Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BK9356

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
19-01-2010
Zaaknummer
22-000414-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BP9442, Niet ontvankelijk
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BP9442
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zowel de mishandeling met voorbedachten rade, meermalen gepleegd, van zijn dochtertje als het medeplegen van doodslag van het slachtoffer.

Om een vermeende kwade geest in het slachtoffer te beheersen/verdrijven is het slachtoffer door de verdachte en de medeverdachten meermalen en ernstig mishandeld. Daarbij heeft de verdachte met één of meer shawls de armen en benen van het slachtoffer strak vastgebonden en heeft hij haar met de hand(en) geslagen, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard.

Het gepleegde geweld jegens het slachtoffer is haar fataal geworden.

Het hof heeft bij de strafoplegging meegewogen dat de verdachte zich gedurende zijn verblijf in Nederland bij twee van zijn medeverdachten (vanaf januari 2005) in een uitbuitingssituatie bevond. De verdachte bevond zich in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van bedoelde medeverdachten; hij was illegaal in Nederland en woonde bij hen in huis, hij sprak de Nederlandse taal niet, had geen eigen financiële middelen en had geen tot zeer beperkt contact met de buitenwereld. Tevens was er in die situatie sprake van geweld en bedreiging met geweld tegen de verdachte, zoals bewezen verklaard.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000414-08

Parketnummer: 09-900097-06

Datum uitspraak: 19 januari 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 14 december 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[BETROKKENE 4],

geboren te [geboorteplaats] (India) op [geboortedatum],

thans verblijvende in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 13 en 20 februari 2009, 5 en 12 juni 2009, 27 en 30 oktober 2009, 6 en 24 november 2009, 9 december 2009 en

5 januari 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, zijn dochter genaamd [slachtoffer], (geboren [geboortedatum slachtoffer]) van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) meermalen, althans eenmaal (telkens) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans (telkens) opzettelijk,

* met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)gebonden en/of

* die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beetgepakt en/of in de keel van die [slachtoffer] geknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of

* een /de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dichtgehouden en/of gekepen, althans de mond van die [slachtoffer] gesnoerd en/of

* op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] belemmerd en/of

* met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, aan zijn dochter genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachte rade, zwaar lichamelijk letsel (te weten talrijke botbreuken: aan de ribben aan de rugzijde en/of zijwaarts, aan een sleutelbeen en/of een schouderblad en/of aan een bovenarm en/of uitgebreide bloeduitstortingen op het hartzakje en/of kneuzingen van het longweefsel en/of kneuzing van de rechterzijde van het hart en/of kneuzing van de wortel van de lever en/of kneuzing van de maag en/of vochtophoping in de hersenen en/of herseninklemming, heeft/hebben toegebracht, door die [slachtoffer] toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,

* met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)te binden en/of

* die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beet te pakken en/of in de keel van die [slachtoffer] te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vast te knijpen en/of dicht te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of

* een /de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te houden en/of te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of

* op enige wijze de ademhaling bij/van die [slachtoffer] te belemmeren en/of

* met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] te stompen, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad;

art 304 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 303 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk en telkens met voorbedachte rade zijn dochter genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]),

* met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] heeft om en/of (vast)gebonden en/of

* die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel heeft beetgepakt en/of in de keel van die [slachtoffer] heeft geknepen en/of de keel van die [slachtoffer] heeft vastgeknepen en/of dichtgeknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of

* een /de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgehouden en/of gekepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of

* op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of

* met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad;

art 301 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan zijn dochter (te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en (telkens) met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van (een deel van) het hart), heeft/hebben toegebracht, door toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans telkens opzettelijk,

* met één of meer shawls en/of doeken de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] om en/of (vast) te binden en/of

* een/ de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of - speelgoed, althans een of meer hard(e) voorwerp(en) in de mond van die [slachtoffer] te stoppen en/of te proppen en/of

* op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] te belemmeren en/of

* met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(en) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

* met het volle gewicht (met een/de voet(en)) op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] te staan en/of

* (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vast te pakken en deze arm vervolgens met kracht om te draaien, althans te breken en/of

* die [slachtoffer] bij haar armen vast te pakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond te slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan te slaan en/of

- het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar te schudden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) met dat hoofd tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, te slaan en/of te bonken en/of

* die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of - die [slachtoffer] wakker te houden, althans te voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of - die [slachtoffer] (aldus) lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken;

art 304 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan zijn dochter (te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer]),zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk

* met één of meer shawls en/of doeken de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of

* de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of

* speelgoed, althans een of meer hard(e) voorwerp(en) in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of

* op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of

* met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of

* met het volle gewicht met een/de voet(en) op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of

* (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of

- die [slachtoffer] bij haar armen heeft vast gepakt en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of

* het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of

* het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of

* die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of

* die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of

* die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan haar dochter (te weten [slachtoffer], geboren op

[geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk

* met één of meer shawls de arm(en) en/of be(e)n(en) van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of

* de hand(en) op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of

* speelgoed, althans een of meer hard(e) voorwerp(en) in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of

* op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of

* met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of

* (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of

* met het volle gewicht met een/de voet(en) op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of

* (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of

* die [slachtoffer] bij haar armen heeft vast gepakt en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of

* het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of

* het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of

* die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of

* die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of

* die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt;

tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van een deel van het hart), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 301 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair en 2 primair en subsidiair eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Namen van de verdachte en de medeverdachten

Gelet op de omstandigheid dat de meeste medeverdachten dezelfde achternaam hebben, zal het hof de verdachte en de medeverdachten in het vervolg bij hun voornaam aanduiden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en betoogd dat het aan de verdachte onder 1 primair - het medeplegen van doodslag - en het onder 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief - het medeplegen van mishandeling met voorbedachten rade, meermalen gepleegd, begaan tegen zijn kind - tenlastegelegde, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Vrijspraak

Om redenen zoals onderstaand overwogen, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair en subsidiair eerste cumulatief/alternatief is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen zijn vervat (zie 'Bewijsvoering'), in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

Primair

hij op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zijn dochter genaamd [slachtoffer], (geboren [geboortedatum slachtoffer]) van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk,

* met één of meer shawls de armen en benen van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] vastgebonden en

* op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] belemmerd en

* met één stok op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en

* (met grote kracht) met de hand(en) op/tegen het hoofd en elders op het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Feit 2

Subsidiair, tweede cumulatief/alternatief

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, zijn dochter (te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer]), telkens opzettelijk en met voorbedachten rade,

* met één of meer shawls de armen en benen van die [slachtoffer] op strakke wijze vast heeft gebonden en/of

* met de hand(en) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] telkens enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Het hof maakt ook gebruik van de verklaringen van de verdachten uit het proces-verbaal van de zittingen in hoger beroep van 5 en 12 juni 2009, nu in alle zaken een proces-verbaal is opgemaakt en deze processen-verbaal met de verklaringen van de verdachten in alle dossiers zijn gevoegd en aan de advocaat-generaal en de verdediging zijn verstrekt en de raadslieden en de advocaat-generaal op nadere zittingen de gelegenheid hebben gehad de verdachten te ondervragen als getuige. De bewezenverklaring van de feiten in hoger beroep ten aanzien van de afzonderlijke verdachten wordt niet in overwegende mate gedragen door de verklaring van een medeverdachte, afgelegd ter terechtzitting als verdachte in zijn/haar eigen strafzaak.1

1. Inleiding

In de onderhavige zaak worden [betrokkene 2], [betrokkene 1], [betrokkene 5] (op de dagvaarding genoemd [betrokkene 5], haar echte naam is [betrokkene 5]), [betrokkene 4] en [betrokkene 3] (op de dagvaarding genoemd [betrokkene 3]) verdacht van betrokkenheid bij de mishandelingen voor 28 januari 2006 en de mishandelingen en de dood op 28 januari 2006 van [slachtoffer], geboren [geboortedatum en geboorteplaats slachtoffer].

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] worden tevens verdacht van het uitbuiten (mensenhandel) van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] in de periode van 1 januari 2005 tot en met 23 maart 2006, alsmede van het beïnvloeden van getuigen om naar vrijheid een verklaring af te leggen.

Mede gelet op de samenhang van de rollen van alle verdachten in de ten laste gelegde feiten terzake het mishandelen en overlijden van [slachtoffer] en van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] terzake de mensenhandel, heeft het hof besloten in de arresten van de verdachten na te noemen bewijsmotiveringen te geven terzake die feiten.

Uit het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep is het volgende gebleken:

Verdachten

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] woonden met hun kinderen, [getuige 2] en [R.], in een woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage.

Eind 1999 is [betrokkene 5] vanuit India naar Nederland gekomen en heeft sinds die tijd (tot en met 28 januari 2006) bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aan de [adres 1] verbleven.

[slachtoffer], het overleden slachtoffer, is de dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4]. [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn (in India) met elkaar getrouwd. Tot midden augustus 2004 verbleven [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in India. Op 16 augustus 2004 zijn zij in Nederland aangekomen en hebben sinds die tijd (tot en met 28 januari 2006) bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] verbleven.

[betrokkene 4] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 4] of [bijnaam betrokkene 4] genoemd.

[betrokkene 1] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 1], [bijnaam betrokkene 1] of [bijnaam betrokkene 1] genoemd.

[betrokkene 2] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 2] of [bijnaam betrokkene 2] genoemd.

Woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage

De woning aan de [adres 1] had twee verdiepingen. Op zowel de eerste als de tweede verdieping was er een keuken. Hoofdzakelijk verbleven (en sliepen) [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] op de eerste verdieping en [betrokkene 1], [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.] op de tweede verdieping. Op de eerste verdieping was in ieder geval een woonkamer, een kinderkamertje en een zogenoemde dozenkamer. Op de tweede verdieping waren de slaapkamers van [betrokkene 1], [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.] en er was een tempel. In de tempel (ook wel ohmkamer genoemd) stond een soort altaar en daar werden vuuroffers gebracht. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] baden in de tempel.

2. Het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006 en de mishandelingen van [slachtoffer] vóór 28 januari 2006

Het hof zal hieronder de feiten weergeven rond het overlijden en de letsels van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, zoals deze op grond van het deskundigenbewijs zijn vastgesteld.

Overigens heeft de verdediging het deskundigenbewijs niet betwist.

2.1 Overlijden van [slachtoffer]

Op zaterdag 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, omstreeks 17.30 uur, werd [slachtoffer] het Juliana Kinderziekenhuis te 's-Gravenhage binnengebracht. [slachtoffer] had wijde licht stijve pupillen en meervoudig uitwendig letsel, waaronder meerdere hematomen, een fors gezwollen rechterbovenarm (waarvan de chirurg zei dat die was gebroken), een evident afwijkende stand van de linkeronderarm, beide sleutelbeenderen en verschillende ribben waren gebroken, alsmede een gezwollen en blauwe rechterknie waar duidelijk bloed in zat. Bij de aanvang van de reanimatie kwam er bloed uit de maag, wat gaandeweg erger werd, en op de echo was te zien dat zij in ieder geval een scheur in haar lever had. Een gescheurde lever kan ontstaan door een behoorlijke klap in de buik. Gezien de uitgebreidheid van het letsel leek het de behandelend arts [getuige 3] zeer onwaarschijnlijk dat dit veroorzaakt kon zijn door een val van de trap, zoals aanvankelijk door de betrokkenen werd verklaard.

