Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3645

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-06-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
22-001368-09
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BR2340, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BR2340
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op grond van wetsgeschiedenis en jurisprudentie kan worden aangenomen dat van een uitbuitingssituatie sprake is indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan die waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontbreken van een verblijfsvergunning, al dan niet in combinatie met het bestaan van schulden, aangegaan om de reis naar Nederland te betalen. Van een "kwetsbare positie" als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1, van het Wetboek van Strafrecht is sprake indien de keuzemogelijkheden van de betrokkene ontbreken of verminderd zijn, bijvoorbeeld om al dan niet de relatie met haar werkgever voort te zetten. Voor het bewijs van "misbruik maken" van een kwetsbare positie is voldoende dat de dader zich bewust is geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van het slachtoffer waaruit de kwetsbare positie voortvloeit, in die zin dat bij hem tenminste voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden aanwezig moet zijn geweest. Niet vereist is dat het de dader is geweest die het slachtoffer in de situatie heeft gebracht die de gelegenheid tot uitbuiting schiep. Naar het oordeel van het hof bevonden de aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich in een uitbuitingssituatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001368-09

Parketnummer: 10-750139-07

Datum uitspraak: 1 juni 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1949,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 april 2010 en 18 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 15 januari 2008 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Delft en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van [slachtoffer 1] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 1]") en/of [slachtoffer 2] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 2]") hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) als volgt gehandeld:

- het brengen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] naar één of meer privéhui(s)zen en/of massagesalon(s) en/of plaatsen waar prostitutiewerkzaamheden worden bedreven en/of verricht en/of waar zij als prostituee moest(en) en/of ging(en) werken en/of

- het die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] laten afstaan van al haar/hun verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden, althans een (aanzienlijk en/of groot en/of onevenredig) deel van haar/hun verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en/of

- het (verbaal/woordelijk) onder druk zetten van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- het (opdracht geven tot het) (laten) maken van (een) foto('s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of het plaatsen van die foto('s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op (een) internet/website(s) [website]) en/of het bewaren van die foto's (op een harde schijf) en/of

- het (opdracht geven tot het) beheren en/of bewerken van de/een internet/website ([website]) van een escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- het (opdracht geven tot het) voeren van de administratie van dat escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- zulks terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende sprak(en)/beheerste(n) en/of terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] onbekend was/waren in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland en/of

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 15 januari 2008 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of en/of Delft en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 1]") en/of [slachtoffer 2] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 2]") door dwang en/of geweld en/of (een) feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (in de prostitutie) hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) als volgt gehandeld:

- het (laten) onderbrengen en/of houden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- het onder toezicht/controle houden en/of laten houden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met een auto) te (laten) vervoeren en/of

- het brengen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] naar één of meer privéhui(s)zen en/of massagesalon(s) en/of plaatsen waar prostitutiewerkzaamheden worden bedreven en/of verricht en/of waar zij als prostituee moest(en) en/of ging(en) werken en/of

- het die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] laten afstaan van al haar/hun verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden, althans een (aanzienlijk en/of groot en/of onevenredig) deel van haar/hun verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en/of

- het (verbaal/woordelijk) onder druk zetten van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- het (opdracht geven tot het) (laten) maken van (een) foto('s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of het plaatsen van die foto('s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op (een) internet/website(s) [website]) en/of het bewaren van die foto's (op een harde schijf) en/of

- het (opdracht geven tot het) beheren en/of bewerken van de/een internet/website ([website]) van een escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- het (opdracht geven tot het) voeren van de administratie van dat escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- zulks terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende sprak(en)/beheerste(n) en/of terwijl die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] onbekend was/waren in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland en/of

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 15 januari 2008 te 's-Gravenhage en/of Delft en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 3](ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]") door dwang en/of geweld en/of (een) feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3](in de prostitutie) hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) als volgt gehandeld:

- het tegen betaling van een bedrag van 600 euro per maand althans een bedrag (in zijn, verdachtes, huis) onderbrengen en/of houden van die [slachtoffer 3] en/of

- het onder toezicht/controle houden en/of laten houden van die [slachtoffer 3] en/of

- het bedreigen van die [slachtoffer 3]en/of

- die [slachtoffer 3] (met een auto) (laten) vervoeren en/of

- het (laten) brengen van die [slachtoffer 3]naar één of meer privéhui(s)zen en/of massagesalon(s) en/of plaatsen waar prostitutiewerkzaamheden worden bedreven en/of verricht en/of waar zij als prostituee moest en/of ging werken en/of

- het die [slachtoffer 3] laten afstaan van al haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden, althans een (aanzienlijk en/of groot en/of onevenredig) deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en/of

- het (verbaal/woordelijk) onder druk zetten van die [slachtoffer 3]en/of

- het (opdracht geven tot) beheren en/of bewerken van de/een internet/website ([website]) van een escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- het (opdracht geven tot het) voeren van de administratie van dat escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- zulks terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende sprak/beheerste en/of terwijl die [slachtoffer 3] onbekend was in Nederland en/of bijna niemand kende in Nederland en/of

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 3] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 15 januari 2008 te 's-Gravenhage en/of Delft en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van [slachtoffer 3] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]"), hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s) als volgt gehandeld:

- het tegen betaling van een bedrag van 600 euro per maand althans een bedrag (in zijn, verdachtes, huis) onderbrengen en/of houden van die [slachtoffer 3] en/of

