Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5241

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-05-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
22-003101-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BO9838, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BO9838
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte had ernstige reden te vermoeden dat E. als getuige in de zaak van T. een verklaring zou moeten afleggen. Hij heeft vervolgens E. de woorden “je moet gewoon je bek houden, klaar” en “je moet gewoon je mond houden over alles” toegevoegd, die kennelijk waren bedoeld om de vrijheid van E. om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen, te beïnvloeden. Meerdere uitdrukkelijk onderbouwde standpunten omtrent - kort gezegd - de rechtamtigheid en eerlijkheid van het proces zijn verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003101-08

Parketnummer: 09-665218-05

Datum uitspraak: 12 mei 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 25 januari 2006 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en - na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 6 januari 2009 en 28 april 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 januari 2005 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, althans in Nederland, opzettelijk mondeling en/of door gebaren en/of bij geschrift of afbeelding zich jegens een of meer perso(o)n(en) heeft geuit, kennelijk om diens/hun vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring(en) zou(den) worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte, (in opdracht van/op verzoek van/namens R.T.) aan J.E. de woorden toegevoegd: "Je moet gewoon je bek houden, klaar" en/of "je moet gewoon je mond houden over alles", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (in opdracht van/op verzoek van/namens J.E. en/of een of meer ander(en)) aan "K.", althans aan een of meer perso(o)n(en)) medegedeeld terzake van welke strafba(a)re feit(en) die J.E. (die op dat moment beperkingen opgelegd had gekregen) was aangehouden en/of (in opdracht van/op verzoek van/namens J.E. en/of E.E. en/of R.T. en/of meer andere perso(o)n(en)) (andere) mededelingen gedaan en/of informatie/gegevens doorgegeven en/of uitgewisseld aan/tussen die J.E. en/of F.E. en/of R.T. en/of een of meer andere perso(o)n(en);

Subsidiair, dat:

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 januari 2005 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp en/of Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, J.E., die schuldig was aan of vervolgd werd terzake van enig misdrijf, behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door een of meer ambtenaren van de justitie of politie, immers heeft hij, verdachte, tegen die E. (in opdracht van/op verzoek van/namens diens medeverdachte, R.T.) gezegd: "hij had besproken wat je moet bespreken, je moet gewoon je bek houden" en/of "je moet gewoon je mond houden over alles."

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging en is hij van het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken, met teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van dit hof van 4 december 2006 is - met vernietiging van het vonnis waarvan beroep - de verdachte vrijgesproken van het primair en het subsidiair ten laste gelegde, met teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon.

Tegen dit arrest is door de advocaat-generaal bij het hof

beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 27 mei 2008 voormeld arrest van het hof vernietigd en de zaak teruggewezen naar dit hof, opdat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten

De raadsman heeft ter terechtzitting van 6 januari 2009 en 28 april 2009 een aantal - in zijn pleitnota's vermelde - uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren gebracht. Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

A. Pleitnota 6 januari 2009

Kwalificatie tapverslagen

Het hof is van oordeel dat het verslag van het tapgesprek op pagina's 37 en 38 van het dossier onderdeel uitmaakt van het op 14 maart 2005 op ambtseed opgemaakte en ondertekende, originele proces-verbaal met nummer PL1573/2005/1217-20 (p. 3-8), nu daarin (op p. 4) staat vermeld dat het tapgesprek is 'bijgevoegd'. Anders dan de raadsman is het hof daarom van oordeel dat genoemd tapverslag niet dient te worden aangemerkt als 'een ander schriftelijk bescheid'.

Verklaringen E. en T.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaringen van E. en T. kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd berust op een verkeerde lezing van artikel 341, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dat artikel heeft immers niet het oog op een elders dan ter terechtzitting gedane opgave van een verdachte wiens zaak niet met die van een andere verdachte gevoegd ter terechtzitting is of wordt behandeld.

Wijziging tenlastelegging

Het verweer dat de wijziging van de tenlastelegging nimmer toegestaan had mogen worden, behoeft geen bespreking, nu de verdediging in eerste aanleg zich tegen die wijziging niet heeft verzet.

Anders dan de raadsman is het hof voorts van oordeel dat de tenlastelegging voldoet aan de eisen van artikel

261 van het Wetboek van Strafvordering. Niet is gebleken dat de verdachte niet heeft begrepen waartegen hij zich moest verdedigen.

Bedoeling wetgever

Anders dan de raadsman aanvoert, is in de voorliggende delictsomschrijving geen sprake van het iemand wijzen op zijn wettelijke zwijgrecht, maar van de situatie waarin E. door de verdachte zodanig kon worden beïnvloed dat hij niet meer in vrijheid een verklaring zou (kunnen) afleggen, hetgeen - indien bewezen - het strafbare feit van artikel 285a van het Wetboek van Strafrecht oplevert.

Redelijke termijn

Met de raadsman is het hof van oordeel dat de procedure lang heeft geduurd. Gelet op HR 17 juni 2008, NJ 2008,358 is evenwel geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.