Om 20.10 uur is [slachtoffer] overleden.2

2.2 Oorzaak overlijden [slachtoffer] op basis van de door de deskundigen geconstateerde letsels

Dr. B. Kubat, patholoog, van het Nederlands Forensisch Instituut (verder: NFI), afdeling pathologie, heeft de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] onderzocht. Haar bevindingen heeft zij neergelegd eerst in een voorlopig rapport d.d. 30 januari 20063 en later in een volledig obductieverslag d.d. 4 augustus 2006.4 In laatstgenoemd rapport constateert zij onder andere (onder Samenvatting, pagina 9) dat [slachtoffer] iets te kort en licht van gewicht is voor haar leeftijd volgens tabellen voor Europeanen en dat zij in een goede voedingstoestand verkeert (sub A).

Voorts is bij röntgenonderzoek gebleken van talrijke oude en recente botbreuken, onder andere aan de ribben beiderzijds (de rugzijde en zijwaarts), het linkerschouderblad, de onderarm links (met scheefstand passend bij genezing zonder behandeling) en aan de bovenarm rechts (sub B). Er zijn in ieder geval recente breuken aangetroffen aan de armen, aan enkele ribben aan de voor- en achterzijde van de borstkas en aan het (linker)schouderblad.

Ook is er sprake van uitgebreide bloeduitstortingen aan onder andere de rechterarm, voor- en achterzijde van de rechterschouder, bovenzijde van de rug, over het gehele voor- en bovenhoofd beiderzijds, in de oppervlakkige en diepe weke delen naast de wervelkolom beiderzijds, op de linkerarm/hand en op de voor- en achterzijde van de benen (sub C), evenals bloeduitstortingen op het hartzakje (sub D).

Tevens is sprake van kneuzingen van longweefsel links en rechts, kneuzing van de rechterzijde van het hart, kneuzing van de wortel van de lever, kneuzing van de bovenzijde van de maag (sub D), bloedingen in de dunne en dikke darmwand (sub E), en tekenen van vochtophoping in de hersenen (hersenoedeem) en herseninklemming (sub F).

Er is sprake van tekenen van meerdere dagen oude beschadiging aan één van de sensibele banen van het ruggenmerg (die de gevoelszin van de onderste lichaamshelft verzorgt), berustend op traumatische beschadiging van de zenuwbanen die aan de achterzijde het ruggenmerg ingaan (de achterwortels) (sub G).

Bloeduitstortingen in beide oogzenuwen en oogbollen, passend bij trauma zoals bijvoorbeeld acceleratie-deceleratietrauma (sub H).

Voorts is er sprake van kleine oppervlakkige beschadigingen met kleine omgevende bloeduitstortingen aan de binnenzijde van de lippen en kleine wondjes en kleine bloeduitstortingen aan de punt van de tong (sub I), alsmede van kleine bloeduitstortingen in de spieren van de hals aan de voorzijde (sub J) en zeer talrijke stipvormige bloedingen in de huid en de slijmvliezen (sub K).

Dr. Kubat oordeelt (epicrise) dat er tekenen waren van zeer heftig uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op het lichaam en tekenen van eerder doorgemaakte traumata in de vorm van zeer talrijke oude breuken, die niet behandeld waren. Voorts waren er tekenen van herhaaldelijk, heftig, uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op de borstkas, gezien de ribbreuken en de letsels aan de borstorganen, alsmede op de buik, gezien de letsels aan de buikorganen. Verder waren er tekenen van letsels aan de ruggenmergwortels met degeneratie van één van de banen van het ruggenmerg, welke letsels zijn ontstaan in het kader van het uitwendig mechanisch geweld op de romp. De bevindingen aan de schedelinhoud (sub F; hof: tekenen van vochtophoping in de hersenen en herseninklemming) zijn niet eenduidig te interpreteren, maar kunnen zijn ontstaan op basis van heftig, uitwendig mechanisch botsend geweld op het hoofd. Dit geweld is er zeker geweest gezien de uitgebreide onderhuidse bloeduitstortingen aan het hoofd. Het feit dat er geen aantoonbare beschadigingen aan de hersenen waren, kan betekenen dat dit geweld niet meer dan enkele uren vóór het overlijden heeft plaatsgevonden, in welk geval de beschadigingen nog niet aantoonbaar zijn middels een sectie. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat het geweld op het hoofd geen of geen uitgebreide hersenbeschadiging heeft veroorzaakt maar wél heeft geleid tot het ontstaan van hersenoedeem. Het aan de lippen en tong geconstateerde letsel (sub I en K) zouden kunnen passen bij uitwendige afsluiting van de neus en mond (in het kader van smoren) en dientengevolge optredende verstikking. De bevindingen aan de hals (sub J) kunnen passen bij bloeduitstortingen, ontstaan ten gevolge van geforceerde ademhalingsbewegingen. Geforceerde ademhalingsbewegingen kunnen optreden bij elke vorm van ademnood (derhalve ook bij smoren). Opvallend was verder dat in de oude breuken verse breuken werden geconstateerd, passend bij herhaaldelijk toegepast geweld.

De gevonden letsels waren bij leven opgetreden, ernstig en zeer uitgebreid. Gezien het voorkomen van oude en recente letsels is er tenminste twee maal heftig geweld tegen [slachtoffer] gebruikt. Niet aan te geven is in welke mate welk (recent) letsel een bijdrage heeft geleverd aan het overlijden.

Dr. Kubat's eindconclusie luidt: Het overlijden van [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer], wordt verklaard op basis van zeer uitgebreide en ernstige letsels op het lichaam en van de inwendige organen, al dan niet in combinatie met smoren, en de daardoor opgetreden verwikkelingen en weefselschade.

Naar aanleiding van het aantreffen van oude fracturen bij [slachtoffer], is door prof. dr. Maat en R. Gerretsen, onderzoek gedaan naar de ouderdom van drie van deze oude breuken (5e, 6e en 7e rib). De fractuur van de 5e rib bleek 0-2 dagen oud te zijn, de 6e en 7e rib 2-3 weken oud, met in de breuk van de 7e rib een nieuwe fractuur van 0-2 dagen oud.5

Ten aanzien van het letsel aan het ruggenmerg heeft dr. Kubat eerst in haar briefrapport aangegeven dat het letsel aan het ruggenmerg enkele dagen tot circa een week oud zou kunnen zijn6, en in haar rapport van 20 juli 2006 heeft zij geconcludeerd dat het neuropathologisch onderzoek van de hersenen en het ruggenmerg een meerdere dagen oude beschadiging van één van de achterstrengen beiderzijds toonde, vrijwel zeker ten gevolge van traumatische letsels van de achterwortels van het ruggenmerg op laagthorakaal en hooglumbaal niveau.7

Ter zake van de beoordeling van de mogelijke mechanismen die tot de letsels hebben geleid, verklaart dr. Kubat als volgt. Er waren tekenen van zeer heftig uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op de romp, de extremiteiten (hof: bovenste extremiteiten zijn armen, onderste extremiteiten zijn benen) en het hoofd. Het geweld was zowel kort voor als enige tijd voor het overlijden toegebracht. Het mechanisme dat heeft geleid tot de enkele weken oude letsels is niet meer te reconstrueren. Over het mechanisme dat heeft geleid tot de recente huidbeschadigingen en onderhuidse bloeduitstortingen kan geen uitspraak worden gedaan. De overige letsels kunnen zijn ontstaan door mechanismen van botsend geweld, zoals slaan met een vlak, hard voorwerp zoals een knuppel, slaan met handen, tegen een vlak oppervlak zoals een muur of bed botsen of gegooid worden.8 Bij de rechter-commissaris heeft dr. Kubat voorts verklaard dat er in dit geval sprake was van ernstige inwendige verwondingen, hetgeen erop wijst dat excessief geweld op het lichaam is uitgeoefend, vergelijkbaar met dat bij ernstige verkeersongevallen. Het letsel zou bijvoorbeeld kunnen zijn ontstaan door heftig slaan, schoppen of door met de knieën op het slachtoffer te gaan zitten.9

Voorts hebben ook dr. R.A.C. Bilo en H.G.T. Nijs op verzoek van de rechter-commissaris onder meer nader onderzoek gedaan naar de letsels en de dood van [slachtoffer].10 In hoofdstuk VIII van het dossier worden de skeletafwijkingen besproken.

Men constateert breuken in beide sleutelbenen. Bij deze breuken is sprake van callusvorming, hetgeen betekent dat er al sprake is van oudere fracturen die aan het genezen zijn.11 Tevens wordt vastgesteld dat er sprake is van een groot aantal ribbreuken dat callusvorming toont. Bij één rib is nog geen callus zichtbaar, hetgeen wijst op een recenter moment van ontstaan.12 Het schouderbladfractuur is niet te dateren.13 Voorts blijkt niet alleen sprake van een oudere fractuur van de linkeronderarm met callusvorming, ook blijkt sprake van een afwijkende locatie van de kop van het spaakbeen ten opzichte van het ellebooggewricht. Verder blijken er in de rechterarm diverse fracturen aanwezig: het deel van de bovenarm aan de kant van de elleboog toont een humerusfractuur boven het bolvormige gewrichtsuitsteeksel, van recentere datum, zonder callusvorming. Het deel van de ellepijp aan de kant van de pols toont een fractuur met callusvorming.14

Gevraagd naar de ouderdom van het letsel aan de onderarm (het hof begrijpt: de linkeronderarm), heeft dr. Bilo bij de rechter-commissaris verklaard dat aan de arm drie oude fracturen zichtbaar waren. Er was ook sprake van uitgebreide callusvorming. Callusvorming is bij kinderen zichtbaar vanaf 10 dagen na tot ongeveer drie maanden na het ontstaan van de fractuur.15 Voorts verklaart dr. Bilo desgevraagd dat de blauwe plekken aan de buitenkant en het inwendige letsel wijzen op letsel dat enige uren voor het constateren is ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen dat er fracturen zijn ouder dan twee of drie weken. Een aantal van de fracturen is heel recent. De standsafwijking aan de arm is niet te dateren, evenals de claviculafracturen (hof: sleutelbeenfracturen).16

Ook verklaart hij dat er sprake is geweest van een verstoorde ademhaling, hetgeen wordt ondersteund door de gevonden petechiën (kleine puntbloedinkjes). Bij het dichtknijpen van de keel ontstaat een overlijdensrisico aangezien het een belemmering van de ademhaling geeft. Door het inbinden (zoals gedaan tijdens de reconstructie) zou een heel ernstige ademhalingsbelemmering kunnen ontstaan; een belemmering van de ademhalingsbeweging van het middenrif en de borstkas. Dr. Bilo kan geen uitspraak doen of [slachtoffer] door wurging of door inbinden is overleden. De bevindingen laten beide mogelijkheden toe.17

2.3 Conclusie terzake de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006

Op basis van het voorgaande is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat op 28 januari 2006 [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer], om het leven is gekomen als gevolg van de haar toegebrachte zeer uitgebreide en ernstige recente letsels op haar lichaam en van de inwendige organen, al dan niet in combinatie met smoren en daardoor opgetreden verwikkelingen en weefselschade.

