Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4141

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
22-003617-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft tijdens een ongeorganiseerde scholierenstaking in het openbaar in de richting van drie in dat kader met toezicht en handhaving op de staking belaste verbalisanten “Joden, joden” geschreeuwd, zonder dat dit op enige wijze functioneel was. Naar ’s hofs oordeel kan de verdachte met die kreten geen andere dan een minachtende bedoeling hebben gehad. De verweren van de raadsman dat de term ‘joden’ niet beledigend is en dat bovendien niet blijkt dat de verbalisanten zich gekrenkt hebben gevoeld in hun eer en goede naam zodat vrijspraak dient te volgen, worden verworpen.

Onder meer gelet op zwaarwegende persoonlijke omstandigheden die zich na het feit hebben voorgedaan – bij besluit d.d. 23 april 2009 van de Minister van Justitie is het verzoek van de verdachte tot naturalisatie vanwege zijn veroordeling tot straf in eerste aanleg vooralsnog afgewezen – en de omstandigheden van dit geval acht het hof het evenwel raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 31
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003617-08

Parketnummer: 09-760044-08

Datum uitspraak: 19 juni 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 2 juli 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum] 1990,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 juni 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal - strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep - en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 november 2007 te Leiden opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3], (respectievelijk) brigadier(s) en/of hoofdagent van politie Hollands Midden, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, handhaving openbare orde in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Joden, joden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf van veertien uren, subsidiair zeven dagen jeugddetentie.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten

De verweren van de raadsman dat de term 'joden' niet beledigend is en dat bovendien niet blijkt dat de verbalisanten zich gekrenkt hebben gevoeld in hun eer en goede naam zodat vrijspraak dient te volgen, worden verworpen.

Het eventuele grievende karakter van een gebezigd woord wordt mede bepaald door de omstandigheden waaronder en de wijze waarop dit is gebruikt. Het is een feit van algemene bekendheid dat de namen van verschillende bevolkingsgroepen frequent en massaal worden gebruikt om anderen te beledigen. Het noemen van die namen heeft dan tot doel minachting uit te drukken en in dat doel schuilt het beledigende karakter.

In dit geval heeft de verdachte tijdens een ongeorganiseerde scholierenstaking in het openbaar in de richting van drie in dat kader met toezicht en handhaving op de staking belaste verbalisanten "Joden, joden" geschreeuwd, zonder dat dit op enige wijze functioneel was. Naar 's hofs oordeel kan de verdachte met die kreten geen andere dan een minachtende bedoeling hebben gehad.

Dat de betrokken verbalisanten zich gekrenkt voelden in hun eer of goede naam, blijkt genoegzaam uit het feit dat zij de verdachte (en een medeverdachte) hebben aangehouden en - onder meer - het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2007 (met nr. PL1641/07-236428) hebben opgemaakt.

Het in de pleitnota vermelde verweer dat volgens de raadsman zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte, berust op een verkeerde lezing van de artikelen 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en wordt dus verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 november 2007 te Leiden opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3], respectievelijk brigadiers en hoofdagent van politie Hollands Midden, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Joden, joden".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Hij is dus strafbaar.

Geen straf of maatregel

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van drie verbalisanten, door hun op de openbare weg mondeling de termen 'Joden, joden' toe te voegen. Dit geeft blijk van disrespect voor het gezag. Politieambtenaren moeten kunnen functioneren zonder hinder te ondervinden van beledigingen vanuit het publiek.

Onder meer gelet op zwaarwegende persoonlijke omstandigheden die zich na het feit hebben voorgedaan - bij besluit d.d. 23 april 2009 van de Minister van Justitie is het verzoek van de verdachte tot naturalisatie vanwege zijn veroordeling tot straf in eerste aanleg vooralsnog afgewezen - en de omstandigheden van dit geval acht het hof het evenwel raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Bij deze beslissing heeft het hof laten meewegen dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 mei 2009 niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en dat hij tijdens de terechtzitting in hoger beroep ervan blijk heeft gegeven het afkeurenswaardige van zijn handelen in te zien. Het hof beschouwt het handelen van de verdachte daarom als een eenmalige vergissing.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, mr. J.A.C. Bartels en mr. P.H. Holthuis, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 juni 2009.

Mr. Holthuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.