Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4006

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-04-2010
Datum publicatie
10-05-2010
Zaaknummer
22-006064-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is; opzettelijk een vals geschrift, dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, voorhanden te hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd. Verdacht is hiervoor veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006064-09

Parketnummer: 15-801174-08

Datum uitspraak: 8 april 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

meervoudige kamer voor strafzaken

zitting houdende te 's-Gravenhage

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 15 juli 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] (Nigeria),

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 25 maart 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Nigeria (voorzien van het nummer [nummer 1]) (op naam gesteld van [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1943), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was;

2.

hij op of omstreeks 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) identiteitskaart van Italië (voorzien van het nummer [nummer 2]) (op naam gesteld van [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1943) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers is deze identiteitskaart van Italië onderdeel van een serie die door de autoriteiten van Italië is opgegeven als vermist/verduisterd;

3.

hij op of omstreeks 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) verblijfsvergunning van Italië (voorzien van het nummer [nummer 3]) (op naam gesteld van [naam 3], geboren op [geboortedatum] 1943) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers wijkt de lay-out van de wijze van opmaken af ten opzichte van een origineel door de autoriteiten van Italië afgegeven en opgemaakte verblijfsvergunningen van Italië van dit model en/of het een nimmer door de Italiaanse autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning betreft.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent het inbeslaggenomen voorwerp als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Verzoeken van de verdediging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zijn bij appelschriftuur van 12 augustus 2008 gedane getuigenverzoek herhaald, in zoverre dat hij slechts één van de verzochte verbalisanten wenst te horen omtrent zijn/haar onderzoek naar - en bevindingen omtrent de echtheid van het betreffende Nigeriaanse paspoort. Voorts heeft de raadsman verzocht, bij toewijzing van voornoemd verzoek en voor zover mogelijk, om medebrenging van het paspoort door die te horen verbalisant naar de terechtzitting.

Het hof wijst af het verzoek tot het horen van verbalisant [verbalisant 1], dan wel verbalisant [verbalisant 2] alsmede het hieraan gelieerde verzoek tot medebrenging van het betreffende paspoort naar de terechtzitting, nu - gelet op hetgeen ter onderbouwing van de verzoeken is aangevoerd - de verzoeken onvoldoende concreet zijn onderbouwd en ook overigens naar 's hofs oordeel redelijkerwijs is uitgesloten dat zowel het horen van één van de genoemde verbalisanten als het tonen van het paspoort ter zitting van belang is voor enige te dezen te nemen beslissing. Met name heeft de raadsman onvoldoende doen begrijpen waar het zich in het dossier bevindende - op ambtseed opgemaakte - proces-verbaal van onderzoek aan het betreffende paspoort onvoldoende helder is, dan wel anderszins onvolkomenheden bevat, terwijl evenmin aannemelijk is gemaakt op grond waarvan twijfel zou moeten rijzen omtrent de hierin gerelateerde bevindingen en conclusies, met name in het licht van de eigen verklaring van de verdachte, die immers onder meer heeft verklaard het bewuste paspoort in bezit te hebben gehad, terwijl hij wist dat daarin niet zijn ware identiteit was vermeld.

Aan te nemen valt dan ook dat de verdachte door het niet horen van (één van) de genoemde verbalisanten redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad en overigens evenmin de noodzaak is gebleken tot het tonen van het betreffende Nigeriaanse paspoort ter terechtzitting, waarvan zich overigens foto's in het dossier bevinden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1,2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Nigeria, voorzien van het nummer [nummer 1], op naam gesteld van [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1943, waarvan hij wist dat het reisdocument vals of vervalst was;

2.

hij op 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse identiteitskaart van Italië voorzien van het nummer [nummer 2], op naam gesteld van [naam 1], geboren op

[geboortedatum] 1943, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers is deze identiteitskaart van Italië onderdeel van een serie die door de autoriteiten van Italië is opgegeven als vermist/verduisterd;

3.

