Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0931

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
MHV 200.050.289
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 1:264 BW

Hof bekrachtigt beschikking rechtbank waarbij vervangende toestemming is gegeven voor vaccinaties tegen pneumokokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

MS

26 januari 2010

Sector civiel recht

Zaaknummer: MHV 200.050.289/01

Zaaknummer eerste aanleg: 69241/JE RK 09-619

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

[X.], en [Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: de vader respectievelijk de moeder, tezamen: de ouders,

advocaat: mr. E. Sijnesael,

t e g e n

Stichting Bureau Jeugdzorg Zeeland,

gevestigd en mede kantoorhoudende te Middelburg,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de stichting.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Middelburg van 3 september 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 december 2009, hebben de ouders verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de toestemming voor de inentingen van het hierna te noemen minderjarige kind van de ouders voor pneumokokken niet wordt verleend (en derhalve het verzoek van de stichting in eerste aanleg af te wijzen).

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 december 2009. Gelet op de onderlinge samenhang is deze zaak gevoegd behandeld met het beroep van de ouders onder zaaknummer MHV200.045.738/01. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de ouders, bijgestaan door mr. E. Sijnesael;

- de stichting, vertegenwoordigd door de heer R.C. Annard.

2.2.1. De heer en mevrouw [Z.] (hierna te noemen: de pleegouders) zijn, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. Ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad) is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de brief d.d. 7 december 2009 en het faxbericht met bijlagen d.d. 9 december 2009 van de advocaat van de ouders.

3. De beoordeling

3.1. Uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader, is, voor zover hier van belang, geboren:

[Zoon] (hierna: [zoon]), op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats].

De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag.

[Zoon] staat sinds 9 juni 2009 onder toezicht van de stichting en is sindsdien uit huis geplaatst in een pleeggezin (bij de pleegouders).

3.2. Bij verzoekschrift ingekomen op 17 augustus 2009 heeft de stichting bij de rechtbank Middelburg verzocht om vervangende toestemming voor een medische behandeling bij [Zoon], inhoudende vaccinatie tegen pneumokokken.

3.3. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank vervangende toestemming verleend voor de volgende vaccinaties met betrekking tot [Zoon]:

met 2 maanden: DaKTP+Hib+Pneumokokken

met 3 maanden: DaKTP+Hib+Pneumokokken

met 4 maanden: DaKTP+Hib+Pneumokokken

met 11 maanden: DaKTP+Hib+Pneumokokken

3.4. De ouders kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5. De ouders voeren in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan.

De kinderrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat het noodzakelijk is dat de jeugdige alle vaccinaties uit het rijksvaccinatieprogramma krijgt en dat de belangen van [Zoon] bij de inenting zwaarder wegen dan de geloofsovertuiging van de moeder. De vaccinatie voor pneumokokken is niet noodzakelijk. Deze vaccinatie behoorde tot medio 2006 niet tot het rijksvaccinatieprogramma. Daarenboven is het feit dat het rijksvaccinatieprogramma niet verplicht is een indicatie voor de noodzaak van de inenting. Bovendien hebben de leden van de geloofsgemeenschap van de moeder allen geen vaccinatie gehad en dit heeft tot op heden niet tot problemen geleid. Ook kan een besmetting met de pneumokokkenbacterie goed worden behandeld met antibiotica. Derhalve dient de geloofsovertuiging van de moeder te prevaleren boven de belangen van [Zoon] bij de inenting.

3.6. De stichting heeft ter zitting aangevoerd dat de vaccinatie voor pneumokokken niet voor niets is opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma. Een besmetting met pneumokokken heeft immers een enorme impact. [Zoon] niet inenten tegen pneumokokken is ook niet verantwoord ten opzichte van het pleeggezin waar [Zoon] verblijft. Niet duidelijk is waar de principiële bezwaren van de ouders tegen voornoemde inenting vandaan komen.

3.7. Het hof overweegt het volgende.

3.7.1. Ingevolge artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de ouder die het gezag heeft zijn toestemming daarvoor weigert, deze toestemming op verzoek van de stichting worden vervangen door die van de kinderrechter.

3.7.2. Uit informatie van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) is het hof gebleken dat pneumokokkenziekte een verzamel- naam is voor ernstige infecties die worden veroorzaakt door een groep bacteriën, de pneumokokken. Een besmetting met pneumokokken kan leiden tot levensbedreigende ziekten als hersenvliesontsteking (meningitis), bloedvergiftiging (sepsis) en ernstige longontsteking (pneumonie). Van iedereen die hersenvliesontsteking door pneumokokken oploopt, overlijdt 15 tot 20%. Vooral kinderen onder de twee jaar - [Zoon] behoort tot deze leeftijdscategorie - en ouderen lopen kans de ziekte te krijgen, vaak met ernstige complicaties. Pneumokokken kunnen heel gemakkelijk van de ene naar de andere persoon overgaan. Hoge doses antibiotica zijn nodig bij pneumokokkenziekte, maar omdat de ziekte zo snel verergert, loopt een antibioticumbehandeling bijna altijd achter de feiten aan. Vaak is dan al onherstelbare schade aangericht. De vier vaccinaties van het rijksvaccinatieprogramma geven langdurige bescherming en het pneumokokkenvaccin heeft over het algemeen weinig bijwerkingen.

