Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9213

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-03-2010
Datum publicatie
01-04-2010
Zaaknummer
105.006.184-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid Nederlandse Rechter, EEX-verordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 185
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer: 105.006.184/01

Rolnummer oud: 0319 /07

Zaak-rolnummer rechtbank: 266794/HA ZA 06-1928

Arrest van de derde civiele kamer d.d. 30 maart 2010

inzake

Paul Peter Aloisius Maria [APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M.L. Kleyn te 's-Gravenhage,

tegen

1. de rechtspersoon naar Belgisch recht

EXCLUSIVE YACHTS INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Zelzate (België),

niet verschenen,

hierna te noemen: Exclusive Yachts International,

2. de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika

CARVER ITALIA LLC, mi L.L.C.

gevestigd te Pulaski (Wisconsin),

hierna te noemen: Carver Italia,

3. de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika

CARVER BOAT CORPORATION LLC,

gevestigd te Pulaski (Wisconsin),

hierna te noemen: Carver Amerika,

geïntimeerde sub 2 en 3 hierna gezamenlijk te noemen: Carver c.s.

advocaat: mr. H.M. de Mol van Otterloo te Amsterdam.

geïntimeerden,

Het geding

Bij exploot van 17 november 2006 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 11 oktober 2006 dat de rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen heeft gewezen. Bij memorie van grieven heeft [appellant] vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke grieven Carver c.s. bij memorie van antwoord hebben bestreden. Ten slotte hebben partijen hun stukken overgelegd voor arrest.

De beoordeling van het hoger beroep

1. [appellant] heeft op of omstreeks 1 maart 2003 een motorjacht van het merk/type Nuvari 63 (hierna: het jacht), gekocht bij Exclusive Yachts International. In (september) 2003 is het jacht aan [appellant] afgele-verd op de werf van Carver Italia, te Fano, Italië. In deze procedure vordert [appellant] (kort samengevat en zakelijk weergegeven) te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden, althans dat deze wordt ontbonden, dat de (eventueel bestaande) koopovereenkomst tussen geïntimeerden onderling wordt ontbonden en dat geïntimeerden (hoofdelijk) worden veroordeeld om de koopsom terug te betalen, subsidi-air dat geïntimeerden (hoofdelijk) worden veroordeeld tot nakoming van de koopovereenkomst, des dat de gebreken van het jacht worden hersteld, steeds met (hoofdelijke) veroordeling van geïntimeerden in de kos-ten van de procedure. Hij legt hieraan ten grondslag dat het jacht op een aantal punten niet aan de koop-overeenkomst heeft beantwoord en dat er in zoverre sprake is van toerekenbare tekortkomingen.

2. [appellant] heeft in eerste aanleg gesteld – kort gezegd – dat hem onvoldoende duidelijk is wie feitelijk is aan te merken als zijn contractuele wederpartij uit hoofde van de koopovereenkomst met betrekking tot het motorjacht. [appellant] zou afspraken hebben gemaakt met Exclusive Yachts International, maar deze zou zich slechts hebben opgesteld als agent van Carver Italië, die het schip aan [appellant] zou hebben geleverd. Behoudens een aanbetaling zou [appellant] de koopsom voor het motorjacht hebben betaald aan Carver Amerika, die na ontbinding van de koopovereenkomst de koopsom als onverschul-digd betaald zou moeten restitueren. Daarom heeft [appellant] alle geïntimeerden in rechte betrokken. Met betrekking tot de rechtsmacht en bevoegdheid van de rechtbank heeft [appellant] zich beroepen op een forumkeuzebeding in een akte van cessie tussen hem en Exclusive Yachts International.

3. Aan Exclusive Yachts International is (ook) in eerste aanleg verstek verleend. Carver c.s. hebben in eer-ste aanleg voor alle weren, bij incidentele conclusie, gesteld – kort gezegd – dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft in de procedure tussen [appellant] en Carver c.s., althans dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren om van de vorderingen tegen Carver c.s. kennis te nemen. Carver c.s. hebben zich in dat verband primair beroepen op een arbitrageclausule tussen Exclusive Yachts International en Carver Amerika, subsidiair hebben zij de geldigheid van althans het redelijke belang bij het forumkeu-zebeding – in elk geval ten aanzien van Carver c.s. – betwist, en meer subsidiair hebben zij gesteld dat [appellant] misbruik maakt van zijn processuele bevoegdheid doordat het forumkeuzebeding is over-eengekomen met geen ander doel dan rechtsmacht respectievelijk bevoegdheid van de rechtbank

(’s-Gravenhage) te creëren ten aanzien van Carver c.s.

