Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2706

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
28-07-2010
Zaaknummer
22-006260-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met drie toenmalige vriendinnen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen de aangeefster. Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de straf en de motivering daarvan. Het hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) UREN en beveelt dat bij het niet naar behoren verrichten van de taakstraf deze wordt vervangen door jeugddetentie voor de duur van 16 (zestien) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006260-09

Parketnummers: 09-760554-09

Datum uitspraak: 14 juli 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

17 november 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 juni 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het haar tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 32 uur, subsidiair 16 dagen jeugddetentie.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 06 maart 2009 te Lekkerkerk, gemeente Nederlek, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straatnaam 1], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het (meermalen) duwen tegen het lichaam en/of het vastpakken bij de arm(en) en/of het (meermalen) spugen op en/of in de richting van die [slachtoffer] en/of het slaan met een vuist tegen het hoofd en/of het plakken van kauwgum in het haar van die [slachtoffer] en/of het ontdoen van haar bovenkleding en/of het (met een mobiele telefoon) beeld-opnamen (trachten te) maken van die actie(s) en/of het (dreigend), met een ander of anderen, om die [slachtoffer] heen gaan staan.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het haar tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstaf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de straf en de motivering daarvan.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met drie toenmalige vriendinnen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen de aangeefster. De verdachte heeft de aangeefster opgebeld en haar gevraagd naar de jongerensoos te komen. Daar aangekomen hebben de verdachte en haar vriendinnen de aangeefster meegenomen naar een parkeerterrein. Aldaar zag de aangeefster zich geconfronteerd met vier meiden die ineens overgingen tot het plegen van geweldshandelingen; de aangeefster is meermalen geduwd, zij is bij haar armen vastgepakt, zij is bespuugd en met een vuist tegen haar hoofd geslagen en er is kauwgom in haar haren geplakt. Tevens is zij van haar bovenkleding ontdaan waarbij is geprobeerd met een mobiele telefoon beeldopnamen van haar in deze situatie te maken. Het resultaat van al deze handelingen was de totale vernedering van de aangeefster. Gedurende de tijd dat deze geweldshandelingen plaatsvonden hebben de verdachte en haar vriendinnen om de aangeefster heen gestaan en aldus een voor haar dreigende sfeer geschapen.

Uit haar aangifte blijkt dat de aangeefster als gevolg van de genoemde geweldshandelingen een blauwe kaak, een zere nek en hoofdpijn heeft overgehouden. Tevens heeft zij de kauwgom uit haar haren moeten knippen. Het slachtoffer heeft in haar aangifte voorts kenbaar gemaakt dat zij heel erg bang is om de verdachte en haar vriendinnen tegen te komen op straat, niet meer alleen op straat durft te lopen en het liefst thuis zou blijven.

Het hof neemt het de verdachte zeer kwalijk dat zij deel heeft uitgemaakt van deze groep geweldplegers. De verdachte heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat haar rol voor wat betreft de geweldshandelingen kleiner was dan die van haar mededaders, maar haar aanwezigheid in de groep, en het feit dat zij samen met haar vriendinnen om de aangeefster heen is gaan staan en de aangeefster heeft belet om weg te gaan, maakt dat het hof van oordeel is dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde openlijke geweld.

Door te handelen zoals is bewezenverklaard heeft de verdachte het mogelijk gemaakt dat de aangeefster op een zodanige wijze is vernederd dat zij hiervan nog geruime tijd de gevolgen zal ondervinden. Het hof rekent dit de verdachte ernstig aan.

Door te handelen zoals is bewezenverklaard heeft de verdachte bovendien een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster en haar angst aangejaagd. Openlijk geweld heeft niet alleen een grote impact op de slachtoffers, maar veroorzaakt bovendien gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving, met name bij toevallige omstanders en passanten.

Het hof heeft rekening gehouden met het feit dat de verdachte first offender is.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het feit dat de drie mededaders van de verdachte een transactieaanbod van het openbaar ministerie in de vorm van een werkstraf voor de duur van 32 uur geaccepteerd hebben. Hoewel de verdachte het transactieaanbod heeft afgewezen en derhalve in beginsel geen aanspraak kan maken op een gelijke behandeling, zal het hof, gelet op de omstandigheden waaronder de openlijke geweldpleging heeft plaatsgevonden en de rol die de verdachte daarin heeft gespeeld, aan de verdachte eveneens een werkstraf van 32 uur opleggen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 10 juli 2009 en d.d. 6 mei 2010.

Uit het rapport van 10 juli 2009 blijkt dat het zeer zorgelijk wordt geacht dat de verdachte zich onvoldoende bewust is van de rol die zij heeft gehad bij het tenlastegelegde feit. De verdachte neemt onvoldoende verantwoordelijkheid voor haar aanwezigheid bij het delict. De kans op recidive wordt hierdoor aanwezig geacht. Voorts wordt aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn voor een onderliggende problematiek die de verdachte in haar ontwikkeling bedreigen. Gelet op de ernst van het delict is wel overwogen om jeugdreclasseringscontact te adviseren. Besloten is echter om hiervan af te zien aangezien de verdachte op alle gebieden naar behoren functioneert en dit haar eerste politiecontact is. Raadsbemoeienis is niet geïndiceerd. Geadviseerd wordt om aan de verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht omtrent de persoon van de verdachte.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de oplegging van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) UREN.

Beveelt dat bij het niet naar behoren verrichten van de taakstraf deze wordt vervangen door jeugddetentie voor de duur van

16 (zestien) dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. G.J.W. van Oven, mr. R.C. Langeler en mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr. M. ter Riet.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 juli 2010.

Mr. Knobbout is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.