Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3075

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
200.034.912/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie

Zaaknummer : 200.034.912/01

Rolnummer rechtbank : HA ZA 08-1708

arrest van de familiekamer d.d. 9 februari 2010

inzake

[appellant]

wonende te [woonplaats]

appellant,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.S. Yap, te Bergen op Zoom,

tegen

[geïntimeerde]

wonende te [woonplaats]

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man,

niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 2 juni 2009, herstelexploot van 8 juni 2009 en herstelexploot van 11 juni 2009 is de vrouw in hoger beroep gekomen van het vonnis van 25 februari 2008, welke datum bij vonnis van 20 mei 2009 is hersteld in 25 februari 2009, door de rechtbank te Rotterdam tussen de partijen gewezen.

In het bestreden vonnis is geoordeeld dat niet is gesteld noch is gebleken wat de exacte omvang is van de huwelijksgoederengemeenschap op de peildatum.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.

Tegen de man is op 16 juni 2009 verstek verleend.

Bij memorie van grieven heeft de vrouw één grief aangevoerd en zij heeft daarbij gevorderd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis vernietigt, de vrouw alsnog ontvankelijk verklaart in haar vordering althans haar vordering toewijst als zijnde gegrond c.q. gemotiveerd, met inachtneming van de door de rechtbank vastgestelde peildatum zijnde 18 augustus 2006 en de man veroordeelt in de kosten van beide instanties.

De vrouw heeft haar procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In geschil is de vaststelling van de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.

2. Het hof gaat in hoger beroep van het volgende uit. Partijen zijn op 6 oktober 1992 in de gemeente Rotterdam met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Het huwelijk van partijen is op 18 augustus 2006 ontbonden door inschrijving van de op 13 juni 2006 gegeven echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

3. De peildatum voor de omvang van de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap is 18 augustus 2006. De rechtbank is van die datum uitgegaan en de vrouw heeft daarmee ingestemd.

4. In haar enige grief stelt de vrouw dat zij expliciet, ondubbelzinnig en concreet heeft aangegeven dat het vermogen van partijen bestond uit:

- inboedel behorende bij de (het hof begrijpt: voormalig) echtelijke woning;

- openstaande vordering Neckermann Shopping, kenmerk INC/BS/EvD, klantnummer:

1.608.138

- openstaande vordering Transfair, dossiernummer: M09147852/AAA;

- openstaande vordering vaan Kesteren Incassodiensten, kenmerk: 27345 Japing & Breeman;

- Vola Rentekrediet, rekeningnummer: 100.26.45.699;

- ontslagvergoeding van de man.

De vrouw vordert primair de verdeling van de genoemde gemeenschappelijke zaken te gelasten met veroordeling van de man in de proceskosten. Met betrekking tot de wijze van verdeling vordert zij onder meer:

- De inboedel schat zij op een bedrag ad € 15.000,- en zij eist dat de man, ter compensatie van de aan hem toe te delen inboedel een bedrag ad € 7.500,- aan haar betaalt en aan haar overdraagt haar persoonlijke spullen, zulks binnen 30 dagen na de datum van het te wijzen vonnis, zulks onder dwang van een bedrag van € 50,- per dag dat de man in gebreke is.

- De ontslagvergoeding dient bij helfte te worden verdeeld en zij eist dat de man, op voorhand, ter compensatie van de aan hem uitgekeerde ontslagvergoeding, aan haar betaalt een bedrag ad € 22.500,-, zulks binnen 30 dagen na de datum van het te wijzen vonnis, zulks onder dwang van een bedrag van € 50,- per dag dat de man in gebreke is.

- De schuld van genoemde vorderingen dient bij helfte te worden verdeeld.

De vrouw vordert de wettelijke rente over de door haar geëiste bedragen met ingang van 18 september 2006 tot de datum der volledige voldoening.

Subsidiair vordert de vrouw de verdeling vast te stellen als het hof in goede justitie mocht vermenen te behoren met veroordeling van de man in de kosten van de procedure.

De vrouw voert aan dat geen enkel contact met de man mogelijk is, dat een reactie tot buitengerechtelijke afwikkeling is uitgebleven en dat de rechtbank per de peildatum aan de hand van de overgelegde specificaties de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap kon bepalen en vaststellen. De vordering van de vrouw kan volgens de vrouw worden toegewezen.