4. In zijn conclusie van antwoord in het incident heeft [appellant] ontkend dat Exclusive Yachts Internati-onal enerzijds en Carver c.s. anderzijds in hun overeenkomst met betrekking tot zijn motorjacht arbitra-ge zijn overeengekomen, de akten van cessie van de vorderingen van Exclusive Yachts International op Carver c.s., tevens houdende een forumkeuzebeding, in het geding gebracht en gehandhaafd dat de rechtbank bevoegd is om van zijn vorderingen kennis te nemen, zulks – kort gezegd – mede op grond van het feit dat [appellant] de koopovereenkomst als consument is aangegaan, dat Exclusive Yachts In-ternational sinds september 2005 ook gevestigd is in Nederland, dat Carver Italia woonplaats heeft in Fano (Italië) en dat art. 6 lid 1 EEX-Vo meebrengt dat [appellant] ook Carver c.s. voor de Nederlandse rechter kan dagen.

5. Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank beslist dat er geen sprake is van een geldig forumkeuze-beding tussen [appellant] en Exclusive Yachts International en voorts dat het ten aanzien van Carver c.s. in beginsel onaanvaardbaar zou zijn dat zij op grond van een forumkeuzebeding tussen andere partijen voor een Nederlandse rechter zouden kunnen worden gedaagd. Verder heeft de rechtbank het standpunt van [ap-pellant] verworpen dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van art. 16 EEX-Vo of art. 6 onder d Rv, omdat niet kan worden aangenomen dat [appellant] het motorjacht (uitsluitend) als consument in de zin van de EEX-Verordening of art. 6 onder d Rv heeft gekocht. Ten slotte heeft de rechtbank het standpunt van [appellant] dat de zaak moet worden verwezen naar de rechtbank Middelburg verworpen op de grond dat niet is gebleken dat Exclusive Yachts International een voor deze zaak relevante woonplaats heeft in Nederland. Tegen dit oordeel richt [appellant] zijn grieven. Mede blijkens de respectieve toelichtingen heb-ben de eerste, tweede en vijfde grief betrekking op de bevoegdheid van de rechtbank in het geschil van [ap-pellant] tegen Exclusive Yachts International, en hebben de derde en vierde grief betrekking op de vraag of de rechtbank bevoegd is respectievelijk rechtsmacht heeft in het geschil van [appellant] tegen Carver c.s.

6. De rechtbank heeft de incidentele vordering van Carver c.s. en de stellingen die Carver c.s. in hun inci-dentele conclusie hebben geformuleerd tevens toegerekend aan Exclusive Yachts International. In deze zaak is echter gesteld noch gebleken dat tussen Exclusive Yachts International enerzijds en Carver c.s. anderzijds een processueel ondeelbare rechtsverhouding bestaat. Daaruit volgt dan dat stellingen en we-ren van Carver c.s. niet mede strekken ten behoeve van Exclusive Yachts International (HR 28 mei 1999, NJ 2000, 290). Dit betekent dat de rechtbank zich bij de beoordeling van haar bevoegdheid ten aan-zien van de niet verschenen gedaagde Exclusive Yachts International niet mocht baseren op het door Car-ver c.s. gevoerde verweer. In zoverre slagen de grieven I, II en V. Een en ander neemt echter niet weg dat de rechtbank in het geschil tussen [appellant] en Exclusive Yachts International ambtshalve had moeten onderzoeken of haar bevoegdheid berust op bepalingen van de EEX-Verordening (art. 26 lid 1 EEX-Vo). Het hof zal dat onderzoek thans zelf verrichten.

7. [appellant] stelt dat de rechtbank bevoegd is om van zijn vordering tegen Exclusive Yachts International kennis te nemen op grond van het forumkeuzebeding in de cessieovereenkomst. Deze stelling wordt verworpen. Weliswaar voorziet art. 23 EEX-Vo in de mogelijkheid van forumkeuze, maar het forum-keuzebeding waarop [appellant] zich beroept, voldoet niet aan de voorwaarden van art. 23 lid 1, aanhef en sub a EEX-Vo. Deze voorwaarden moeten strikt worden uitgelegd en de wilsovereenstemming tus-sen partijen moet in het forumkeuzebeding duidelijk en nauwkeurig tot uiting komen (HvJ EG 14 de-cember 1976, NJ 1977, 446). In het licht daarvan is de forumkeuzeclausule in de akte van cessie veel te algemeen geformuleerd.

