Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6578

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
05-03-2010
Zaaknummer
BK-09-00324
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanslag waterschapsbelasting. Belanghebbende heeft in hoger beroep geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan de conclusie kan worden getrokken dat de aanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is opgelegd. Ook overigens is daarvan niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-09/00324

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 16 februari 2010

op het hoger beroep van [belanghebbende] te [Z] tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 24 april 2009, nr. AWB 08/1091, betreffende na te noemen aanslag.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2008 een aanslag in de waterschapsbelastingen opgelegd.

1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar van het waterschap Hollandse Delta (hierna: de Inspecteur) belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afgewezen.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Loop van het geding

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 110. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. Belanghebbende heeft vervolgens een conclusie van repliek ingediend, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek.

2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 5 januari 2010, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn belanghebbende en de Inspecteur verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Verordening

3. Het algemeen bestuur van het waterschap Hollandse Delta heeft, gelet op de artikelen 110 en 113, eerste lid, van de Waterschapswet, de Omslagverordening van het waterschap Hollandse Delta 2005 vastgesteld. De Omslagverordening is laatstelijk gewijzigd bij besluit van de verenigde vergadering van het waterschap van 31 januari 2008. Blijkens de inhoud van de gedingstukken zijn de Omslagverordening en de wijzigingsbesluiten op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, in hoger beroep het volgende komen vast te staan:

4.1. Belanghebbende bewoonde op 1 januari 2008 een binnen de bebouwde kom gelegen woning gelegen aan de [a-straat 1] te [Z].

4.2. Belanghebbende is ingezetene van het taakgebied van het waterschap Hollandse Delta, waaraan binnen dat gebied de zorg voor de waterkering, waterkwantiteit en wegen is opgedragen.

Omschrijving geschil en conclusies van partijen

5.1. Tussen partijen is in geschil of de onderhavige aanslag terecht en tot een juist bedrag is opgelegd, welke vraag door belanghebbende ontkennend en door de Inspecteur bevestigend wordt beantwoord.

5.2. Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen verwijst het Hof naar de gedingstukken.

Overwegingen omtrent het geschil

6. In hoger beroep herhaalt belanghebbende zijn voor de rechtbank ingenomen standpunten. Belanghebbende heeft in hoger beroep geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan de conclusie kan worden getrokken dat de aanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is opgelegd. Ook overigens is daarvan niet gebleken. Het hoger beroep is ongegrond.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, J.W. baron van Knobelsdorff en H.A.J. Kroon, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. van den Bogerd. De beslissing is op 16 februari 2010 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.