Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3894

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
13-08-2010
Zaaknummer
200.044.757-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

kosten verzorging en opvoeding minderjarige en verdeling van die kosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 7 juli 2010

Zaaknummer : 200.044.757/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-10368

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, tevens incidenteel verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat voorheen mr. M.G. Weitkamp, thans mr. K. van der Bijl te Gouda,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder, tevens incidenteel verzoeker, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. P.B. van Eck-Molenaar te Gouda.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 21 september 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 23 juni 2009 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De vader heeft op 20 november 2009 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De moeder heeft op 29 december 2009 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Van de zijde van de moeder is bij het hof op 10 november 2009 een aanvullend stuk ingekomen.

Op 1 april 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd. De hierna te noemen minderjarige [voornaam] heeft ondanks uitnodiging daartoe van het hof niet zijn mening ten aanzien van de kinderalimentatie kenbaar gemaakt. Ter zitting heeft de moeder haar tweede grief ingetrokken en de vader zijn incidenteel appel.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam], geboren op

[datum] 1993 te [woonplaats], en [naam], geboren op [datum] 1995 te [woonplaats] (hierna: de minderjarigen), met ingang van 1 januari 2009 op € 80,- per maand per kind bepaald en vanaf de datum van overdracht van de voormalige gezamenlijke woning op € 153,50 per maand per kind.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is ten aanzien van de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderalimentatie), de draagkracht van de vader en de ingangsdatum.

2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen – voor zover de wet dat toelaat uitvoerbaar bij voorraad – dat de vader met ingang van 1 maart 2008, dan wel 1 augustus 2008, bij vooruitbetaling aan de moeder dient te voldoen, een kinderalimentatie van:

- € 170,- per maand per kind van 1 maart 2008 dan wel 1 augustus 2008 tot 1 juni 2009;

- € 230,- per maand per kind vanaf 1 juni 2009 tot verkoop en levering van de woning aan [adres] te [woonplaats];

- € 252,- per maand per kind vanaf verkoop en levering van de woning aan [adres] te [woonplaats].

3. De vader bestrijdt het beroep.

Behoefte van de kinderen

4. Partijen hebben geen grief gericht tegen de hoogte van de behoefte van de kinderen zoals deze door de rechtbank is vastgesteld. Het hof houdt derhalve rekening met een behoefte van € 370,- per maand per kind.

Draagkracht van de vader

5. In haar eerste grief stelt de moeder dat de rechtbank ten onrechte bepaald heeft dat voor de vaststelling van de draagkracht van de vader twee verschillende situaties in ogenschouw genomen dienen te worden. Volgens de moeder dient er ook rekening te worden gehouden met de situatie dat de voormalige gemeenschappelijke woning nog niet verkocht is, maar dat [naam], de jongmeerderjarige zoon van partijen, niet langer bij de vader woonachtig is.

6. Voorts stelt de moeder dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de kosten voor [naam] in mindering moeten worden gebracht op de beschikbare draagkrachtruimte van de vader. Sinds [naam] uit huis is gegaan heeft de vader immers geen kosten meer voor [naam].

7. Ten slotte stelt de moeder met betrekking tot de draagkracht van de vader dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met een bedrag van € 700,- per maand aan huur. De vader woont alleen en de minderjarigen verblijven nooit bij de vader, laat staan dat zij bij hem overnachten. Een huurwoning met slaapruimte voor de minderjarigen is dan ook niet nodig. De moeder woont met de twee minderjarigen in een kleine woning van € 481,- per maand.

8. De vader heeft de stellingen van de moeder gemotiveerd weersproken.

9. Het hof overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat [naam] per 1 juni 2009 zelfstandig is gaan wonen. Voorts is gebleken dat [naam] niet de [naam opleiding] is gaan volgen met een vergoeding van € 600,- per maand, maar dat hij thans inkomsten heeft door internet-pokeren. Naar het oordeel van het hof heeft de vader – gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de moeder – onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij vanaf dat moment maandelijks een bedrag van € 294,- aan kosten van [naam] uitgeeft. Uit de door de vader aan het hof overgelegde rekeningafschriften blijkt dat de vader in augustus en september 2009 de zorgverzekeringspremie voor [naam] heeft voldaan. Daarnaast blijkt van een afschrijving ten behoeve van mobiele telefonie, waarvan de vader stelt dat het de telefoon van [naam] betreft. Het hof acht deze drie afschrijvingen van de rekening van de vader onvoldoende bewijs van structurele uitgaven ten behoeve van [naam] ter hoogte van € 294,- per maand. Voorts heeft de vader de stelling van de moeder dat [naam] in aanmerking komt voor zorgtoeslag niet weersproken. Nu de vader de kosten van [naam] onvoldoende heeft onderbouwd, zal het hof daar geen rekening mee houden. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de grieven van de moeder inzake de kosten van [naam] vanaf 1 juni 2009 slagen.