8. Ook overigens is de bevoegdheid van de rechtbank niet op de EEX-Verordening te baseren. De vraag of de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van [appellant] omdat [appellant] het motorjacht heeft gekocht als consument in de zin van art. 16 lid 1 EEX-Vo – zoals [appellant] door middel van zijn vierde grief stelt – moet ontkennend worden beantwoord. Afdeling 4 (art. 15-17) van de EEX-Verordening is immers niet van toepassing op andere overeenkomsten dan die welke worden ge-noemd in art. 15 lid 1 EEX-Vo. Gesteld noch gebleken is dat de vordering van [appellant] tegen Carver Italia betrekking heeft op een overeenkomst strekkende tot koop op afbetaling als bedoeld in art. 15 lid 1 EEX-Vo (HvJ EG 27 april 1999, NJ 2001, 90). Voorts kan uit de stellingen die [appellant] zelf heeft ingenomen voordat Carver c.s. zich erop beriepen dat in dezen van een consumentenovereenkomst geen sprake kon zijn, slechts worden afgeleid dat [appellant] met de aankoop van het jacht wel degelijk ook een beroepsmatig oogmerk had. Dit oogmerk kan niet als onbetekenend worden bestempeld. Afdeling 4 EEX-Vo mist in dat geval toepassing (HvJ EG 20 januari 2005, NJ 2006, 278). Nu het jacht afgeleverd is in Fano, Italië kan de bevoegdheid van de rechtbank evenmin worden gebaseerd op art. 5 EEX-Vo. Op grond van art. 2 jo. art. 60 EEX-Vo is de Belgische rechter bevoegd, nu Exclusive Yachts Internati-onal blijkens de akte van cessie nog in augustus 2005 was gevestigd en kantoor hield te Zelzate, en blij-kens het uittreksel van de Nederlandse Kamer van koophandel op 21 september 2005 was gevestigd te Oostende. Hoewel deze gegevens moeilijk met elkaar zijn te verenigen, geldt in beide gevallen dat de Belgische rechter bevoegd is. Dit laat geen andere slotsom toe dan dat op grond van de EEX-Verordening geen bevoegdheid bestaat voor de Nederlandse rechter in het geding tegen Exclusive Yachts International. De rechtbank heeft zich terecht onbevoegd verklaard. Voor verwijzing naar de rechtbank Middelburg bestaat geen grond. De grieven I, II en V stuiten hier in alle onderdelen op af.

9. Door middel van zijn derde grief bestrijdt [appellant] het oordeel van de rechtbank dat haar rechtsmacht en bevoegdheid met betrekking tot de vordering van [appellant] jegens Carver c.s. niet kan worden aan-genomen op grond van de samenhang met de vordering van [appellant] jegens Exclusive Yachts Inter-national. Bij de beoordeling van deze grief stelt het hof voorop dat, daargelaten dat zojuist is vastgesteld dat de rechtbank niet bevoegd was om kennis te nemen van die vorderingen, de enkele samenhang van vorderingen van [appellant] op Exclusive Yachts International enerzijds en op Carver c.s. anderzijds onvoldoende is om rechtsmacht respectievelijk bevoegdheid van de rechtbank ter zake van de vorderin-gen van [appellant] tegen Carver c.s. aan te nemen. Er zal een (andere) rechtsgrond moeten worden vastgesteld die rechtvaardigt dat vorderingen van [appellant] tegen Carver c.s. worden beoordeeld door de rechtbank 's-Gravenhage.

10. Vast staat dat de forumkeuze clausule in de akte van cessie niet mede is overeengekomen met Carver Italia. Carver c.s. hebben niet betwist dat Carver Italia – weliswaar is gevestigd en gedagvaard in Ame-rika maar – tevens woonplaats heeft in Fano, Italië en dat de vraag of de rechtbank bevoegd is om van de vorderingen van [appellant] jegens Carver Italia kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van de EEX-Verordening. De toepasselijkheid van de EEX-Verordening kan echter niet tot gevolg hebben dat de rechtbank bevoegd is om van de vordering van [appellant] tegen Carver Italia kennis te nemen. Tussen partijen is in confesso dat de bevoegdheid van de rechtbank niet kan worden gebaseerd op art. 2 EEX-Vo of art. 5 EEX-Vo. Die bevoegdheid kan evenmin worden aangenomen op de grond dat er samenhang bestaat met het geschil tussen [appellant] en Exclusive Yachts International (waarin, naar zojuist is vastgesteld, de Nederlandse rechter geen bevoegdheid heeft). Op grond van art. 6 sub 1 EEX-Vo kan van bevoegdheid wegens samenhang slechts sprake zijn in geval één van de verweerders voor zijn woonplaats is gedaagd. Daarvan is in casu geen sprake. Het staat immers vast dat Exclusive Yachts International geen woonplaats heeft in het arrondissement 's-Gravenhage; de bevoegdheid van de rechtbank in het geschil tussen [appellant] en Exclusive Yachts International is gebaseerd op een fo-rumkeuzebeding. Art. 6 sub 1 EEX-Vo mist hier dan ook toepassing. De derde grief faalt derhalve voor zover zij betrekking heeft op Carver Italia.