- het onder toezicht/controle houden en/of laten houden van die [slachtoffer 3] en/of

- het bedreigen van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] (met een auto) (laten) vervoeren en/of

- het (laten) brengen van die [slachtoffer 3] naar één of meer privéhui(s)zen en/of massagesalon(s) en/of plaatsen waar prostitutiewerkzaamheden worden bedreven en/of verricht en/of waar zij als prostituee moest en/of ging werken en/of

- het die [slachtoffer 3] laten afstaan van al haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden, althans een (aanzienlijk en/of groot en/of onevenredig) deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en/of

- het (verbaal/woordelijk) onder druk zetten van die [slachtoffer 3] en/of

- het (opdracht geven tot) beheren en/of bewerken van de/een internet/website ([website]) van een escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- het (opdracht geven tot het) voeren van de administratie van dat escortbedrijf ([naam escortbedrijf]) en/of

- zulks terwijl die [slachtoffer 3] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende sprak/beheerste en/of terwijl die [slachtoffer 3] onbekend was in Nederland en/of bijna niemand kende in Nederland en/of

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 3] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten.

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 15 januari 2008 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Delft, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(een) ander(en), te weten [slachtoffer 3] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]"), uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland en/of daartoe uit winstbejag gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) als volgt gehandeld

- die [slachtoffer 3] (met een auto) (laten) vervoer(d)(en) ter verrichting van prostitutiewerkzaamheden en/of

- voor die [slachtoffer 3] woonruimte gezocht en/of

- aan die [slachtoffer 3] onderdak geboden terwijl die [slachtoffer 3] prostitutiewerkzaamheden verrichtte voor hem/hen,

Terwijl het die [slachtoffer 3] op grond van de vreemdelingenwetgeving niet was toegestaan om in Nederland werkzaamheden te verrichten;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 15 januari 2008 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Delft, in elk geval Nederland [slachtoffer 3] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]") die, zonder in het bezit te zijn van een geldige verblijfsvergunning en/of geldig visa, zich wederrechtelijk de toegang tot en het verblijf in Nederland had verschaft, krachtens een mondelinge overeenkomst arbeid, te weten het zich doen of laten prostitueren in één of meer privéhui(s)zen en/of massagesalon(s) en/of plaatsen waar prostitutiewerkzaamheden worden bedreven en/of verricht, heeft laten verrichten terwijl hij, verdachte, wist dat de toegang tot Nederland en het verblijf in Nederland van die [slachtoffer 3] wederrechtelijk was;

7.

hij op of omstreeks 17 december 2007 te Rotterdam en/of Delft en/of s-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Tilburg, althans in Nederland [slachtoffer 3] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]"), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3]middels het inspreken van een voicemail bericht op het nummer van een telefoon in gebruik bij die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "I kill you or the Chinese, uhh the Chinese man also" en/of "I want my money and I want my key, these week and believe me I find you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

8.

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2007 tot en met 14 april 2008 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage en/of Delft en/of Rijswijk en/of Tilburg en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3](ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]") te dwingen tot de afgifte van (een) geld(bedrag) (600 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal (telkens) (telefonisch) contact opnemen met die [slachtoffer 3]en haar dreigend de woorden toe te voegen:

- "Ik kom het maandag innen". "Wanneer je het niet hebt, ja, dan zet ik je er maandagavond buiten" en/of

- "Jij moet mij 600 betalen maandag, en als je niet betaalt dan zet ik je eruit maandagnacht" en/of

- "I kill you or the Chinese, uhh the Chinese man also" en/of "I want my money and I want my key, these week and believe me I find you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1, 2, 3, 4 en 8 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 5, 6 en 7 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft bij aktes van 8 april 2010 en 20 april 2010 het hoger beroep ter zake van het onder 5, 6 en 7 respectievelijk 8 tenlastegelegde ingetrokken. De omvang van het hoger beroep zal hierdoor, nu door of namens de verdachte geen hoger beroep is ingesteld, beperkt zijn tot het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

De door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden ter zake van het onder 5, 6 en 7 door de rechtbank bewezenverklaarde is derhalve op

8 april 2010 onherroepelijk geworden.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging als preliminair verweer gevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. In de kern komt het verweer hierop neer dat de appelmemorie van het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep is ingediend, en dat evenmin sprake is geweest van een rechtens correcte indiening.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. In het dossier bevindt zich een op 15 april 2009 gedateerde appelmemorie van de officier van justitie. De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van

20 april 2010 medegedeeld dat zij ruim voor de zitting beschikte over een afschrift hiervan.

Weliswaar is niet vast te stellen wanneer en waar de officier van justitie zijn appelmemorie heeft ingediend nu een stempel ter zake van datum en locatie ontbreekt, maar het hof stelt vast dat uit de inventarislijst in het dossier blijkt dat de appelmemorie zich bij de overige stukken in het dossier bevond op het moment van inzending van het dossier door de rechtbank aan het hof op

11 november 2009, zodat het hof dit document als in ieder geval op dat ogenblik ingediend beschouwt.

Gelet op artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het niet (tijdig) indienen van een appelschriftuur tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Hetzelfde geldt indien, zoals in casu mogelijkerwijs het geval is, de appelmemorie niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend. Dit betekent dat bezien moet worden of het belang van het appel in de onderhavige zaak, ook maatschappelijk bezien, zwaarder weegt dan de optionele (scherpe) sanctionering van de tardieve, en mogelijk ook onjuiste, indiening van de appelschriftuur.

Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend, gezien de grote maatschappelijke belangen die op het spel staan en verwerpt mitsdien het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Ook overigens is er geen grond tot niet-ontvankelijksverklaring van het openbaar ministerie in het ingestelde hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft overeenkomstig het schriftelijke requisitoir gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 115 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is overeenkomstig de overgelegde pleitnotities bepleit dat er geen sprake is van mensenhandel, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, voor zover dat ziet op [slachtoffer 1] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 1]"). Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Uit de door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen blijkt dat zij slechts enkele malen voor de verdachte heeft gewerkt. Voor zover zij verklaringen heeft afgelegd over het ten laste gelegde zijn deze op belangrijke punten niet consistent, terwijl ook overigens het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gegevens verschaffen om te kunnen concluderen dat bij de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] het ten laste gelegde oogmerk van uitbuiting dan wel opzet op het voordeel trekken uit uitbuiting aanwezig was.

Beslissing omtrent het bewijs van het tenlastegelegde1

Omstreeks februari 20062 is de verdachte, samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1], een escortbedrijf gestart. De naam van het escortbedrijf was [naam escortbedrijf].3

Rolverdeling binnen het bedrijf

Verdachte gaf leiding aan het escortbedrijf tot het moment van zijn arrestatie op 15 januari 2008.4 Incidenteel trad hij ook op als chauffeur.5 Medeverdachte [medeverdachte 1] functioneerde als chauffeur, maakte excelbestanden voor de kasboeken en maakte profielen voor de website.6

[slachtoffer 3](ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]"), die als prostituee bij het escortbedrijf werkzaam was, heeft verklaard dat [medeverdachte 1] alles regelde wanneer de verdachte er niet was en dat zij dacht dat [medeverdachte 1] ook een soort baas, een soort zakenpartner van de verdachte was.7 Medeverdachte [medeverdachte 1] verving8 de verdachte bij afwezigheid, hij nam dan de zaken waar en beantwoordde de telefoon.9

Bij- en werknamen

Binnen het bedrijf werden veel bij- of werknamen gebruikt. Zo werd de verdachte door anderen wel "[bijnaam verdachte]" of "[bijnaam verdachte]" genoemd en werd de medeverdachte [medeverdachte 1] wel "[bijnaam medeverdachte]" genoemd. Ook de vrouwen die in het escortbedrijf werkten hadden diverse namen. De in de tenlastelegging bedoelde [slachtoffer 1] werd bijvoorbeeld (onder meer) "[bijnaam slachtoffer 1]" of "[bijnaam 2 slachtoffer 1]" genoemd, [slachtoffer 2] werd ook wel "[bijnaam slachtoffer 2]" of "[bijnaam 2 slachtoffer 2] genoemd en [slachtoffer 3] had als werknamen "[bijnaam slachtoffer 3]" of "[bijnaam 2 slachtoffer 3]".10

Perioden

[slachtoffer 2] ([bijnaam slachtoffer 2]) en [slachtoffer 3] ([bijnaam slachtoffer 3]) hebben beiden bij het bedrijf van de verdachte gewerkt. Voor [slachtoffer 2] was dat het geval vanaf februari 200611 tot eind 200612. Uit de inbeslaggenomen administratie valt af te leiden dat [slachtoffer 3] vanaf november 200613 voor het bedrijf werkzaam is geweest. Zij is daarmee gestopt toen zij - op 10 december 2007 - door de verdachte uit haar woning werd gezet.14

Medeverdachte [medeverdachte 1] is naar eigen zeggen bij het escortbedrijf begonnen rond februari 2006 en heeft daar gewerkt tot halverwege 2007.15

Werkwijze, betaling en algemene gang van zaken

De vrouwen verrichtten escortwerkzaamheden. Dat hield (ook) in seks hebben met klanten.16 De vrouwen waren prostituee, en werkten voornamelijk bij klanten thuis.17 Ze werden, na telefonisch overleg, door de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte 1] of een andere chauffeur opgehaald.18 Ze werden voor hun werkzaamheden per auto naar plaatsen zowel binnen als buiten de regio vervoerd.19 De verdachte bepaalde wie van de vrouwen een klant kreeg en regelde alles.20 De dames mochten zelf € 50,- van de verdiensten houden, de rest (€ 40,- of € 50,-) ging naar de chauffeur en/of naar de verdachte.21 [medeverdachte 2], die soms als chauffeur optrad in het bedrijf van de verdachte, noemt het uitbuiting wanneer de verdachte zelf reed en dus 50% van het verdiende bedrag hield.22

Illegaliteit

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] kwamen beiden uit Thailand. Zij verbleven illegaal in Nederland en/of hadden geen vergunning om in Nederland arbeid te verrichten.23 Voor de vraag of het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hierop gericht was, acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang.