10. Ter zitting is gebleken dat er nog geen enkel zicht is op een mogelijke verkoop van de voormalige gemeenschappelijke woning en daarbij de aflossing van de gemeenschappelijke schulden. Het hof zal derhalve uitgaan van de situatie zoals deze zich thans voordoet, te weten dat de vader de woning bewoont en de aflossing van de schulden voor zijn rekening neemt, en uitsluitend onderscheid maken in de periode dat [naam] nog bij de vader inwoonde en nadien.

11. Bij de bepaling van de draagkracht van de vader gaat het hof uit van de inkomsten van de vader zoals vastgesteld door de rechtbank, welke in hoger beroep niet zijn bestreden.

Met betrekking tot de lasten overweegt het hof als volgt. Ter zitting in hoger beroep is vast komen te staan dat partijen vanaf 1 januari 2009 geen fiscale partners meer zijn, zodat slechts de helft van de rente over de hypothecaire geldlening als zodanig aftrekbaar is voor de vader. Behoudens deze aanpassing, gaat het hof voor het overige uit van de lasten zoals vastgesteld door de rechtbank, nu hier geen grief tegen is gericht. Uitgaande van voormelde gegevens bedraagt de draagkracht van de vader:

- met ingang van 1 januari 2009 tot 1 juni 2009 € 358,- per maand, welk bedrag over de drie kinderen van partijen verdeeld dient te worden, en

- met ingang van 1 juni 2009 € 472,- per maand, welk bedrag over de twee minderjarigen verdeeld dient te worden, waardoor de vader in aanmerking komt voor het belastingvoordeel van de persoonsgebonden aftrek wegens kinderalimentatie, zodat zijn draagkracht stijgt.

Verdeling kosten van kinderen

12. Als onbestreden staat tussen partijen vast dat de draagkracht van de moeder € 446,- per maand bedraagt. Gelet op de draagkracht van de vader in de periode 1 januari 2009 tot 1 juni 2009 zoals hiervoor vermeld, is de gezamenlijke draagkracht van de ouders gedurende deze periode lager dan de behoefte van de kinderen. Het hof stelt de kinderalimentatie ten laste van de vader vast op € 119,- per maand per kind.

Vanaf 1 juni 2009 bedraagt het aandeel van de vader in de kosten van de minderjarigen € 380,- per maand, zodat het hof de kinderalimentatie vanaf die datum vast zal stellen op € 190,- per maand per kind.

Ingangsdatum

13. Naar de mening van de moeder heeft de rechtbank ten onrechte de ingangsdatum van de kinderalimentatie op 1 januari 2009 bepaald. De vader heeft in elk geval vanaf augustus 2008 rekening kunnen houden met zijn onderhoudsverplichting. Uit niets blijkt immers dat de vader van augustus 2008 tot december 2008 gezamenlijke schulden heeft afgelost en geen draagkracht zou hebben in die periode.

14. De vader is van mening dat de rechtbank de ingangsdatum terecht op 1 januari 2009 heeft bepaald. De vader heeft in de periode augustus 2008 tot en met december 2008 diverse gemeenschappelijke schulden voldaan en draagt alle lasten van de gezamenlijke woning. Daarnaast heeft de moeder haar inleidend verzoekschrift op 29 december 2010 ingediend.

15. Gelet op de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift, te weten 29 december 2008, is het hof van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden de ingangsdatum van de kinderalimentatie op 1 januari 2009 heeft bepaald.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2009 tot 1 juni 2009 op € 119,- per maand per kind, en vanaf 1 juni 2009 op € 190,- per maand per kind, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Labohm en van Wijk, bijgestaan door mr. Quarles van Ufford-van Waning als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2010.