11. De stelling dat de rechtbank bevoegd is omdat [appellant] het jacht in hoedanigheid van consument heeft gekocht, is hiervoor al ongegrond bevonden. Daarmee faalt ook de vierde grief, voor zover deze betrekking heeft op Carver Italia.

12. Vast staat dat de forumkeuzeclausule in de akte van cessie niet mede is overeengekomen met Carver Amerika. Op de vordering van [appellant] tegen Carver Amerika is de EEX-Verordening niet van toe-passing, nu gesteld noch gebleken is dat Carver Amerika woonplaats heeft in een lidstaat. De vraag of de rechtbank rechtsmacht heeft ter zake van de vordering van [appellant] tegen Carver Amerika moet derhalve, zoals [appellant] met juistheid stelt in zijn derde grief, worden beantwoord aan de hand van art. 7 lid 1 Rv. Het antwoord op deze vraag luidt evenwel ontkennend, nu de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering jegens Exclusive Yachts International. Bovendien ligt in de stellingen van [appellant] besloten dat ook Carver Italia verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst met [appellant] op zich heeft genomen. Met betrekking tot Carver Amerika stelt [appellant] echter niet meer dan dat hij zich jegens haar heeft verplicht tot betaling van een deel van de koopsom. Op grond van die enkele betalingsverplichting – die op zichzelf niet door Carver Amerika is betwist – valt echter niet in te zien waarom [appellant] een der in het petitum van de inleidende dagvaarding geformuleerde vorderin-gen op Carver Amerika zou hebben respectievelijk waarom Carver Amerika de koopsom als onver-schuldigd betaald aan [appellant] moet restitueren. Daarom kan – ook als de onbevoegdheid van de rechtbank met betrekking tot de vordering van [appellant] op Exclusive Yachts International daaraan niet in de weg zou hebben gestaan - niet worden aangenomen dat in dezen sprake is van vorderingen te-gen enerzijds Exclusive Yachts International en anderzijds Carver Amerika waartussen een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. De derde grief faalt derhalve eveneens voor zover zij betrekking heeft op Carver Amerika.

13. De vierde grief van [appellant] – aannemende dat deze mede betrekking heeft op Carver Amerika – faalt eveneens. Art. 6 sub d Rv biedt geen aanknopingspunt voor rechtsmacht van de rechtbank ter zake van de vordering van [appellant] tegen Carver Amerika, ook niet indien zou worden aangenomen dat [appel-lant] het motorjacht uitsluitend heeft gekocht in de hoedanigheid van een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Gesteld noch gebleken is immers dat Carver Ameri-ka in Nederland commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland, zoals art. 6 sub d Rv eveneens eist.

14. Voor zover de vordering gebaseerd is op de vordering die Exclusive Yachts International uit hoofde van haar rechtsbetrekking met Carver Amerika aan [appellant] heeft gecedeerd, hebben Carver c.s. gemoti-veerd gesteld dat de rechtsverhouding tussen Carver Amerika en Exclusive Yachts International is ge-baseerd op een dealerovereenkomst, waarvan een arbitrageclausule deel uitmaakt. Carver c.s. hebben – naar het hof begrijpt: bij wijze van voorbeeld – een op 16 juli 2003 ondertekende overeenkomst overge-legd. De cessie van de vordering van Exclusive Yachts International doet, naar Carver c.s. stellen, aan deze arbitrageclausule niets af. Bij antwoord in het incident heeft [appellant] betwist dat de arbitrage-clausule op de aan haar gecedeerde vordering van toepassing is, daarbij kennelijk betwistend dat de dea-lerovereenkomst in de verhouding tussen Exclusive Yachts International en Carver Amerika van kracht was. Nu [appellant] stelt een vordering gecedeerd te hebben gekregen uit een rechtsverhouding tussen Exclusive Yachts International en Carver Amerika kon zij niet met deze eenvoudige betwisting vol-staan. Van haar had verwacht mogen worden dat zij toelichtte op grond van welke andere rechtsverhou-ding die vordering dan was ontstaan. Het hof houdt het er daarom voor dat de stellingen van Carver c.s. juist zijn en dat het arbitragebeding dus eveneens aan de bevoegdheid van de rechtbank in de weg staat.

15. Het voorgaande brengt mee dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. [appellant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Exclusive Yachts International tot op heden begroot op nihil, en aan de zijde van van Carver c.s. tot op deze uitspraak begroot op € 5.916,-- aan ver-schotten en € 4.580,-- aan salaris advocaat;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.J. van Sandick, M.C.M. van Dijk en A.C. van Schaick en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2010 in aanwezigheid van de griffier.