Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0715

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
22-006693-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is schuldig bevonden aan opzettelijk brandstichten, terwijl er gevaar voor goederen en levensgevaar te duchten was. De verdachte is tevens veroordeeld voor het opzettelijk, zonder dat daar de noodzaak toe was, bellen van 112. Straf: 5 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006693-08

Parketnummers: 09-757571-08 en 09-658406-07 (tul)

Datum uitspraak: 8 juni 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 december 2008 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

thans gedetineerd in de PI Zwolle - PPC - te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 9 oktober 2009 en 25 mei 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 april 2008 te Delft, opzettelijk brand heeft gesticht in een hotel [hotel]/gebouw gelegen aan de [adres 1] immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in dat hotel/gebouw een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een vuilniszak (zich bevindende in een electriciteitshok) en/of een stoelkussen, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan goederen gelegen in dat electriciteitshok (te weten vuilniszakken en/of afval en/of kleding en/of papier) en/of een stoel geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dit hotel/gebouw en/of de in dit hotel/gebouw aanwezige inboedel en/of belendende pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de (ten tijde van de brand) in het hotel/gebouw aanwezige gasten (18 personen) en/of in de beldendende pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 8 april 2008 te Delft, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning/gebouw gelegen aan de [adres 2], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in die woning een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met goederen zich bevindende in de keuken en/of de tuin van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (een) goed(eren) in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezige inboedel en/of belendende pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de (9) bewoners van die woning, althans in die woning aanwezige perso(o)n(en), en/of in de belendende pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

3.

hij op of omstreeks 18 april 2008 te Delft opzettelijk brand heeft gesticht in een woning/gebouw gelegen aan de [adres 2], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in die woning een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met goederen zich bevindende in twee/een kamer(s) en/of de keuken van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (een) goed(eren) in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezige inboedel en/of belendende pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor in die woning aanwezige perso(o)n(en), en/of in de belendende pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

4.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Delft opzettelijk brand heeft gesticht in een woning/gebouw gelegen aan het [adres 3], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in die woning een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met goederen zich bevindende in een (trap)kast van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (een) goed(eren) in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezige inboedel en/of belendende pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de 9 bewoners van die woning, althans in die woning aanwezige perso(o)n(en), en/of in de belendende pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Delft, althans in Nederland, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

6.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 september 2007 tot en met 23 april 2008 te Delft [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte een mes op (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "I put a bullet in your head", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 en 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 4, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is de terbeschikkingstelling van de verdachte gelast, met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. Tenslotte is de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen, als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraken

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - behoort te worden vrijgesproken.

Voorts kan naar het oordeel van het hof evenmin wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen aan de verdachte onder 6 is tenlastegelegd. In dit verband heeft meegewogen dat de verdachte heeft ontkend de in de tenlastelegging bedoelde bewoordingen jegens [aangever] te hebben geuit, de verdediging laatstgenoemde ter zake niet heeft kunnen ondervragen en de verklaringen, die voornoemde [aangever] bij de politie heeft afgelegd inzake de gewraakte bewoordingen die de verdachte haar zou hebben toegevoegd, geen steun vinden in enig ander bewijsmiddel.

De verdachte behoort derhalve ook hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 23 april 2008 te Delft opzettelijk brand heeft gesticht in een hotel [hotel] gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in dat hotel een brandende aansteker in aanraking gebracht met een vuilniszak (zich bevindende in een elektriciteitshok), ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dit hotel en de in dit hotel aanwezige inboedel en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de ten tijde van de brand in het hotel aanwezige gasten (18 personen) te duchten was;

5.

hij op 21 april 2008 te Delftopzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Nu de verdachte ten overstaan van de politie, ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2010 een bekennende verklaring heeft afgelegd en door zijn raadsvrouw geen vrijspraak is bepleit, is het hof van oordeel dat overeenkomstig artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Met betrekking tot feit 1:

1. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2010.

2. Het proces-verbaal van technisch onderzoek van de Politie Haaglanden, nummer PL1581/2008/9454-82, d.d. 14 mei 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpagina 876 en verder).

3. Het proces-verbaal van de Politie Haaglanden, nummer PL1581/2008/9454-62, d.d. 24 april 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporings-ambtenaren [verbalisant 3]en [verbalisant 4], inhoudende de op 24 april 2008 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de getuige [brandweermeester], adjunct hoofd brandmeester van de brandweer Delft-Rijswijk (dossierpagina 65 en verder).

Met betrekking tot feit 5:

4. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2010.

5. Het proces-verbaal van bevindingen van de Politie Haaglanden, nummer PL1581/2008/9256-2, d.d. 21 april 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (dossierpagina 261 en verder).

6. Het proces-verbaal van bevindingen van de Politie Haaglanden, nummer PL1581/2008/9255-26, d.d. 21 april 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (dossierpagina 257).

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, dat de verdachte van het onder 4 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en alsmede ter zake van het onder 1, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft brand gesticht in een hotel in Delft. Dusdoende heeft de verdachte niet alleen het betreffende gebouw en daarin aanwezige goederen beschadigd dan wel vernield, maar tevens - temeer nu de brand midden in de nacht in een elektriciteitshok van het hotel is gesticht - levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel veroorzaakt voor de 18 personen die zich ten tijde van de brand in dat hotel bevonden. Brandstichting is een bijzonder ernstig feit dat vanwege het gevaarzettende karakter daarvan gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, niet alleen en in het bijzonder bij diegenen die daarbij het slachtoffer zijn geworden, maar ook en meer in het algemeen in de samenleving als geheel.

Daarnaast heeft de verdachte een valse brandmelding gedaan via het alarmnummer 112. Dit is een hinderlijk feit dat de openbare orde verstoort en waardoor hulpdiensten onnodig in actie komen met mogelijk nadelige gevolgen voor daadwerkelijk spoedeisende situaties.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 mei 2010 is de verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Ingevolge het bepaalde in artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht kan slechts bij een gevangenisstraf tot ten hoogste vier jaren een gedeelte daarvan voorwaardelijk worden opgelegd, waarbij - door middel van (een) daaraan te verbinden bijzondere voorwaarde(n) - de mogelijkheid ontstaat de verdachte in een verplicht kader een behandeling te doen ondergaan, zoals door de psychiater dr. B.A. Blansjaar respectievelijk de psycholoog prof. dr. J.J. Baneke in hun rapportages van 26 juni 2008 en 25 september 2008 respectievelijk 4 november 2008 is geadviseerd. Het hof is evenwel, alles overwegende en in het bijzonder gelet op de ernst van het onder 1 bewezen verklaarde feit, van oordeel dat een gevangenisstraf van langere duur - en mitsdien geheel onvoorwaardelijk - in deze een alleszins passende en geboden reactie vormt. Daarmee is een behandeling van de verdachte, als door voornoemde gedragsdeskundigen bedoeld, overigens ook niet uitgesloten, aangezien deze, zoals ook door de advocaat-generaal is benadrukt, alsdan nog door middel van een krachtens artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden bijzondere voorwaarde kan worden afgedwongen.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 7 januari 2008 van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage, gewezen onder parketnummer

09-658406-07, is de verdachte - voor zover in deze van belang - veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond en het hof acht ook termen aanwezig de gevorderde tenuitvoerlegging te gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 142 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 7 januari 2008 onder parketnummer 09-658406-07 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries, mr. L.A.J.M. van Dijk en mr. A.M.P. Gaakeer, in bijzijn van de griffier mr. M.P. Roos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 juni 2010.

Mr. L.A.J.M. van Dijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.