Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4444

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
22-00-5138-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is schuld bevonden aan poging tot diefstal door 2 of meer verenigde personen middels braak en veroordeeld tot 60 dagen jeugddetentie waarvan 20 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005138-09

Parketnummers: 10-641126-09 en 10-641503-07 (TUL)

Datum uitspraak: 7 april 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 maart 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 mei 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand ([naam café] aan de [adres]) heeft weggenomen een of meer flessen drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemengoed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, namelijk door het slot van de (toegangs)deur van dat café te forceren en/of de (toegangs)deur van dat café te forceren;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 mei 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand ([naam café] aan de [adres]) weg te nemen een of meer flessen drank en/of andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het slot van de (toegangs)deur van dat café heeft/hebben geforceerd en/of de (toegangs)deur van dat café heeft/hebben geforceerd en/of (vervolgens) via de openstaande deur dat café is/zijn ingegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van éénenveertig dagen met aftrek van voorarrest, alsmede tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging is beslist als in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof op basis van wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden.

Op 6 mei 2009 heeft [benadeelde 1], zijnde eigenaar van de horecagelegenheid [naam café], namens de benadeelde

[benadeelde 2] aangifte gedaan ter zake van inbraak in die horecagelegenheid, gelegen aan de [adres] te Rotterdam. Zij verklaarde dat op 6 mei 2009 omstreeks 4.00 uur voornoemd café was afgesloten en in goede staat was achtergelaten. Bij het verlaten was het alarm in werking dat was aangesloten bij A.D.T. beveiliging.1 Diezelfde nacht omstreeks 5.04 uur kregen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de melding dat er bij [naam café] aan de [adres] een inbraakalarm zou afgaan en dat er geluiden in het café zouden zijn gehoord. Ter plaatse aangekomen zag verbalisant [verbalisant 1] dat de toegangsdeur van het café openstond en dat het slot van de deur verbroken was. Zij zag drie mannen in het café staan, van wie zich één vóór en twee achter de bar bevonden. Nadat zij hen had aangeroepen, is één van de mannen het pand uitgerend over de [adres]. De andere twee, zijnde de mannen die achter de bar stonden, renden naar achteren in de richting van de toiletten. Deze verdachten zijn met behulp van een diensthond opgespoord en vervolgens aangehouden. Zij hadden zich in een ander gedeelte van het pand achter rijen stoelen verstopt. De verdachten bleken later te zijn [persoon 1], geboren op [geboortedatum] 1986 te Marokko en [verdachte], geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats].2

Aangeefster [benadeelde 1] heeft geconstateerd dat het slot van de toegangsdeur van het café was geforceerd en dat de deur geheel was ontzet. Ook heeft zij flessen binnen- en buitenlands gedestilleerd die vanaf de plank achter de barruimte waren weggenomen in een tas nabij de in/uitgang aangetroffen. Op de bar trof zij een waterpomptang aan die noch haar noch [benadeelde 2] toebehoort.3

Verbalisant [verbalisant 3], begeleider van de diensthond, heeft bij het betreden van het pand gezien dat achter de bar diverse kasten/laden waren doorzocht en dat de kassa was opengebroken.4

De cd-rom, bevattende de geluidsfragmenten die zijn opgenomen in [naam café] nadat het stil alarm in het café omstreeks 5.01 uur in werking was getreden, is door het beveiligingsbedrijf A.D.T. Security aan de verbalisanten [verbalisant 4], [verbalisant 5] en [verbalisant 6] ter beschikking gesteld. De verbalisanten hebben deze geluidsfragmenten, bestaande uit drie opvolgende fragmenten van elk drie minuten, beluisterd. Op het eerste fragment was niets te horen. Op het tweede geluidsfragment hoorde verbalisant [verbalisant 6], die de Marokkaanse taal machtig is, dat er in het Marokkaans gezegd werd: "Kom, kom, snel". Tevens hoorden de verbalisanten glasgerinkel van flessen die tegen elkaar aan komen en voetstappen. Op het derde geluidsfragment hoorde [verbalisant 6] minimaal twee mannenstemmen en werd wederom glasgerinkel van flessen die tegen elkaar aankomen en voetstappen gehoord. Vervolgens hoorden de verbalisanten roepen "Politie, staan blijven", welke stem zij herkenden als de stem van collega [verbalisant 1].5