Ten overvloede overweegt het hof dat het aanvankelijk door de verdachten geschetste scenario dat [slachtoffer] van de trap was gevallen als gevolg waarvan zij de betreffende letsels zou hebben opgelopen, mede op basis van de onderzoeksresultaten van onder andere deskundige Bilo, die - kort gezegd - een val van de trap als oorzaak van de letsels zonder meer uitsluit18, apert ongeloofwaardig is.

2.4 Conclusie terzake de mishandelingen van [slachtoffer] vóór

28 januari 2006

Op basis van de onderzoeksresultaten zoals bovengenoemd met inachtneming van na te noemen feiten en omstandigheden is naar 's hofs oordeel komen vast te staan dat [slachtoffer] voorafgaand aan 28 januari 2006 zeer ernstig is mishandeld, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (onder andere meerdere fracturen en letsel aan het ruggenmerg).

Gelet op de ribfracturen van twee à drie dagen oud en de meerdere dagen (tot een week) oude beschadiging aan het ruggenmerg van [slachtoffer], alsmede het grote aantal fracturen en de callusvorming (zichtbaar 10 dagen tot drie maanden na ontstaan van de fractuur) op de meeste van die fracturen, gaat het hof er vanuit dat [slachtoffer] in de periode van drie maanden tot enkele dagen althans een week voor haar overlijden tenminste tweemaal zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

3. Feiten en omstandigheden terzake van de mishandelingen die hebben geleid tot het overlijden van [slachtoffer] op

28 januari 2006

3.1 Overwegingen van het hof met betrekking tot de voor het bewijs te bezigen verklaringen van de verdachten [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5]

Bekennende verklaringen [betrokkene 3] uit 2006

Voor wat betreft de bekennende verklaringen van [betrokkene 3] uit februari 2006 volgt het hof de verdachte [betrokkene 3] in zoverre dat het hof er vanuit gaat dat [betrokkene 3] op 28 januari 2006 wel geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer], mede gelet op de door [betrokkene 3] in die verklaringen en de in haar cel aangetroffen brief beschreven geweldshandelingen en de bij [slachtoffer] aangetroffen verwondingen. Voor wat betreft de uitlatingen van [betrokkene 3] dat zij alleen en met voorbedachten rade [slachtoffer] op 28 januari 2006 om het leven heeft gebracht, laat het hof die verklaringen buiten beschouwing. Het hof komt die gedeelten van de verklaringen van [betrokkene 3], in onderling verband en samenhang bezien met de overige onderzoeksresultaten en de na te melden feiten en omstandigheden, ongeloofwaardig voor.

[betrokkene 5]

Voor wat betreft de gedurende het strafproces afgelegde verklaringen van [betrokkene 5] volgt het hof in grote lijnen de eerste verklaringen van [betrokkene 5] uit 2006 voor zover deze naar het oordeel van het hof in onderling verband en samenhang bezien aansluiting vinden bij de overige onderzoeksresultaten en afgelegde verklaringen. Voor wat betreft de uitlatingen van [betrokkene 5] dat zij, kort gezegd, op 28 januari 2006 elders in het huis en niet in het kamertje bij [slachtoffer] (en [betrokkene 3]) is geweest, laat het hof deze gedeelten van de verklaringen buiten beschouwing nu deze het hof, in onderling verband en samenhang bezien met de overige onderzoeksresultaten en dan met name de verklaring van [betrokkene 4] terzake, ongeloofwaardig voorkomen.

[betrokkene 4]

Het hof volgt [betrokkene 4] in zijn verklaringen, en met name ook zijn verklaringen ter zitting in hoger beroep, terzake het aannemen van de telefoon op 28 januari 2006, het halen en geven van de stok op die dag, het slaan van [slachtoffer] in het gezicht en het slaan met de stok. Zijn verklaringen voor wat betreft de rollen van [betrokkene 3] en [betrokkene 5] op 28 januari 2006 volgt het hof eveneens in grote lijnen, met name waar zijn verklaringen aansluiting vinden bij overige onderzoeksresultaten.

Het hof acht zijn waarnemingen met betrekking tot [betrokkene 3] en [betrokkene 5] betrouwbaar, temeer daar hij zichzelf niet spaart.

Afstemmen verklaringen [betrokkene 3] en [betrokkene 4]

Het hof merkt hierbij nog op dat, wat er ook zij van de bedoelde afstemming van de verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] door [betrokkene 3] in de tapgesprekken van 26 april 2007 en 10 mei 2007, uit de nadere verklaringen van [betrokkene 4] van beïnvloeding niet is gebleken. In zijn nadere verklaring van 21 mei 2007 belast [betrokkene 4] namelijk een ieder.

3.2 Feiten en omstandigheden vóór en op 28 januari 2006

Onderstaand zal het hof eerst de vaststaande feiten en gebeurtenissen terzake de mishandelingen van [slachtoffer] in de periode voorafgaand aan 28 januari 2006 (voor zover bewezen verklaard) uiteenzetten, met daaropvolgend de feiten en gebeurtenissen op die 28ste januari, welke tot het overlijden van [slachtoffer] hebben geleid.

[betrokkene 5] is eind 1999 naar Nederland gekomen om bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] te

's-Gravenhage te werken.19 Op 16 augustus 2004 zijn [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in Nederland aangekomen, ook om bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage te werken.20 [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer], is de dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4].21 Toen [slachtoffer] in Nederland aankwam was zij dus 5 maanden oud.

Aanvankelijk ging alles nog goed en was er niets aan de hand, maar na een periode van ongeveer zes maanden begonnen de problemen rond [slachtoffer].22 [betrokkene 3] had aan [betrokkene 1] verteld dat zij in India een slang had gedood en vanaf die tijd is [betrokkene 1] zich anders gaan gedragen. Vanaf die tijd dacht [betrokkene 1] dat [slachtoffer] behekst was of dat er een spook in haar zat. Als er ook maar iets mis ging in het huis, bijvoorbeeld als [R.] of [getuige 2] struikelde, kreeg [slachtoffer] daar de schuld van. [slachtoffer] werd ook geslagen door [betrokkene 1].23 [betrokkene 3] hield eigenlijk heel veel van [slachtoffer], maar [betrokkene 3] begon ook te geloven dat [slachtoffer] behekst was en toen is zij haar ook gaan mishandelen.24

Iedereen sloeg [slachtoffer], met uitzondering van [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.].25

Voorafgaand aan 28 januari 2006 hebben [betrokkene 3], [betrokkene 1], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] [slachtoffer] geslagen. Van [betrokkene 1] mocht [slachtoffer] heel weinig slapen, want dan zou de geest uit haar komen. Als [slachtoffer] sliep maakten [betrokkene 3], [betrokkene 5] of [betrokkene 4] haar wakker door haar te mishandelen.26 [slachtoffer] is meermalen vastgebonden (hof: terzake het vastbinden, zie verder benedenstaand).27 [betrokkene 3] heeft [slachtoffer] geslagen, onder meer met een snoer.28 [betrokkene 4] sloeg [slachtoffer]29 en [betrokkene 1] heeft [slachtoffer] met de hand en de stok geslagen.30 Volgens [betrokkene 4] sloegen [betrokkene 3] en [betrokkene 5] [slachtoffer] het meest. [betrokkene 1] gaf [betrokkene 5] en [betrokkene 3] opdracht [slachtoffer] te slaan. Het geluid van klappen heeft [betrokkene 4] veel gehoord. Vaak werd [slachtoffer] met de hand geslagen, soms ook met een stok. Als [slachtoffer] was geslagen was haar gezicht iets dikker, en waren er wel eens verkleuringen en blauwe plekken in haar gezicht te zien.31 Ook [betrokkene 5] verklaart dat [slachtoffer] door [betrokkene 3] met een stok op haar rug werd geslagen.32 Ook heeft [betrokkene 5] blauwe plekken gezien bij [slachtoffer], op haar bovenbenen en op (andere) verschillende plekken.33

[slachtoffer] is voor 28 januari 2006 meermalen vastgebonden door [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1].34 Ze werd dan strak vastgebonden met een tjuni (hof: soort shawl van dunne stof) bij haar handen (polsen) en (boven)benen.35 [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] in de periode omstreeks december 2004 tot en met 27 januari 2006 twee of drie keer vastgebonden. Soms deed hij het, soms [betrokkene 5].36 [betrokkene 4] heeft gezien dat [betrokkene 5] [slachtoffer] een keer met haar handen boven haar hoofd aan de spijlen van haar box had vastgebonden, met haar hoofd naar achteren.37 Ook [betrokkene 3] heeft gezien dat [betrokkene 5] [slachtoffer] een keer met haar handen boven haar hoofd en met haar voeten aan de spijlen van haar box heeft vastgebonden, zodat haar hoofd naar beneden hing.38 Ook [betrokkene 3] heeft in die periode [slachtoffer] meermalen vastgebonden.39

Niemand anders dan [betrokkene 1] gaf de opdracht om [slachtoffer] te slaan. [slachtoffer] werd echter ook geslagen als [betrokkene 1] niet thuis was; [betrokkene 1] gaf ook telefonisch door dat [slachtoffer] moest worden geslagen. Zowel [betrokkene 4], als [betrokkene 3] als [betrokkene 5] hebben deze telefonische opdrachten van [betrokkene 1] tot het mishandelen van [slachtoffer] aangenomen en doorgegeven aan (een van) de anderen.40

Gebeurtenissen op 28 januari 2006

Op 28 januari 2006, vanaf ongeveer 12.15 uur, zijn [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [getuige 2] en [slachtoffer] thuis in de woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage.41 [slachtoffer] is op dit moment dus 1 jaar en 10 maanden oud.

