Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BL0032

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
200.027.011-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verhaalsbijdrage biologische vader; positie juridische vader. Family life, artikel 8 EVRM.

Wetsverwijzingen
Wet werk en bijstand
Wet werk en bijstand 62
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/182
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 16 december 2009

Zaaknummer : 200.027.011/01

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 08-788

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. P.J.M. van Sloun te Rotterdam,

tegen

de GEMEENTE ROTTERDAM,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde: de heer J.P.M.M. Petit.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 27 februari 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 28 november 2009 van de rechtbank Rotterdam.

De gemeente heeft op 22 juli 2009 een verweerschrift ingediend.

Op 16 oktober 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door zijn advocaat, en namens de gemeente: de heer J.P.M.M. Petit. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de man en de gemachtigde van de gemeente onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

VASTSTAANDE FEITEN

[De vrouw] (hierna te noemen: de vrouw) is op 9 september 1991 te [plaats], Portugal met [X] gehuwd (verder: [X]).

Uit de vrouw is op [geboortedatum] 1993 te Parijs [kind] (verder: de minderjarige) geboren.

De man heeft de minderjarige op 21 december 1993 te Parijs erkend.

Het huwelijk tussen de vrouw en [X] is door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 21 mei 1996 in de registers van de burgerlijke stand op 30 mei 1996 te [plaats], Portugal ontbonden.

De gemeente verstrekt sinds 28 december 2005 een bijstandsuitkering aan de vrouw, mede ten behoeve van de bij haar verblijvende minderjarige.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is het door de man aan de gemeente te betalen verhaalsbedrag wegens verleende bijstand ten behoeve van de minderjarige met ingang van 1 september 2006 vastgesteld op een bedrag van € 120,- per maand zolang de bijstandsverlening voortduurt.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de verhaalsbijdrage ten laste van de man.

2. De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de gemeente Rotterdam alsnog af te wijzen, althans in goede justitie het bedrag te bepalen dat de man zal moeten bijdragen in verband met bijdrageverhaal, kosten rechtens.

3. De gemeente bestrijdt zijn beroep en verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen, dan wel de bijdrage vast te stellen op een zodanig bedrag als het hof vermeent te behoren.

4. Het hof overweegt als volgt. De gemeente heeft haar verzoekschrift tot verhaal in eerste aanleg ingediend op grond van de Algemene Bijstandswet juncto artikel 13 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand. De Invoeringswet Wet werk en bijstand is per 1 januari 2009 vervallen. Ingevolge het huidige artikel 62 van de Wet Werk en bijstand kunnen kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht, zoals bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek onder meer worden verhaald op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn minderjarige kind niet nakomt.

5. Tussen partijen is niet in geschil dat [X] als echtgenoot van de vrouw tijdens de geboorte van de minderjarige naar Portugees recht – dat ingevolge artikel 1 Wet Conflictenrecht afstemming van toepassing is – de juridische vader is van de minderjarige.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de erkenning door de man naar Portugees recht niet mogelijk is, nu het kind een juridische vader heeft.

6. De gemeente heeft aangevoerd dat de man als verwekker onderhoudsplichtig is jegens de minderjarige, hetgeen de man gemotiveerd heeft bestreden.

7. Het hof stelt voorop dat in beginsel de juridische vader onderhoudsplichtig is jegens de minderjarige. Deze regel kan echter doorbroken worden door de uit artikel 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichting om het kind aanspraak op levensonderhoud jegens zijn biologische vader toe te kennen.

8. Het hof is van oordeel dat de gemeente onvoldoende zijn stelling met feiten en omstandigheden heeft onderbouwd. Zo heeft de gemeente geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat tussen de biologische vader en de minderjarige family life bestaat, hetgeen een voorwaarde is alvorens tot toekenning op grond van de uit artikel 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichting kan worden overgegaan. Evenmin is gesteld of gebleken dat de juridische vader geen verhaal biedt tot het voldoen van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud.

9. De bestreden beschikking zal dan ook worden vernietigd en het verzoek van de gemeente zal worden afgewezen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

wijst het inleidend verzoek van de gemeente alsnog af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Labohm en Pannekoek-Dubois, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2009.