Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5160

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
02-12-2009
Zaaknummer
22-002751-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ter zake van artikel 197 Sr.

Het hof stelt vast, dat blijkens een op ambtseed door de verbalisant J.C. Klaver opgemaakt proces-verbaal d.d.

9 mei 2008 (PL1512/2008/24069-5) verdachte op die datum onrechtmatig in Nederland verbleef, doch niet uitzetbaar was.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van het hof voorts aannemelijk geworden dat het niet zozeer aan een gebrek aan initiatieven van de verdachte, maar eerder aan zijn psychiatrische stoornis te wijten is geweest dat hij Nederland na zijn ongewenstverklaring op 16 november 2006 niet heeft verlaten. Het hof is dan ook van oordeel dat de vervolging van de verdachte ter zake van overtreding van artikel 197 Sr in het onderhavige geval geen redelijk doel dient. Bij dat oordeel speelt ook een rol dat de vreemdelingenbewaring van de verdachte blijkens een proces-verbaal van de politie Utrecht d.d. 21 januari 2009 (met V-nummer 1610011145) op die datum is opgeheven, omdat ‘andere belangen prevaleren’.

Verdachte wordt wel veroordeeld voor diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002751-08

Parketnummer: 09-925357-08

Datum uitspraak: 5 maart 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

20 mei 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedatum] 1986,

volgens zijn raadsman thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 februari 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 09 mei 2008 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 4 althans een of meer kledingstukken afkomstig van de winkel Zeeman, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Zeeman, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. hij op of omstreeks 09 mei 2008 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ter zake van feit 2

De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte ter zake van het onderhavige feit. Hij legt daartoe een Medisch Advies d.d. 6 oktober 2008, opgemaakt door de arts R. Mohanlal over, waaruit blijkt dat de verdachte een ernstige psychiatrische stoornis (paranoïde psychose) heeft en dat hij sinds 2003 regelmatig opgenomen is geweest vanwege decompensaties met ernstige dreiging en agressieve uitvallen. Voorts legt de raadsman een stuk over, waaruit blijkt dat de verdachte op 11 augustus 2008 een aanvraag bij de Internationale Organisatie voor Migratie heeft ondertekend voor vrijwillig vertrek uit Nederland.

Het hof stelt vast, dat blijkens een op ambtseed door de verbalisant J.C. Klaver opgemaakt proces-verbaal d.d.

9 mei 2008 (PL1512/2008/24069-5) verdachte op die datum onrechtmatig in Nederland verbleef, doch niet uitzetbaar was.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van het hof voorts aannemelijk geworden dat het niet zozeer aan een gebrek aan initiatieven van de verdachte, maar eerder aan zijn stoornis te wijten is geweest dat hij Nederland na zijn ongewenstverklaring op 16 november 2006 niet heeft verlaten. Het hof is dan ook van oordeel dat de vervolging van de verdachte ter zake van overtreding van artikel 197 Sr in het onderhavige geval geen redelijk doel dient. Bij dat oordeel speelt ook een rol dat de vreemdelingenbewaring van de verdachte blijkens een proces-verbaal van de politie Utrecht d.d. 21 januari 2009 (met V-nummer 1610011145) op die datum is opgeheven, omdat 'andere belangen prevaleren'.

Het hof zal het openbaar ministerie gelet op het voorgaande niet ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte ter zake van feit 2.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 mei 2008 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken toebehorende aan Zeeman.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Hij is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Zodoende heeft hij het winkelpersoneel ongetwijfeld ergernis en overlast bezorgd.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 februari 2009 is de verdachte al meermalen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder zeer veel diefstallen.

Het hof is - alles overwegende en mede gelet op de speciale en de generale preventie - van oordeel dat een gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ter zake van het onder

2 ten laste gelegde.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder

1 ten laste gelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezen verklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

1 (één) maand.

Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.M. Horstink,

mr. N. Zandbergen en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 maart 2009.

Dr. Fleers en mr. Zandbergen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.