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn op deze dag omstreeks 12.00 uur met hun zoon [R.] en een vriendje van hem, [D.], naar een schaaktoernooi gegaan waaraan [R.] en [D.] zouden deelnemen.42 Het schaaktoernooi vond plaats in de [sportvereniging] gevestigd op [adres 2] te 's-Gravenhage.43 Het toernooi begon, iets te laat, om 12.55 uur en telde 7 rondes met telkens een pauze tussendoor. De leiding kwam toch goed uit met het speelschema en de tijd omdat de pauzes iets werden ingekort. [R.] en [D.] hebben alle 7 wedstrijden gespeeld.44 [R.] heeft de eerste drie wedstrijden verloren, de vierde is in remise geëindigd en de laatste drie heeft hij gewonnen.45

Gedurende de dag, vanaf 13.25.45 uur, is er (zeer) intensief belverkeer geweest tussen de telefoons van [betrokkene 1] ([telefoonnummer 1]) en [betrokkene 2] ([telefoonnummer 2]) enerzijds, die op dat moment naar het schaaktoernooi waren, en de vaste huistelefoon van de [adres 1] ([telefoonnummer 3]) en de mobiele telefoon die [betrokkene 4] op 28 januari 2006 in gebruik had ([telefoonnummer 4]) anderzijds.46

Op deze dag tussen 14.00 en 14.30 uur, zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer], gewikkeld in een dekentje, korte tijd buiten de woning geweest. Buren hebben twee personen, een man en een vrouw, met een klein kind, gewikkeld in een dekentje, buiten zien staan en onder andere [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] hebben bevestigd dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer] naar buiten zijn geweest.47

[betrokkene 1] had die dag, reeds voorafgaand aan haar vertrek uit de woning, aan [betrokkene 3] en [betrokkene 5] de opdracht gegeven om [betrokkene 3] met [slachtoffer] in het kinderkamertje (hof: ook wel kleine kamertje genoemd) op te sluiten, [slachtoffer] vast te binden en haar geen eten of drinken te geven, omdat [R.] zou gaan huilen als hij zou verliezen op het schaaktoernooi en als [slachtoffer] los was kon het spook uit [slachtoffer] komen en ervoor zorgen dat [R.] zou verliezen.48 [slachtoffer] heeft die dag dan ook niets te eten of te drinken gekregen.49 Om 13.25 uur belde [betrokkene 1] voor het eerst die middag naar de woning aan de [adres 1].50 [R.] heeft op dat moment net zijn eerste schaakronde gehad en heeft deze verloren. De ronde begon (iets te laat) om 12.55 uur en zal rond 13.20/13.25 uur zijn afgelopen. De andere rondes zijn wel op tijd begonnen, omdat de pauzes iets korter waren.51 [betrokkene 5] neemt de eerste keer de huistelefoon op (of [betrokkene 4], die hem daarna aan [betrokkene 5] gaf52) en [betrokkene 1] geeft haar de opdracht tegen [betrokkene 3] te zeggen dat [slachtoffer] moet worden vastgebonden en klappen moet krijgen.53 Als reden hiervoor gaf zij dat [R.] op het schaaktoernooi aan het verliezen was en dat de reden daarvan [slachtoffer] was, want in [slachtoffer] zat een geest.54 [betrokkene 5] geeft de opdracht van [betrokkene 1] om [slachtoffer] te slaan door aan [betrokkene 3].55 Na het eerste telefoontje van [betrokkene 1] is [slachtoffer] in het kinderkamertje door [betrokkene 3] met een shawl (hof: uit het dossier blijkt dat de shawl waarmee [slachtoffer] wordt vastgebonden, door de verdachten ook wel wordt omschreven als 'tjuni', 'sluier' of 'doek') vastgebonden en wordt [slachtoffer] geslagen.56 Het hof gaat er vanuit dat zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] op dat moment met [slachtoffer] in het kinderkamertje waren.57 [betrokkene 3] heeft [slachtoffer], voordat zij met [slachtoffer] en [betrokkene 4] naar buiten ging, hard op het gezicht geslagen waardoor [slachtoffer] moest huilen.58 [betrokkene 5] heeft [slachtoffer] op 28 januari 2006 tussen 13.00 uur en 14.00 uur heel erg hard horen huilen. [slachtoffer] was toen in het kleine kamertje.59 [betrokkene 4] heeft gehoord dat [slachtoffer] van [betrokkene 1] moest worden vastgebonden en geslagen.60

Om 13.54 uur wordt er voor de tweede keer door [betrokkene 1] naar de woning gebeld. De tweede ronde van het schaaktoernooi is dan net geweest en [R.] heeft wederom een wedstrijd verloren.

Een minuut daarna belt [betrokkene 1] voor de derde keer naar de woning, om 13.55 uur.61 [betrokkene 1] geeft op dat moment de opdracht aan [betrokkene 5]62 om [betrokkene 4] en [betrokkene 3] met [slachtoffer] naar buiten te sturen, omdat er een kwade geest in het lichaam van [slachtoffer] zat en omdat ze in het huis waren, was [R.] de schaakwedstrijden aan het verliezen.63 [betrokkene 5] geeft de boodschap van [betrokkene 1] door dat [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] naar buiten moeten gaan.64 [betrokkene 5] weet dat [slachtoffer] op dat moment al flink was mishandeld; [betrokkene 5] heeft [betrokkene 3] horen slaan, [slachtoffer] horen huilen en gillen en ze ziet haar liggen, ze lijkt te zweten, had rode vlekken op haar handen, bloed op haar lippen, ze bewoog maar een klein beetje en ze huilde zachtjes.65

[betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] zijn korte tijd buiten geweest66: Omstreeks 14.00 uur zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer], gewikkeld in een dekentje, naar buiten gegaan.67 [betrokkene 4] had een mobiele telefoon (nummer [telefoonnummer 4]) mee naar buiten genomen. Uit onder meer de telefoongegevens blijkt dat [betrokkene 1] om 14.07 uur naar de mobiele telefoon van [betrokkene 4] heeft gebeld.68 [betrokkene 1] gaf hen de opdracht weer terug te keren naar de woning, omdat de geest in [slachtoffer] anders terug zou gaan naar [R.].69 [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn teruggegaan en tussen 14.15 uur en 14.30 uur weer de woning binnengegaan.70

Na hun terugkeer van buiten zijn [betrokkene 3] en [slachtoffer] het kinderkamertje ingegaan.71 [betrokkene 1] belde om 14.19 uur weer naar de woning72 en [betrokkene 5] nam de huistelefoon op. De derde schaakronde is dan (zo goed als) voorbij en [R.] heeft die weer verloren.73 [betrokkene 1] gaf [betrokkene 5] de opdracht [slachtoffer] weer vast te binden in het kinderkamertje. Daar is [slachtoffer] wederom vastgebonden en is zij opnieuw geslagen.74 [slachtoffer] wordt vastgebonden met één of meer shawls.75 Bij het vastbinden wordt [slachtoffer] helemaal in elkaar gevouwen, als een bolletje; haar benen worden omhoog opgevouwen en haar armen over elkaar aan de voorkant opgevouwen, en dan met de shawl vastgebonden.76 [betrokkene 3] verklaart dat [slachtoffer] op de dag van haar dood met de benen op haar borst is vastgebonden.77 [betrokkene 5] beschrijft de wijze waarop [slachtoffer] was vastgebonden voorts als met de benen omhoog gevouwen, de armen zaten ook vast. Het was op een heel strakke manier vastgebonden. [betrokkene 5] ziet dat [slachtoffer] er heel slecht uitziet en ziet geelkleurig spuug bij de mondhoek van [slachtoffer].78 Op verzoek van [betrokkene 5] legt [betrokkene 4] een knoop in de shawl waarmee [slachtoffer] is vastgebonden.79 [slachtoffer] is, na van buiten teruggekeerd te zijn, heel erg geslagen en [betrokkene 5] heeft [slachtoffer] heel erg hard horen huilen.80 Op verzoek van [betrokkene 5] haalt [betrokkene 4] een stok om [slachtoffer] te slaan. [betrokkene 4] haalt de stok van boven en geeft hem aan [betrokkene 5].81 [slachtoffer] wordt door [betrokkene 5] geslagen, met de stok op haar lichaam.82 [betrokkene 3] slaat [slachtoffer] met een tot vuist gebalde hand op haar voorhoofd en op haar wangen.83 [betrokkene 3] slaat [slachtoffer] ook met de stok, tot er bijna geen geluid meer uit de keel van [slachtoffer] komt.84 In een bij [betrokkene 3] aangetroffen handgeschreven geschrift, waarvan zij heeft verklaard dat het door haar is geschreven,85 schrijft [betrokkene 3] dat zij met de stok op de borst van [slachtoffer] heeft geslagen, alsmede dat zij [slachtoffer] op haar gezicht, oren, armen en benen heeft geslagen.86 Ook [betrokkene 5] zag dat [betrokkene 3] [slachtoffer] met de stok sloeg.87 Ze hoorde [slachtoffer] eerst heel erg hard huilen en toen dat de stem van [slachtoffer] zwaarder werd, alsof iemand bijna doodgaat. [slachtoffer] lag op de grond van het kleine kamertje. [betrokkene 5] zag dat [slachtoffer] aan het hijgen was en dat haar borst op en neer ging. [betrokkene 4] heeft dit ook gezien.88 Zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] zijn wederom, gedurende de (gezien het letsel zoals bovenomschreven) zeer ernstige mishandelingen van [slachtoffer], in het kinderkamertje bij [slachtoffer] aanwezig.89

Ook [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] de betreffende 28ste januari geslagen. [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] enkele malen met zijn hand op haar mond althans haar gezicht geslagen en hij heeft haar met de stok op haar rug geslagen.90 Daarna riep [betrokkene 5] [betrokkene 4] en zei dat hij sambal mee moest nemen. [betrokkene 4] voldeed hieraan en [betrokkene 5] heeft vervolgens sambal op de lippen van [slachtoffer] gesmeerd.91 [betrokkene 4] denkt dat [slachtoffer] al werd geslagen voordat hij met haar en [betrokkene 3] naar buiten gaat.92 [betrokkene 4] wist dat op 28 januari 2006 [betrokkene 3] en [betrokkene 5] bij [slachtoffer] in het kamertje waren, dat [slachtoffer] was vastgebonden en dat [slachtoffer] met een stok werd geslagen, die hij op verzoek van [betrokkene 5] had gehaald. Hij wist dat [betrokkene 1] tegen [betrokkene 5] had gezegd dat [slachtoffer] moest worden geslagen. [betrokkene 4] verklaart dat hij zich kan voorstellen dat [slachtoffer] pijn heeft geleden toen ze werd geslagen.93

Aan het einde van de middag zag [betrokkene 5] dat [slachtoffer] er slecht uitzag; ze lag op haar rug met haar handen naast haar, ze zag dat [slachtoffer] nog maar moeilijk kon ademen (alsof ze aan het spartelen was) en haar ogen werden doffig. Toen ze dat zag heeft [betrokkene 5] (om 16.54 en 16.55 uur, gelet op de telefonische gegevens) naar [betrokkene 1] gebeld (ze weet niet meer precies of ze het nummer van [betrokkene 1] of [betrokkene 2] heeft gebeld, maar ze heeft in ieder geval met [betrokkene 1] gesproken) om te zeggen dat het niet goed ging met [slachtoffer].94

Door [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] is [slachtoffer] naar het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag gebracht.95

3.3 Juridische kwalificatie van het handelen van de verdachten op 28 januari 2006

[betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5]:

Conclusie

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] zich op voornoemde bewezenverklaarde wijze schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van doodslag van [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4], op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage.

Medeplegen

Uit deze feiten en omstandigheden is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] als [betrokkene 4] ieder een eigen rol hebben gehad in het jegens [slachtoffer] op 28 januari 2006 gepleegde geweld. Geen van de verdachten heeft zich op enig moment (op welke wijze dan ook) gedistantieerd van de geweldshandelingen jegens [slachtoffer]. In tegendeel, [betrokkene 3] en [betrokkene 5] hebben in het kinderkamertje (ernstig) geweld jegens [slachtoffer] gepleegd, zonder dat ieders aandeel daarin precies is vastgesteld. Ook [betrokkene 4] heeft bijgedragen aan het gepleegde geweld en ondersteunende handelingen verricht. [betrokkene 5] heeft voorts een belangrijke rol gespeeld als zogezegd de contactpersoon tussen [betrokkene 1] en de aanwezigen in de woning aan de [adres 1]; zij heeft de opdrachten van [betrokkene 1] strekkende tot het vastbinden en mishandelen van [slachtoffer] doorgegeven en aan [betrokkene 1] gemeld dat het niet goed met haar ging. De ondersteunende handelingen van [betrokkene 4] ter zake van het gepleegde geweld verricht zijn zodanig direct en in hetzelfde feitenkader verricht, dat zij passen binnen de gezamenlijke delictueuze gedraging, namelijk het zwaar lichamelijk mishandelen van [slachtoffer]. Het hof noemt in dit kader onder andere het opnemen en doorgeven van de telefoon aan [betrokkene 5] terwijl hij wist dat [slachtoffer] dan mishandeld zou worden, het halen en geven aan [betrokkene 5] van de stok waarmee [slachtoffer] is geslagen en het halen van de sambal.