De verdachte zelf heeft verklaard dat hij met betrekking tot de illegaliteit van "die Thaise dames" verder door had moeten graven.24 De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij rond februari/maart 2007 van de verdachte heeft gehoord dat de vrouwen die voor het bedrijf werkzaam waren illegaal in Nederland verbleven.25 Hij heeft nooit naar hun paspoort gevraagd.26

Over [slachtoffer 3] ([bijnaam slachtoffer 3]) heeft de verdachte verklaard dat hij wist dat zij illegaal in Nederland verbleef toen zij voor hem werkte.27 Dit komt ook naar voren in een afgeluisterd telefoongesprek tussen de verdachte en [slachtoffer 3], waarin de verdachte [slachtoffer 3] waarschuwt voor de politie omdat zij geen identiteitskaart heeft.28

Voor [slachtoffer 2] ([bijnaam slachtoffer 2]) geldt het volgende. Voordat zij ging werken voor het escortbedrijf van de verdachte woonde en werkte zij als prostituee in Rotterdam. De arrestatie van een collega van haar - [slachtoffer 1] ([bijnaam slachtoffer 1]) - door de vreemdelingenpolitie was voor haar aanleiding om uit Rotterdam te vertrekken.29 Zowel de verdachte30 als de medeverdachte [medeverdachte 1]31 was ervan op de hoogte dat [slachtoffer 1] door de vreemdelingenpolitie was opgepakt. Uit verklaringen van [getuige 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat deze arrestatie - die volgens [getuige 1] op 4 oktober 2006 plaatsvond - voor veel onrust zorgde. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de hele Thaise gemeenschap zenuwachtig werd toen [slachtoffer 1] was opgepakt. Men sprak over meisjes die hier aan het werk waren zonder vergunning. Ook zou er een meisje zijn dat helemaal geen geldige papieren meer had. Veel Thaise illegalen werden opgepakt. Volgens [getuige 1] zou de verdachte vanaf dat moment niet meer hebben gewild dat er nog Thaise vrouwen voor hem werkten. Wat hier ook van zij, nadat [slachtoffer 2] uit Rotterdam was vertrokken werd zij door de verdachte in de [adres] in Den Haag ondergebracht.32 Toen zij had gehoord dat [slachtoffer 1] was aangehouden had [slachtoffer 2] tegen de verdachte gezegd dat zij bang was ook opgepakt te worden.33

[slachtoffer 2] heeft voorts verklaard dat de verdachte haar nooit heeft gevraagd naar haar verblijfsstatus of paspoort.34

Uit de voorgaande feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1], zo zij al niet de wetenschap hadden, dan toch in ieder geval welbewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat [slachtoffer 3]en [slachtoffer 2] illegaal in Nederland verbleven en/of dat het hun niet was toegestaan in Nederland te werken.

Kwetsbare positie

Omdat de vrouwen illegaal in Nederland verbleven, waren zij bang voor de politie. Zo heeft [slachtoffer 3] ([bijnaam slachtoffer 3]) verklaard dat zij bang was voor politiecontrole als zij werd gereden.35 Ook kwam zij naar eigen zeggen overdag bijna niet buiten, omdat zij illegaal was.36

Voorts heeft zij verklaard dat de verdachte tegen haar had gezegd dat hij familie bij de politie had. "Dan denk ik dat hij veel macht heeft (...) maar ook werd ik er bang van", zo verklaarde [slachtoffer 3].37

De verdachte wist dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] veel geld moesten betalen aan degene(n) die hun naar Nederland had(den) gehaald.38 [slachtoffer 2] heeft de verdachte verteld dat zij een grote schuld had bij iemand die had geregeld dat zij naar Nederland kon komen.39 Ook de medeverdachte [medeverdachte 1] was er naar eigen zeggen van op de hoogte dat de Thaise prostituees die hij heeft rondgereden een behoorlijk bedrag moesten betalen of terugverdienen om naar Nederland te komen.40

Taalbarrière

Uit verschillende verklaringen blijkt dat de vrouwen de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersten. Zo heeft [medeverdachte 2], die als chauffeur voor het escortbedrijf reed, verklaard dat [slachtoffer 2] het Nederlands nauwelijks beheerste. Haar "communicatieskills" waren volgens [medeverdachte 2] te summier om ander werk dan escortwerk in Nederland te doen.41 Zelf verklaarde [slachtoffer 2] een [bijnaam slachtoffer 3] beetje Engels en geen Nederlands te spreken.42 [slachtoffer 3] antwoordde op de vraag in hoeverre zij in het Nederlands kon lezen of schrijven dat zij wat kon sms-en, maar meer ook niet.43 Met de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] sprak zij Engels.44

Werkonthouding bij wijze van straf

Als een van de vrouwen een klant weigerde of telefonisch niet te bereiken was voor het aannemen van opdrachten, riskeerde zij dat zij een aantal dagen geen klanten kreeg, oftewel "op de zijlijn werd gezet", in de woorden van de medeverdachte [medeverdachte 1].45 Deze sanctie werd zowel jegens [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] toegepast. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij bij weigering van een klant vaak een week lang geen klanten kreeg van de verdachte. Hierdoor voelde zij zich onder druk gezet; het leidde tot problemen met het betalen van de huur en het aflossen van haar schuld. Hiervan was de verdachte volgens haar op de hoogte.46 Volgens medeverdachte [medeverdachte 1] is het voorgekomen dat [slachtoffer 2] voor straf "op de zijlijn werd gezet" omdat ze onder de douche stond en hierdoor niet bereikbaar was voor de verdachte.47