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte zowel tegenover de politie als ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard dat de deur van het café reeds open stond toen hij en [persoon 1] naar binnen gingen teneinde - naar zijn zeggen - iets te gaan halen. De verklaring dat de deur open was, wordt ondersteund door de verklaring van [persoon 1]. Met "iets gaan halen" heeft de verdachte bedoeld "iets kopen", te vergelijken met "boodschappen halen". Bovendien valt uit de geluidsfragmenten geen nauwe, bewuste en volledige samenwerking tussen de verdachte en [persoon 1] af te leiden.

Subsidiair heeft de raadsman van de verdachte partiële vrijspraak bepleit ter zake van de tenlastegelegde braak. Gelet op de bevindingen van de verbalisanten dat er een derde persoon in het café aanwezig was en voormelde verklaringen van de verdachte en [persoon 1] dat de deur reeds open stond op het moment dat zij het café binnen gingen, is het niet uit te sluiten dat niet de verdachte maar juist deze derde persoon verantwoordelijk is voor de braak.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat op grond van de aangifte, de geluidsfragmenten, de aanwezigheid van de verdachte in het café binnen enkele minuten nadat het stil alarm was afgegaan, alsmede de bevindingen van de verbalisanten terzake van de braak, het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen. De verklaring van de verdachte dat de deur van het café reeds openstond toen zij langsliepen en dat hij naar binnen was gelopen met de enkele bedoeling in het café iets te kopen, is naar de mening van de advocaat-generaal ongeloofwaardig gelet op het tijdstip waarop de verdachte naar zijn zeggen iets had willen kopen. Bovendien is die verklaring op verschillende punten in strijd met de verklaring van de medeverdachte en met de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren zijn gekomen.

Ten aanzien van de braak heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat bij (een poging tot) diefstal met braak in vereniging alle daders strafbaar zijn ter zake van de braak, ook indien ze de braak niet zelf hebben verricht. Bovendien is de verdachte door de geforceerde deur, dus dankzij de braak, het pand binnengetreden en heeft vervolgens de poging tot diefstal gedaan.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat uit de hiervoor vermelde vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte samen met twee anderen heeft ingebroken in het café door het deurslot te forceren en dat zij de flessen drank gereed hebben gezet om mee te nemen. De verklaring van de verdachte dat hij niet in het café heeft ingebroken en dat anderen dat hebben gedaan en dat hij alleen in het café naar binnen is gegaan om sigaretten of drank te kopen, is niet aannemelijk, temeer omdat hij zelf heeft verklaard niemand anders gezien te hebben. Gelet op de korte tijdspanne tussen het afgaan van het stil alarm en het arriveren van de politie, is zijn versie van het gebeuren uiterst onwaarschijnlijk. Voorts is verdachtes verklaring dat hij om 5.00 uur 's ochtends een donker en verlaten café binnengaat om te kijken of hij daar sigaretten of drank kan kopen ongeloofwaardig. Bovendien heeft de verdachte tegenover de politie verklaard dat hij het café binnen ging om te kijken of er wat te halen viel. Dat hij hiermee bedoelde te zeggen dat hij wilde kijken of er iets te koop was -zoals hij later tegenover de rechter-commissaris en ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard - acht het hof ongeloofwaardig, gezien de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 06 mei 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand ([naam café] aan de [adres]) weg te nemen flessen drank of andere goederen, toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader(s het slot van de (toegangs)deur van dat café heeft geforceerd en(vervolgens) via de openstaande deur dat café is ingegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de voetnoten zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 41 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met braak in een café. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betrokkenen en heeft hij overlast, ergernis en schade teweeggebracht.

