Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5251

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
22-000589-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernieling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000589-09

Parketnummer: 09-522882-08

Datum uitspraak: 18 november 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 4 februari 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

(verdachte),

geboren te (plaats) op (dag) 1970,

(adres).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 november 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 oktober 2008 te [plaats en gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een (voor)deurruit (van perceel x), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (eigen(a)r(en)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk de ruit in te schoppen en/of in te trappen.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 oktober 2008 te [plaats en gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een voordeurruit van perceel x, toebehorende aan (eigenaar) heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk de ruit in te schoppen en/of in te trappen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu verdachte de voordeurruit niet opzettelijk en wederrechtelijk heeft vernield. De verdediging heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte slechts zijn voet heeft uitgestoken om de voordeur tegen te houden, terwijl deze dicht werd gegooid.

Ook indien het hof de lezing van de verdediging volgt, is er naar het oordeel van het hof minst genomen sprake van voorwaardelijke opzet, nu de verdachte met het uitsteken van zijn voet naar een voordeur met een glazen ruit terwijl deze in beweging was, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het glas van de voordeur zou breken indien het met zijn voet in aanraking zou komen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling, door met zijn voet de voordeurruit van de woning alwaar zijn zus en zwager woonachtig zijn, kapot te maken. Dit is een ergerlijk feit dat aan de gedupeerde schade berokkent.

Het hof is van oordeel dat een geheel voorwaardelijke geldboete van navermelde hoogte een passende en geboden reactie vormt. Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 7 (zeven) dagen.

Beveelt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Oosterhof, mr. R.A.TH.M. Dekkers en mr. B. Vermeulen, in bijzijn van de griffier mr. P. Melis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 november 2009.

Mr. B. Vermeulen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.