Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2923

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
200.053.650.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding minderjarigen; verwachting van de rechtbank heeft zich niet gerealiseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 7 juli 2010

Zaaknummer : 200.053.650/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-9091

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.M. Menheere te ’s-Gravenhage,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Jonkman te ’s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 11 januari 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 20 oktober 2009 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De moeder heeft op 26 februari 2010 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De vader heeft op 9 april 2010 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 2 februari 2010 en op 25 mei 2010 aanvullende stukken ingekomen, waaronder een wijziging van grief twee van het beroepschrift.

Op 4 juni 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. P.C.M. van Schijndel namens mr. Menheere, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. D.M. Enthoven namens mr. Jonkman. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

Het hof heeft ter terechtzitting aan partijen laten weten het voornemen te hebben om een ouderschapsonderzoek te gelasten. Het hof wenst daartoe een deskundige te benoemen in Woerden. In verband daarmee heeft de griffier van het hof de advocaten van partijen benaderd met de vraag of partijen konden instemmen met de benoeming van een deskundige in Woerden.

Op 10 juni 2010 heeft mr. Enthoven, namens de advocaat van de moeder mr. Jonkman, telefonisch aan de griffier van het hof medegedeeld dat de moeder kan instemmen met de benoeming van een deskundige in Woerden.

Op 11 juni 2010 heeft de advocaat van de vader het hof telefonisch laten weten dat de vader kan instemmen met de benoeming van een deskundige in Woerden.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad - de door de vader met ingang van 1 oktober 2009 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarigen) bepaald op € 139,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen. Voorts is - uitvoerbaar bij voorraad - bepaald dat de minderjarigen bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen van zaterdagmiddag 12.00 uur tot zondagavond na de avondmaaltijd, alsmede op de verjaardag van de vader en op vaderdag.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

1. In geschil zijn de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, hierna ook kinderalimentatie, en de contactregeling van de vader met de minderjarigen.

2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen (het hof begrijpt:) ten aanzien van de kinderalimentatie en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de moeder om kinderalimentatie af te wijzen althans een zodanig bedrag vast te stellen als het hof juist acht.

3. De moeder bestrijdt het beroep en verzoekt in principaal appel de vader niet-ontvankelijk te verklaren danwel zijn appel af te wijzen. In incidenteel verzoekt de moeder de bestreden beschikking deels te vernietigen (het hof begrijpt:) ten aanzien van de contactregeling en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat de minderjarigen bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen van zaterdagmiddag 12.00 uur tot zaterdagavond tot 18.00 uur dan wel van zaterdag 10.00 uur tot zaterdag 18.00 uur, alsmede op de verjaardag van de vader en op vaderdag.

4. De vader verzet zich tegen het verzoek van de moeder in incidenteel appel.

Principaal appel

Kinderalimentatie

5. De vader stelt in zijn eerste tot en met zijn vierde grief de kinderalimentatie ter discussie. Hij stelt dat partijen omtrent de kinderalimentatie geen overeenstemming hebben bereikt bij de rechtbank, althans dat hij omtrent de vaststelling van de kinderalimentatie heeft gedwaald. Daarnaast stelt hij dat de behoefte van de minderjarigen niet is vastgesteld. Volgens de vader bedraagt deze 250,- per maand voor twee kinderen. Voorts betwist de vader dat hij draagkracht heeft om kinderalimentatie te betalen en stelt hij dat de moeder ook dient bij te dragen in de kosten van de minderjarigen.

6. De moeder heeft de stellingen van de vader gemotiveerd weersproken. Zij betwist dat de vader heeft gedwaald ter terechtzitting bij de rechtbank. De moeder kan zich voorts verenigen met de eerste berekening van de vader van de behoefte van de minderjarigen. Verder betwist zij dat de vader geen draagkracht heeft en stelt zij dat van de vader verlangd en gevergd kan worden dat hij op een zo kort mogelijke termijn betaalde arbeid gaat verrichten om te kunnen voorzien in het levensonderhoud van de minderjarigen.

