Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3006

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-03-2010
Datum publicatie
29-04-2010
Zaaknummer
22-005778
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is voor het medeplegen van opzetheling veroordeeld tot 69 dagen gevangenisstraf. Het OM is ten aanzien van de TUL niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005778-09

Parketnummers: 13-447285-08 en 13-447188-08, alsmede

13-447967-06 (TUL)

Datum uitspraak: 9 maart 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

meervoudige kamer voor strafzaken

zittinghoudende te 's-Gravenhage

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2008 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

23 februari 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1: (parketnummer: 13-447285-08)

hij in of omstreeks de periode van 31 maart 2008 tot en met 4 april 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de [straat 1]heeft weggenomen een (personen)auto (merk [automerk], kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een slot van (bestuuders)portier van die auto te forceren en/of door de stuurkolom en/of het contactslot van die auto te verwijderen en/of door de elektrische bedrading van die auto door te verbinden, in elk geval door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 4 april 2008 te Breukelen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk [automerk], kenteken [kenteken]) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en) en/of rederlijkerwijs had9den moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2: (parketnummer 13-447188-08)

hij op of omstreeks 29 februari 2008 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit belwinkel [winkel] gelegen aan de [straat 2] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen doormiddel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met een (bak)steen, althans een voorwerp, twee, althans een of meer ruiten van die winkel heeft ingegooid;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 29 februari 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer, ruit(en) van belwinkel [winkel] gelegen aan de [straat 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een (bak)steen die ruit(en) in te gooien.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 19 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich (onverwijld) stelt en gedurende de proeftijd blijft onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland en zich gedurende die proeftijd gedraagt naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt Intensieve Traject Begeleiding in combinatie met elektronisch toezicht.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof is, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 april 2008 te Breukelen, tezamen en in vereniging met anderen een personenauto (merk [automerk], kenteken [kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 subsidiair tenlastegelegde, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring daarvan. De enkele omstandigheid dat een vingerafdruk van de verdachte in de auto is aangetroffen is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen, nu het donker was toen de verdachte in de auto zat en hij derhalve niet heeft kunnen zien dat het plastic omhulsel van de stuurkolom ontbrak en dat het plastic deel van het contactslot onder de stuurkolom los hing.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en uit de processtukken is het volgende komen vast te staan.

Op 4 april 2008 treffen verbalisanten een personenauto aan op een parkeerplaats. Als één van de verbalisanten in de richting van de auto loopt, rennen de drie inzittenden weg. Enige tijd later worden de drie inzittenden aangetroffen op een nabijgelegen zandheuvel. Een van hen blijkt de verdachte te zijn. De personenauto blijkt gestolen te zijn. In de personenauto wordt op de binnenspiegel een dactyloscopisch spoor aangetroffen dat identiek blijkt te zijn aan de afdruk van de linker duim van de verdachte. Hieruit volgt dat de verdachte in de auto is geweest. Het hof stelt vast dat namens de verdachte niet is betwist dat hij in de auto heeft gezeten. Bij een nadere inspectie van de auto zien de verbalisanten dat het plastic omhulsel van de stuurkolom ontbreekt en dat het plastic deel van het contactslot los hangt. In het proces-verbaal van bevindingen wordt tevens gerelateerd dat deze schade duidelijk waarneembaar is en dat duidelijk zichtbaar is dat, indien de auto wordt gestart, dit niet geschiedt middels de normale methode met een contactsleutel. In het dossier bevinden zich voorts een tweetal foto's waarop de schade aan de stuurkolom en het contactslot zeer duidelijk waarneembaar is. Juist ook het gegeven dat de verdachte de binnenspiegel heeft aangeraakt, brengt mee dat de verdachte de schade aan de stuurkolom en het contactslot gezien moet hebben. Dat het donker was, doet daar niet aan af.

Het hof acht het verweer dat de verdachte de genoemde schade niet gezien heeft, ongeloofwaardig.

Het hof is van oordeel dat, gelet op deze omstandigheden, alsmede het feit dat de verdachte en zijn medeverdachten zijn weggerend op het moment dat een verbalisant de personenauto naderde, in onderlinge samenhang bezien, er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot de bewezenverklaring van medeplegen van opzetheling.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 69 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan opzetheling, welk feit het plegen van diefstallen bevordert.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 februari 2010 is de verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen, te weten 2 schroevendraaiers kleur rood, zullen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 2 schroevendraaiers kleur rood, zoals deze vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Amsterdam van 2 april 2007 onder parketnummer 13-447967-06 is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep in afwijking op de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie, de gedeeltelijk tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf gevorderd, in dier voege dat een deel van de gevangenisstraf zal worden omgezet in een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren te vervangen door hechtenis voor de tijd van 90 (negentig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Voor het overige gedeelte van 90 (negentig) dagen gevangenisstraf heeft de advocaat-generaal verlenging van de proeftijd één jaar gevorderd.

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid bepleit van het Openbaar Ministerie, aanvoerende dat het laatstgemelde vonnis niet onherroepelijk was ten tijde van het tenlastegelegde feit, zoals blijkt uit de beslissing in hoger beroep van het gerechtshof Amsterdam in de zaak met hetzelfde parketnummer gewezen op 12 augustus 2008.

Het hof is van oordeel dat er twijfel bestaat omtrent de onherroepelijkheid van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2007 ten tijde van het bewezengeachte feit, gelet op de tegenstrijdige gegevens in de documentatie van de verdachte daaromtrent. De advocaat-generaal heeft hierover evenmin duidelijkheid kunnen verschaffen. Derhalve zal het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de onderhavige tenuitvoerlegging.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 69 (negenenzestig) dagen.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van 2 schroevendraaiers, kleur rood, zoals deze vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, aan de verdachte.

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Amsterdam van 2 april 2007 onder parketnummer 13-447967-06 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten 180 dagen gevangenisstraf.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. R.C.A. Duindam en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. M. ter Riet.Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 maart 2010.