Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4268

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
03-03-2010
Zaaknummer
200.019.806/01 II
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ouderschapsonderzoek verricht, geen overeenstemming, wel een advies. Voldoende informatie voor eindbeschikking. Vervolg op LJNummer BL4265.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 25 november 2009

Zaaknummer : 200.019.806/01

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 05-1660

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J.H. van Meurs te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. F.L. van der Eerden te Rotterdam.

HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 28 januari 2009, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.

Bij die tussenbeschikking is, alvorens nader te beslissen, een deskundigenonderzoek gelast. In het kader van dit onderzoek is mevrouw drs. I.M. van het Hoff (verder: de deskundige) tot deskundige benoemd. Voorts is als raadsheer-commissaris mr. van Leuven benoemd, onder wiens leiding het onderzoek zal plaatsvinden. Daarnaast is bepaald dat de kosten van de deskundige, in het kader van het ouderschapsonderzoek, die een bedrag ter hoogte van € 4.500,- inclusief BTW niet te boven zullen gaan, ten laste komen van ’s rijks kas.

Van de zijde van de deskundige zijn bij het hof op 5 augustus 2009 ingekomen het deskundigenbericht met bijlagen.

Bij brieven van 2 september 2009 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over voormeld schrijven van de deskundige.

Van de zijde van de moeder is bij het hof op 10 november 2009 een reactie ingekomen.

Van de zijde van de vader is bij het hof geen reactie ingekomen.

VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de omgang tussen de vader en [F.].

2. Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van het deskundigenbericht, evenals van de bijlage, met name van het kindgesprek en de reactie van de moeder. Uit dit deskundigenbericht blijkt dat er thans geen omgang is tussen de vader en de minderjarige. De moeder maakt zich ernstig zorgen over de veiligheid van de minderjarige in het geval er een omgangsregeling zal worden gestart. De deskundige adviseert, indien een eventuele omgangsregeling door het hof zal worden bepaald, als volgt.

- omgang tussen de vader en de minderjarige dient gedurende een vooraf te bepalen periode begeleid plaats te vinden;

- deze begeleiding dient plaats te vinden door een instelling of persoon/personen, waarmee de ouders kunnen instemmen;

- na voormelde periode van begeleide omgang dient onbegeleide omgang plaats te vinden, met een opbouw in de tijd die de vader en de minderjarige met elkaar doorbrengen;

- de overdracht van de minderjarige van de ene ouder na de andere ouder dient plaats te vinden middels een door de ouders te bepalen derde;

- beide ouders dienen de veiligheid van de minderjarige te garanderen;

- informatieverstrekking over de minderjarige – over zijn geestelijk en lichamelijk welzijn, zijn vorderingen op school, zijn dagritme, zijn behoeften – door de ene ouder aan de andere ouder dient plaats te vinden door een nader te bepalen en voor de ouders acceptabele derde;

- er dient rekening te worden gehouden met de behoeften van [F.]: rust, structuur en zijn gevoeligheid voor geluid;

- beide ouders dienen zich aan de in de omgangsregeling gemaakte afspraken te houden.

3. De moeder heeft gepersisteerd bij haar verzoek.

4. Het hof overweegt als volgt. Het rapport van de deskundige geeft geen blijk van contra-indicaties voor omgang tussen de vader en [F.]. De reacties die de minderjarige na het bezoek aan het omgangshuis in 2006 heeft vertoond, zoals blijkt uit de reactie van de moeder, zijn in lijn met de reacties van de meeste kinderen die met scheiding en de daaruit voortvloeiende geschillen tussen de ouders geconfronteerd worden. Ouders zouden naar aanleiding van deze reacties moeten overwegen hun onderlinge geschillen en ruzies bij te leggen, in plaats van de kloof tussen hen – en daarmede die tussen het kind en de niet-verzorgende ouder – te vergroten.

Mede gelet op de aanbevelingen van de deskundige ter zake de begeleiding bij de omgang gedurende de opstartfase ziet het hof aanleiding de beslissing van de rechtbank te volgen.

Ook ter zake de informatieregeling heeft de rechtbank beslist in overeenstemming met het belang van de minderjarige. Het hof zal derhalve de bestreden beschikking bekrachtigen.

5. Gelet op de door de deskundige overlegde factuur, stelt het hof hierbij de vergoeding van de deskundige vast op € 4.000,00 (inclusief BTW) zoals door haar is verzocht. Het hof zal de griffier van dit hof opdragen voornoemd bedrag aan de deskundige mevrouw drs. I.M. van het Hoff, bankrekeningnummer 51.86.67.980, ten name van I.M. van ’t Hoff, onder vermelding van het notanummer 20090904, te voldoen.

6. Het hof beslist dan ook als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

stelt de kosten van het deskundigenbericht vast op € 4.000,00 (inclusief BTW) en gelast de griffier van dit hof dit bedrag aan de deskundige te voldoen onder vermelding van het notanummer 20090904;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Kamminga en Van Montfoort, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2009.