De moeder stelt dat zij geen inkomen heeft en haar deel van de kosten van de kinderen al voldoet nu de kinderalimentatie is vastgesteld op de helft van de behoefte van de kinderen.

7. Het hof overweegt als volgt.

8. De rechtbank is er in haar beschikking van uitgegaan dat de vader op korte termijn, het hof begrijpt per 1 oktober 2009, weer aan het werk zou gaan. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is – onweersproken – vast komen te staan dat dit niet het geval is geweest en dat de vader geen inkomsten uit arbeid heeft, noch een bijstandsuitkering ontvangt. De vader heeft ter terechtzitting bij het hof – onbetwist – verklaard dat hij door zijn zuster en zijn moeder wordt onderhouden.

Nu de vader geen inkomen ontvangt, noch een bijstandsuitkering, is het hof van oordeel dat de draagkracht van de vader de kinderalimentatie niet toelaat. Dit brengt mee dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en het hof het inleidende verzoek van de moeder alsnog zal afwijzen.

9. Ten overvloede merkt het hof op dat het voorgaande onverlet laat dat de vader een onderhoudsplicht heeft ten opzichte van de minderjarigen en dat van hem verwacht wordt dat hij zijn verantwoordelijkheid als ouder neemt en zich derhalve volledig zal inspannen om zo spoedig mogelijk een inkomen te gaan verwerven waarmee hij weer kinderalimentatie kan voldoen.

10. Gelet op hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 8 is overwogen komt het hof aan de beoordeling van de kosten van de minderjarigen (de behoefte) en het aandeel van partijen daarin niet toe.

Incidenteel appel

Contactregeling

11. De moeder kan zich niet verenigen met de contactregeling die de rechtbank heeft opgelegd tussen de minderjarigen en de vader. Volgens haar laat de invulling van de contactmomenten door de vader te wensen over. De vader ontkent dit.

12. Het hof overweegt als volgt.

13. Uit de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de vader en de moeder hun gedragingen als ouders na het uiteengaan nog niet goed op elkaar kunnen afstemmen en dat zij niet goed met elkaar kunnen communiceren. Dit vormt een belemmering om tot overeenstemming te komen over een allesomvattende ouderschapsregeling rond de minderjarigen. Het hof is van oordeel dat de minderjarigen er het meest bij gebaat zijn dat de ouders komen tot een heroriëntatie op het ouderschap na scheiding en acht aannemelijk dat deze heroriëntatie door middel van ouderschapsonderzoek bewerkstelligd kan worden. Het hof zal daarom zo een onderzoek gelasten.

Het hof zal als deskundige benoemen:

mevrouw drs. I.M. van ’t Hoff

Van 't Hoff Mediation

[adresgegevens]

14. Het hof zal tevens een raadsheer-commissaris benoemen onder wiens leiding het onderzoek zal plaatsvinden. De deskundige kan zich, indien daartoe aanleiding is, met de raadsheer-commissaris verstaan omtrent het verloop en de voortgang van het onderzoek.

15. De vader dient de deskundige binnen 14 dagen nadat deze beschikking is gegeven te voorzien van afschriften van de processtukken.

16. Het hof zal de behandeling van de zaak ten aanzien van de contactregeling aanhouden tot zaterdag 29 januari 2011 pro forma, teneinde het onderzoek door de deskundige te laten plaatsvinden. Deze krijgt de opdracht onderzoek te verrichten en daarbinnen, zo mogelijk met toepassing van mediationtechnieken, met beide ouders tezamen gesprekken te voeren, met het doel enerzijds het ouderschap na het uiteengaan van partijen zodanig vorm te doen geven dat de minderjarigen – gegeven de omstandigheden – zo goed als mogelijk zullen kunnen profiteren van beide ouders en anderzijds het vertrouwen over en weer tussen de ouders in zodanige mate te doen herstellen dat deze zelfstandig tot afspraken kunnen komen omtrent hetgeen hen verdeeld houdt. Indien de deskundige dat gewenst acht kan zij de minderjarigen in het onderzoek betrekken. De deskundige heeft zich bereid verklaard dit onderzoek op zich te nemen.

