Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8612

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-03-2010
Datum publicatie
24-03-2010
Zaaknummer
200.014.055/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid van uitweg door verjaring? Buurweg? Noodweg? Belemmeringen bij het gebruik? Plaatsopneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector handel

Zaaknummer : 200.014.055/01

Rolnummer rechtbank : 06-3611

arrest van de eerste civiele kamer d.d. 23 maart 2010

inzake

1. [Naam],

2. [Naam],

3. [Naam],

4. [Naam],

5. [Naam],

alle wonende of zaakdoende te [plaats] (gemeente […]),

appellanten,

hierna te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. J. Geelhoed te 's-Gravenhage,

tegen

[Naam],

wonende te [plaats] (gemeente […]),

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. R. Brouwer te Naaldwijk.

Het geding

Het hof heeft op 7 oktober 2008 in deze zaak arrest gewezen. Voor het procesverloop tot dat arrest verwijst het hof daarnaar. Bij dat arrest heeft het hof een comparitie van partijen bevolen, die op 10 december 2008 heeft plaatsgevonden. Vervolgens hebben [appellanten] bij memorie van grieven (met producties) vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en hebben zij hun eis gewijzigd. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord (met producties) de wijziging van eis en de grieven bestreden. Ten slotte hebben partijen kopieën van de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.1 [appellanten] exploiteren elk een glastuinbouwbedrijf aan de […]laan te [plaats]. [geïntimeerde] woont aan de [...]laan ter hoogte van de aansluiting daarvan op de openbare weg genaamd [...]laan. Naast zijn woning exploiteert hij een bedrijf, eveneens gelegen langs de [...]laan. De [...]laan is een doodlopende, niet openbare weg, die alleen bereikbaar is vanaf de [...]laan ter hoogte van de woning van [geïntimeerde], en loopt over de percelen van meerdere eigenaren, waaronder partijen.

1.2 Medio 2000 is in opdracht van de gemeente door verbreding van de stoep langs de [...]laan ter hoogte van de woning van [geïntimeerde] de breedte van de ingang van de [...]laan teruggebracht van 6,87 m tot 4,60 m.

1.3 Medio augustus 2001 heeft [geïntimeerde] op zijn perceel direct achter de ingang van de laan de doorgang van de [...]laan versmald tot 2,90 m door aan de kant van zijn woning drie paaltjes en drie bloembakken in het wegdek te plaatsen. Ook heeft hij aan de overzijde van de [...]laan vlak na de hoek van de [...]laan een verkeersbord aangebracht.

1.4 Direct voorbij de percelen waarop de woning en het bedrijf van [geïntimeerde] zijn gelegen, heeft de doorgang van de [...]laan een breedte van 4,40 m met aan de zijde van de percelen van [geïntimeerde] een hekwerk.

1.5 Na overleg tussen partijen over bedoelde versmallingen is [geïntimeerde] namens [appellanten] gesommeerd die versmallingen ongedaan te maken en de door hem op zijn perceel aangebrachte belemmeringen in de toegang en de doorgang van de [...]laan te verwijderen. Aan die sommatie heeft [geïntimeerde] niet voldaan.

2. [appellanten] hebben bij de rechtbank gevorderd primair dat deze [geïntimeerde] veroordeelt de drie paaltjes en de bloembakken en de ter hoogte van zijn perceel aan de ingang van de [...]laan aangelegde stoep met palen te verwijderen, alsmede [geïntimeerde] verbiedt de [...]laan op enige wijze af te sluiten of het verkeer te belemmeren, en subsidiair dat deze ten dienste van hun percelen over het erf van [geïntimeerde] een noodweg aanwijst met de breedte van de oorspronkelijke [...]laan. De rechtbank heeft de primaire vordering gedeeltelijk toegewezen.

3. Na wijziging van eis in hoger beroep vorderen [appellanten] thans dat het hof:

primair

1. [geïntimeerde] veroordeelt tot verwijdering van de drie bedoelde paaltjes en de bloembakken, de ter plaatse over de [...]laan aangelegde stoep en het verkeersbord, alsmede de betonblokken die naast het verkeersbord zijn geplaatst aan de overzijde van voornoemde stoep, en [geïntimeerde] veroordeelt geen belemmeringen aan te brengen binnen de door de rechtbank in rechtsoverweging 4.6 van het vonnis vastgestelde fictieve lijn over het terrein van [geïntimeerde] in het verlengde van het in rechtsoverweging 1.4 bedoelde hekwerk, en

2. [geïntimeerde] verbiedt ter plaatse de [...]laan op enige wijze af te sluiten of het verkeer te belemmeren in (w)elke vorm dan ook op straffe van een door hem aan appellanten te verbeuren dwangsom van € 10.000,- per overtreding van dit verbod,

subsidiair

3. ten dienste van hun percelen over het erf van [geïntimeerde] een noodweg aanwijst met de breedte van de oorspronkelijke [...]laan,

4. althans [geïntimeerde] verbiedt ter plaatse de [...]laan op enige wijze af te sluiten dan wel het verkeer binnen de door de rechtbank in rechtsoverweging 4.6 van het vonnis vastgestelde fictieve lijn over het terrein van [geïntimeerde] in het verlengde van het in rechtsoverweging 1.4 bedoelde hekwerk op enige wijze te belemmeren in welke vorm dan ook,

5. [geïntimeerde] verbiedt ter plaatse de [...]laan op enige wijze af te sluiten of het verkeer te belemmeren in welke vorm dan ook op straffe van een door hem aan [appellanten] te verbeuren dwangsom van € 10.000 per overtreding van dit verbod,

primair en subsidiair met kostenveroordeling.

