Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9534

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2010
Datum publicatie
31-03-2010
Zaaknummer
105.005.825-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wanprestatie en onrechtmatige daad; verkoop en ontwikkeling softwareprogramma bouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector handel

uitspraak: 30 maart 2010

zaaknummer: 105.005.825/01 (06/1614)

zaaknummer rechtbank: 249.986 (HA ZA 05/2886)

Arrest van de eerste civiele kamer

in de zaak van:

1. Duolink B.V. ,

gevestigd te Waddinxveen,

2. Convenient B.V.,

gevestigd te Waddinxveen,

3. [Naam],

wonende te [plaats],

4. [Naam] B.V.,

gevestigd te Bergschenhoek,

5. Converge Holding N.V.,

gevestigd te Curacao (Nederlandse Antillen) en

kantoorhoudend te Waddinxveen,

6. [naam],

wonende te [plaats] (…),

appellanten,

hierna tezamen: Duolink,

advocaat: mr. M.L. Groen te Waddinxveen,

tegen:

Kraan Business Solutions B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna: Kraan,

advocaat: mr. S.A. Kruijt te Utrecht.

Het geding

Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 12 januari 2010 in deze zaak (het tweede tussenarrest) voor het geding tot dit arrest. Hierna heeft Duolink het hof doen weten af te zien van de haar geboden gelegenheid tot bewijslevering door het doen horen van de door haar aangeboden getuigen. Vervolgens hebben partijen opnieuw (een kopie van) hun procesdossiers aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

uitgangspunten

1. Het hof zal de hierna vermelde bedragen op hele euro's afronden.

2. Het hof is in het tweede tussenarrest tot onder meer de volgende oordelen gekomen:

a. Kraan heeft voldaan aan haar verplichtingen ingevolge artikel 2.2 van de overeenkomst ten aanzien van haar verantwoording en afdrachten aan Duolink met betrekking tot haar inkopen bij Navision (rechtsoverweging 6 en 7).

b. Kraan heeft ook voldaan aan haar inspanningsverplichting ingevolge artikel 1.3 van de overeenkomst om met Navision tot een overeenkomst te komen met betrekking tot een Navision Solution Center (rechtsoverweging 8).

c. Aan de door Kraan in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen van […] en […] en de door partijen in het geding gebrachte (overige) schriftelijke bewijsstukken, kan het vermoeden worden ontleend dat Kraan eveneens aan haar verplichtingen ingevolge artikel 1.3 van de overeenkomst heeft voldaan om BouwVision in combinatie met de Navision programmatuur verder te ontwikkelen en in de markt te zetten. Duolink zal in de gelegenheid worden gesteld om dit vermoeden te ontzenuwen door het horen van de door haar aangeboden vijf getuigen (rechtsoverweging 10).

verdere beoordeling van het beroep

3. Na dit tussenarrest heeft Duolink het hof doen weten van deze haar geboden gelegenheid af te zien. Onder deze omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat Duolink niet in staat is het van haar verlangde bewijs te leveren om voormeld vermoeden te ontzenuwen, en tevens dat Kraan ook aan haar verplichting heeft voldaan om BouwVision in combinatie met de Navision programmatuur verder te ontwikkelen en in de markt te zetten.

4. Duolink is ingevolge artikel 2.4 van de overeenkomst verplicht om hetgeen zij op 1 mei 2005 meer aan voorschotten heeft ontvangen dan de afdrachten waartoe Kraan tot deze datum was gehouden, per deze datum aan Kraan terug te betalen. Duolink heeft aan deze verplichting niet voldaan. Zij heeft het standpunt ingenomen dat zij het recht had deze verplichting op te schorten omdat Kraan haar verplichtingen uit de overeenkomst niet was nagekomen, waaronder de verplichting om tot 1 mei 2005 maandelijks een voorschot van € 4.000 op de verplichte afdrachten aan Duolink te betalen.

5. Dit standpunt wordt verworpen. Terecht heeft Kraan hiertegen ingebracht dat zij de betaling van de overeengekomen voorschotten in juli 2004 heeft mogen beëindigen wegens de sterk tegenvallende resultaten met de verkoop van BouwVision en dat hierdoor tevens werd voorkomen dat Duolink op 1 mei 2005 een aanzienlijk bedrag aan te veel betaalde voorschotten zou moeten terugbetalen. Mede gelet op de eisen van redelijkheid en billijkheid die partijen bij de uitvoering van de overeenkomst jegens elkaar in aanmerking dienen te nemen, kon van Kraan onder de gegeven omstandigheden niet worden gevergd dat zij na juli 2004 met de betaling van de maandelijkse voorschotten van € 4.000 doorging, gelet op de bedragen die zij inmiddels aan voorschotten aan Duolink had betaald en op de sterk tegenvallende resultaten met de verkoop van BouwVision, zonder uitzicht op een verbetering hiervan op korte termijn.

6. Duolink heeft verder geen feiten en omstandigheden gesteld of, tegenover de gemotiveerde betwisting ervan door Kraan, aannemelijk gemaakt, die de conclusie rechtvaardigen dat Kraan in enig opzicht is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst of heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dan wel ongerechtvaardigd ten koste van Duolink is verrijkt door de verkrijging van BouwVision en door de verkoop hiervan aan Cane. Dit betekent dat de rechtbank de vordering van Kraan in conventie tot terugbetaling van de door haar te veel betaalde voorschotten terecht heeft toegewezen en de vordering van Duolink in reconventie tot de betaling van schadevergoeding eveneens terecht heeft afgewezen. Voor de door Duolink in hoger beroep gewijzigde eis in reconventie is geen deugdelijke grond aangevoerd of gebleken.

slotsom

7. De grieven die Duolink tegen het vonnis heeft ingesteld, worden verworpen. Dit betekent dat het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. De door Duolink in hoger beroep gewijzigde vordering wordt afgewezen.

8. Duolink zal de kosten van het hoger beroep hebben te dragen nu zij in het ongelijk wordt gesteld. Duolink heeft zich niet verzet tegen de door Kraan gevorderde hoofdelijke veroordeling in deze kosten, zodat deze vordering wordt toegewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

- bekrachtigt het bestreden vonnis;

- wijst de door Duolink in hoger beroep gewijzigde vordering af;

- veroordeelt Duolink in de kosten van het hoger beroep, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Kraan vastgesteld op € 7.253;

- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.L. Vierhout, M.A.F. Tan-de Sonnaville en J. Kramer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2010 in het bijzijn van de griffier.