17. Het hof wenst dat de deskundige bij het uit te voeren onderzoek de volgende vragen betrekt:

a. Hoe is de relatie van de ouders met elkaar, in het bijzonder: is er een patroon in de wijze waarop zij met elkaar omgaan herkenbaar en is deze omgang voor verbetering vatbaar?

b. Hoe is de relatie van de minderjarigen met enerzijds de moeder respectievelijk de vader individueel en anderzijds beide ouders tezamen (het oudersysteem, met speciale aandacht voor hechting en loyaliteit)?

c. Welke zijn de pedagogische en affectieve mogelijkheden van respectievelijk de moeder en de vader?

d. Waaraan moet de opvoedingssituatie van de minderjarigen voldoen, gelet op hun individuele behoeften?

e. In hoeverre is ieder van de ouders in staat om bij de uitvoering van een contactregeling rekening te houden met de behoeften van de minderjarigen?

f. In hoeverre zijn de ouders in staat elkaar ruimte te bieden voor contact met de minderjarigen?

g. Wat betekent dit voor de contactregeling van de minderjarigen met de ouder die de kinderen niet dagelijks verzorgt?

h. In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van de minderjarigen?

18. De deskundige dient het hof te rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek. Tevens dient de deskundige – bij gebreke van overeenstemming tussen de vader en de moeder – de gestelde vragen te beantwoorden en het hof te adviseren omtrent de vast te stellen contactregeling.

19. Bij toepassing van de artikelen 195 en 199 Rv komen de kosten van een deskundigenbericht in dagvaardingsprocedures ten laste van partijen. In procedures die worden ingeleid met een verzoekschrift zijn die bepalingen in artikel 284 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing verklaard, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Indien het in het belang van het kind nodig is dat een ouderschapsonderzoek plaatsvindt, biedt deze bepaling het hof de ruimte een deskundige aan te wijzen zonder partijen hiervoor een voorschot te vragen en in debet te stellen. Het hof is van oordeel dat de onderhavige zaak aan dit criterium voldoet en zal derhalve bepalen dat de kosten, tot een maximumbedrag van € 4.500,- inclusief verschotten en de BTW, ten laste van het rijk zullen komen. De deskundige dient te declareren aan de hand van een tijdsverantwoording en op basis van een uurtarief (of een gedeelte daarvan) van € 107,50 per uur exclusief BTW.

20. Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voorzover het de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het inleidende verzoek van de moeder alsnog af;

alvorens nader te beslissen:

houdt de verdere behandeling van de zaak ten aanzien van de contactregeling aan tot 29 januari 2011 pro forma, ter fine als vermeld in rechtsoverweging 13 e.v.;

gelast een deskundigenonderzoek als omschreven in rechtsoverwegingen 16 en volgende;

benoemt tot deskundige mevrouw drs. I.M. van ’t Hoff, voornoemd;

verzoekt de deskundige zo spoedig mogelijk het onderzoek aan te vangen;

bepaalt dat de kosten van de deskundige door de griffier zullen worden betaald en ten laste van ’s Rijks kas zullen komen, een en ander met inachtneming van het hiervoor in rechtsoverweging 19 bepaalde;

benoemt tot raadsheer-commissaris, onder wiens leiding het onderzoek zal plaatsvinden:

mr. M.J. de Haan-Boerdijk;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal zenden;

bepaalt dat de vader binnen twee weken na de datum van deze beschikking een afschrift van de processtukken ter beschikking van de deskundige zal stellen en dat de ouders alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige tijdig voor de hierboven vermelde pro forma datum het hof zal rapporteren over het verloop en de resultaten van het ouderschapsonderzoek;

bepaalt dat uit het deskundigenbericht moet blijken dat de ouders door de deskundige in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, met vermelding van de inhoud van de eventuele opmerkingen en verzoeken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Kamminga en Van Veen, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2010.