Dat [slachtoffer 3] van werk werd verstoken als zij een klant weigerde blijkt uit een afgeluisterd telefoongesprek, waarin de verdachte zegt dat [slachtoffer 3]net een week "straf" achter de rug heeft.48 Ter terechtzitting in hoger beroep op 20 april 2010 heeft de verdachte bevestigd dat het onthouden van werk bij wijze van straf plaatsvond.49 De medeverdachte [medeverdachte 1] was hiervan op de hoogte, en realiseerde zich de gevolgen ervan voor - met name - illegale prostituees.50

Onder druk zetten

Volgens [medeverdachte 2] kon de verdachte behoorlijk schelden en met grove taal strooien als een vrouw - hij noemt als voorbeeld [slachtoffer 3]- niet wilde werken of plotseling later beschikbaar was dan afgesproken.51 De verdachte zegt van zichzelf ook dat hij heel stug en keihard kan overkomen.52 De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte behoorlijk kon schelden, met de meest grove scheldwoorden die er zijn.53

[slachtoffer 3] verklaarde bij haar aangifte dat zij niet goed kon bepalen hoeveel uren zij werkte: "Ik moest soms heel lang werken en dan had ik de hele avond en de hele nacht gewerkt en dan moest ik nog verder werken."54 Soms had zij bijna geen klanten en soms zoveel, dat zij bijna niet meer kon.55

Gewelddadige klanten

Het feit dat het de vrouwen moeilijk werd gemaakt een klant te weigeren wreekte zich vooral indien het klanten betrof die zich eerder gewelddadig jegens hen hadden gedragen. Zo verklaarde [slachtoffer 2] dat zij te maken heeft gehad met klanten die haar beten, ruw met haar omgingen, dronken waren, zonder condoom seks met haar wilden hebben, of haar anaal wilden penetreren. Als zij zo'n klant een volgende keer weigerde werd een ander meisje naar hem toe gestuurd en kreeg zij zelf "straf". Pas als ook veel andere meisjes over een dergelijke klant hadden geklaagd hoefde niemand meer naar hem toe.56

Ook [slachtoffer 3] had te maken met klanten die haar pijn deden door aan haar haar te trekken, haar te verwurgen, haar in het gezicht te slaan of - tegen haar zin - anaal gemeenschap met haar te hebben. Zij verklaarde dat zij met de verdachte wel afspraken had gemaakt over wat zij wel en niet wilde doen met klanten (bijvoorbeeld: geen anale seks, of niet zonder condoom), maar dat de verdachte wel eens andere afspraken maakte met klanten.57 Uit een afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat de verdachte het niet accepteerde dat [slachtoffer 3] een keer niet beschikbaar was voor werk omdat zij - na anale seks met een klant - pijn had aan haar anus.58 [slachtoffer 3] verklaart hierover dat het echt pijn deed, en dat zij niet begreep waarom de verdachte (op dat moment) niet een ander meisje in haar plaats liet werken.59

Problemen bij verandering van werkgever

Omdat [slachtoffer 2] problemen had met de verdachte, wilde zij bij iemand anders escortwerk gaan verrichten. In verband hiermee was er al iemand langs geweest om foto's te maken van [slachtoffer 2]. Er werd haar toen echter een sms-bericht gestuurd, waarin o.a. gedreigd werd met de politie. Uiteindelijk is [slachtoffer 2] toen niet voor die andere persoon gaan werken.60

Ook [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de verdachte niet wilde dat zij voor anderen werkte.61 Toen zij voor iemand anders wilde gaan werken, bedreigde de verdachte die persoon.62

Door deze problemen bij verandering van werkgever kwamen de vrouwen extra onder druk te staan. Zo verklaarde [slachtoffer 2] over de verdachte: "Toen ik net voor hem werkte was ik al een beetje bang voor hem. Toen ik ook nog berichten van hem kreeg op mijn telefoon toen ik bij iemand anders wilde gaan werken, maakte dit me bang. (...) Ik kon geen kant op en was helemaal afhankelijk van hem. (...) Hij zei dat hij alles weet en niet bang was voor de politie. Hij maakte mij duidelijk dat ik geen kant op kon. Niemand kon mij helpen en als hij mij iets aan zou doen kon ik niets terug doen."63

Abortus [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] heeft in augustus 2007 een abortus ondergaan. De verdachte was hiervan op de hoogte; hij had alles rond de ingreep voor haar geregeld. Toen zij na de ingreep weer ging werken kreeg zij bij de eerste klant pijn. Zij vertelde dit aan de verdachte en stelde voor dat hij een ander in haar plaats naar de volgende klanten zou sturen. Hierop zei de verdachte dat zij nog wel moest gaan naar de klanten die haar hadden gereserveerd. Uiteindelijk is zij die avond naar nog één andere klant gegaan.64

Huisvesting [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] was niet alleen voor haar inkomen afhankelijk van de verdachte, maar vanaf augustus/september 2007 ook voor haar huisvesting.65 Uit een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 7 december 2007 blijkt dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft gedreigd om haar uit huis te zetten omdat ze een dag, vanwege pijn in haar anus na anale seks, niet wilde werken.66 Tijdens een telefoongesprek op 8 december 2007 zei de verdachte tegen haar: "Wanneer je niet werkt, oke, geen probleem, je gaat eruit komende vrijdag. Ja? Ik heb meisjes nodig die werken en geen meisjes die niet werken".67

Met betrekking tot het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde overweegt het hof als volgt.