Het hof heeft kennis genomen van een rapport van Bureau Jeugdzorg d.d. 19 maart 2010, opgesteld en ter terechtzitting in hoger beroep toegelicht door C.G. Kalkman, medewerker Jeugdreclassering. Uit dit rapport blijkt dat de verdachte heeft meegedaan aan een groepsbehandeling bij De Waag die zich richt op terugvalpreventie. Deze instelling acht de kans op recidive enigszins verminderd omdat de verdachte beter in staat is rekening te houden met de lange termijngevolgen van zijn gedrag. Dit betekent niet dat zijn antisociale opvattingen zijn verdwenen. Het is de verdachte vooralsnog niet gelukt om zijn sociaalmaatschappelijk leven op de rails te krijgen. Dit is op termijn een grote risicofactor. Voor het geval het hof de verdachte schuldig acht, adviseert de jeugdreclassering tot het opleggen van een jeugddetentie, deels onvoorwaardelijk, gelijk aan de tijd doorgebracht in voorarrest, deels voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte dient mee te werken aan begeleiding van Reclassering Nederland.

Voorts heeft het hof kennisgenomen van:

- een evaluatie van een plan van aanpak d.d. 27 juli 2009;

- een briefrapportage van Bureau Jeugdzorg d.d. 18 mei 2009;

- een rapport van Pro Justitia, d.d. 14 mei 2008, opgesteld door J.S.H. Stolk, psycholoog;

- een evaluatie van een plan van aanpak d.d. 15 mei 2008, opgesteld door Bureau Jeugdzorg;

- een briefrapportage van Bureau Jeugdzorg d.d. 19 februari 2008;

- een briefrapportage van Bureau Jeugdzorg d.d. 7 maart 2008;

- een briefrapportage van Bureau Jeugdzorg d.d. 26 september 2007;

- een briefrapportage van Bureau Jeugdzorg d.d. 17 juli 2007 inzake een plan van aanpak van dezelfde datum;

- een retourrapportage sociale vaardigheidstraining (groep) d.d. 9 mei 2007;

- een afloopbericht taakstraf d.d. 27 juni 2007;

- een afloopbericht taakstraf d.d. 24 april 2007.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 maart 2010 is de verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer te Rotterdam van 3 juni 2008 onder parketnummer 10-641503-07 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 87 dagen met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep - in afwijking van de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie - gevorderd dat de proeftijd wordt verlengd met één jaar.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof ziet - anders dan de advocaat-generaal en de rechter in eerste aanleg - geen aanleiding tot verlenging van de proeftijd. Gelet op het strafblad van de verdachte en de "laatste kansen" die hem zijn geboden blijkens de rapportages, acht het hof dit een gepasseerd station.

Het hof zal de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelasten en in plaats van tenuitvoerlegging van een gedeelte van 50 dagen van de opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 77a, 77g, 77h, 77i,77o, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 20 (twintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Jeugdreclassering of Stichting Reclassering Nederland, zolang de betreffende instelling dit nodig oordeelt.

Draagt aan deze instelling(en) op aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe, in die zin dat in plaats van een gedeelte, groot 50 dagen, van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Rotterdam van 3 juni 2008 onder parketnummer 10-641503-07, voorwaardelijk opgelegde straf, een taakstraf in de vorm van een werkstraf wordt gelast voor de duur van 100 (honderd) uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 50 (vijftig) dagen voor het geval die werkstraf niet naar behoren wordt verricht.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen, mr. R.C. Langeler en mr. M.C.R. Derkx, in bijzijn van de griffier mr. A.M.F.F. van Rede-van den Bosch. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 april 2010.

1 Het proces-verbaal van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009153866-1, d.d. 6 mei 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar], inhoudende de aangifte van [benadeelde 1] namens de benadeelden [naam café] en [benadeelde 2], blad 2 alinea 1 tot en met 4.

2 Het proces-verbaal van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009153866-8, d.d. 6 mei 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1]en

[verbalisant 2], inhoudende het relaas van deze verbalisanten.

3 Het proces-verbaal van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009153866-1, d.d. 6 mei 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar], inhoudende de aangifte van [benadeelde 1] namens de benadeelden [naam café] en [benadeelde 2].

4 Het proces-verbaal van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, exo executieve ondersteuning, exo uitvoerende eenheid T2, exo levende have, nr. 2009153866-4, d.d. 6 mei 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende het relaas van deze opsporingsambtenaar.

5 Het proces-verbaal van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009153866-20, d.d. 12 mei 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4], [verbalisant 5] en [verbalisant 6], inhoudende het relaas van deze opsporingsambtenaren.