Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2070

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
22-000980-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is schuldig bevonden aan verkrachting. Hij is hiervoor veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en TBS met verpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000980-09

Parketnummers: 11-500394-08 en 16-600286-08 (TUL)

Datum uitspraak: 28 april 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 17 februari 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Vught PPC te Vught.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van26 augustus 2009 en van 14 april 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

"hij op of omstreeks 15 augustus 2008 te Strijensas, gemeente Strijen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis geduwd en/of gebracht en/of gehouden in de vagina van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte, die [slachtoffer] onverhoeds heeft confronteerd met een verhaal over geest(en) en/of demo(o)n)(en) en/of het overbrengen daarvan door middel van seks en/of die [slachtoffer] een mes heeft getoond en/of voorgehouden en (daarbij) die [slachtoffer] de doorgang heeft belet en/of (daarbij) heeft gezegd "je kunt niet naar huis" en/of "je kan er gewoon in meegaan. Of ik zou dit mes moeten gebruiken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;"

SUBSIDIAIR: voor zover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

"hij op of omstreeks 15 augustus 2008 te Strijensas, gemeente Strijen, met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden;

en/of

hij op of omstreeks 15 augustus 2008 te Strijensas, gemeente Strijen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een mes voorgehouden en/of getoond en/of (daarbij) die [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd "je kan er gewoon in meegaan. Of ik zou dit mes moeten gebruiken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;"

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts is de terbeschikkingstelling van de verdachte gelast en is bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de niet tenuitvoergelegde straf en ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen zijn beslissingen genomen als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewijsmotivering en bewezenverklaring

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde feit.

Hij heeft daartoe - kort gezegd- aangevoerd dat er sprake is geweest van 'gewone seks' tussen verdachte en aangeefster en dat er geen sprake was van dwang. De raadsman heeft daarbij gewezen op verschillende elementen uit de verklaringen van de drie aanwezigen, alsmede de stellige ontkenning van verdachte en de feitelijke constatering dat de gestelde 'gedwongen seks' niet kan hebben plaatsgehad in een tijdbestek van 30 minuten. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit heeft de raadsman betoogd dat er gezien de leeftijd van het slachtoffer weliswaar mogelijk sprake was van ontucht, doch bij het bepalen van een daarvoor eventueel op te leggen straf zal in de visie van de verdediging in aanmerking genomen moeten worden dat de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit zelf ook nog erg jong was.

Het hof zal wat de motivering van de bewezenverklaring van het feit betreft vrijwel geheel aansluiten bij hetgeen de rechtbank dienaangaande in het beroepen vonnis heeft overwogen, omdat het hof zich daarmee verenigt, terwijl die overwegingen ook in hoger beroep nog onverkort van toepassing zijn.

[moeder slachtoffer] heeft namens haar minderjarige dochter [slachtoffer] bij de politie aangifte gedaan van verkrachting.1

[slachtoffer] heeft bij de politie een verklaring afgelegd. Op 15 augustus 2008, omstreeks 14.20 uur arriveerde zij bij de woning van haar vriendin [getuige 1] in Strijensas. In de woning waren [getuige 1] en verdachte aanwezig. [slachtoffer] is met verdachte naar boven gelopen waar zij, verdachte en [getuige 1] eerst een tijdje hebben zitten praten. Op een gegeven moment zag zij dat verdachte een mes in zijn hand hield. Verdachte liet het mes aan haar zien, pakte zijn donkere beige-achtige leren jas van het bed en stak met het mes door het leer heen, en ook een stuk door het bed. Hij zei daarbij dat het mes heel sterk was omdat een gewoon mes niet door leer zou steken. Toen [getuige 1] de kamer had verlaten om te gaan douchen hoorde zij verdachte onder meer zeggen "Weet je met wie je nu praat?" en "Ik ben een demon die in [verdachte] zit" en "o.k. [verdachte] ziet jou ook als een goede vriendin, maar ik heb een nieuw lichaam nodig o.k.? Dat lichaam ben jij. Ik heb een tijd te lang in dit lichaam gezeten en red het nog maar tot drie uur, nu moet ik me in jou verplaatsen"2 In de badkamer hoorde zij verdachte zeggen "Ik neuk je plat en geef je een hand. Dan is alles weer goed. Dan verander ik weer in [verdachte]." [slachtoffer] ging toen huilen en gaf aan dat ze naar haar moeder wilde. Zij hoorde verdachte toen zeggen: "Dat gaat niet" en zag dat hij de doorgang versperde. Zij zag dat verdachte het mes vasthield en hoorde hem zeggen: "je kan er gewoon in mee gaan. Of ik zou dit mes moeten gebruiken."3

