Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9765

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
02-04-2010
Zaaknummer
200.033.635.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen beschikking eerste aanleg. artikel 805 lid 1 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 8 januari 2010

Zaaknummer : 200.033.635.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-8696

[de vader],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat voorheen mr. C.A.L.C. van Putten te Dordrecht,

tegen

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 6 mei 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Dordrecht van 4 februari 2009.

De moeder heeft op 22 oktober 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 7 september 2009, 29 december 2009 en 31 december 2009 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 22 december 2009 aanvullende stukken ingekomen.

Op 6 januari 2010 is een faxbericht ingekomen van de advocaat van de vader, mr. Haasnoot, waarin zij heeft meegedeeld dat zij zich als advocaat aan de zaak heeft onttrokken.

Op 8 januari 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

1. Het hof overweegt als volgt. Uit de op het appelrekest geplaatste stempel met de datum van binnenkomst daarvan volgt dat de vader op 6 mei 2009 hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van 4 februari 2009 van de rechtbank Dordrecht. De vader is in eerste aanleg niet verschenen. Het hof stelt vast dat uit de bestreden beschikking volgt dat aan de vader op de bij de wet voorgeschreven wijze een afschrift van het inleidend verzoekschrift is toegezonden. De vader heeft ter zitting bevestigd dat hij ten tijde van de indiening van het inleidend verzoekschrift door de moeder woonachtig was aan, althans stond ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie op, het adres van zijn broer aan de [adres]; het adres zoals dat in de bestreden beschikking ten aanzien van de vader is vermeld.

2. Uit artikel 805 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat de griffier onverwijld een afschrift van de beschikking verstrekt of verzendt aan de niet verschenen belanghebbende aan wie een afschrift van het verzoekschrift is verzonden. Nu aan de vader een afschrift van de bestreden beschikking is verzonden, kan door hem op de voet van artikel 806 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, hoger beroep worden ingesteld. Aangezien de uitspraak is gedaan op 4 februari 2009, liep de beroepstermijn af op 4 mei 2009. Nu het hoger beroep na die datum is ingesteld, dient de vader niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

3. De omstandigheid dat de vader omstreeks februari 2009 is verhuisd naar [adres] en dat de beschikking volgens hem is verzonden naar [adres], maar hem pas later, via zijn broer, heeft bereikt, maakt dit oordeel niet anders. Immers, vast is komen te staan dat de vader in ieder geval begin maart 2009 bekend was met de bestreden beschikking en toen naar zijn advocaat is gegaan in verband met het instellen van hoger beroep tegen de bestreden beschikking. Het hof is derhalve van oordeel dat de vader tijdig van de bestreden beschikking op de hoogte was en ruimschoots de gelegenheid heeft gehad binnen de beroepstermijn hoger beroep in te stellen tegen deze beschikking.

4. Hetgeen de vader voorts nog naar voren heeft gebracht behoeft geen bespreking meer, omdat dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

5. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door de moeder is verzocht, de vader te veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep en zal dit verzoek dan ook afwijzen.

6. Mitsdien zal als volgt worden beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

wijst het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Mos-Verstraten en Stollenwerck, bijgestaan door mr. Wijtzes als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2010 en geminuteerd op 20 januari 2010.