Conclusie:

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat vast is komen te staan dat de verdachten zo bewust en nauw hebben samengewerkt ter zake van het mishandelen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorwaardelijk opzet:

Met name op basis van het voornoemde deskundigenbewijs ter zake van de ernst van de letsels van [slachtoffer] en hetgeen bovenstaand is overwogen omtrent de oorzaak van overlijden van [slachtoffer], is het hof van oordeel dat de gebeurtenissen op 28 januari 2006 ten aanzien van [slachtoffer] vele malen verder gingen dan 'gewoon' mishandelen. [betrokkene 5] heeft dit bevestigd ter zitting in hoger beroep van 5 juni 2009; desgevraagd verklaart zij dat zij zich besefte dat het slaan met de stok en het opgevouwen liggen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 veel verder ging dan de normale mishandelingen van [slachtoffer], alsmede dat zij zag dat het 'er niet goed uitzag'.96

[slachtoffer] (1 jaar en 10 maanden oud) is gelet op de aard en duur van het op haar uitgeoefende geweld zwaar mishandeld. Uit voornoemde feiten en omstandigheden blijkt dat om 13.25 uur [betrokkene 1] voor het eerst heeft gebeld naar de woning en de opdracht gaf om [slachtoffer] vast te binden en klappen te geven. Pas om 16.54 en 16.55 uur heeft [betrokkene 5] naar [betrokkene 1] gebeld om te zeggen dat [slachtoffer] er niet goed uitzag en is het geweld jegens [slachtoffer] gestopt. Dit houdt in dat er gedurende een periode van maar liefst 3,5 uur (heftig) geweld is uitgeoefend op [slachtoffer] (met in ieder geval uitzondering van de korte tijd dat zij met [betrokkene 3] en [betrokkene 4] buiten is geweest) en dat zij gedurende een groot gedeelte van die tijd strak was vastgebonden, met haar benen op haar borstkas en haar armen over elkaar opgevouwen.

[betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] waren op de hoogte van het op [slachtoffer] uitgeoefende geweld en haar verslechterende fysieke toestand op die dag als gevolg van de mishandelingen. In samenhang bezien met haar leeftijd en de duur, aard en ernst van de mishandelingen zoals voornoemd, hadden zij moeten weten dat het voortduren van deze mishandelingen [slachtoffer] fataal konden worden.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat [betrokkene 5], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van de mishandelingen op 28 januari 2006 zou komen te overlijden en aldus daartoe het voorwaardelijk opzet hebben gehad.

Naar 's hofs oordeel doet de omstandigheid dat [betrokkene 4] niet de gehele tijd lijfelijk in het kinderkamertje aanwezig was bij de mishandelingen van [slachtoffer] en derhalve niet exact weet had van de precieze gedragingen van [betrokkene 3] en [betrokkene 5], aan dit oordeel niet af.97 [betrokkene 4] wist van de mishandelingen van [slachtoffer], (in grote mate) ook van de aard, de ernst en de duur daarvan en hij wist dat zij vastgebonden was. Hij moet haar hard hebben horen huilen.98 Rond de tijd dat [betrokkene 4] de knoop in de shawl had gelegd en de stok haalde, lag er geelkleurig spuug bij [slachtoffer].

[betrokkene 1]:

Vrijspraak ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is niet komen vast te staan dat verdachte [betrokkene 1] opzet, ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet, had op de dood van [slachtoffer]. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] vaker werd mishandeld en vastgebonden en dat [betrokkene 1] die dag de opdracht gaf [slachtoffer] weer te mishandelen en vast te binden. In onvoldoende mate is komen vast te staan dat, in tegenstelling tot [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5], [betrokkene 1] op de hoogte was van de verslechterende, kritieke lichamelijke gezondheidstoestand van [slachtoffer] op die dag als gevolg van de mishandelingen, zodat niet vastgesteld kan worden dat zij, door opdracht te geven om [slachtoffer] te mishandelen (op de wijze zoals uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt), willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van die mishandelingen zou komen te overlijden.

Derhalve dient zij naar 's hofs oordeel van het haar onder 1 primair tenlastegelegde, zijnde het medeplegen van de doodslag van [slachtoffer], te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring ter zake van feit 1 subsidiair

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de verdachte [betrokkene 1] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage meermalen telefonisch opdracht heeft gegeven om [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]) vast te binden en te mishandelen, alsmede om [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] naar buiten te sturen. Het hof neemt hierbij in aanmerking - zakelijk weergegeven - de tijdstippen en frequentie van de gepleegde telefoontjes en het verloop van de schaakwedstrijd van [R.], in onderling verband en samenhang bezien met de verklaringen van [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] hieromtrent, alsmede de omstandigheid dat [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in opdracht van [betrokkene 1] naar buiten zijn gegaan. Het hof merkt in dit kader overigens op dat gedurende de gehele strafprocedure door geen van de verdachten een andere aannemelijke verklaring is gegeven voor het gedurende korte tijd buiten zijn van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer].

Uit de omstandigheid dat [betrokkene 1] telefonisch de opdracht tot het vastbinden en mishandelen van [slachtoffer] doorgaf aan anderen, die deze opdracht daadwerkelijk uitvoerden, blijkt zowel de voorbedachte rade als de bewuste en nauwe samenwerking van de verdachte [betrokkene 1] met [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] ten aanzien van de (zware) mishandelingen van [slachtoffer]. De omstandigheid dat verdachte [betrokkene 1] lijfelijk niet bij de mishandelingen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 aanwezig is geweest, doet aan dit oordeel niet af.99

Voorts is het hof van oordeel dat de verdachte [betrokkene 1] door aldus te handelen, mede gelet op de leeftijd van het slachtoffer (1 jaar en 10 maanden) en de duur en aard van de mishandelingen, zoals [betrokkene 1] daartoe gedurende de dag opdracht heeft gegeven, minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De verdachte [betrokkene 1] heeft aldus daartoe het voorwaardelijk opzet gehad. De omstandigheid dat [betrokkene 1] niet op de hoogte is geweest van de precieze gedragingen van haar medeplegers [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4], doet hier niet aan af. Het ten laste gelegde geobjectiveerde gevolg van die zware mishandelingen, te weten de dood van [slachtoffer], is naar het oordeel van het hof de verdachte [betrokkene 1] ook strafrechtelijk toe te rekenen.

Conclusie

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte [betrokkene 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, terwijl dit feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad, een en ander zoals bewezen verklaard.

Verweer betreffende het belgedrag van [betrokkene 1] op 28 januari 2006

De verdediging van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben bij pleidooi in hoger beroep bepleit, kort gezegd, dat het intensieve telefoonverkeer op 28 januari 2006 van de mobiele telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] met de huislijn van de [adres 1] en de mobiele telefoon in gebruik bij [betrokkene 4], moet worden bezien in het licht van een verwacht telefoontje uit India omtrent de aankoop van een stuk grond aldaar, het eten, de boodschappen en het huiswerk en de gezondheid van [getuige 2], zodat dit belgedrag van [betrokkene 1] niet kan bijdragen tot het bewijs van het tenlastegelegde.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verklaring van [betrokkene 1] omtrent de redenen voor de vele telefonische contacten, zoals het verwachte telefonisch contact met India, afspraken met [betrokkene 3] over het eten en het huiswerk van dochter [getuige 2], een en ander zoals door de verdediging bij pleidooi herhaald, laat het hof buiten beschouwing.

[betrokkene 1] geeft in haar verklaring als verdachte van 20 maart 2006, verschillende redenen voor het intensieve telefoonverkeer als vorenbedoeld. Deze verklaring wordt op geen enkele wijze ondersteund door de getuigenverklaringen van [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] terzake en geeft evenmin een verklaring voor het die middag korte tijd naar buiten en weer naar binnen gaan van [betrokkene 3], [slachtoffer] en [betrokkene 4] (met een mobiele telefoon). Bovendien heeft [betrokkene 1] bij haar verhoor van 5 april 2006 bij de politie verklaard, dat zij zich wel kan herinneren dat er is gebeld op 28 januari 2006, doch dat zij zich niet kan herinneren waar zij die 28ste januari zo vaak over heeft gebeld en waar de gevoerde gesprekken die dag over gingen.

Voorts overweegt het hof dat, ook al zou er op 28 januari 2006 vanuit India gebeld worden over de aankoop van een stuk grond aldaar en ook al zou die dag een gesprek daarover hebben plaatsgevonden, dan nog biedt dit geenszins een aannemelijke verklaring voor de frequentie en de tijdstippen van de afzonderlijke telefoontjes gepleegd door [betrokkene 1] naar de huistelefoon, in onderling verband en samenhang bezien met de overige onderzoeksresultaten zoals bovenstaand weergegeven, en de gedragingen van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] op die dag.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Meer subsidiair verweer

Meer subsidiair heeft de verdediging van [betrokkene 1] betoogd dat, kort gezegd, [betrokkene 1] de kans dat [slachtoffer] zou komen te overlijden in juridische zin niet heeft verhoogd, nu de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] moet worden gezocht in het zelfstandige wilsbesluit van [betrokkene 3] om [slachtoffer] om het leven te brengen (zie pagina 89 van de pleitnota deel II, overgelegd d.d. 24 november 2009, van mr. Van Straalen).

Nu het hof de voorbedachte rade bij [betrokkene 3] om [slachtoffer] om te brengen niet heeft aangenomen, laat het hof een bespreking van dit verweer achterwege.

[betrokkene 2]:

Integrale vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde

Met de advocaat-generaal, is het hof van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzittingen in hoger beroep, niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [betrokkene 2] op strafrechtelijk verwijtbare wijze betrokken is geweest bij de (zware) mishandelingen en het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, zodat de verdachte [betrokkene 2] van het hem onder 1 tenlastegelegde integraal dient te worden vrijgesproken.

3.4 Juridische kwalificatie van het handelen van de verdachten vóór 28 januari 2006

Het hof overweegt als volgt.

Alle verdachten:

Vrijspraak

Zoals bovengenoemd onder 2.4, gaat het hof er vanuit dat [slachtoffer] in de periode van drie maanden tot enkele dagen althans een week voor haar overlijden op 28 januari 2006 tenminste tweemaal zeer ernstig is mishandeld, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (onder andere meerdere fracturen en letsel aan het ruggenmerg). Gelet op de medische gegevens zoals genoemd onder 2.2, is door het hof echter niet vast te stellen wanneer, op welke wijze en door wie het zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Alle verdachten zullen derhalve van het tenlastegelegde betreffende de zware mishandeling(en) van [slachtoffer] in de periode voor 28 januari 2006, worden vrijgesproken.

