Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5713

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
200.055.545-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

voorlopig getuigenverhoor; ingediend bij hof tijdens hoger beroep van kort geding vonnis

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 186
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/479
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 200.055.545/01

beschikking van de negende civiele kamer d.d. 25 mei 2010

inzake

Aymara Maritiem B.V.

gevestigd te Lelystad,

verzoekster,

hierna te noemen: Aymara,

advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te 's-Gravenhage,

tegen

Boriebasse Management Investment Group B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

hierna te noemen: Boriebasse,

advocaat: mr. J. du Bois te Amsterdam.

Het geding

Bij op 29 januari 2010 bij het hof ingekomen verzoekschrift heeft Aymara op de daarin aange¬voerde gronden verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.

Boriebasse heeft bij op 17 maart 2010 bij het hof ingekomen verweerschrift wegens de daarin aangevoerde redenen verzocht het verzoek af te wijzen.

Op 26 maart 2010 is de zaak mondeling behandeld; daarbij hebben partijen hun standpunten doen toelichten, Aymara door mr. G.M. Veldt, advocaat te Rotterdam, die pleitnotities heeft overgelegd, Boriebasse door mr. Du Bois voormeld.

Beoordeling

1. In een tussen partijen gevoerd kort geding heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 21 juli 2009 vonnis gewezen (zaaknummer 337802 / KG ZA 09-634). In de kern ging het daarbij om de vraag of de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot een schip (een lemsteraak) was ontbonden dan wel dat partijen nadere afspraken hebben gemaakt. De Voorzieningenrechter heeft - voorshands oordelend - de laatstgenoemde vraag ontkennend en de eerstgenoemde vraag bevestigend beantwoord.

2. Van voormelde kort geding uitspraak is Aymara bij dit hof in hoger beroep gekomen. Deze zaak (zaaknummer 200.043.387) staat thans voor memorie van grieven op de rol van 7 december 2010. Tegen Boriebasse is verstek verleend.

3. Het onderhavige verzoek is bij het hof ingediend, met als reden - kort gezegd - dat het voor de bodemzaak en het hoger beroep van voormeld kort geding vonnis (waaronder het opstellen van de memorie van grieven) wenselijk is dat getuigen worden gehoord.

4. Het hof overweegt als volgt. Op zich is het hof ingevolge art. 186 lid 1 Rv bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen en om dit toe te wijzen. Het hof is echter van oordeel dat er in dit geval sprake is van strijd met de goede procesorde dan wel door het hof als zwaarwichtig aangemerkt bezwaar waarop het verzoek moet afstuiten, dit in verband met het volgende.

- Het betreft hier een verzoek in het kader van het hoger beroep van een kort geding vonnis. Net als in eerste aanleg van een kort geding geldt ook in het hoger beroep daarvan dat een dergelijke procedure zich in het algemeen niet leent voor het horen van getuigen. Toewijzing van het verzoek in het kader van een dergelijke procedure zou feitelijk voormeld uitgangspunt (in het algemeen) doorkruisen.

- Het verzoek ziet op zowel de procedure in hoger beroep van het kort geding vonnis als de - nog niet aangevangen - bodemprocedure (zie hierboven sub 3.). Niet valt in te zien waarom het voorlopig getuigenverhoor niet "gewoon" bij de rechtbank - de daartoe meest geëigende instantie - kan plaatsvinden.

- Naar het oordeel van het hof is hetgeen Aymara aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd onvoldoende om in dit geval een uitzondering op voormelde - in algemene zin bedoelde - benadering te maken.

- Hetgeen hierboven is overwogen geldt eens te meer wanneer ook hetgeen hierboven sub 2. vermelde daarbij in aanmerking wordt genomen.

- Een en ander leidt er - in onderlinge samenhang bezien - dan ook toe dat het verzoek door het hof als strijdig met een goede procesorde, dan wel als afstuitend op een door het hof als zwaarwichtig aangemerkt bezwaar, geoordeeld.

5. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Daarbij past het om Aymara te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Beslissing

Het hof:

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt Aymara in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Aymara begroot op nihil aan verschotten en € 1.788,= aan salaris advocaat;

- verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H. van Coeverden, S.W. Kuip en C.T.M Luijks en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2010 in aanwezigheid van de griffier.