Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5272

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
22-000580-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het buiten echt plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren. Sinds de inwerkingtreding van de Wet herijking strafmaxima op 1 februari 2006 kan in bepaalde gevallen een proeftijd worden opgelegd van maximaal tien jaren, indien ernstig rekening moet worden gehouden met het feit dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (artikel 14b, tweede lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafrecht). Deze mogelijkheid is in de wet opgenomen teneinde voor een langere periode controle te kunnen houden op de veroordeelde, bijvoorbeeld in gevallen van ontucht. Het hof is van oordeel dat sprake is van een dergelijke situatie en acht langdurig toezicht (vijf jaren) geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000580-09

Parketnummer: 10-701227-08

Datum uitspraak: 11 november 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 oktober 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de opgelegde proeftijd van vijf jaren bij de opgelegde straf, en heeft gevorderd dat de proeftijd zal worden bepaald op twee jaren.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 1 oktober 2008 te Rotterdam met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met M.C.T.V. (geboren op [geboortedatum]), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (telkens)

- betasten en/of likken van / aan de borsten en/of de onderbuik en/of de vagina van die V. en/of

- brengen en/of duwen en/of houden van zijn, verdachtes, tong in de mond van die V. en/of

- brengen en/of duwen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina van die V.;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 19 augustus 2008 tot en met 1 oktober 2008 te Rotterdam met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten M.C.T.V. (geboren op [geboortedatum]), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (telkens)

- betasten en/of likken van / aan de borsten en/of de onderbuik en/of de vagina van die V.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact en deelname aan het Traject 'Training Seksuele Delictplegers' van het Dok te Rotterdam, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.

Over de duur van de op te leggen proeftijd merkt het hof het volgende op. Sinds de inwerkingtreding van de Wet herijking strafmaxima op 1 februari 2006 kan in bepaalde gevallen een proeftijd worden opgelegd van maximaal tien jaren, indien er ernstig rekening moet worden gehouden met het feit dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (artikel 14b, tweede lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafrecht). Deze mogelijkheid is in de wet opgenomen teneinde voor een langere periode controle te kunnen houden op de veroordeelde, bijvoorbeeld in gevallen van ontucht.

Het hof acht sprake van een dergelijke situatie. Uit het Voorlichtingsrapport d.d. 6 november 2008 blijkt dat de verdachte geen inzicht toont in de drijfveren van zijn handelen, en slechts summier inzicht toont in de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. De rapporteur acht de kans op herhaling niet uit te sluiten, nu niet duidelijk is wat de uiteindelijke drijfveren van het handelen van de verdachte zijn geweest. Op grond van de verklaringen van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep komt het hof niet tot een andere beoordeling. Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, acht het hof, met de rechtbank, langdurig toezicht geboden. Met het oog daarop ziet het hof dan ook geen aanleiding om ten aanzien van de aan het voorwaardelijk deel van de straf te verbinden proeftijd anders te beslissen dan de rechtbank.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt met aanvulling van gronden het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Oosterhof,

mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. A.G. Korvinus, in bijzijn van de griffier mr. K. van Laarhoven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 november 2009.

Mr. A.G. Korvinus is buiten staat dit arrest te ondertekenen.