Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3768

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
12-02-2010
Zaaknummer
BK-09/00275
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet WOZ. Naar 's Hofs oordeel heeft de Inspecteur bij de waardebepaling terecht tot uitgangspunt genomen dat de tuin een woonbestemming heeft en dat de Inspecteur de waarde van de tuin alsmede de daarop gebaseerde aanslag niet te hoog heeft vastgesteld. Voorts sluiten de gegevens van de aanslag voldoende duidelijk aan bij de aanduiding van de tuin zodat de aanslag herleidbaar is naar de tuin.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-0427
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector belasting

nummer BK-09/00275

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer van 19 januari 2010

op het hoger beroep van de Inspecteur, de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwkoop, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 maart 2009, nummer AWB 08/6317 WOZ, betreffende de na te noemen aan [belanghebbende] te [Z] uitgereikte beschikking en opgelegde aanslag.

Beschikking, aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Bij beschikking van 31 mei 2008 (hierna: de beschikking) heeft de Inspecteur de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [a-straat 1 A tuin], op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) op waardepeildatum 1 januari 2007 (hierna: de waardepeildatum) voor het kalenderjaar 2008 vastgesteld op € 185.000. Met de beschikking is in één geschrift verenigd de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2008 (hierna: de aanslag) bekendgemaakt.

1.2. Na daartegen gemaakt bezwaren heeft de Inspecteur bij, in één geschrift vervatte, uitspraken op bezwaar, de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de beschikking gewijzigd aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot op € 11.700 en de aanslag verminderd tot een berekend naar een waarde van € 11.700.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 8 december 2009, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

In hoger beroep is op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.

3.1. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als "[a-straat 1 A tuin]" en kadastraal bekend als gemeente Nieuwkoop, sectie [.], nummer [....] (hierna: de tuin). De tuin betreft een perceel grond, groot 780 vierkante meter, en is vrijwel geheel gelegen rond de vrijstaande woning van belanghebbendes dochter.

3.2. De woning van de dochter van belanghebbende is gelegen op een perceel grond, groot 260 vierkante meter, plaatselijk bekend als [a-straat 1 A] en kadastraal bekend gemeente Nieuwkoop, sectie [.], nummer [....] (hierna: het huisperceel).

3.3. Voordat belanghebbende op 12 november 2001 het huisperceel aan zijn dochter overdroeg, vormden de tuin en het huisperceel tezamen een perceel grond, groot 1.040 vierkante meter, (hierna: het totale perceel) met daarop de vrijstaande woning.

3.4. Na 12 november 2001 is belanghebbende eigenaar van de tuin gebleven. Door de overdracht zijn er voor de toepassing van de Wet WOZ twee objecten ontstaan. Voorts is belanghebbende eigenaar van het belendende bosperceel, groot 2.000 vierkante meter, plaatselijk bekend als "[a-straat XY 1 A]" en kadastraal bekend als gemeente Nieuwkoop, sectie [.], nummer [....] (hierna: het bosperceel).

Omschrijving geschil, standpunten en conclusies van partijen

4.1. In geschil is of de tuin een agrarische bestemming of een woonbestemming heeft.

4.2. De Inspecteur is van opvatting dat op het totale perceel de bestemming woondoeleinden rust. Er mag één woning op het totale perceel staan. De woning staat op een oppervlakte van 260 vierkante meter. De oppervlakte van de tuin bedraagt 780 vierkante meter. De tuin, die eigendom van belanghebbende is, heeft door de overdracht geen agrarische bestemming gekregen, maar de woonbestemming behouden. De tuin moet daarom tegen de prijs van € 396 per vierkante meter worden gewaardeerd. Omdat de tuin dienstbaar is aan het huisperceel, heeft de Inspecteur een neerwaartse correctie toegepast van 60%. De waarde van de tuin naar de waardepeildatum 1 januari 2007 is daarom vastgesteld op € 185.000 (780 m2 x € 396 x 0,6). Het hoger beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en bevestiging van de uitspraken op bezwaar.

