Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2127

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-05-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
22-006477-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft. Straf: een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006477-09

Parketnummer: 10-722017-05

Datum uitspraak: 3 mei 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden, gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2006 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 april 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair: hij op of omstreeks 20 september 2004 te Rotterdam, tezamen of in vereniging met (een) ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 73 kartons met kleding (van het merk Tommy Hilfiger), in elk geval enig goed, geheel of ten dele behorende aan Tommy Hilfiger Europe BV en/of APL Logistics BV en/of Estron BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair: hij op of omstreeks 20 september 2004 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk 73 kartons met kleding (van het merk Tommy Hilfiger), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Tommy Hilfiger Europe BV en/of APL Logistics BV en/of Estron BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welke goeder(en) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als loodsmedewerker (bij Estron Forwarding/Estron BV), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Naar het oordeel van het hof is het in deze zaak opgetreden tijdsverloop na het instellen van cassatie op 19 juli 2007 zodanig geweest dat niet meer gezegd kan worden dat de behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn in de zin van artikel 6 lid 1 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hof zal de schending van die verdragsbepaling verdisconteren in de strafmaat.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 september 2004 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk 73 kartons met kleding (van het merk Tommy Hilfiger), die geheel of ten dele toebehoorden aan Tommy Hilfiger Europe BV en/of APL Logistics BV en/of Estron BV, en welke goederen zijn mededader uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als loodsmedewerker (bij Estron Forwarding/Estron BV) onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft tezamen met zijn mededader 73 kartons kleding van het merk Tommy Hilfiger verduisterd waartoe zijn mededader uit hoofde van zijn beroep toegang had. Deze mededader heeft door zijn handelen het door zijn werkgever in hem gestelde vertrouwen zeer grovelijk beschaamd. Bovendien hebben de verdachte en zijn mededader door hun handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Een dergelijk feit brengt doorgaans behoorlijke financiële schade voor de benadeelde met zich mee.

Wanneer in deze zaak geen sprake zou zijn geweest van een overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6, lid 1, EVRM, zou het hof een gevangenisstraf voor de duur van acht weken hebben opgelegd. Het hof volstaat thans, gelet op bovengenoemde overschrijding, evenwel - alles overwegende - met het opleggen van een gevangenisstraf van navermelde duur welke een passende en geboden reactie vormt.

Het hof heeft onder ogen gezien dat de door het hof op te leggen straf zwaarder is dan door de advocaat-generaal is gevorderd, gelet op het feit dat door het hof de verdiscontering in de strafmaat van de overschrijding van de redelijke termijn anders wordt gewogen dan de advocaat-generaal heeft gevorderd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 63, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) weken.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul, mr. I.P.A. van Engelen en mr. M.J.J. van den Honert, in bijzijn van de griffier M. van der Mark. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 mei 2010.

De raadsheren mr. I.P.A. van Engelen en mr. M.J.J. van den Honert zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.