[betrokkene 2]:

Hoewel de inhoud van het voorliggende strafdossier aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat de verdachte [betrokkene 2] strafrechtelijk verwijtbaar bij de mishandelingen van [slachtoffer] in de periode voorafgaand aan 28 januari 2006 is betrokken, is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht hetgeen aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan integraal behoort te worden vrijgesproken.

Conclusie

[betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5]:

Bewezenverklaarde ter zake van de mishandelingen van [slachtoffer] vóór 28 januari 2006

Wel is op grond van voormelde feiten en omstandigheden komen vast te staan dat [betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] afzonderlijk [slachtoffer] met voorbedachten rade hebben mishandeld tengevolge waarvan zij enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, ieder op de wijze zoals bewezen is verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Medeplegen van doodslag.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde:

Mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

1) Beroep op psychische overmacht

(Pleitaantekeningen onder 21, pag. 10 e.v.)

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte heeft gehandeld op grond van psychische overmacht, als gevolg waarvan hij zich niet kon verzetten tegen het geweld jegens zijn dochtertje [slachtoffer] en daar zelfs - zij het in beperkte mate - een paar keer aan heeft meegedaan in het verleden. Door van buiten komende factoren, zoals de situatie van feitelijke slavernij met geweld waar verdachte zich in bevond en niet aan kon onttrekken, was er sprake van een zodanige drang waaraan de verdachte, gelet op zijn persoonlijkheid en kwetsbaarheden, geen weerstand kon en behoefde te bieden, aldus de raadsman. De raadsman noemt in dit kader onder meer het pro justitia rapport van dr. Kaiser d.d. 2 mei 2009 en haar getuigenis ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 30 oktober 2009, waaruit afgeleid kan worden dat verdachte een kwetsbare persoonlijkheid had en dat situationele dwang, gezien de persoonlijkheid van verdachte, makkelijk vat op hem kan krijgen, waardoor hij een dergelijke situatie slecht kan oplossen.

Het hof overweegt als volgt.

De vraag die hierbij moet worden beantwoord is of anders handelen door van buiten komende drang, van psychische en fysieke aard, redelijkerwijs en menselijkerwijs van de verdachte niet kon en hoefde te worden gevergd.

Bij de beantwoording van deze vraag betrekt het hof dat in rechte ervan kan worden uitgegaan dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de verdachte, die afkomstig is uit de Indiase cultuur, heeft uitgebuit door, kort gezegd, de verdachte illegaal in hun woning in Nederland te laten verblijven en te werk te stellen in hun huishouding, en dat [betrokkene 1] op 28 januari 2006 om de kwade geest in [slachtoffer] te bedwingen aan de verdachte opdrachten heeft gegeven [slachtoffer] te (laten) slaan en/of te (laten) vastbinden.

Het hof verwerpt het beroep op psychische overmacht.

Bij het beoordelen van psychische overmacht dient de proportionaliteits- en subsidiariteitseis te worden gesteld en zijn van belang de maatstaven die gelden voor wat redelijkerwijs in het maatschappelijke verkeer - in casu de Nederlandse samenleving - van de mensen kan worden gevergd.

Van de verdachte mocht in redelijkheid worden gevergd, gelet op de inbreuk op het (internationaal geldende) absolute recht op leven van de peuter [slachtoffer] van nog geen twee jaar, dat hij mogelijkheden had gezocht de gezondheid en het leven van dit slachtoffer te sparen door zonodig de woede van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] te trotseren.

Dit dringt nog meer nu hij als ouder in de eerste plaats verantwoordelijk was voor het welzijn en leven van zijn dochter.

Subsidiair verzoek bij pleidooi tot aanhouding

(Pleitaantekeningen onder 30, pag. 14-15)

Subsidiair verzoekt de raadsman, indien het hof op grond van de thans voorliggende informatie en in het bijzonder het rapport van dr. Kaiser d.d. 2 mei 2009, niet tot het oordeel kan komen dat sprake was van psychische overmacht bij de verdachte, de zaak in dat geval aan te houden om alsnog opdracht te geven aan professor De Jong of een andere transcultureel geschoolde psychiater, om gericht onderzoek te doen naar de vraag in hoeverre de van buiten komende drang, zoals deze op de - mede door de Indiase cultuur bepaalde - persoonlijkheid van de verdachte heeft ingewerkt, heeft gemaakt dat voor hem geen keuzevrijheid meer overbleef ten aanzien van de hem ten laste gelegde feiten.

Het hof overweegt als volgt.

Het gegeven dat de verdachte volgens de psychiater L.H.W.M Kaiser ten tijde van het bewezenverklaarde lijdende was aan een aanpassingsstoornis en als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd maakt bovengenoemde afweging van het hof onder 'Beroep op psychische overmacht' niet anders.

Evenmin is dat het geval met het gegeven dat de verdachte, evenals zijn medeverdachten [betrokkene 3] en [betrokkene 5], ook in Nederland leefden in de Indiase cultuur waarover zij hebben verklaard en welke cultuur uitgebreid is beschreven in het rapport van dr. E. de Maaker d.d.

14 mei 2007. Voor het subsidiair verzoek van de verdediging om een trans-culturele psychiater nader onderzoek te laten doen, is de noodzaak niet gebleken. Het hof wijst dit verzoek derhalve af.

2) Non-punishment beginsel

(Pleitaantekeningen onder 31, pag. 15)

Voorts heeft de verdediging bepleit dat het hof in het verband van het beroep op psychische overmacht in aanmerking dient te nemen dat de verdachte slachtoffer is van uitbuiting. De raadsman verwijst hiertoe naar het non-punishment beginsel en bepleit dat van slachtoffers van uitbuiting niet altijd verwacht kan worden dat zij weerstand bieden aan de pressie om strafbare feiten te plegen. Bij dupliek d.d. 9 december 2009 heeft de raadsman aangevoerd dat het verdrag inmiddels is geratificeerd en het beginsel derhalve rechtskracht heeft. Anders dan de advocaat-generaal, is de raadsman van oordeel dat de mishandelingen van [slachtoffer] integraal onderdeel waren van de feitelijke (onderdrukkende) omstandigheden van de verdachte en dat de dood van [slachtoffer] een onlosmakelijk onderdeel is van de uitbuiting.

Primair kan het non-punishment beginsel langs de weg van psychische overmacht of artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht werking krijgen, subsidiair in de strafmaat.

Het hof overweegt als volgt.

Naar het oordeel van het hof staan de stelselmatige mishandelingen van [slachtoffer] vóór 28 januari 2006 en de doodslag van [slachtoffer] op 28 januari 2006, in onvoldoende direct verband met de werkzaamheden die de verdachte in het kader van de uitbuiting door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] moest verrichten. Gelet hierop, alsmede de ernst van de onderhavige delicten, dient toepassing van het non-punishment beginsel achterwege te blijven.

Conclusie strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het Pro Justitia rapport d.d.

2 mei 2009, opgesteld en ondertekend door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, alsmede op de verklaring als getuige-deskundige van die Kaiser ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 30 oktober 2009.

Kaiser overweegt in haar rapport en verklaart als getuige-deskundige ter zitting in beroep, kort gezegd, dat er bij de verdachte in relatie tot en ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis in de vorm van een aanpassingsstoornis, zodat hij zijn wil licht verminderd kon bepalen. Voor het tenlastegelegde, indien bewezen, wordt de verdachte dan ook als licht verminderd toerekeningsvatbaar ingeschat.

Het hof komt met in achtneming van de beschouwingen en de conclusies van dr. Kaiser tot het oordeel dat het

bewezenverklaarde de verdachte in licht verminderde mate dient te worden toegerekend.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zowel de mishandeling met voorbedachten rade, meermalen gepleegd, van zijn dochtertje [slachtoffer] als het medeplegen van doodslag van haar.

[slachtoffer] verbleef met de verdachte en [betrokkene 3], haar ouders, sinds augustus 2004 bij de verdachte [betrokkene 1] in huis, waar ook de medeverdachte [betrokkene 5] reeds vele jaren woonde en werkte.

Reeds enkele maanden na de aankomst van [slachtoffer] met de verdachte en [betrokkene 4] is de levenskwaliteit van [slachtoffer] ernstig verslechterd door toedoen van de medeverdachten en de verdachte. Om een vermeende kwade geest in [slachtoffer] te beheersen/verdrijven is [slachtoffer] door de verdachte en de medeverdachten meermalen en ernstig mishandeld. Daarbij heeft de verdachte met één of meer shawls de armen en benen van [slachtoffer] strak vastgebonden en heeft hij haar met de hand(en) geslagen, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard.

Op 28 januari 2006 is het gepleegde geweld jegens [slachtoffer] haar fataal geworden. In verband met het welslagen van een schaaktoernooi van haar zoon heeft [betrokkene 1] om de kwade geest in [slachtoffer] te bedwingen aan de verdachte, [betrokkene 3] en [betrokkene 5] vanaf 13.25 uur meermalen de (telefonische) opdracht gegeven [slachtoffer] onder meer vast te binden en te mishandelen. Daartoe zijn door de verdachte, [betrokkene 3] en [betrokkene 5] bij [slachtoffer] met één of meer shawls haar armen en benen op haar borstkas vastgebonden, is op enige wijze haar ademhaling belemmerd en is zij met een stok alsmede met de hand(en) geslagen, een en ander op de wijze zoals bewezen is verklaard. De verdachte heeft een ondersteunende rol gespeeld gedurende die middag en heeft eveneens een aandeel gehad in het op [slachtoffer] gepleegde geweld. [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] hebben gezien (althans moeten hebben gezien) dat de toestand van [slachtoffer] ernstig verslechterde en wel zo ernstig dat zij in levensgevaar kwam te verkeren. Geen van de verdachten heeft echter ingegrepen, tot het te laat was. Uiteindelijk is [slachtoffer] omstreeks 17.30 uur naar het ziekenhuis gebracht, alwaar zij aan het haar toegebrachte letsel is bezweken.

De respectloze en onmenselijke wijze waarop door de verdachte en zijn medeverdachten vanaf januari 2005 met het lichaam en leven van de jonge [slachtoffer] is omgegaan, rekent het hof de verdachte en zijn medeverdachten zwaar aan. Op de verdachte en de medeverdachten had de van hen afhankelijke [slachtoffer] mogen rekenen om haar te verzorgen en te beschermen tegen elke vorm van geweld. Dit geldt temeer ten aanzien van de verdachte, nu hij de vader van [slachtoffer] is, waardoor een bijzondere zorgplicht op hem rust en daarom van hem mag worden verlangd dat hij te allen tijde handelt in het belang van zijn kind en dit belang boven dat van hemzelf en zijn eigen welbevinden plaatst. [slachtoffer] was alleen al door haar leeftijd weerloos tegen het gepleegde geweld. Het laatste deel van haar leven heeft zij voornamelijk in het kinderkamertje doorgebracht en is zij door alle volwassenen in haar omgeving in de steek gelaten tot de dood erop volgde. Feiten als deze schokken ernstig de rechtsorde. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het leed dat [slachtoffer] is aangedaan en de eenzaamheid die haar in de laatste periode van haar leven ten deel is gevallen, onmogelijk in straf is uit te drukken.