Uitbuiting

De hoofdvraag in onderhavige zaak is of er sprake is geweest van uitbuiting in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Het antwoord op deze vraag is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bezien moet worden of de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] bij het huisvesten en/of vervoeren van de aangeefsters [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]het oogmerk hadden hen uit te buiten èn of zij daarbij gebruik hebben gemaakt van (een van de) middelen als bedoeld in lid 1 onder 1 van het genoemde wetsartikel, zoals het misbruik maken van de kwetsbare positie van de aangeefsters. Volgens het tweede lid van de genoemde bepaling valt onder "uitbuiting" in ieder geval "uitbuiting in de prostitutie". Deze vorm van uitbuiting wordt als ernstig beschouwd, vanwege het feit dat daarbij de lichamelijke integriteit van de betrokkenen in het geding is.

Op grond van wetsgeschiedenis en jurisprudentie kan worden aangenomen dat van een uitbuitingssituatie sprake is indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan die waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontbreken van een verblijfsvergunning, al dan niet in combinatie met het bestaan van schulden, aangegaan om de reis naar Nederland te betalen. Van een "kwetsbare positie" als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1, van het Wetboek van Strafrecht is sprake indien de keuzemogelijkheden van de betrokkene ontbreken of verminderd zijn, bijvoorbeeld om al dan niet de relatie met haar werkgever voort te zetten. Voor het bewijs van "misbruik maken" van een kwetsbare positie is voldoende dat de dader zich bewust is geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van het slachtoffer waaruit de kwetsbare positie voortvloeit, in die zin dat bij hem tenminste voorwaardelijk opzet ten aanzien van die omstandigheden aanwezig moet zijn geweest. Niet vereist is dat het de dader is geweest die het slachtoffer in de situatie heeft gebracht die de gelegenheid tot uitbuiting schiep.

Wanneer dit beoordelingskader wordt toegepast op het onderhavige geval levert dat het volgende beeld op.

Naar het oordeel van het hof bevonden de aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich in een uitbuitingssituatie. Zoals hiervoor overwogen hadden zij geen vergunning om in Nederland te verblijven en/of te werken, waren zij schulden aangegaan om naar Nederland te kunnen komen en beheersten zij de Nederlandse taal niet of slecht. Bij [slachtoffer 3] kwam daar nog bij, dat zij voor haar huisvesting van de verdachte afhankelijk was.

Bij de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] was op zijn minst voorwaardelijk opzet aanwezig ten aanzien van deze omstandigheden. Van de kwetsbare positie van de aangeefsters - en de daarmee samenhangende beperkte keuzevrijheid - hebben de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] opzettelijk misbruik gemaakt. Hierbij doelt het hof op hetgeen hiervoor is overwogen over het bij wijze van straf "op de zijlijn zetten" van de aangeefsters, over de beperkte mogelijkheid bepaalde (bijvoorbeeld gewelddadige) klanten te weigeren, over het uitoefenen van (verbale) druk en over het feit dat de aangeefsters niet (geheel) vrij waren om naar een ander bedrijf over te stappen. In het geval van [slachtoffer 3] komt daar nog bij het - uiteindelijk ook uitgevoerde - dreigement van de verdachte om [slachtoffer 3]uit haar huis te zetten. Ook rekent het hof de verdachte ernstig aan dat hij [slachtoffer 3]onder druk heeft gezet om door te werken, toen zij na haar abortus voor het eerst weer was gaan werken en daarmee wilde stoppen omdat zij pijn had gekregen.

Anders dan de verdediging is het hof voorts van oordeel dat het deel van de verdiensten dat de vrouwen moesten afgeven aan de chauffeur en het bedrijf - door de bank genomen betrof dit de helft van het bedrag dat zij van de klant ontvingen - onevenredig groot is. Het waren immers de vrouwen die de (zware) werkzaamheden verrichtten, de risico's liepen en van tijd tot tijd te maken hadden met lastige, dronken of gewelddadige klanten.

Aangezien de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] opzettelijk misbruik hebben gemaakt van de kwetsbare positie waarin de illegaal in Nederland verblijvende vrouwen verkeerden, met het uiteindelijke doel om aldus handelend daaruit voordeel te trekken, acht het hof bewezen dat het een en ander is geschied met het oogmerk van uitbuiting.

De door de verdediging gevoerde bewijsverweren betreffende het ontbreken van een uitbuitingssituatie worden op grond van het voorgaande verworpen.

Deelvrijspraak medeplegen feiten 3 en 4.

Het hof merkt op dat de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten alleen betrekking hebben op de periode gelegen in of omstreeks 1 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008 en niet op de periode daarvoor. Aangezien [medeverdachte 1] in de desbetreffende periode niet meer betrokken was bij de activiteiten van het bedrijf, en [medeverdachte 1] noch een ander voor wat betreft de ten laste gelegde periode als medepleger van de desbetreffende misdrijven kan worden aangemerkt, is slechts het plegen van de mensenhandel bewezen verklaard en niet het medeplegen van deze mensenhandel.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen gelegen omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 1 januari 2007 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting in de prostitutie van [slachtoffer 2] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 2]") hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader als volgt gehandeld:

- het brengen van die [slachtoffer 2] naar plaatsen waar zij als prostituee ging werken en

- het die [slachtoffer 2] laten afstaan van een onevenredig deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en

- het onder druk zetten van die [slachtoffer 2]

- zulks terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste en

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 2] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

