Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK9850

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
20-01-2010
Zaaknummer
200.034.286.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om aanhouding ter zitting om alsnog stukken te kunnen overleggen is tardief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 16 december 2009

Zaaknummer : 200.034.286.01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 07-3437

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S.C. Dikkers te Vlaardingen,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. B.C. Pfeifle te Schiedam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 29 april 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 januari 2009 van de rechtbank Rotterdam.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 1 mei 2009, 12 juni 2009 en 4 september 2009 aanvullende stukken ingekomen.

Op 27 november 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de vader, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

De advocaat van de vader heeft ter terechtzitting verzocht om de zaak aan te houden teneinde de vader in de gelegenheid te stellen alsnog stukken in het geding te brengen.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad en voor zover in hoger beroep van belang – de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van de hierna te noemen minderjarigen, met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, bepaald op € 200,- per maand per kind.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de echtscheidingsbeschikking op 4 december 2008 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Het hof overweegt omtrent het aanhoudingsverzoek van de advocaat van de vader als volgt. Dit zal niet gehonoreerd worden nu het te laat is ingediend en de vader naar het oordeel van het hof sinds de uitspraak van de rechtbank en de indiening van het verzoekschrift in hoger beroep, ruimschoots de tijd heeft gehad om (financiële) stukken te verzamelen en in het geding te brengen en hij bij brief van 24 januari 2009 door de griffie van het hof uitdrukkelijk is uitgenodigd relevante financiële stukken over te leggen.

2. In geschil is de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) ten behoeve van: [naam minderjarige], hierna te noemen: [de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, en [minderjarige 2], hierna te noemen: [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999.

3. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, het verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie alsnog af te wijzen.

4. De vader stelt in zijn eerste en enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij, na daartoe ruimschoots in de gelegenheid te zijn gesteld, nagelaten heeft zijn verweer te onderbouwen met financiële bescheiden en dat niet is gesteld of gebleken dat er sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden waardoor de vader daartoe niet in staat is geweest.

Volgens hem heeft hij het enige dat voorhanden was, namelijk zijn aangiften IB 2006/2007/2008 (hof: uit het dossier blijkt de aangiften IB 2005/2006/2007), in het geding gebracht, waaruit zou blijken dat zijn inkomsten in die jaren zeer beperkt zijn geweest.

5. De moeder heeft ter terechtzitting gemotiveerd verweer gevoerd.

6. Het hof overweegt als volgt. De vader is in hoger beroep gekomen stellende dat hij geen draagkracht heeft om de vastgestelde kinderalimentatie te betalen. Het had op zijn weg gelegen om zijn stellingen deugdelijk, met relevante en recente financiële stukken te onderbouwen. De vader heeft dit nagelaten zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Hij heeft weliswaar de aangiften IB over de jaren 2005/2006/2007 overgelegd, maar geen aanslagen IB of andere financiële bescheiden.

Het hof kan op deze wijze zijn draagkracht vanaf 4 december 2008 niet beoordelen en evenmin beoordelen of de kinderalimentatie te hoog is vastgesteld. Het hof is van oordeel dat de vader zijn stellingen niet heeft aangetoond noch aannemelijk heeft gemaakt en zal het verzoek van de vader afwijzen. Het hof zal derhalve de bestreden beschikking bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Dusamos en Husson, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2009.