B. Pleitnota 28 april 2009

Vergelijking 285 en 285a Sr

T. heeft verklaard dat hij E. heeft gebeld in verband met het feit dat E. werd gezocht vanwege zaken waarvoor hij al was afgestraft en waarover E.(het hof begrijpt: in de zaak van T.) dus niets meer moest zeggen. T. heeft daarnaast verklaard dat hij hetgeen hij tegen E. heeft gezegd, ook tegen de verdachte heeft gezegd.1 T. heeft tegen de verdachte gezegd dat E. zijn bek moest houden en de verdachte heeft vervolgens aan E. doorgegeven dat hij van T. zijn mond moest houden2.

In het licht van het vorenstaande acht het hof bewezen dat de verdachte ernstige reden had te vermoeden dat E. als getuige in de zaak van T. een verklaring zou moeten afleggen en dat verdachtes uitingen "je moet gewoon je bek houden, klaar" en "je moet gewoon je mond houden over alles" kennelijk bedoeld waren om de vrijheid van E. om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen, te beïnvloeden.

Onrechtmatigheid tapverslagen

Nu de machtiging ten aanzien van het tapgesprek, weergegeven op p. 37 en 38, in het dossier is gevoegd, is niet gebleken van enige onrechtmatigheid. De omstandigheid dat de officier van justitie ter onderbouwing van de vordering een proces-verbaal van 23 december 2004 (het hof begrijpt: inzake E.) aan de rechter-commissaris heeft overgelegd, maakt dat niet anders. Het hof verwerpt de niet onderbouwde suggestie van de raadsman dat sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid, nu dat uit niets blijkt.

Verklaringen T.

Het hof stelt met de raadsman vast dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het eerste politieverhoor gelegenheid heeft gehad om met een raadsman te overleggen over zijn procesopstelling. De door de verdachte aangehaalde jurisprudentie en conclusie dwingen naar 's hofs oordeel evenwel niet tot bewijsuitsluiting in alle gevallen waarin bij het eerste politieverhoor inbreuk is gemaakt op verdachtes recht op "access to a lawyer". In casu komt het gebruik van de verklaring niet in strijd met artikel 6 EVRM, nu het hof het aannemelijk acht dat de verdachte zijn verklaring in vrijheid heeft afgelegd. Immers, hij werd voorafgaand aan zijn verhoor gewezen op zijn zwijgrecht, maar verklaarde bovendien uit eigen beweging: 'Ik wens als volgt te verklaren.' Bovendien heeft hij zijn eerste verklaring noch tijdens zijn tweede verhoor bij de politie, noch - in aanwezigheid van twee raadslieden - ter terechtzitting in eerste aanleg ingetrokken. Daar heeft hij onder meer gezegd dat hij zich er van bewust is dat hij te ver is gegaan.

Eerlijk proces

Het hof ziet niet in dat aan verdachtes recht op een eerlijk proces tekort zou zijn gedaan.

Het enkele feit dat het hof en het ressortsparket te 's-Gravenhage een gemeenschappelijke administratie voeren, doet naar 's hofs oordeel niet af aan een eerlijk proces. De raadsman heeft niet onderbouwd waarom dat in casu wel zo zou zijn.

De stelling van de raadsman dat aan de verdachte een advocaat had moeten worden toegevoegd, vindt - gelet op de artikelen 41 en 42 van het Wetboek van Strafvordering - geen steun in het recht.

Het hof is tenslotte van oordeel dat de verdediging tijdig vóór de zitting van 28 april 2009 in het bezit is gesteld van de machtiging ten aanzien van het tapgesprek, weergegeven op p. 37 en 38 en de nadere informatie over de periode dat E. in beperkingen zat, zeker nu het slechts zeven pagina's betrof met daarin weinig en eenvoudig te doorgronden informatie.

Alle genoemde verweren worden op grond van het vorenstaande verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 januari 2005 in Nederland opzettelijk mondeling zich jegens een persoon heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte aan J.E. de woorden toegevoegd: "Je moet gewoon je bek houden, klaar" en "je moet gewoon je mond houden over alles".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Hij is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van EUR 1.000,--, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Door te handelen als hiervoor is vermeld, heeft de verdachte getracht de vrijheid van E. om ten overstaan van een rechter of ambtenaar onbelemmerd over een strafzaak te kunnen verklaren, te beperken. Dat is onder meer ontoelaatbaar, omdat dergelijk gedrag als intimiderend kan worden ervaren en daarmee fundamenteel iemand in zijn persoonlijke vrijheid aantast.

Het hof is - mede gelet op de lange duur van de procedure en het feit dat de verdachte ook op zijn werk is gestraft - van oordeel dat een voorwaardelijke geldboete van navermelde hoogte een passende en geboden reactie vormt.

Bij het bepalen van de hoogte van de voorwaardelijke geldboete is gelet op de draagkracht van de verdachte, die ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard dat hij werkt als sportleraar in het Huis van Bewaring.

Beslag

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur grijs, zal het hof verbeurdverklaren, nu met behulp daarvan het feit is begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 285a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van

EUR 1.000,00 (duizend euro),

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 (twintig) dagen.

Beveelt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur grijs.

Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. de Bruijn-Lückers, mr. R.C.A. Duindam en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 mei 2009.