2.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 februari 2006 tot en met 1 januari 2007 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer 2] (ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 2]" door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader als volgt gehandeld:

- die [slachtoffer 2] (met een auto) te (laten) vervoeren en

- het brengen van die [slachtoffer 2] naar plaatsen waar zij als prostituee ging werken en

- het die [slachtoffer 2] laten afstaan van een onevenredig deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en

- het onder druk zetten van die [slachtoffer 2]

- zulks terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste en

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 2] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

3.

hij op tijdstip(pen) gelegen in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008 in Nederland,[slachtoffer 3](ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]") door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] in de prostitutie hebbende hij, verdachte als volgt gehandeld:

- het tegen betaling van een bedrag onderbrengen van die [slachtoffer 3] en

- die [slachtoffer 3](met een auto) (laten) vervoeren en

- het (laten) brengen van die [slachtoffer 3]naar plaatsen waar zij als prostituee ging werken en

- het die [slachtoffer 3]laten afstaan van een onevenredig deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en

- het verbaal/woordelijk onder druk zetten van die [slachtoffer 3

- zulks terwijl die [slachtoffer 3]de Nederlandse taal onvoldoende beheerste

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 3]niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

4.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008 in Nederland, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting in de prostitutie van [slachtoffer 3](ook bekend als "[bijnaam slachtoffer 3]"), hebbende hij, verdachte als volgt gehandeld:

- het tegen betaling van een bedrag onderbrengen van die [slachtoffer 3]en

- die [slachtoffer 3](met een auto) (laten) vervoeren en

- het (laten) brengen van die [slachtoffer 3]naar plaatsen waar zij als prostituee ging werken en

- het die [slachtoffer 3] laten afstaan van een onevenredig deel van haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden en

- het verbaal/woordelijk onder druk zetten van die [slachtoffer 3]

- zulks terwijl die [slachtoffer 3]de Nederlandse taal onvoldoende beheerste

- zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [slachtoffer 3]niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van het medeplegen van opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting in de prostitutie van een persoon en het medeplegen van door misbruik van een kwetsbare positie vervoeren van een persoon met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van door misbruik van een kwetsbare positie vervoeren en huisvesten van een persoon met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie en het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting in de prostitutie van een persoon.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft - al dan niet samen met een ander - twee vrouwen die illegaal in Nederland verbleven en zich mede daardoor in een bijzonder kwetsbare positie bevonden, laten werken voor zijn escortbedrijf, een en ander op de wijze zoals bewezen is verklaard. Door hun illegale verblijfsstatus bevonden de slachtoffers zich in een kwetsbare positie, waarvan de verdachte - al dan niet samen met de mededader - bewust misbruik heeft gemaakt.

De vrouwen verrichtten prostitutiewerkzaamheden waarbij ze soms te maken hadden met lastige klanten, die dronken waren of hen pijn deden. De vrouwen hadden niet of nauwelijks inspraak; de verdachte regelde wie van hen een klant kreeg en wanneer.

Aldus heeft de verdachte - al dan niet samen met de mededader - misbruik gemaakt van de kwetsbare en afhankelijke positie waarin deze vrouwen in Nederland verkeerden. Mede hierdoor werd het de vrouwen onmogelijk gemaakt vrije keuzes te maken en zelfstandig beslissingen te nemen ten aanzien van het uitoefenen van de prostitutie en de wijze waarop, zoals mondige Nederlandse prostituees dat kunnen.

Daarnaast heeft de verdachte zich -al dan niet samen met zijn mededader - schuldig gemaakt aan het opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van de vrouwen. De vrouwen moesten een onevenredig groot deel van de door hen ontvangen geldbedragen afstaan aan de verdachte en/of zijn mededader.

De verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten waarbij hij, met miskenning van de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en met miskenning ook van hun zelfbeschikkingsrecht, zijn eigen financieel gewin op de voorgrond heeft gesteld. De slachtoffers zullen hiervan naar de ervaring leert nog gedurende lange tijd de psychische en emotionele schade ondervinden. Het hof rekent het de verdachte voorts ernstig aan dat hij er op geen enkele wijze blijk van heeft gegeven het verwerpelijke en strafwaardige van zijn handelen in te zien, noch blijk heeft gegeven van enige spijtgevoelens. Het hof is dan ook van oordeel dat deze feiten de verdachte zwaar moeten worden aangerekend. Wel tekent het hof hierbij aan dat het in deze zaak zeker niet ging om de meest grove vorm van seksuele uitbuiting.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Ten aanzien van het in beslag genomene zoals vermeld op de beslaglijst zal het hof - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - teruggave gelasten, met uitzondering van het geldbedrag ad € 7.035,00 waarop conservatoir beslag rust.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft mw. mr. J.A. Pieters (gemachtigde van [slachtoffer 2]) zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 28.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot een bedrag van € 15.400.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 5.000,-.

Voor het overige acht het hof de vordering van de benadeelde partij ter zake van de geleden materiële en immateriële schade niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden materiële en immateriële schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 5.000,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft Humanitas (gemachtigde van [slachtoffer 1]) zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 25.525,20.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot een bedrag van € 25.525,20.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken voor zover dat ziet op [slachtoffer 1], dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 56, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 (vierhonderdvijftig) dagen.