4. [geïntimeerde] heeft zich tegen de wijziging van eis verzet, stellende dat deze in strijd is met een goede procesorde. Hij voert daartoe in de eerste plaats aan dat aan het vonnis reeds is voldaan doordat hij als gedagvaarde de bloembakken op zijn perceel heeft verwijderd en bovendien vrijwillig als bestuurder van de holding die eigenaar is van het bedrijfsperceel, de paaltjes heeft verwijderd. Hij stelt dat nimmer is gesproken over de verbreding van de stoep en de vermeende betonnen paal met verkeersbord en nimmer is gesteld dat er hinder wordt ondervonden door dit straatmeubilair. Hij brengt verder naar voren dat aan de verbreding van de stoep een belangrijke verkeerskundige overweging ten grondslag ligt. Hij voert bovendien aan dat de wijze waarop [appellanten] nu de vordering inkleden, dermate ruim is dat deze in redelijkheid niet kan worden toegewezen. Hij wijst er ten slotte op dat gelet op de situatie aan de [...]laan er nu eenmaal een ongeschreven regel is dat men het een en andere van elkaar moet dulden.

5. Het hof is van oordeel dat de wijziging van eis niet in strijd is met de goede procesorde. Het staat [appellanten] binnen zekere grenzen vrij in hoger beroep hun vordering aan te vullen en de onderbouwing daarvan opnieuw op te zetten. Van een ontoelaatbare uitbreiding van de vordering is in genen dele sprake. De verbreding van de stoep en het verkeersbord hebben zij in eerste aanleg aan de orde gesteld (punt 5 van de dagvaarding). [geïntimeerde] heeft voldoende gelegenheid zich tegen de gewijzigde eis te verweren en daarbij ook de toewijsbaarheid te betwisten. Het hof zal bij zijn beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen mede acht slaat op de vraag in hoeverre [appellanten] door [geïntimeerde] aangebrachte of aan te brengen verkeersbelemmeringen moeten dulden.

6. De eerste drie grieven keren zich tegen de grondslag waarop de rechtbank de vordering heeft toegewezen. [appellanten] brengen naar voren dat de rechtbank had moeten beslissen dat hun een erfdienstbaarheid, althans een recht van buurweg, althans een recht van uitweg toekwam. In hun vierde en vijfde grief klagen [appellanten] erover dat de rechtbank niet beslist heeft over de door hen gevorderde verwijdering van een stoep, een verkeersbord en betonblokken, onderscheidenlijk hun vordering ter zake van toekomstige belemmeringen heeft afgewezen. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

7. Het hof constateert dat het geschil tussen partijen in de kern niet gaat over de vraag of [appellanten] de [...]laan als uitweg mogen gebruiken voor zakelijk en persoonlijk verkeer, maar over de wijze waarop zij dat doen en over de door [geïntimeerde] aan dat gebruik opgeworpen belemmeringen. Daaromtrent heeft het hof behoefte aan een plaatsopneming in aanwezigheid van partijen en van een deskundige die op de hoogte is van de aan een uitweg als de onderhavige redelijkerwijs te stellen inrichtingseisen en daarover het hof kan voorlichten (in beginsel mondeling). Voorshands is het hof van oordeel dat daartoe met een verkeersdeskundige van de gemeente Westland kan worden volstaan. Aansluitend aan de plaatsopneming wenst het hof in een door partijen beschikbaar te stellen vergaderruimte in de nabijheid van de uitweg een comparitie van partijen te houden teneinde van partijen inlichtingen te verkrijgen over de door hen gewenste voortzetting van de procedure en om een schikking te beproeven.

8. Het hof zal elke verdere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het hof:

- beveelt een plaatsopneming van de [...]laan te [plaats] ter hoogte van de aansluiting daarvan op de [...]laan op 28 mei 2010 om 10:30 uur, gevolgd door een comparitie van partijen in een door partijen ter beschikking te stellen vergaderruimte voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling;

- verzoekt [appellanten] ervoor zorg te dragen dat bij de plaatsopneming en, voor zover nodig, bij de comparitie een verkeersdeskundige als bovenbedoeld aanwezig is;

- beveelt partijen, in persoon ([geïntimeerde] tevens als bestuurder van zijn bedrijf), vergezeld van hun raadslieden, daarbij aanwezig te zijn;

- bepaalt dat, indien een der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen in de maanden juni tot en met september van 2010, opgeeft dan verhinderd te zijn, het hof (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de comparitie zal vaststellen;

- verstaat dat het hof reeds de beschikking heeft over kopiedossiers en dat het deze met het oog op de plaatsopneming onder zich zal houden;

- bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze uiterlijk twee weken vóór de plaatsopneming en comparitie in kopie aan de griffie handel van het hof en aan de wederpartij te zenden;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.V. van den Berg en J. Kramer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2010 in aanwezigheid van de griffier.