4.3. Belanghebbende heeft in zijn verweerschrift naar voren gebracht dat de tuin op de waardepeildatum geen woonbestemming had. De woonbestemming betreft uitsluitend het huisperceel. Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank en tot veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten.

4.4. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die zij daartoe in de van hen afkomstige stukken en ter zitting hebben aangevoerd.

Beoordeling van het hoger beroep

5.1. Het Hof is vooreerst van oordeel dat het verweer van belanghebbende dat het hoger beroepschrift niet vermeldt dat het is ingediend namens de gemeente Nieuwkoop geen doel treft. In dit verband wijst het Hof op de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop. De gemeente Alphen aan den Rijn voert in opdracht van de gemeente Nieuwkoop alle werkzaamheden uit op het gebied van de gemeentelijke belastingen, kwijtscheldingen en de Wet WOZ. Dit is in overeenstemming met artikel 232, tweede lid, van de Gemeentewet. De colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten kunnen met betrekking tot een of meer gemeentelijke belastingen bepalen dat ambtenaren van een van die gemeenten worden aangewezen als heffingsambtenaar. Bij het tot de gedingstukken behorende "Aanwijzingsbesluit heffingsambtenaar en woz-ambtenaar" van de gemeente Nieuwkoop van 22 mei 2007 is het hoofd Financiën van de gemeente Alphen aan den Rijn aangewezen als heffingsambtenaar met de bevoegdheid de geattribueerde taken van de heffingsambtenaar te mandateren. Het Hoofd Financiën heeft van die bevoegdheid gebruik gemaakt door bij het eveneens tot de gedingstukken behorende "Mandaatbesluit heffingsambtenaar en woz-ambtenaar" van 17 september 2008 aan vier belastingambtenaren van de gemeente Alphen aan de Rijn de bevoegdheid te mandateren om als heffingsambtenaar op te treden. Ingevolge de gegeven opdracht kunnen deze vier belastingambtenaren optreden als heffingsambtenaar voor de gemeente Nieuwkoop en hebben zij daartoe de bevoegdheid.

5.2. Ter zitting heeft de Inspecteur een plankaart van het bestemmingsplan [B] d.d. juli 2002 getoond. Op de plankaart blad 4 en aan de hand van de luchtfoto (beide als bijlage 8 gevoegd bij het verweerschrift d.d. 30 oktober 2008 van de Inspecteur in de beroepsprocedure) heeft de Inspecteur laten zien, dat de tuin en het huisperceel tezamen het perceel vormen, dat op de plankaart is ingetekend als het bruin gekleurde vak met daarin de aanduiding "1a" aan de bolletjeslijn met de benaming "[a-straat]", en dat op de luchtfoto is afgebeeld met de rood gearceerde U-vorm waarbinnen in het vierkant de woning is afgebeeld met de aanduiding "1a". De tuin is geen bestanddeel van het bosperceel.

5.3. Volgens de colofon van de plankaart hebben de percelen met de bruine kleur een woonbestemming. Daarmee staat de woonbestemming van de tuin vast. Belanghebbende heeft naar aanleiding van hetgeen de Inspecteur heeft laten zien zijn standpunt laten varen dat de tuin geen woonbestemming heeft en de waardeberekening van de Inspecteur onweersproken gelaten.

5.4. Het vorenstaande leidt het Hof tot geen andere conclusie dan dat de Inspecteur bij de waardebepaling terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat de tuin een woonbestemming heeft en dat de Inspecteur de waarde van de tuin alsmede de daarop gebaseerde aanslag niet te hoog heeft vastgesteld. Voorts sluiten de gegevens van de aanslag voldoende duidelijk aan bij de aanduiding van de tuin zodat de aanslag herleidbaar is naar de tuin.

5.5. De slotsom is dat het hoger beroep van de Inspecteur gegrond is en de uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank; en

- bevestigt de uitspraak op bezwaar.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. W.M.G. Visser, P.J.J. Vonk en J.J.J. Engel, in tegenwoordigheid van de griffier drs. F. van Veen. De beslissing is op 19 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20.303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.