Aangeefster verklaart dat zij vervolgens met verdachte mee moest lopen naar de slaapkamer, dat zij zich moest uitkleden en op bed moest gaan liggen. Verdachte kwam vervolgens met zijn penis in haar vagina en ging net zo lang door met stoten tot hij klaar kwam. Aangeefster verklaart dat zij heeft gehuild en dat zij niet tegen durfde te werken omdat zij bang was dat verdachte het mes dan zou gaan gebruiken.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 15 augustus 2008 te Strijensas weliswaar seks heeft gehad met aangeefster maar dat dat met wederzijds goedvinden is gebeurd.4

Evenals de rechtbank stelt het hof naar aanleiding van de voorgaande verklaringen vast dat verdachte en

aangeefster in de middag van 15 augustus 2008 gemeenschap met elkaar hebben gehad.

Voorts is het hof met de rechtbank van oordeel dat thans dient te worden beoordeeld of, en zo ja in hoeverre er sprake was van dwang tot het ondergaan van die gemeenschap.

De verklaring van aangeefster, zoals hiervoor weergegeven, vindt steun in de verklaring van verdachte zoals hij die heeft afgelegd bij de politie in zijn derde verhoor. Verdachte bevestigt daarin dat het overbrengen van demonen door middel van seks aan de orde is geweest en dat aangeefster daarvan schrok.5 Verdachte verklaart ook dat hij met zijn mes door zijn leren jas heeft gestoken.6 Ook heeft aangeefster duidelijk gemaakt dat zij bang was voor het mes.7 Verdachte heeft verklaard dat hij de hele tijd heeft gevoeld dat aangeefster dacht dat er wel wat met het mes kon gebeuren.8

De verklaring van aangeefster wordt voorts ondersteund door de verklaringen van [getuige 1], de vriendin van verdachte. Zij verklaart tegenover de politie dat zij eerder die dag, omstreeks het middaguur, samen met verdachte bij de tent waar ze hadden geslapen het plan heeft gemaakt om een meisje te verkrachten om zodoende de demon uit het lichaam van verdachte over te brengen in een ander lichaam.9

Ter terechtzitting in hoger beroep is [getuige 1] als getuige gehoord. Zij verklaart daar onder meer dat aangeefster heeft gezegd dat zij het niet prettig vond dat [verdachte] een mes bij zich had en voorts dat [verdachte] haar in de ochtend van 15 augustus 2008 vertelde dat een demon van hem een ander lichaam zocht.

Uit de omstandigheid dat aangeefster in haar verklaring bij de politie aangeeft dat zij [getuige 1] na de verkrachting hoorde zeggen: "dat had de demon zo voor gepland bij de tent"10 leidt het hof evenals de rechtbank af dat vorenstaande daadwerkelijk tussen verdachte en zijn vriendin is besproken.

De moeder van [slachtoffer] verklaart tenslotte dat [slachtoffer] die middag om 15.30 uur thuiskwam, dat zij er toen ongelukkig uit zag, rooddoorlopen ogen had en dat de gulp van haar broek openstond. [slachtoffer] heeft toen direct aan haar moeder verteld dat zij door verdachte was verkracht."11

Evenals de rechtbank acht het hof de verklaring van aangeefster, mede door het hiervoor omschreven

steunbewijs, betrouwbaar. Het hof leidt daaruit af dat verdachte, door aangeefster te confronteren met een demon die in zijn lichaam zat, het tonen van het mes en het steken met het mes, de dreiging dit te gebruiken indien aangeefster niet zou meewerken en het beletten van de doorgang terwijl aangeefster aangaf weg te willen, een zodanige dreigende situatie heeft gecreëerd dat aangeefster wegens een gegronde vrees geen weerstand heeft kunnen bieden aan de handelingen van verdachte waaronder het seksueel binnendringen. Uit dit oordeel vloeit logischerwijze voort dat geen sprake was van vrijwilligheid zodat het verweer van de raadsman om die reden wordt verworpen.

Ten slotte is het hof met de rechtbank van oordeel dat de door aangeefster weergegeven gebeurtenissen wel in het

gegeven tijdbestek kunnen hebben plaatsgehad. Derhalve verwerpt het hof het verweer van de raadsman dat de gebeurtenissen niet onder dwang kunnen hebben plaatsgevonden omdat dit onmogelijk zou zijn binnen de gegeven tijdspanne.