5. Het hof overweegt als volgt. Voor zover partijen als deelgenoten niet tot overeenstemming kunnen komen, gelast de rechter op vordering van de meest gerede partij de wijze van verdeling of stelt de rechter de verdeling vast, rekening houdende naar billijkheid zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang. (artikel 3:185 lid 1 BW.) De vrouw vordert de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen Nu partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen, heeft elk van partijen recht op de helft van de goederen die tot de gemeenschap behoorden en zijn zij elk voor de helft draagplichtig voor de schulden. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat partijen na de echtscheidingsbeschikking, waarbij de verdeling van de huwelijksgemeenschap is gelast, niet tot overeenstemming over de verdeling hebben kunnen komen en dat contact tussen partijen over de verdeling niet mogelijk is. Gelet op deze omstandigheden zal het hof de verdeling vaststellen.

Goederen

6. De waarde van de inboedel van de voormalig echtelijke woning is door de vrouw geschat op € 15.000,-. Overeenkomstig de vordering van de vrouw zal het hof de inboedelgoederen, zoals gespecificeerd bij productie 4 bij inleidende dagvaarding, toedelen aan de man tegen betaling van de helft van de door haar geschatte waarde aan de vrouw. De man is gehouden de persoonlijke spullen van de vrouw aan haar af te geven. Dienovereenkomstig zal worden beslist. Voor het bepalen van een dwangsom is onvoldoende grond.

7. De ontslagvergoeding die de man, naar stelling van de vrouw, uit zijn ontslag per 1 maart 2006 van zijn werkgever heeft ontvangen, schat de vrouw op € 45.000,-. Het hof zal de ontslagvergoeding aan de man toedelen tegen betaling aan de vrouw van de helft of € 22.500,- .

8. Voor zover de vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man over de door de vrouw geëiste bedragen met ingang van 18 september 2006 tot de datum der volledige voldoening door de man, aan de vrouw de wettelijke rente betaalt, wordt miskend dat zolang de verdeling van een tot de gemeenschap behorende bate niet is vastgesteld, een daarop gebaseerde vordering niet kan worden beschouwd als een vordering tot betaling van een geldsom waarvan de debiteur in verzuim is als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek. Daarmee is hetgeen de vrouw verzoekt niet voor toewijzing vatbaar. De gevorderde dwangsom over de gevorderde betalingen is niet op de wet gegrond.

Schulden

9. Van Neckermann Shopping is een brief overgelegd van 11 januari 2006, met daarin de vermelding van het op die datum nog openstaande bedrag van € 2.544,10. Van Transfair is er een ongedateerde retourbrief overgelegd waarin is opgenomen een schuld aan Wehkamp B.V. groot € 3.285,01. Er is bij de stukken een brief van Kesteren Incassodiensten, gedateerd 9 januari 2006, met een nog openstaand bedrag van € 728,61, alsmede een afschrift van het Vola krediet, waarop het verschuldigde bedrag per 28 februari 2006, € 16.453,90 bedraagt. Partijen zijn elk voor de helft draagplichtig voor aan voormelde schuldeisers verschuldigde bedragen per 18 augustus 2006. Het hof merkt daarbij op deze beslissing alleen de onderlinge verhouding tussen partijen betreft; de schuldeisers zijn daaraan niet gebonden en kunnen elk van partijen aanspreken op grond van hun (hoofdelijke) aansprakelijkheid.

10. Redenen om af te wijken van de regel dat iedere partij de eigen kosten draagt in zaken zoals de onderhavige, zijn er niet zodat het verzoek van de vrouw om anders te beslissen wordt afgewezen.

11. Het vorenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd.

Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis door de rechtbank te Rotterdam tussen de partijen op 25 februari 2009 tussen de partijen gewezen, en opnieuw rechtdoende,

stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast:

- bepaalt dat de man gehouden is, binnen 30 dagen na heden, aan de vrouw haar persoonlijke spullen ter beschikking te stellen;

- deelt de inboedelgoederen, zoals gespecificeerd bij productie 4 bij inleidende dagvaarding, toe aan de man;

- deelt de ontslagvergoeding toe aan de man;

- veroordeelt de man om aan de vrouw wegens overbedeling te betalen € 30.000,- te voldoen binnen 14 dagen na de datum waarop dit arrest aan de man betekend is;

- bepaalt dat partijen ieder de helft van de huwelijkse schulden voor hun rekening nemen;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. Mos-Verstraten, Husson en Van Dijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2010 in aanwezigheid van de griffier.