Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM7904

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-04-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
22-001534-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof - ook met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht - niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001534-09

Parketnummer: 11-710027-09

Datum uitspraak: 27 april 2010

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Dordrecht van

10 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats]op [geboortedag] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 24 november 2009 en 13 april 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 03 januari 2009 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, een paspoort en/of een geldbedrag ter hoogte van tien euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat paspoort en/of dat geldbedrag wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed en geld betrof.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Verzoek tot aanhouding

De raadsman heeft bij faxbericht van 13 april 2010 subsidiair verzocht - kort gezegd - de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de zaak te zijner tijd gevoegd te kunnen behandelen met een nieuwe strafzaak van de verdachte (met rolnummer 22-000168-10), waarvan het hof in afwachting is van de stukken van de rechtbank.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 april 2010 met betrekking tot het aanhoudingsverzoek gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het, ook in hoger beroep toepasselijke, in artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering besloten wettelijk stelsel volgt dat een niet bepaaldelijk gemachtigd raadsman slechts (ter terechtzitting) het woord kan voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en slechts om aanhouding kan verzoeken met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte, of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging tot het voeren van de verdediging.

Nu uit voornoemd faxbericht blijkt dat de raadsman niet bepaaldelijk is gemachtigd als vorenbedoeld, behoeft naar 's hofs oordeel - met het oog op het vorenstaande - het aanhoudingsverzoek als voormeld dan ook geen bespreking en gaat het hof hieraan voorbij.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof - ook met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht - niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.

Aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezenverklaarde feit gepleegd is opnieuw tot straf is veroordeeld, zal het hof het in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikel aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve met de aanvulling als voormeld te worden bevestigd.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Bevestigt met aanvulling als voormeld het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. S.A.J. van 't Hul en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. Y.H.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 april 2010.

Dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest te onderteken.