Bij de strafoplegging heeft het hof ten aanzien van de verdachte ook het volgende meegewogen.

De verdachte zal ermee moeten leven dat mede door zijn toedoen zijn dochtertje van nog geen 2 jaar het leven is ontnomen.

Bij arrest van heden in de zaken van medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft het hof geoordeeld dat de verdachte zich gedurende zijn verblijf in Nederland bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (vanaf januari 2005) in een uitbuitingssituatie bevond. De verdachte bevond zich in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]; hij was illegaal in Nederland en woonde bij hen in huis, hij sprak de Nederlandse taal niet, had geen eigen financiële middelen en had geen tot zeer beperkt contact met de buitenwereld. Tevens was er in die situatie sprake van geweld en bedreiging met geweld tegen de verdachte, zoals bewezen verklaard.

Het hof heeft voorts acht geslagen op voornoemd Pro Justitia rapport d.d. 2 mei 2009, opgesteld en ondertekend door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, alsmede op de verklaring als getuige-deskundige van die Kaiser ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 30 oktober 2009. Het hof komt, met in achtneming van de beschouwingen en de conclusie van voornoemde deskundige, tot het oordeel dat het bewezenverklaarde de verdachte licht verminderd dient te worden toegerekend.

Voor zover bekend is de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 287, 301 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder

2 primair en subsidiair eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 subsidiair tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein, mr. G.J.W. van Oven en mr. T.E. van der Spoel, in bijzijn van de griffier mr. Y.H.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 januari 2010.

1 Zie het arrest van de Hoge Raad d.d. 15 juni 1993, NJ 1994, 37.

2 Proces-verbaal van verklaring getuige [getuige 3] (in concept getekend als: [getuige 3]), zijnde kinderarts in het Juliana Kinderziekenhuis, d.d. 30 januari 2006, PL 1509/2006/336, opgesteld en ondertekend door R. van der Bend en I.E. Szapora, beiden hoofdagent van politie Haaglanden, dossier zie: TGO 06-020, Bijlage G, 0/OPV/G pag. 12-15; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] (arts-assistente in het Juliana Kinderziekenhuis), d.d. 31 januari 2006, PL 1509/2006/336, opgesteld en ondertekend door I.E. Szapora en R.P. Spies, beiden hoofdagent van politie, dossier zie: 2/OPV/G pag. 48-50, zie pag. 49, ordner Getuigen I.

3 Rapport NFI, afdeling pathologie, NFI zaak nr: 2006.01.27.045, PVb nr: 1524/2006/4756-34, opgesteld en ondertekend door dr. B. Kubat, patholoog, d.d. 30 januari 2006, dossier zie: ordner [S.] NFI rapporten.

4 Rapport NFI, Pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, NFI zaak nr: 2006.01.27.045, sectie nummer 2006-029/K010, Obductieverslag, opgesteld en ondertekend door dr. B. Kubat, arts en patholoog, d.d. 4 augustus 2006, dossier zie: ordner [S.] NFI rapporten.

5 Rapport Forensisch Antropologisch Onderzoek d.d. 2 maart 2006, door prof. dr. G.J.R. Maat, forensisch antropoloog, arts-anatoom, en R.R.R. Gerretsen, Forensisch antropoloog, arts-anatoom i.o., van het Leids Universitair Medisch Centrum, Reg. Nr. NFI 2006.01.27.045, sectie nr 2006-029, dossier zie: ordner [S.] NFI rapporten.

6 Briefrapport dr. B. Kubat van het NFI, d.d. 14 juli 2006, op verzoek van mr. L.M. Robert-Altimari, Aanvullende vragen, pag. 1, dossier zie: ordner [S.] NFI rapporten.

7 Rapport NFI, Neuropathologisch onderzoek, NFI zaak nr: 2006.01.27.045, sectie nummer 2006-029/K010, opgesteld en ondertekend door dr. B. Kubat, arts en patholoog, d.d. 20 juli 2006, dossier zie: ordner [S.] NFI rapporten.

8 Ibidem voetnoot 5, pag. 2-3.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige-deskundige dr. B. Kubat bij de rechter-commissaris d.d. 12 december 2006, punt 27.

10 Forensisch Pediatrisch Dossier nr. 2006-018, Forum Educatief december 2006, opgesteld door R.A.C. Bilo en H.G.T. Nijs, forensisch geneeskundigen/consulenten forensische pediatrie.

11 Ibidem, VIII-5.

12 Ibidem, VIII-10.

13 Ibidem, VIII-8.

14 Ibidem, VIII-20-22.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige-deskundige R.A.C. Bilo d.d. 11 januari 2007 bij de rechter-commissaris, punt 28.

16 Ibidem, punt 44.

17 Ibidem, punt 40.

18 Forensisch Pediatrisch Dossier nr. 2006-018, Forum Educatief december 2006, opgesteld door R.A.C. Bilo en H.G.T. Nijs, forensisch geneeskundigen/consulenten forensische pediatrie, pag. VI-4, VIII-7, VIII-19, en VIII-22.

19 Geschrift, Verblijfsaantekeningen Algemeen, op het paspoort van [betrokkene 5], dossier zie: ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, (pag. 375-378), pag. 377; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] bij de rechter-commissaris in India (Nederlandse vertaling), d.d. 17 juli 2009, pagina 47.

20 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 3, laatste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 27 en 30 oktober 2009, inzake [betrokkene 1], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige, pag. 29, eerste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 3(onderaan) en 4(eerste alinea) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

21 NFI deskundigenrapport d.d. 1 maart 2006, Bijlage F, behorende bij proces-verbaal nr. 1509-2006-336 (pag. 90-94); Geschrift, zijnde een fotokopie van het paspoort van [slachtoffer] (ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, pag. 379-381) en een fotokopie van de geboorteakte van [slachtoffer] (ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, pag. 394); zie ook een geschrift van de plaatsvervangende politiecommissaris westelijk district New Delhi, no. 10088/SO/DCP/W(R-1), Delhi, d.d. 28 augustus 2006, opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de Koninklijke Nederlandse Ambassade voor rechtsbijstand (ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, pag. 405-406).

22 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 5], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 29, laatste tekstblok.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 28 maart 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier: zie ordner Getuigen I, 2/OPV/G, (pag. 206-239) pag. 211-212 en 215, derde tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als verdachte en als getuige (zie pag. 15 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 4 (bovenaan) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 5]' bij dit proces-verbaal; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 2 (eerste tekstblok van de verklaring).

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 28 maart 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier: zie ordner Getuigen I, 2/OPV/G, (pag. 206-239) pag. 214, onderaan.

25 Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 12 juni 2009, inzake [betrokkene 1], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 13, een na laatste regel van het laatste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

26 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 2.

27 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als verdachte en als getuige (zie pag. 15 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 2 (laatste alinea van eerste tekstblok) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 5]' bij dit proces-verbaal.

28 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 2 (midden) en pag. 3 (onderaan).

29 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 2 (derde alinea) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 21 mei 2007, zie verdachtedossier [betrokkene 4], (pag. 182-228) pag. 199.

30 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 3 onderaan; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 28 maart 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier: zie ordner Getuigen I, 2/OPV/G, (pag. 206-239) pag. 211; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als getuige, zie pag. 17, onderaan eerste tekstblok.

31 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

32 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als verdachte en als getuige (zie pag. 15 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 3 (onderaan pagina) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 5]' bij dit proces-verbaal.

33 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als verdachte en als getuige (zie pag. 15 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 2 (onderaan eerste tekstblok) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 5]' bij dit proces-verbaal.

34 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 4, laatste alinea van het eerste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als verdachte en als getuige (zie pag. 15 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 2 (laatste alinea van eerste tekstblok) van de bijlage 'verdachtenverhoor [betrokkene 5]' bij dit proces-verbaal; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 28 maart 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier: zie ordner Getuigen I, 2/OPV/G, (pag. 206-239) pag. 216, bovenaan.

Zie ook de vijf navolgende voetnoten.

35 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 4 onderaan; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 3 (vierde alinea van het tweede tekstblok) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

36 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 (een na laatste alinea) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

37 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 (een na laatste alinea onderaan) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

38 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 bovenaan) juncto pag. 5, derde tekstblok.

39 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 5] als getuige, zie pag. 17, onderaan eerste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 1 (een na laatste alinea, bovenaan) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

40 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte en als getuige (zie pag. 11 bovenaan) juncto pag. 3 (derde alinea van het tweede tekstblok) van de bijlage 'verdachteverhoor [betrokkene 4]' bij dit proces-verbaal.

41 Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 5], verklaring verdachte [betrokkene 5] d.d. 5 juni 2009, pag. 11, tweede alinea; Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 3], verklaring verdachte [betrokkene 3] d.d. 5 juni 2009, pag. 6, derde tekstblok, 'Op 28 januari 2006...thuis'; Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 4], verklaring verdachte [betrokkene 4] d.d. 5 juni 2009, pag. 5, eerste tekstblok e.v.

42 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] d.d. 28 januari 2006, verdachtedossier [betrokkene 1], pag 16; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] d.d. 2 februari 2006, verdachtedossier [betrokkene 2] pag. 35-36; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 10 februari 2006, 2/OPV/G, zie ordner Getuigen I, pag. 100-105, zie pag. 100-101.

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 7 april 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, (pag. 314-315), pagina 314; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] d.d. 17 maart 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, (pag.312-313), pag. 312.

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 7 april 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, pag. 314-315 met als bijlage het speelschema.

45 Zie het uitslagenformulier zoals overgelegd door [getuige 8], 3/OPV/G pag. 311 (zie ordner Getuigen I), met de processen-verbaal van bevindingen opgesteld en ondertekend door M. van Vliet, hoofdagent van politie, pv nummer: PL1502-2006/336, d.d. 17 maart 2006 (3/OPV/G pag. 309) en 7 april 2006 (3/OPV/G pag. 317).

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2009, inhoudende de historische verkeersgegevens telefonie, pv-nummer PL 1509/2006/336, met als bijlage een overzicht van de betreffende telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn, beiden brigadier van politie; Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 april 2006 met bijlage, betreffende de historische telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts, Pv nummer: 1509/2006/336, 2/OPV/AH, zie ordner Ambtshandelingen deel I van II, pag. 100 e.v.

47 Processen-verbaal van verhoor getuigen [getuige 9] en [getuige 10], respectievelijk 0/OPV/G pag. 7-8 en 1/OPV/G pag. 21-23 (zie ordner Getuigen I), en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11], 0/OPV/G, pag 9-11, (zie ordner Getuigen I); Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 202, zie ordner Getuigen I; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, zie ordner verdachtedossier [betrokkene 3], pag. 230; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 7 februari 2006, zie ordner verdachtedossier [betrokkene 4], pag. 36.

48 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 275; Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 66 onderaan en 67 bovenaan.

49 Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 229.

50 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2009, inhoudende de historische verkeersgegevens telefonie, pv-nummer PL 1509/2006/336, met als bijlage een overzicht van de betreffende telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn, beiden brigadier van politie; Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 april 2006 met bijlage, betreffende de historische telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts, Pv nummer: 1509/2006/336, 2/OPV/AH, zie ordner Ambtshandelingen deel I van II, pag. 100 e.v.

