Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9304

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-06-2010
Datum publicatie
25-06-2010
Zaaknummer
105.006.601-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tegenbewijs niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 105.006.601/01

Rolnummer (oud) : 07/736

Zaak-/rolnummer rechtbank : 50601 / HA ZA 05-623

Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 22 juni 2010

inzake

[Naam],

wonende te [plaats] (gemeente […]),

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.C. van den Doel te Zierikzee,

tegen

Stedin B.V., tot 1 juli 2008 geheten: Eneco Netbeheer B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Eneco,

advocaat: mr. E.M. van Hilten-Kostense te 's-Gravenhage.

De loop van het geding

Voor de loop van het geding tot het arrest van 31 maart 2009 in deze zaak verwijst het hof naar dat arrest. De bij dat arrest toegelaten getuigenverhoren hebben op 11 september 2009 plaatsgevonden. Daarna hebben eerst [appellant] en daarna Eneco een memorie na enquête genomen. Vervolgens hebben partijen kopieën van procesdossiers overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het hof houdt zich aan hetgeen bij voornoemd tussenarrest is overwogen. Bij dit tussenarrest heeft het hof vastgesteld dat er in elk geval vanaf 10 oktober 2005 (en mogelijk eerder) tot 1 november 2005 een hennepplantage aanwezig was in de door […] BV gehuurde bedrijfsruimte (een kantoor en een loods in Nieuwe Tonge), dat de stroomafname voor deze plantage niet was gemeten, en dat de rechtbank terecht [appellant] persoonlijk aansprakelijk heeft gehouden voor de schade die Eneco door die stroomafname heeft geleden. De hoogte van die schade is mede afhankelijk van de duur van de hennepteelt, welke duur tussen partijen in geschil is. Bij voornoemd tussenarrest heeft het hof het vermoeden aangenomen dat er ook in de periode vanaf 3 mei 2005 tot 10 oktober 2005 al hennep is geteeld in de gehuurde bedrijfsruimte. Dit vermoeden was gebaseerd op de geconstateerde plantenresten en de vervuiling van de assimilatielampen en koolstoffilters, zoals deze kunnen blijken uit de processen-verbaal van de politie Rijnmond met bijbehorende rapportages en uit de in het geding gebrachte foto's. [appellant] is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit vermoeden.

2. [appellant] heeft als tegenbewijs geen nadere verklaringen of stukken ingebracht waaruit zou kunnen blijken dat onjuiste constateringen over plantenresten en vervuilingen aan lampen en koolstoffilters zijn gedaan of dat de wijze van berekening van de periode van in werking zijn van de hennepkwekerij op basis van deze plantenresten en vervuilingen verkeerd zou kunnen zijn.

[appellant] heeft wel zichzelf en de heren [N] en [T] als getuigen doen horen, waarbij (telkens) is verklaard dat [appellant], [B] en [T] in augustus 2005 in de loods zijn geweest en daar toen geen hennepkwekerij hebben gezien. Indien vast zou staan dat in augustus 2005 mensen in de loods zijn geweest en daar toen geen hennepkwekerij hebben gezien, kan het hof niet aannemen dat die kwekerij er toen wel was. Bij eerste betreding van de loods was immers duidelijk dat er een hennepkwekerij gevestigd was, zo heeft Eneco bij dagvaarding in eerste aanleg aangevoerd.

3. Echter, het hof kan uit de getuigenverklaringen niet afleiden dat de getuigen daadwerkelijk in augustus 2005 in de loods zijn geweest, vanwege het volgende.

De verklaring van [appellant] als getuige, dat de loods tot juni 2005 leeg was en dat hij daarna in juni, juli en augustus 2005 voor zijn bedrijf displays - en andere goederen - in de loods had staan, strookt niet met zijn eigen verklaringen op 1 november 2005 voor de politie en op 13 april 2006 voor de rechter-commissaris, dat hij eind juli / begin augustus 2005 voor het laatst bij het pand was om in het kantoorgedeelte een kraan open te draaien, dat hij vanaf januari 2005 tot april/mei 2005 displays in de loods had opgeslagen en dat […] eind juli / begin augustus 2005 naar de loods is komen kijken en deze per 1 augustus 2005 heeft gehuurd. Bij conclusie van antwoord heeft [appellant] gesteld dat hij de sleutels half augustus 2005 aan […] heeft afgegeven. Het hof ziet geen aanleiding om te vermoeden dat [appellant] zich als getuige in 2009 beter kon herinneren wanneer een en ander zich had afgespeeld, dan in 2005 (het jaar waar het om gaat) en 2006.

Voorts heeft [appellant] als getuige verklaard dat hij in augustus 2005 met [B] in de loods is geweest om toen een door [appellant] gekocht bankje voor in de hal af te leveren, terwijl daarbij onverklaard is gebleven waarom [appellant] in augustus 2005 (volgens getuige [B]: in de derde week van augustus) nog een bankje naar zijn pand bracht, dus op een moment waarop […] al als (onder)huurder in beeld moet zijn geweest. Daardoor is ook de getuigenverklaring van [B] dat hij in de derde week van augustus 2005 in de loods is geweest om een bankstel te brengen, niet genoeg overtuigend. Dit is tevens in strijd met de door [B] ondertekende schriftelijke verklaring van 11 juni 2006, waarin staat dat [B] op 22 juni een bankstel heeft geleverd.

De getuigenverklaring van [T] is voor het leveren van tegenbewijs te weinig overtuigend. Volgens getuige [T] is hij op 10 augustus 2005 in de loods en het kantoor geweest, op een moment waarop het kantoor leeg was. Echter, volgens de getuigenverklaring van [appellant] had hij in augustus 2005 spullen in zijn kantoor staan, waaronder drie bureaus en mogelijk een fax.

4. Gelet op voornoemde tegenstrijdigheden kan niet als vaststaand worden aangenomen dat [B] en [T] met [appellant] daadwerkelijk in augustus 2005 in de loods zijn geweest. [appellant] heeft het in het tussenarrest vastgestelde (op stille getuigen gebaseerde) bewijsvermoeden dat er al vanaf 3 mei 2005 hennepkwekerij in de loods is geweest, niet ontzenuwd.

5. Gelet op het voorgaande en op hetgeen overigens in het tussenarrest van 31 maart 2009 is overwogen, zijn de grieven ongegrond en moet het bestreden vonnis van de rechtbank van 14 maart 2007 worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Middelburg van 14 maart 2007;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Eneco tot op heden begroot op € 1.310,- aan verschotten en € 3.262,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, G. Dulek-Schermers en A.E.A.M. van Waesberghe en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2010 in aanwezigheid van de griffier.