Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK6869

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-07-2009
Datum publicatie
16-12-2009
Zaaknummer
22-006051-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BN0517, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2010:BN0517
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere gekwalificeerde diefstallen, waarvan een aantal gepleegd met geweld of bedreiging met geweld. De verdachte heeft de slachtoffers zorgvuldig uitgekozen. Dit blijkt uit het gegeven dat de meeste van de slachtoffers op leeftijd zijn en zij, gezien hun leeftijd en eventuele beperkingen, niet of minder goed in staat zijn om zich tegen dergelijke misdrijven te verdedigen. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen jegens zijn voormalige vriendin. De verdachte heeft haar door de gedetineerdentelefoon bedreigd met verkrachting en met de dood.

Het hof is van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zodanig ernstige misdrijven dat een hogere gevangenisstraf dan is opgelegd door de rechtbank in eerste aanleg, op zijn plaats is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-006051-08

Parketnummers: 12-700049-08 en 12-707823-08

Datum uitspraak: 22 juli 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg van 12 november 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1987,

thans gedetineerd in PI Zuid West - HvB De Torentijd te Middelburg.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 8 juli 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1. (nrs. 1-6: parketnummer 12/700049-08)

hij op of omstreeks 13 december 2007 te Kwadendamme, gemeente Borsele, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het/de door verdachte en/of zijn/haar mededader(s) voorgenomen misdrijf/misdrijven om met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld P.J.H. te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan P.J.H., in elk geval aan (een) ander(en) dan verdachte en/of zijn/haar mededader(s),

en/of

om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan P.J.H., in elk geval aan (een) ander(en) dan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), en deze diefstal te doen voorafgaan en/of vergezellen en/of volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die P.J.H., één en ander met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met zijn mededader(s), althans alleen, de woning van voornoemde H. is binnengegaan - terwijl zijn/hun hoofden was/waren bedekt met een panty/bivakmuts - en/of (vervolgens) het gordijn in de woning heeft dichtgetrokken en/of die H. een (brood)mes tegen het lichaam heeft gehouden, in elk geval dreigend getoond, en/of met duim en wijsvinger die H. duidelijk heeft gemaakt dat hij/ze geld wilden hebben, terwijl de uitvoering van die/dat voorgenomen misdrijf/misdrijven niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 09 november 2007 te Goes met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld ten bedrage van ongeveer 30 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan J.K., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen J.K. en/of

J.A.B. en/of H.W.H., gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die K. mondeling dreigde haar iets te zullen aandoen en/of die B. en/of H. (pepper)spray in het gezicht heeft gespoten;

3.

hij op of omstreeks 14 december 2007 te Goes met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf het parkeerterrein van het Oosterscheldeziekenhuis heeft weggenomen een personenauto (Ford Escort), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan B.P.M.S., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

hij op of omstreeks 01 december 2007 te Goes tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan F.W.W., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

5.

hij op of omstreeks 01 december 2007 te Goes en/of te Middelburg, in elk geval in het arrondissement Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan F.W.W., in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of (telkens) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

hij op of omstreeks 10 januari 2008 te Goes tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een Primafoon-winkel heeft weggenomen drie, in elk geval een of meer mobiele telefoons (dummy's), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Primafoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

7. (parketnummer 12/707823-08)

hij op of omstreeks 01 september 2008 te Kwadendamme, gemeente Borsele en/of te Middelburg, S.L.B. heeft bedreigd met verkrachting en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde S.L.B. dreigend de woorden toegevoegd : "ik ga je helemaal kapot maken, ik snijd jou helemaal open, in stukjes, ik laat je verkrachten, ik snijd jouw keel door, je gaat dood, dat is een belofte", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk vindt en beslissing omtrent de benadeelde partijen zoals in vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat de verdachte:

1.

op 13 december 2007 te Kwadendamme, gemeente Borsele, tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed, toebehorende aan P.J.H., en deze diefstal te doen voorafgaan en vergezellen van bedreiging met geweld tegen die P.J.H., één en ander met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer van voormeld misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met zijn mededader de woning van voornoemde H. is binnengegaan - terwijl hun hoofden waren bedekt met een panty - en vervolgens het gordijn in de woning heeft dichtgetrokken en die H. een broodmes tegen het lichaam heeft gehouden, en met duim en wijsvinger die H. duidelijk heeft gemaakt dat ze geld wilden hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 09 november 2007 te Goes met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld ten bedrage van ongeveer 30 euro, toebehorende aan J.K., welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen J.K. en welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen J.A.B. en H.W.H., gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die K. mondeling dreigde haar iets te zullen aandoen en die B. en H. (pepper)spray in het gezicht heeft gespoten;

3.

op 14 december 2007 te Goes met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf het parkeerterrein van het Oosterscheldeziekenhuis heeft weggenomen een Ford Escort toebehorende aan B.P.M.S., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4.

op 01 december 2007 te Goes tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bankpas, toebehorende aan F.W.W.;

5.

