Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4404

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-04-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
22-001573-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is vrijgesproken van het voorhanden hebben van imitatie wapens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001573-09

Parketnummer: 09-660445-08

Datum uitspraak: 12 april 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 23 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 maart 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de verdachte ter zake van het tenlastegelegde schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

"hij op of omstreeks 02 mei 2008 te 's-Gravenhage (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een imitatie geweer (type black Panther) en/of een imitatie mitrailleur (type no:2002) en/of een imitatie pistool (kleur zwart met witte camouflageplekken) en/of een imitatie mitrailleur (type Combat Mission) en/of twee, althans een imitatie pisto(o)l(en) (type Baretta) en/of een drie, althans een of meer, imitatie(s) van een Kalasnikof (type Super Gun), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en/of afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;"

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde schuldig verklaard zonder oplegging van straf.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat het openbaar ministerie

niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, nu er sprake is van ernstige inbreuken op de beginselen van een goede procesorde waarbij de belangen van de verdachte ernstig zijn veronachtzaamd. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat ter terechtzitting in eerste aanleg is gebleken dat de inbeslaggenomen speelgoedwapens zijn vernietigd. Dientengevolge kan de rechter niet op grond van zijn eigen waarneming beoordelen of er sprake is van wapens die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

Het hof overweegt daarover het volgende.

Het hof deelt de visie van de verdediging dat het vernietigen van de voorwerpen het de strafrechter onmogelijk maakt om op grond van zijn eigen waarneming te beoordelen of er sprake is van wapens die voldoen aan de wettelijke omschrijving van verboden wapens. Nu zich in het dossier evenwel een proces-verbaal bevindt waarin de aangetroffen voorwerpen worden beschreven en daarvan kleurenfoto's beschikbaar zijn, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een zodanig ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, dat dit in een niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging moet uitmonden.

Het hof verwerpt het verweer.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe het volgende.

De verdachte is op 2 mei 2008 in het kader van een verkeerscontrole staande gehouden. Blijkens het proces-verbaal van aanhouding van 3 mei 2008 zag de verbalisant in het voertuig van de verdachte enkele op vuurwapens gelijkende voorwerpen. In het proces-verbaal is onder meer vermeld:

"Op de passagierszetel voorin lag een verpakking van een soort balletjespistool genaamd 'supergun'. Op de achterbank lag 1 zwart speelgoedgeweer met witte vlekken en 2 speelgoedpistolen. In de achterbak van het voertuig lagen een speelgoedgeweer gelijkend op een shotgun, een speelgoedpistool en een zwart speelgoedgeweer met een losliggend speelgoedvizier."

Verdachte heeft tegenover de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat de speelgoedwapens toebehoren aan zijn zoontje dat destijds acht jaar oud was en deze speelgoedwapens op de kermis had gewonnen.

Voorts heeft de verdachte verklaard dat enkele van deze speelgoedwapens zo klein zijn dat het hem niet eens mogelijk is een vinger achter de trekker te krijgen en ook overigens evident 'speelgoed' zijn.

Aan de verdachte is handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie ten laste gelegd.

Artikel 2, eerste lid van de Wet wapens en munitie luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

Categorie I,(..);

7° andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

In artikel 3 van de Regeling wapens en munitie is invulling gegeven aan artikel 2, eerste lid, categorie I, sub 7° van de Wet wapens en munitie.

Artikel 3 van de Regeling wapens en munitie luidt, voor zover hier van belang als volgt:

Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn worden aangewezen:

a. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen;

b. voorwerpen vermeld op lijst a of lijst b van de bij deze regeling behorende bijlage I, alsmede niet in die bijlage genoemde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen daarmee een sprekende gelijkenis vertonen;

Het hof stelt vast dat de inbeslaggenomen voorwerpen niet zijn vermeld op lijst a of lijst b van de bij de Regeling wapens en munitie behorende bijlage I.

Evenmin gaat het om voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen met in die bijlage genoemde voorwerpen een sprekende gelijkenis vertonen.

Derhalve dient te worden vastgesteld of de voorwerpen vallen onder de 'vangnetbepaling' uit artikel 3 aanhef onder a van de Regeling wapens en Munitie derhalve of de voorwerpen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens en (daardoor) voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

Ter terechtzitting van 11 december 2008 heeft de politierechter de behandeling van de zaak aangehouden en bepaald dat de officier van justitie de inbeslaggenomen voorwerpen tegen het tijdstip van de nader te bepalen terechtzitting diende mee te brengen.

Ter terechtzitting van de politierechter van 23 maart 2009 is gebleken dat de inbeslaggenomen voorwerpen vernietigd zijn.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van de Regiopolitie Haaglanden, Bureau Recherche Expertise Ploeg Wapens, Explosieven en Narcotica van 26 mei 2008. In dit proces-verbaal wordt weliswaar gesteld dat de voorwerpen een sprekende gelijkenis vertonen met bestaande vuurwapens en dat ze daar voor wat betreft de vorm geheel mee overeenkomen, maar wordt tevens vermeld dat de bij de verdachte aangetroffen speelgoedwapens voor wat betreft de afmeting niet geheel overeenkomen met bestaande wapens.

Op grond van het voorafgaande stelt het hof vast dat

a) de voorwerpen door de verdachte én door de aanhoudende verbalisanten als 'speelgoed' zijn aangemerkt;

b) bij nadere bestudering de voorwerpen qua afmeting niet geheel met bestaande wapens overeenkomen, terwijl bij de foto's van deze voorwerpen in het proces-verbaal de maatvoering ontbreekt, en

c) de strafrechter door de vernietiging van de inbeslaggenomen voorwerpen niet meer in staat is zich een eigen oordeel te vormen over de vraag of ten aanzien van die voorwerpen is voldaan aan het wettelijke criterium dat het voorwerpen betreft die "een sprekende gelijkenis" vertonen met vuurwapens. Dit klemt te meer nu het om een voor subjectieve invulling vatbaar criterium gaat en de verdediging met stelligheid betwist dat aan deze wettelijke voorwaarde is voldaan.

Daarom acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. C.M. le Clercq-Meijer, mr. G.P.A. Aler en mr. A.C. 't Hart, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Zuidweg. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 april 2010.

Mr. A.C. 't Hart is buiten staat dit arrest te ondertekenen.