hij op 01 juli 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse verblijfsvergunning van Italië voorzien van het nummer [nummer 3], op naam gesteld van [naam 3], geboren op [geboortedatum] 1943, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers wijkt de lay-out van de wijze van opmaken af ten opzichte van een origineel door de autoriteiten van Italië afgegeven en opgemaakte verblijfsvergunningen van Italië van dit model en het een nimmer door de Italiaanse autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning betreft.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd, kort gezegd, a) dat het in Nigeria mogelijk is om tegen een aanzienlijk geldbedrag een paspoort te verkrijgen onder een andere identiteit, hetgeen de verdachte middels een tussenpersoon heeft weten te bewerkstelligen, en dat verdachte onder die identiteit ook bij de Italiaanse autoriteiten de Italiaanse geschriften heeft verkregen en b) dat de verdachte kon weten noch redelijkerwijs kon vermoeden dat het paspoort vals/vervalst was, aangezien hij jarenlang veelvuldig van dit paspoort gebruik heeft gemaakt, zonder daarmee ooit problemen te hebben gehad.

Het hof verwerpt de verweren en overweegt dienaangaande het volgende.

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en in het bijzonder de verklaringen van de verdachte kan, voor zover hier van belang, worden vastgesteld dat de verdachte in het bezit was van respectievelijk opzettelijk voorhanden heeft gehad een Nigeriaans paspoort alsmede een identiteitskaart en een verblijfsvergunning van Italië, elk bevattende weliswaar een pasfoto van de verdachte, doch de naam en overige identiteitsgegevens van een ander dan de verdachte, hetgeen zonder enig voorbehoud impliceert dat deze documenten vals/vervalst zijn in de zin van de artikelen 225 en 231 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft in dit verband verklaard dat hij wist dat het vervalste documenten betrof, alsmede dat hij heeft gevraagd het Nigeriaanse paspoort te veranderen, dat wil zeggen de daarop weergegeven identiteit, omdat hij eerder problemen had gehad met zijn eigen naam, [verdachte]. De identiteitskaart en de verblijfsvergunning van Italië heeft hij naar eigen zeggen van zijn neef gekregen, nadat hij hem daarom had gevraagd, zodat hij naar Europa kon komen.

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat hij in het bezit was van een vervalst reisdocument alsmede dat hij een valse identiteitskaart en verblijfsvergunning van Italië opzettelijk voorhanden heeft gehad, zodat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard.

De omstandigheden dat het in Nigeria mogelijk zou zijn om tegen een aanzienlijk geldbedrag een paspoort te verkrijgen onder een andere identiteit alsmede dat de verdachte jarenlang veelvuldig van het Nigeriaanse paspoort gebruik heeft gemaakt, zonder daarmee ooit problemen te hebben gehad, doen naar 's hofs oordeel aan de valsheid van de betreffende documenten/geschriften niet af en evenmin aan de voor een bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3 rechtens vereiste wetenschap van die valsheid.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde:

Opzettelijk een vals geschrift, dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 119 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een paspoort in zijn bezit gehad, waarvan hij wist dat het vals was. Valse reisdocumenten verhinderen een effectieve identiteitscontrole en bovendien wordt het vertrouwen dat in van overheidswege verstrekte identiteitsbewijzen moet kunnen worden gesteld, aangetast door het gebruik van dergelijke falsificaten.

Daarnaast heeft de verdachte een valse identiteitskaart en verblijfsvergunning van Italië opzettelijk voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze geschriften bestemd waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst, zoals onder 2 en 3 bewezenverklaard. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming als de onderhavige.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 maart 2010, in elk geval in Nederland niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles overwegende en mede gelet op het inmiddels opgetreden tijdsverloop sedert de pleegdatum van de bewezenverklaarde feiten - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verbeurdverklaring van het document zoals dit is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een KLM document.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven document, zoals dit is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu dit een voorwerp is met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 57, 225 en 231 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

4 (vier) maanden.

Bepaalt, dat een op 2 (twee) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd: het voorwerp zoals dit is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (KLM document).

Dit arrest is gewezen door mr. S. van Dissel, mr. T.E. van der Spoel en mr. M.J. Bax-Luhrman, in bijzijn van de griffier mr. L.E.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 april 2010.

mr. M.J. Bax-Luhrman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.