op 01 december 2007 te Goes en Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen telkens een hoeveelheid geld, toebehorende aan F.W.W., waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

op 10 januari 2008 te Goes tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een Primafoon-winkel heeft weggenomen drie dummy's toebehorende aan Primafoon, waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

7.

op 01 september 2008 te Middelburg, S.L.B. heeft bedreigd met verkrachting en met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde S.L.B. dreigend de woorden toegevoegd : "ik ga je helemaal kapot maken, ik snijd jou helemaal open, in stukjes, ik laat je verkrachten, ik snijd jouw keel door, je gaat dood, dat is een belofte", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Bedreiging met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat er ten aanzien van de onder 4 en 5 bewezenverklaarde feiten geen sprake is van een voortgezette handeling. De bewezenverklaarde feiten hebben weliswaar met elkaar te maken, maar voor het onder 5 bewezenverklaarde was telkens een afzonderlijk wilsbesluit vereist.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Bijzonder verweer

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het aftappen van het telefoongesprek door de gedetineerdentelefoon tussen de verdachte en S.B. onrechtmatig is geweest.

De raadsvrouw onderkent dat er zonder de tapgesprekken als bewijsmiddel alsnog voldoende bewijsmiddelen aanwezig zijn voor een veroordeling van de verdachte, maar verzoekt vanwege het onherstelbare vormverzuim, een compensatie in de strafmaat.

Naar 's hofs oordeel is er, als de tapgesprekken al onrechtmatig zijn verkregen, geen belang geschonden dat strafvermindering rechtvaardigt, omdat de tapgesprekken niet voor het bewijs zijn gebezigd, nu de verdachte de bedreiging zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep heeft bekend. Bovendien is de aangifte van S.B. ter zake kort na het telefoongesprek gedaan en niet als gevolg van kennisneming van de tapgesprekken. Het hof ziet derhalve reeds daarom geen gronden voor strafvermindering en verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere gekwalificeerde diefstallen, waarvan een aantal gepleegd met geweld of bedreiging met geweld. De verdachte heeft de slachtoffers zorgvuldig uitgekozen. Dit blijkt uit het gegeven dat de meeste van de slachtoffers op leeftijd zijn en zij, gezien hun leeftijd en eventuele beperkingen, niet of minder goed in staat zijn om zich tegen dergelijke misdrijven te verdedigen. Bovendien brengen de gepleegde feiten juist voor slachtoffers op hoge leeftijd zeer traumatische ervaringen met zich. De verdachte heeft kennelijk bij die gevolgen geen moment stil gestaan en dat getuigt van geen enkel respect voor mensen op gevorderde leeftijd. Bovendien brengen dergelijke feiten onrust en financiële problemen met zich voor de slachtoffers.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen jegens zijn voormalige vriendin S.B.. De verdachte heeft haar door de gedetineerdentelefoon bedreigd met verkrachting en met de dood. Het slachtoffer voelde zich hierdoor erg bedreigd en zeer angstig. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij haar werkelijk iets zou hebben aangedaan als zij op dat moment lijfelijk aanwezig was geweest. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte ook thans geen blijk gegeven van enig inzicht in het onjuiste van zijn handelen met betrekking tot dit feit.

Het hof is van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zodanig ernstige misdrijven dat een hogere gevangenisstraf dan is opgelegd door de rechtbank in eerste aanleg op zijn plaats is.

Bovendien is de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 juni 2009, meermalen veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen goederen, te weten een jas en een muts, verbeurd zullen worden verklaard.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn onder

1 en 2 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu deze geheel of grotendeels door middel van het onder 4 en 5 bewezenverklaarde zijn verkregen. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding J.K.

In het onderhavige strafproces heeft J.K. zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 830,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van EUR 830,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële en immateriële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen ter zake van materiele schade tot een bedrag van EUR 30,00 en ter zake van immateriële schade - naar maatstaven van billijkheid - tot een bedrag van EUR 800,00.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer J.K.

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 830,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer J.K..

Vordering tot schadevergoeding F.W.W.

In het onderhavige strafproces heeft F.W.W. zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 en 5 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 3.144,36.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van EUR 3.144,36.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 en 5 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer F.W.W.

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 3.144,36 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 en 5 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer F.W.W..

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 45, 57, 63, 285, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- Jas, merk Iceberg,

- Muts, merk Georgio Armani.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij J.K. tot het gevorderde bedrag van

EUR 830,00 (achthonderddertig euro)

en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn vooralsnog begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer,

J.K., van een bedrag van

EUR 830,00 (achthonderddertig euro)

voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van

16 (zestien) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij F.W.W. tot het gevorderde bedrag van

EUR 3.144,36 (drieduizend honderdvierenveertig euro en zesendertig cent)

en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak zijn vooralsnog begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, F.W.W., van een bedrag van

EUR 3.144,36 (drieduizend honderdvierenveertig euro en zesendertig cent)

voor welk bedrag in het geval volledige betaling noch volledig verhaal volgt vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van

41 (eenenveertig) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,

mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. D.J.C. van den Broek,

in bijzijn van de griffier mr. M.M. Koers.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 juli 2009.