Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4414

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-04-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
22-005773-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte schuldig bevonden aan diefstal in vereniging door middel van braak. Straf: gevangenisstraf van 49 dagen (gelijk aan de duur van het voorarrest). Strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005773-09

Parketnummers: 13-437339-06 en 10-651198-05 (TUL)

Datum uitspraak: 12 april 2010

VERSTEK

Gerechtshof te Amsterdam

meervoudige kamer voor strafzaken

zittinghoudende te 's-Gravenhage

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2007 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1977,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 maart 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, nu hij blijkens de stukken in het dossier geen schriftuur houdende grieven, als bedoeld in artikel 410 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, heeft ingediend en evenmin is verschenen bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep van 29 maart 2010, teneinde mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven.

Het hof ziet evenwel, gelet op het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, ambtshalve redenen voor een inhoudelijke behandeling van de onderhavige zaak in hoger beroep.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 juni 2006 te Amstelveen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (perceel [straatnaam]) heeft weggenomen 200 Euro en/of 300 Dollar en/of een hoeveelheid (klein)geld en/of een (auto)sleutel en/of een pen (met opschrift: KRCN) en/of een

(1/5) (staats)lot, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door (met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp) een (achter)deur van voornoemde woning te forceren en/of vervolgens een (lade)kast open te breken, in elk geval door middel van braak en/of verbreking.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging en het inbeslaggenomen geldbedrag, een en ander als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 juni 2006 te Amstelveen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (perceel [straatnaam]) heeft weggenomen 200 Euro en een hoeveelheid kleingeld en een autosleutel en een pen (met opschrift: KRCN) en een (1/5) staatslot, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door met een schroevendraaier een achterdeur van voornoemde woning te forceren en vervolgens een ladekast open te breken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenide personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Met deze handelwijze heeft de verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Daarnaast heeft hij overlast en financiële schade veroorzaakt voor de betrokkene. Bovendien is algemeen bekend dat een dergelijk feit gevoelens van angst en onrust veroorzaakt in de maatschappij.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2010, is de verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten en liep hij ten tijde van het onderhavige feit in de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof constateert voorts dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM is overschreden, nu namens de verdachte op 13 augustus 2007 hoger beroep is ingesteld en het dossier op 11 november 2009 bij het hof is binnengekomen. In verband hiermee zal het hof in plaats van de door de politierechter opgelegde en in beginsel passende onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest, een gevangenisstraf opleggen gelijk aan het voorarrest.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van

5 december 2005 onder parketnummer 10-651198-05 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Beslag

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van in totaal € 140,- zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 49 (negenenveertig) dagen.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van: 2x € 50 en 2x € 20, in totaal een geldbedrag van € 140,-.

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 5 december 2005 onder parketnummer 10-651198-05 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma, mr. S. van Dissel en mr. S.A.J. van 't Hul, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 april 2010.

De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.