51 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 7 april 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, pag. 314-315 met als bijlage het speelschema; Zie het uitslagenformulier zoals overgelegd door [getuige 8], 3/OPV/G pag. 311 (zie ordner Getuigen I), met de processen-verbaal van bevindingen opgesteld en ondertekend door M. van Vliet, hoofdagent van politie, pv nummer: PL1502-2006/336, d.d. 17 maart 2006 (3/OPV/G pag. 309) en 7 april 2006 (3/OPV/G pag. 317).

52 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 29, eerste alinea; Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 67 bovenaan.

53 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 277; Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 67.

54 Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 230; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 29, tweede alinea.

55 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 278; Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 66 onderaan en 67 bovenaan.

56 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 278; Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 3], verklaring verdachte [betrokkene 3] d.d. 5 juni 2009, pag. 5, laatste tekstblok.

57 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 29, tweede alinea; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 5, laatste tekstblok.

58 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 februari 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 3], (pag. 52-85) pag. 73-74.

59 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 202, zie ordner Getuigen I.

60 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, 3/OPV/G, pag. 279, onderaan, zie ordner Getuigen I.

61 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2009, inhoudende de historische verkeersgegevens telefonie, pv-nummer PL 1509/2006/336, met als bijlage een overzicht van de betreffende telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn, beiden brigadier van politie; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 7 april 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, pag. 314-315 met als bijlage het speelschema; Zie het uitslagenformulier zoals overgelegd door [getuige 8], 3/OPV/G pag. 311 (zie ordner Getuigen I), met de processen-verbaal van bevindingen opgesteld en ondertekend door M. van Vliet, hoofdagent van politie, pv nummer: PL1502-2006/336, d.d. 17 maart 2006 (3/OPV/G pag. 309) en 7 april 2006 (3/OPV/G pag. 317).

62 Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 67 onderaan.

63 Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 230; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 29, tweede alinea; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 278 (midden).

64 Proces-verbaal van studioverhoor verdachte [betrokkene 5] (transcriptie) d.d. 23 mei 2007, PL1509/2006/336, opgesteld d.d. 24 mei 2007, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 5], (pag. 40-86) pag. 67 onderaan.

65 Proces-verbaal van bevindingen betreffende de schouw/reconstructie d.d. 22 september 2006, inhoudende de verklaring van verdachte [betrokkene 5] tijdens die reconstructie, woordelijk uitgewerkt en ondertekend door A. van Nieuwenhoven d.d. 20 oktober 2006, dossier zie: ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, (pag. 493-515) pag. 501.

66 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 202, zie ordner Getuigen I; Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 230; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 7 februari 2006, zie ordner verdachtedossier [betrokkene 4], pag. 36.

67 Processen-verbaal van verhoor getuigen [getuige 9] en [getuige 10], respectievelijk 0/OPV/G (pag. 7-8) pag. 7, en 1/OPV/G (pag. 21-23) pag. 22 (zie ordner Getuigen I).

68 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 20 maart 2006, opgesteld en ondertekend d.d. 21 maart 2006 door verbalisanten M. Visser en I.E. Szapora, dossier: zie ordner verdachtendossier [betrokkene 1] (pag. 46-77) pag. 55-56; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 30 januari 2006, opgesteld en ondertekend door verbalisanten I.E. Szapora en R. van der Bend d.d. 30 januari 2006, ordner verdachtedossier [betrokkene 1], (pag. 23-34) pag. 29, onder vijfde vraag e.v.; Proces-verbaal van bevindingen betreffende de historische verkeersgegevens telefonie van 28 januari 2006, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn d.d. 14 april 2009, met als bijlage een overzicht van de historische telefoongegevens van 28 januari 2006, zie: nummer [betrokkene 4]: pag. 1 van het proces-verbaal, voor telefoongegevens: zie eerste pagina van die bijlage.

69 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 5 (onderaan)-6 (bovenaan); Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als getuige, pag. 13; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 202, zie ordner Getuigen I; Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 230 (midden).

70 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11], 0/OPV/G (pag. 9-11) pag. 10 (zie ordner Getuigen I).

71 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, 3/OPV/G, pag. 283, midden van de pagina, zie ordner Getuigen I.

72 Proces-verbaal van bevindingen betreffende de historische verkeersgegevens telefonie van 28 januari 2006, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn d.d. 14 april 2009, met als bijlage een overzicht van de historische telefoongegevens van 28 januari 2006.

73 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] d.d. 7 april 2006, 3/OPV/G, zie ordner Getuigen I, pag. 314-315 met als bijlage het speelschema; Zie het uitslagenformulier zoals overgelegd door [getuige 8], 3/OPV/G pag. 311 (zie ordner Getuigen I), met de processen-verbaal van bevindingen opgesteld en ondertekend door M. van Vliet, hoofdagent van politie, pv nummer: PL1502-2006/336, d.d. 17 maart 2006 (3/OPV/G pag. 309) en 7 april 2006 (3/OPV/G pag. 317).

74 Proces-verbaal van uitwerking studioverhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 april 2007, opgesteld en ondertekend door verbalisant J.M.P. Boogaarts d.d. 7 mei 2007, met bij dit proces-verbaal gevoegd de transcriptie van dit studioverhoor, uitgewerkt door I. Waal, schrijftolk, Pv-nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: Verdachtedossier [betrokkene 3] (pag. 227-265) pag. 230; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 283-284.

75 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 28 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 215, zie ordner Getuigen I; Proces-verbaal van bevindingen betreffende de schouw/reconstructie d.d. 22 september 2006, inhoudende de verklaring van verdachte [betrokkene 5] tijdens die reconstructie, woordelijk uitgewerkt en ondertekend door A. van Nieuwenhoven d.d. 20 oktober 2006, dossier zie: ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, (pag. 493-515) pag. 504 (onderaan).

76 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, 3/OPV/G, pag. 278 en 284, zie ordner Getuigen I.

77 Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als verdachte en als getuige (zie pag. 23 eerste alinea getuigenverhoor) juncto pag. 4, laatste alinea van het eerste tekstblok.

78 Proces-verbaal van bevindingen betreffende de schouw/reconstructie d.d. 22 september 2006, inhoudende de verklaring van verdachte [betrokkene 5] tijdens die reconstructie, woordelijk uitgewerkt en ondertekend door A. van Nieuwenhoven d.d. 20 oktober 2006, dossier zie: ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, (pag. 493-515) pag. 504 (vanaf het midden van de pagina)- 505 (bovenaan).

79 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 5, derde tekstblok van onder.

80 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 202, zie ordner Getuigen I.

81 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 34, derde alinea van onderen; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 6, eerste alinea onder 'Stok'.

82 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als getuige d.d. 12 juni 2009, pag. 32, tweede tekstblok van de verklaring;

83 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 203 (bovenaan), zie ordner Getuigen I.

84 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 23 februari 2006, PL 1509/2006/336, ondertekend door verbalisant M.E.M. Blom, dossier zie: verdachtedossier [betrokkene 3], (pag. 52-85) pag. 63, derde tekstblok; Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 203, derde tekstblok e.v., zie ordner Getuigen I.

85 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 9 maart 2006 door de rechter-commissaris mr. J.A. van Steen: het geschrift is aangetroffen tijdens een doorzoeking op uitdrukkelijk verzoek van de rechter-commissaris, d.d. 9 maart 2006, dossier zie ordner Ambtshandelingen deel 1 van 2, pag. 79-80.

86 Geschrift, zijnde een brief van [betrokkene 3] (aangetroffen in haar cel te Zwolle, zie voorgaande voetnoot), zie ordner Ambtshandelingen deel 1 van 2 (kopie van origineel: pag. 80-84, vertaling: pag. 85-87), pag. 86.

87 Proces-verbaal van bevindingen betreffende de schouw/reconstructie d.d. 22 september 2006, inhoudende de verklaring van verdachte [betrokkene 5] tijdens die reconstructie, woordelijk uitgewerkt en ondertekend door A. van Nieuwenhoven d.d. 20 oktober 2006, dossier zie: ordner Ambtshandelingen deel 2 van 2, (pag. 493-515) pag. 505 (eerste helft van de pagina); Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 203, zie ordner Getuigen I.

88 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 23 maart 2006, 2/OPV/G, pag. 203, zie ordner Getuigen I.

89 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 4] d.d. 12 juni 2009, pag. 29, een na laatste tekstblok; Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 3] d.d. 12 juni 2009, pag. 32, eerste alinea.

90 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 6, tweede tekstblok onder 'Stok'; Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 4], verklaring getuige [betrokkene 3] d.d. 12 juni 2009, pag. 33, tweede en derde tekstblok; Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 21 mei 2007, zie verdachtedossier [betrokkene 4], (pag. 182-228) pag. 222 (onderaan)-223 (bovenaan).

91 Proces-verbaal ter terechtzittingen van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009, inzake [betrokkene 4], inhoudende de verklaring van [betrokkene 4] als verdachte d.d. 5 juni 2009, pag. 6, tweede tekstblok onder 'Stok'; Proces-verbaal ter terechtzitting bij de rechtbank te 's-Gravenhage d.d. 18 en 19 juni 2007, inzake [betrokkene 3], inhoudende de verklaring van [betrokkene 3] als getuige (pag. 24, onderste helft van de pagina).

92 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 21 mei 2007, zie verdachtedossier [betrokkene 4], (pag. 182-228) pag. 217, bovenaan.

93 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 21 mei 2007, zie verdachtedossier [betrokkene 4], (pag. 182-228) pag. 221-223.

94 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, door M. Visser en I.E. Szapora, pv nummer: PL1509/2006/336, TGO 06020, dossier zie: ordner Getuigen I, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 286-288; Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2009, inhoudende de historische verkeersgegevens telefonie, pv-nummer PL 1509/2006/336, met als bijlage een overzicht van de betreffende telefoongegevens, opgesteld en ondertekend door J.M.P. Boogaarts en R. Grabijn, beiden brigadier van politie.

95 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 20 maart 2006, opgesteld en ondertekend d.d. 21 maart 2006 door verbalisanten M. Visser en I.E. Szapora, dossier: zie ordner verdachtendossier [betrokkene 1] (pag. 46-77) pag. 69; Proces-verbaal van verklaring getuige [getuige 3] (in concept getekend als: [getuige 3]), zijnde kinderarts in het Juliana Kinderziekenhuis, d.d. 30 januari 2006, PL 1509/2006/336, opgesteld en ondertekend door R. van der Bend en I.E. Szapora, beiden hoofdagent van politie Haaglanden, dossier zie: TGO 06-020, Bijlage G, 0/OPV/G pag. 12-15.

96 Proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof d.d. 5 en 12 juni 2009 inzake [betrokkene 5], verklaring verdachte [betrokkene 5] d.d. 5 juni 2009, pag. 15.

97 Hoge Raad 10 april 2007, LJN AZ 5713.

98 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] d.d. 6 april 2006, 3/OPV/G, (pag. 265-304) pag. 285-286 (midden van de pagina), zie ordner Getuigen I.

99 Hoge Raad 17 november 1981, NJ 1983, 84.