Gelet op het voorgaande en op de inhoud van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:

"hij op 15 augustus 2008 te Strijensas, gemeente Strijen door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis gebracht en gehouden in de vagina van die [slachtoffer] en bestaande die bedreiging met geweld en die andere feitelijkheden hierin dat hij, verdachte, die [slachtoffer] onverhoeds heeft confronteerd met een verhaal over een demon en het overbrengen daarvan door middel van seks en die [slachtoffer] een mes heeft getoond en voorgehouden en (daarbij) die [slachtoffer] de doorgang heeft belet en (daarbij) heeft gezegd "je kunt niet naar huis" en "je kan er gewoon in meegaan. Of ik zou dit mes moeten gebruiken", en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;"

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in bovengenoemde bewijsoverwegingen zijn vervat, op grond van de daarbij in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op: Verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de terbeschikkingstelling van de verdachte met verpleging van overheidswege gevorderd.

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een destijds veertien jaar oud meisje. De verdachte had eerder op die dag met zijn (eveneens jonge) vriendin plannen gemaakt om een meisje te verkrachten om zodoende de demon die in zijn lichaam zat over te brengen in een ander lichaam. Nadat het slachtoffer min of meer toevallig bij verdachte en zijn vriendin op bezoek kwam, heeft verdachte haar geconfronteerd met het verhaal over de demon. Verdachte heeft het slachtoffer voorts een mes getoond, de werking daarvan laten zien en daarbij dreigende uitlatingen gedaan waarna de verdachte het slachtoffer heeft verkracht. Daarmee heeft de verdachte op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Uit haar schriftelijke verklaring kan worden afgeleid dat het slachtoffer ernstig te lijden heeft onder de psychische gevolgen daarvan.

Met name de jonge leeftijd van het slachtoffer en de bizarre wijze waarop verdachte het plan heeft gemaakt en uitgevoerd maken dit een ernstig feit.

Het hof heeft acht geslagen op de omtrent de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden opgemaakte rapportages.

Ter terechtzitting van 26 augustus 2009 heeft het hof de observatie van de verdachte in het Pieter Baan Centrum bevolen en dit instituut verzocht een rapport te laten uitbrengen aan de hand van de volgende vraagstelling:

1. Is betrokkene lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en zo ja, hoe is dat in diagnostische zin te omschrijven?

2. Hoe was dat ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde?

3. Beïnvloedde de eventuele ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens betrokkenes gedragskeuzes dan wel gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde (zodanig dat het tenlastegelegde daaruit mede verklaard kan worden)?

Deze observatie heeft geresulteerd in het rapport van van 31 december 2009, opgemaakt en ondertekend door

A.T. Spangenberg, klinisch psycholoog en A.G.S. de Ranitz, psychiater. In dit rapport is in antwoord op deze door het hof geformuleerde vragen onder meer gerapporteerd dat de verdachte lijdt aan een zeer ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis en misbruik van alcohol. Voorts is in het rapport vermeld:

(..) Symptomen passend bij (de ontwikkeling van) genoemde stoornis worden al vanaf ongeveer 2-jarige leeftijd beschreven en hebben betrokkenes ontwikkeling in grote mate bepaald. De problematiek is chronisch van aard en van invloed op alle levensgebieden. Vanuit de aard van de pathologie kan met zekerheid gesteld worden dat deze ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig was."

In antwoord op vraag 3 vermeldt het rapport onder meer het volgende:

(..) Slechte emotieregulatie, zwakke realiteitstoetsing, een beperkt vermogen tot adequaat omgaan met spanningen in combinatie met het gebrekkig vermogen tot empathie en het vooral extern functionerend geweten (alles passend binnen de borderline persoonlijkheidsstoornis), zijn de elementen die een duidelijke rol hebben gespeeld bij het thans tenlastegelegde, indien bewezen. Wij adviseren u derhalve het thans tenlastegelegde - indien bewezen - in

verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen."

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte, in het geval het hof tot strafoplegging zou besluiten, een 'gewone gevangenisstraf' zou moeten worden opgelegd in combinatie met ambulante begeleiding. De raadsman van de verdachte heeft daarbij verwezen naar de verklaringen van de in eerste aanleg gehoorde deskundigen dr. B.A. Blansjaar en drs. A.F.J.M. Zwegers, die zich hebben onthouden van een behandeladvies. De verdachte, die reeds jarenlang in diverse behandelinstellingen heeft verbleven, heeft ter terechtzitting in hoger beroep kenbaar gemaakt dat hij niet bereid is zich in een gesloten setting te laten behandelen.

Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat de veiligheid van personen en de algemene veiligheid van goederen tot het opleggen van de maatregel van TBS met verpleging dwingt. Het hof heeft bij zijn beslissing acht geslagen op de inhoud van bovengenoemd rapport van het Pieter Baan Centrum en de daarin vervatte conclusies. Met betrekking tot de kans op recidive is in dit rapport onder meer het volgende vermeld:

(..) De centrale kenmerken van de borderline persoonlijkheidsstoornis van betrokkene tezamen met zijn gebrek aan inzicht en overzicht, dragen alle bij aan kans op herhaling van feiten als thans tenlastegelegd. Betrokkene heeft een leeftijdsadequate, sterke seksuele drive, ziet de grenzen van de ander niet en reageert heel reactief-impulsief en daardoor onvoorspelbaar. Daarbij is betrokkene erg gericht op contact en trekt hij gemakkelijk zeer contactbehoeftige meisjes aan. Dit alles maakt de kans op seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toekomst zonder behandeling groot. Bijkomend van belang voor de kans op recidive is het middelengebruik (alcohol). Betrokkenes angst en gewoonte zich te

bewapenen maken dat hij makkelijk een bedreigende indruk kan maken. Betrokkene is sterk afhankelijk van buiten hemzelf liggende factoren (grote beïnvloedbaarheid) die zijn gedrag bepalen. Hij verzeilt snel in chaos, terwijl stressvolle levensomstandigheden zijn probleemgedrag vergroten. Risicotaxatie-instrumenten (HCR-20, SVR-20) en de PCL-R ondersteunen het klinische beeld. Zowel historische als klinische en copingfactoren zijn indicatief voor een hoog recidiverisico.

De persoonlijkheidskenmerken (borderlinepersoonlijkheids-stoornis), het gebruik van alcohol, de sterke afhankelijkheid van externe structuur gepaard aan de neiging zich tegen bemoeienis te verzetten, beïnvloeden elkaar onderling ongunstig.

Het hof stelt concluderend vast dat het bewezenverklaarde feit een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld en dat bij de verdachte tijdens het begaan van dat feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.

Het hof is, overeenkomstig het stellig advies van bovengenoemde deskundigen van het Pieter Baan Centrum, van oordeel dat de verdachte terbeschikking moet worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, daar de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van die maatregel eisen.

Daarnaast acht het hof -gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit- een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij het hof rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit slechts in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbenden zullen worden teruggegeven op de wijze zoals door de rechtbank bepaald.

In het dossier ontbreekt een beslaglijst. Het hof zal een beslissing omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, mede gelet op de aard van de desbetreffende voorwerpen, achterwege laten nu niet met zekerheid kan worden vastsgesteld ten aanzien van welke inbeslaggenomen voorwerpen door de betrokkenen reeds afstand is gedaan.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 22 april 2008 onder parketnummer 16-600286-08 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door Centrum Maliebaan, zolang die instelling zulks nodig acht met opdracht aan die instelling overeenkomstig het bepaalde in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep in afwijking van de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf gevorderd dat die vordering wordt afgewezen.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering is in beginsel gegrond.

Naar het oordeel van het hof zijn er in het licht van de aan de verdachte op te leggen straf en maatregel thans evenwel geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 37b en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 22 april 2008 onder parketnummer 16-600286-08 opgelegde voorwaardelijke straf af.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Oosterhof, mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. W.P.C.M. Bruinsma, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Zuidweg. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 april 2010.

1 Het proces-verbaal van aangifte van [moeder slachtoffer] d.d. 16 augustus 2008, dossier blz.36 t/m 48, bijlage bij proces-verbaal PL 1830/08-505263, d.d. 22 september 2008 van de Politie Zuid-Holland-Zuid, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen en genummerd 1 tot en met 291.

2 Het proces verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 17 augustus 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 vermelde proces-verbaal, pagina 55.

3 Zie voetnoot 2, op pagina 58.

4 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 augustus 2009.

5 Het proces-verbaal bevindingen van het studio-verhoor van verdachte [verdachte], d.d. 1 september 2008, in de wettelijke

vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 vermelde proces-verbaal, pagina 224.

6 Zie voetnoot 5, pagina 227.

7 Zie voetnoot 5, pagina 229.

8 Zie voetnoot 5, pagina 229.

9 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 vermelde proces-verbaal, pagina 268 en 269.

10 Zie voetnoot 2, pagina 59.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [ moeder slachtoffer] d.d. 16 augustus 2008, dossier blz.36 t/m 48, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 vermelde proces-verbaal, pagina's 41 en 43.