Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4671

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
BK-09/00140
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BN8754, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanslag in de forensenbelasting. Naar 's Hofs oordeel heeft belanghebbende haar hoofdverblijf in de gemeente Nieuwkoop. Het Hof heeft daarbij in overweging genomen dat belanghebbende gedurende de zes maanden per jaar dat zij in Nederland verblijft, woonachtig is in de gemeente Nieuwkoop. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het centrum van haar levensbelangen in Nieuwkoop ligt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010, 495
FutD 2010-0488
Belastingblad 2010/567

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-09/00140

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 17 november 2009

op het hoger beroep van mevrouw [belanghebbende] te [Z] tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2009, nummer AWB 08/7941, FB betreffende na te noemen aanslagen.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg en eerste geding in hoger beroep

1.1. Aan belanghebbende is door de Inspecteur, de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwkoop, voor het jaar 2005 op één biljet een aanslag in de forensenbelasting en een aanslag in het rioolrecht opgelegd ten bedrage van € 69,22 respectievelijk € 368,61.

1.2. Het door belanghebbende tegen deze aanslagen bij brief van 24 december 2005 ingediende bezwaar is bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 9 juni 2006, door de Inspecteur ongegrond verklaard.

1.3. Belanghebbende heeft, voordat de Inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan, beroep ingesteld. De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 juni 2007 het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

1.4. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft bij uitspraak van 16 september 2008 de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak naar de rechtbank teruggewezen voor een inhoudelijke beoordeling.

1.5. De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 februari 2009 (hierna: de uitspraak) de beroepen van belanghebbende inzake de aanslagen in de forensenbelasting voor de jaren 1999 tot en met 2004 niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de uitspraak op bezwaar tegen de forensenbelasting 2005 en de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag rioolrecht 2005 ongegrond verklaard.

Loop van het tweede geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 110. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 6 oktober 2009, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde staat tussen partijen, als door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:

3.1. Belanghebbende heeft zich op 12 juli 2001 ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Nieuwkoop als ingezetene van die gemeente.

3.2. Van het voorjaar tot het najaar verblijft zij in een stacaravan op de camping [A], [a-straat 1] in de gemeente Nieuwkoop. Een ander woonadres in Nederland heeft belanghebbende niet. Haar correspondentie wordt gezonden naar het adres van haar dochter, woonachtig aan de [b-straat 1] te [Z].

3.3. Voormelde camping is geopend van 1 april tot 1 oktober. Buiten dit seizoen worden elektriciteit en watervoorziening door de campingeigenaar afgesloten. De stacaravan is niet voor duurzame bewoning geschikt. Het gemeentelijke bestemmingsplan voor het gebied waarin de camping is gelegen staat geen permanente bewoning aldaar toe.

3.4. In de periode van 1 oktober tot 1 april reist belanghebbende naar andere landen en overwintert zij in Spanje.

Omschrijving van het geschil, standpunten en conclusies van partijen

4.1. Tussen partijen is in geschil of de aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de forensenbelasting voor de jaren 1999 tot en met 2005 terecht zijn opgelegd. De aanslag in het rioolrecht 2005 is tussen partijen niet in geschil.

4.2. Belanghebbende stelt dat zij ten onrechte wordt aangeslagen in de forensenbelasting en concludeert tot vernietiging van de aanslagen in de forensenbelasting.

4.3. De Inspecteur acht de aanslagen in de forensenbelasting terecht opgelegd en concludeert tot verwerping van het hoger beroep.

Overwegingen omtrent het geschil in hoger beroep

5.1. Het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende haar hoofd-verblijf in de gemeente Nieuwkoop heeft. Naar 's Hofs oordeel moet die vraag bevestigend worden geantwoord. Het Hof heeft daarbij in overweging genomen dat belanghebbende gedurende de zes maanden per jaar dat zij in Nederland verblijft, woonachtig is in de gemeente Nieuwkoop. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in de overige zes maanden van het jaar naar andere landen reist en daar kortdurig verblijft, alsmede dat zij gedurende langere tijd in Spanje overwintert. Gesteld noch gebleken is dat zij gedurende de jaarlijkse periodes dat zij in Spanje verblijft aldaar een vaste verblijfplaats heeft. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het centrum van haar levensbelangen in Nieuwkoop ligt. Dat belanghebbende vanwege haar reizen en verblijf een permanent correspondentieadres in een andere Nederlandse gemeente dan Nieuwkoop aanhoudt doet aan het vorenoverwogene niet af. Evenmin doet hieraan af dat het bestemmingsplan permanente bewoning van de stacaravan niet toestaat.

5.2. Het vorenstaande voert het Hof tot de slotsom dat het hoger beroep gegrond is voor zover het betreft de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2005.

5.3. Indien en voor zover belanghebbende opkomt tegen het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de aanslagen in de forenbelasting voor de jaren 1999 tot en met 2004 faalt het hoger beroep omdat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Ten overvloede geeft het Hof de Inspecteur dienaangaande in overweging om, indien de onderhavige uitspraak onherroepelijk vast komt te staan, de aanslagen in de forensen-belasting voor de jaren 2002 tot en met 2004 ambtshalve te vernietigen.

5.4. Gelet op het vorenoverwogene dient te worden beslist als hierna vermeld.

Proceskosten en griffierecht

6.1. Het Hof acht geen termen aanwezig een proceskostenvergoeding uit te spreken. nu belanghebbende geen kosten heeft gemaakt die op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage voor vergoeding in aanmerking komen. Deze regeling bevat een uitputtende opsomming van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. De kosten die de gemachtigde van belanghebbende heeft gemaakt behoren daar niet toe aangezien uit de gedingstukken niet naar voren komt dat hij beroepsmatig rechtsbijstand aan belanghebbende verleent.

6.2. Wel dient aan belanghebbende het voor de behandeling voor de rechtbank gestorte griffierecht van € 38, alsmede het voor de behandeling in hoger beroep gestorte griffierecht van € 110 te worden vergoed.

Beslissing

Het Gerechtshof

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze ziet op de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2005;

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2005, alsmede die aanslag;

- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 148 griffierecht te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, J.J.J. Engel en H.A.J. Kroon, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Y. Postema. De beslissing is op 17 november 2009 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.