)l(en) op/tegen het (boven)lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- (met het (volle) lichaamsgewicht) op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] gesprongen en/of gestaan en/of kracht uitgeoefend en/of geduwd en/of

- die [slachtoffer] in/bij de keel/hals geknepen, althans een of meer (andere) vormen van onbekend gebleven geweld gebruikt/uitgeoefend tegen die [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

Subsidiair: hij op of omstreeks 08 december 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (vijf, althans meerdere verbrijzelde en/of gebroken ribben en/of meervoudige verscheuring van het oppervlak van de linkerlong), heeft toegebracht, door opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] een of meer ma(a)l(en) met een hard en/of zwaar en/of stomp voorwerp, althans met een voorwerp en/of met de vuisten en/of handen, op en/of tegen het hoofd te slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd van die Janta te trappen en/of schoppen en/of

- (met kracht) een of meerma(a)l(en) op/tegen het (boven)lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen en/of

- (met het (volle) lichaamsgewicht) op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] te springen en/of staan en/of kracht uit te oefenen en/of te duwen en/of

- die [slachtoffer] in/bij de keel/hals te knijpen, althans een of meer (andere) vormen van onbekend gebleven geweld te gebruiken tegen die [slachtoffer] , terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad

meer subsidiair: hij op of omstreeks 08 december 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade een persoon (te weten [slachtoffer]), met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg - een of meer ma(a)l(en) met een hard en/of zwaar en/of stomp voorwerp, althans met een voorwerp en/of met de vuisten en/of handen, op en/of tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft getrapt en/of geschopt en/of

- (met kracht) een of meer ma(a)l(en) op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- (met het (volle) lichaamsgewicht) op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gesprongen en/of gestaan en/of geduwd en/of kracht heeft uitgeoefend en/of

- die [slachtoffer] in/bij de keel/hals heeft geknepen, althans een of meer (andere) vormen van onbekend gebleven geweld heeft gebruikt tegen die [slachtoffer], tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, althans zwaar lichamelijk letsel ((vijf, althans meerdere verbrijzelde en/of gebroken ribben en/of meervoudige verscheuring van het oppervlak van de linkerlong)), in ieder geval pijn en/of letsel heeft bekomen.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair, impliciet primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het primair, impliciet subsidiair tenlastegelegde gekwalificeerd als "doodslag" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling en verbetering aanbrengt.

In het onderdeel "het oordeel van de rechtbank" van het bestreden vonnis overweegt de rechtbank dat de verdachte kennelijk leugenachtige verklaringen heeft afgelegd en bezigt zij deze verklaringen mede tot het bewijs.

Het hof merkt de door de rechtbank als leugenachtig bestempelde verklaringen aan als ongeloofwaardig in plaats van leugenachtig en laat die verklaringen voor de bewijsvoering buiten beschouwing. Het hof acht de bewezenverklaarde doodslag op grond van de overige in het vonnis benoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte, mr Nooitgedagt, bij pleidooi -zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de conclusie van de rechtbank dat (het) "ernstige, fatale letsel, dat bij [slachtoffer] is waargenomen, niet het gevolg kan zijn van een val van de trap" niet door de conclusies van de forensisch arts-patholoog V. Soerdjbalie-Maikoe (terzake van de vraag hoe botbreuken, i.c. de ribben, kunnen zijn ontstaan) en de reconstructie worden gedragen.

De raadsman legt daaraan de stelling ten grondslag dat niet is gebleken dat de arts-patholoog deskundig is met betrekking tot het ontstaan van botbreuken, en dat de brief van 1 juli 2009 van de arts-patholoog in zoverre niet voldoet aan de eisen van artikel 51 l van het Wetboek van Strafvordering, terwijl de arts-patholoog ter zitting van de rechtbank desgevraagd heeft meegedeeld dat een val (van de trap) zoals ter zitting getoond (t.w. videobeelden van de reconstructie) niet tot de breuk van de ribben en de wond aan het hoofd van het slachtoffer hebben kunnen leiden.

Voor het geval het hof tot een ander oordeel zou komen verzoekt de raadsman de arts-patholoog alsnog ter zitting in hoger beroep te horen.

Het hof stelt voorop dat bedoeld artikel 51 l eerst op 1 januari 2010 in werking is getreden, zodat de daarin vervatte voorschriften op 1 juli 2009 nog niet van kracht waren.

Blijkens het rapport van de arts-patholoog van 1 januari 2008 heeft zij het rapport "opgemaakt en getekend op de door mij afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige". De (aanvullende) brief van 1 juli 2009, in antwoord op vragen naar aanleiding van het uitgebrachte rapport, kan moeilijk anders worden beschouwd dan als te zijn opgemaakt onder dezelfde afgelegde belofte. In zoverre faalt het verweer dat de (inhoud van de) brief van 1 juli 2009 niet aan de wettelijke voorschriften voor een deskundigenrapport zou voldoen. Ook overigens is van enig aan het rapport klevend gebrek niet gebleken.

Met betrekking tot het verband tussen de (videobeelden van de) reconstructie en de oordelen van de arts-patholoog, zoals verwoord in de brief van 1 juli 2009 en tijdens haar verhoor ter zitting van de rechtbank sluit het hof zich aan bij de weergave van een en ander in het vonnis (pagina 8/9: "De reconstructie", "De nadere rapportage van de arts-patholoog" en "De verklaring van de arts-patholoog ter terechtzitting").

Bij de beoordeling van het hoger beroep is het hof voorts, evenals de rechtbank, met betrekking tot de doodsoorzaak en de oorzaak van de verschillende letsels die aan het slachtoffer zijn toegebracht uitgegaan van het obductieverslag van de arts-patholoog en van haar aanvullende verklaringen. De stelling van de raadsman dat de arts-patholoog met betrekking tot ribbreuken niet (voldoende) deskundig zou zijn passeert het hof als, tegen de achtergrond van het voorgaande, onvoldoende onderbouwd. Met name heeft het hof daarbij betrokken, dat de arts-patholoog bij haar getuigenissen uitdrukkelijk de betrekkelijke waarde van de uitgevoerde reconstructie in ogenschouw heeft genomen. Het hof ziet dan ook evenmin enige noodzaak tot het -opnieuw- horen van de arts-patholoog. Het (voorwaardelijke) verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen.

Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de zich in het dossier bevindende CIE-informatie niet mag worden gebruikt voor het bewijs en dat de teamleider van de CIE anders dient te worden opgeroepen teneinde te worden gehoord.

Nu het hof geen gebruik maakt van bedoelde CIE-informatie voor het bewijs, is er geen noodzaak om de teamleider te horen en wijst het hof het verzoek af. Hetzelfde geldt voor het voorwaardelijke verzoek om nader onderzoek naar aard en oorsprong van verdunning van aangetroffen bloedspatten boven de tweezitsbank.

De overige door de verdediging bij pleidooi in hoger beroep gemaakte opmerkingen hebben het hof niet gebracht tot andere, noch tot aanvullende beschouwingen dan de rechtbank in het bestreden vonnis.

Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep haar standpunt herhaald dat - kort gezegd - er sprake is geweest van voorbedachte raad bij de verdachte.

Het hof sluit zich op dit punt geheel aan bij de overwegingen die de rechtbank daaraan heeft gewijd in het bestreden vonnis (pagina 12, vierde volle alinea) en komt derhalve, evenals de rechtbank tot vrijspraak van de ten laste gelegde moord.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt met aanvulling en verbetering van gronden als voormeld het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht,

mr. S. van Dissel en mr. H.M.A. de Groot, in bijzijn van de griffier M. van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 augustus 2010.