Bepaalt, dat een op 115 (honderdvijftien) dagen bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van het onder de nummers 16, 17, 26 en 29 tot en met 72 in beslag genomen goederen als aangegeven op de beslaglijst.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro)

en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat een bedrag te betalen van

€ 5.000,00 (vijfduizend euro)

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 (zestig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is gewezen door mr. A.L.J. van Strien, mr. G.J.W. van Oven en mr. M.C.R. Derkx, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Koers.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 juni 2010.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt

- tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal van onderzoek "[onderzoeksnaam]", dossiernummer PL27YR/365, met bijlagen. Geschriften zijn in samenhang met andere bewijsmiddelen gebruikt.

2 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 maart 2008, p. 734.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 januari 2008, p. 291; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1], d.d. 20 maart 2008, p. 841.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d.

12 november 2008: "het staat buiten kijf dat ik leiding gaf aan een escortbedrijf".

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 januari 2008, p. 296.

6 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 maart 2008, p. 734 en p. 743; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 maart 2008, p. 816.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 12 maart 2008,

p. 1187.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 12 november 2008.

9 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 maart 2008, p. 785 en 786 en proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 april 2008, p. 869.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 34-39.

11 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 april 2008, p. 869.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1621.

13 Een geschrift, te weten handgeschreven werklijsten, p. 1624.

14 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3], p. 1128; proces-verbaal van observeren, p. 2408A-2408K.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 maart 2008, p. 734 en 735.

16 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007, p. 1083; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 27 februari 2008, p. 1153.

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007, p. 1082; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] 28 februari 2008, p. 1167.

18 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007, p. 1082 en 1083; Processen-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 28 februari 2008, p. 1167 en d.d. 12 maart 2008, p. 1187.

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 maart 2008, p. 734.

20 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 6 september 2007, p. 44 van het voorgeleidingsdossier van verdachte; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d.5 maart 2008, p. 1172 t/m 1175.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] d.d. 13 november 2008 bij de rechter-commissaris d.d. 13 november 2008;

proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 13 november bij de rechter-commissaris; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 27 februari 2008, p. 1156; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 22 januari 2008, p. 408.

22 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2]d.d. 30 januari 2008, p. 582.

23 Proces-verbaal zaaksdossier 3, p. 210 en 211, onder meer inhoudende dat de genoemde vrouwen van Thaise afkomst waren en geen legale status in Nederland c.q. geen tewerkstellingsvergunning hadden.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte bij rechter-commissaris d.d. 12 november 2008.

25 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d.18 maart 2008, p. 816 en 817.

26 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 maart 2008, p. 763 en 764.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 januari 2008, p. 306.

28 Relevante tapgesprekken, weergave tapgesprek d.d. 2 december 2007, p. 3029.

29 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 6 september 2007, voorgeleidingsproces-verbaal van de verdachte [verdachte] p. 47 en 48.

30 Proces-verbaal verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 12 november 2008, p. 4.

31 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 maart 2008, p. 762.

32 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 19 decmber 2006, voorgeleidingsproces-verbaal van de verdachte [verdachte], p. 58 en 59; processen-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2]d.d. 29 januari 2008, p. 560 en d.d. 27 maart 2008,

p. 602.

33 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 6 september 2007, p. 3302.

34 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 31 december 2007, p. 1079.

35 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 27 februari 2008,

p. 1156.

36 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 28 februari 2008,

p. 1167.

37 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 11 februari 2008,

p. 1121.

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 12 november 2008. Proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 maart 2008, p. 825.

39 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007, p. 86 van het voorgeleidingsdossier van verdachte [verdachte].

40 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 maart 2008, p. 825.

41 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2]d.d. 29 januari 2008, p. 560.

42 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 13 november 2008.

43 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 11 februari 2008,

p. 1122.

44 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 28 februari 2008,

p. 1161; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 maart 2008, p. 757.

45 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 20 maart 2008, p. 846.

46 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007, p. 1084.

47 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 april 2008, p. 873.

48 Relevante tapgesprekken, p. 3013, weergave van gesprek d.d.

21 oktober 2007 tussen de verdachte en [persoon 1].

49 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2010.

50 Processen-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d 12 maart 2008, p. 756, en d.d. 20 maart 2008, p. 846.

51 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2008, p. 556.

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 12 november 2008.

53 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 maart 2008, p. 744.

54 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 5 maart 2008, p. 1174,

55 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 5 maart 2008, p. 1175.

56 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007,

p. 1084 en 1085.

57 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 5 maart 2008, p. 1172 t/m 1174.

58 Weergave van gesprek tussen de verdachte en [slachtoffer 3] d.d.

7 december 2007, p. 122.

59 Proces- verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 27 maart 2008, p. 1216 en 1217.

60 Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 1] d.d. 15 april 2008,

p. 1045. Zie ook proces-verbaal van getuigenverhoor [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 13 november 2008.

61 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 11 februari 2008, p. 1128.

62 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 12 maart 2008, p. 1184.

63 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 21 december 2007,

p. 1087.

64 Processen-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 12 maart 2008,

p. 1180 t/m 1183, en d.d. 13 maart 2008, p. 1195 t/m 1199.

65 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 11 februari 2008, p. 1129.

66 Relevante tapgesprekken, weergave tapgesprek d.d. 7 december 2007, p. 3017.

67 Relevante tapgesprekken, weergave tapgesprek d.d. 8 december 2007, p. 3018.