3.7.3. Het hof overweegt dat de moeder weliswaar heeft gesteld dat zij vanwege haar geloofsovertuiging de vaccinatie tegen pneumokokken afwijst, maar het hof gaat hieraan voorbij gezien voornoemde ernstige gevolgen van besmetting door pneumokokken en nu uit de uitleg die de moeder ter zitting heeft gegeven het hof niet is gebleken dat de geloofsovertuiging van de moeder de (hoofd)reden is voor de weigering. De moeder heeft weliswaar verklaard dat zij lid is van een gesloten gemeenschap - een soort Sinti-gemeenschap - onder leiding van een dominee en dat deze dominee - van wie de moeder de naam overigens niet wist - heeft gezegd dat de inenting tegen pneumokokken niet van de hand van God is, maar het hof is gebleken dat doorslaggevend voor de weigering van de moeder is - zoals zij ter zitting heeft verklaard - dat in 2006 op het journaal is geweest dat er ‘tracers’ in het vaccin werden gedaan. De moeder heeft het hof ook geen afdoende verklaring kunnen geven waarom juist de vaccinatie tegen pneumokokken indruist tegen de geloofsovertuiging van de moeder, terwijl de moeder voor de overige vaccinaties van het rijksvaccinatie-programma wel toestemming heeft gegeven. Juist vanwege enerzijds het belang van [Zoon] om veilig en gezond op te groeien en anderzijds de door de moeder bij herhaling ingeroepen geloofsovertuiging, had een nadere onderbouwing door de moeder, dat inenting tegen bepaalde andere kinderziekten wél maar inenting tegen pneumokokken níet van de hand van God is, in de rede gelegen, althans had de moeder er, redelijkerwijs gesproken, op bedacht dienen te zijn dat de enkele stelling dat een haar niet bij naam bekende dominee (van een gesloten gemeenschap waarvan de moeder evenmin kan aangeven op welke - van andere geloofsgemeenschappen te onderscheiden - basisbeginselen deze gemeenschap berust) zou hebben gezegd dat inenting tegen pneumokokken niet van de hand van God is, onvoldoende is in het licht van de tussen de moeder en [Zoon] te maken belangenafweging, mede in verband waarmee het hof wijst op het in onder meer in artikel 3 lid 1 Verdrag inzake de rechten van het kind neergelegde uitgangspunt dat de belangen van het kind de eerste overweging vormen.

3.7.4. Het hof acht gezien de ernstige gevolgen die een pneumokokkeninfectie kan hebben het noodzakelijk dat [Zoon] daartegen wordt beschermd door middel van vaccinatie teneinde ernstig gevaar voor zijn gezondheid te voorkomen. Het hof overweegt daarbij dat tegenover het belang van de moeder het belang van [Zoon] staat om veilig en gezond op te kunnen groeien. Nu de pleegouders thans de verantwoordelijkheid voor de verzorging en gezondheid van [Zoon] hebben, is het hof van oordeel dat zij aan deze verantwoordelijkheid ook inhoud moeten kunnen geven. Het hof zal derhalve vervangende toestemming verlenen voor alle vaccinaties van het rijksvaccinatieprogramma tegen pneumokokken bij [Zoon] met dien verstande dat, voor zover nog geen uitwerking is gegeven aan de bestreden beschikking, gezien het tijdsverloop, toestemming voor de vaccinaties wordt gegeven, waarbij het tijdstip van vaccinaties overeenkomstig is met het daartoe in te winnen medisch advies.

3.8. Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen met dien verstande dat, voor zover nog geen uitwerking is gegeven aan de bestreden beschikking, gezien het tijdsverloop, toestemming voor de vaccinaties wordt gegeven, waarbij het tijdstip van vaccinaties overeenkomstig is met het daartoe in te winnen medisch advies.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Middelburg van 3 september 2009, met dien verstande dat, voor zover nog geen uitwerking is gegeven aan de bestreden beschikking, gezien het tijdsverloop, toestemming voor de vaccinaties wordt gegeven, waarbij het tijdstip van vaccinaties overeenkomstig is met het daartoe in te winnen medisch advies.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mertens-Steeghs, Pellis en Raab en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2010.